VIII Augusta op de Balkan

Grafsteen van Gaius Valerius Valens van VIII Augusta (Archeologisch Museum, Korinthe)

Met het Zevende, het Negende en het Tiende Legioen behoorde het Achtste tot de oudste eenheden in het leger van het Romeinse keizerrijk. Het viertal bestond al – we weten niet hoe lang – toen Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië. Hij vermeldt het Achtste in zijn verslag van de strijd tegen de Nerviërs en bij de belegering van Gergovia. Het is niet ondenkbaar dat het legioen tijdens deze oorlog op sterkte is gebracht door Gallische strijders in de gelederen op te nemen, want een inscriptie vermeldt ene Gaius Cabilenus “uit Gallië”.

Aan het begin van de Tweede Burgeroorlog, waarin Caesar het opnam tegen de Senaat, kwam het Achtste in actie bij Corfinium en Brindisi (49), waarna het enige tijd in Apulië was gestationeerd. In het voorjaar van 48 diende het bij Dyrrhachion en leed het zware verliezen. Daarom streed hij bij Farsalos samen met het Negende als één eenheid en werden de soldaten, na de overwinning, teruggestuurd naar Italië om daar te worden gedemobiliseerd. Ze kregen land in Campanië. Hoewel veel veteranen zich moeten hebben teruggetrokken op het platteland, wordt het Achtste opnieuw vermeld tijdens als Caesars Afrikaanse campagne. In 45 v.Chr. kregen deze soldaten – die misschien nog niet waren gedemobiliseerd of opnieuw hadden bijgetekend – land in Casilinum.

Octavianus

In de herfst van 44 v.Chr., na de moord op Caesar, traden veel veteranen van het Achtste opnieuw in dienst. Ze vochten voor Caesars erfgenaam Octavianus, die mede dankzij dit legioen een ​​invloedrijke positie wist te verwerven. Begin 43 vocht het bij Modena tegen Marcus Antonius, en in 42 streed het tegen de moordenaars van Caesar in de dubbele slag bij Filippoi.

Na deze oorlog belegerde Octavianus de broer van Marcus Antonius, Lucius Antonius, te Perugia. Een inscriptie op een slingersteen bewijst aanwezigheid van het Achtste. Vervolgens zal het Achtste zijn ingezet in Octavianus’ strijd tegen Sextus Pompeius, die Sicilië had bezet en uiteindelijk werd verdreven door Octavianus’ admiraal Marcus Vipsanius Agrippa. Het Achtste Legioen was waarschijnlijk ook actief in de grote campagne van Octavianus tegen Marcus Antonius die culineerde in de zeeslag bij Aktion (31 v.Chr.) en Octavianus’ alleenheerschappij.

In deze tijd lijkt het legioen VIII Gallica te hebben geheten of Mutinensis. Inscripties bewijzen dat veteranen verbleven in Forum Iulii (het huidige Fréjus in Zuid-Frankrijk). Die stad heet daarom ook wel Colonia Octavorum, “de nederzetting van het Achtste”.

Augustus

Nu Octavianus – voortaan bekend als Augustus – de alleenheerschappij had verworven, plaatste hij het Achtste over naar Africa, het huidige Tunesië, al lijkt een onderafdeling deel te hebben genomen aan de Cantabrische Oorlog in noordelijk Iberië. Later lijkt het legioen gestationeerd te zijn geweest op de Balkan, waar de soldaten een overwinning lijken te hebben behaald waarmee het de bijnaam Augusta verwierf. Veteranen zijn in deze jaren gevestigd in Beiroet.

Inscriptie van VIII Augusta uit Beiroet (Archeologisch Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet)

De precieze locatie van VIII Augusta is niet bekend, maar in 9 na Chr. was het zeker gestationeerd in de buurt van Poetovio (het huidige Ptuj) in Illyricum. Daar zal de eenheid al wel enige tijd zijn geweest, maar we weten niet hoe lang. Ook in Burnum, in dezelfde provincie, zijn dakpannen en bakstenen gevonden met de stempels van het Achtste.

De aanwezigheid op de Balkan bleek cruciaal. In 6 na Chr. brak namelijk een opstand uit, die niet minder dan drie jaar duurde. Bij het onderdrukken daarvan moet VIII Augusta, dat ter plaatse was, een cruciale rol hebben gespeeld.

Grafsteen van Severius van VIII Augusta (Archeologische Musea, Istanbul)

Moesia

Rond 46 plaatste keizer Claudius de legionairs van VIII Augusta over naar Novae in Moesia, het huidige Svishtov aan de Donau in Bulgarije. Het mooie graf van Gaius Valerius Valens uit Korinthe dateert uit de periode. Tegelijkertijd lijkt een onderafdeling deel te hebben genomen aan de inval in Britannia.

In de late jaren veertig moeten soldaten van VIII Augusta hebben gevochten in een oorlog tegen koning Mithridates van het Bosporus-koninkrijk. Hoewel de naam anders suggereert, gaat dit om de Krim. Ondertussen bezetten de Romeinen in 46 Thracië, en ook daarbij zullen de mannen van het Achtste ingezet zijn geweest. Enkele jaren later, ten tijde van keizer Nero, vocht VIII Augusta tegen de stammen van de Sarmaten, de Daciërs en de Roxolani. Het droeg enkele jaren de bijnaam Bis Augusta.

In de verwarde tijd na de zelfmoord van Nero, het Vierkeizerjaar 69, koos VIII Augusta eerst de kant van Otho, maar het kon hem niet redden van de aanval van zijn rivaal Vitellius. Later steunde het legioen Vespasianus, die als overwinnaar uit alle oorlogen tevoorschijn kwam en een nieuwe dynastie stichtte. In 70 rukte het legioen met generaal Cerialis op naar het Rijnland, dat door de opstand van de Bataven verkeerde in grote chaos. Het mooie medaillon in het Valkhofmuseum dateert uit deze periode.

Medaillon van Aquillius van VIII Augusta (Valkhofmuseum, Nijmegen)

[Wordt vervolgd]

Deel dit:

4 gedachtes over “VIII Augusta op de Balkan

  1. Robbert

    De vele omzwervingen brachten het legioen ook naar de Balkan:
    “De aanwezigheid op de Balkan bleek cruciaal. In 6 na Chr. brak namelijk een opstand uit, die niet minder dan drie jaar duurde”.
    Dat brengt me op de suggestie van blogs over de Illyrische opstand 6/9 na Chr., de lange voorgeschiednis, opstand zelf (met effect op Germanie) en de nasleep.
    Als onderdeel van het veel grotere onderwerp: Rome in de Balkan.
    Bij tijd van leven, natuurlijk.

    1. Ik ben er niet vaak geweest, maar ik ga (ijs en weder dienende en NS rijdende) a.s. zondag wel naar de Roemenië-expositie in Assen. Dus wie weet.

Reacties zijn gesloten.