
Ik eindigde mijn vorige stukje over de inscriptie van Behistun met een balans: in de winter van 522/521 v.Chr. was Darius, net aan de macht gekomen door een staatsgreep, meester van het voormalige Babylonische Rijk, controleerden zijn getrouwen de oosterse gebieden en consolideerden Fraortes en Vahyazdâta hun posities in Medië (West-Iran) en Persis (Zuid-Iran). Aan Darius getrouwe generaals hadden verhinderd dat Fraortes en Vahyazdâta contact maakten, dat Vahyazdâta zijn macht uitbreidde naar het oosten en dat Armenië zich aansloot bij de opstand van Fraortes. Er waren nog wat kleinere verzetshaarden, zoals in Elam (Zuidwest-Iran), maar Darius mocht optimistisch zijn.
Alles zou afhangen van de veldtocht tegen Fraortes, die Darius persoonlijk leidde. Na het nieuwjaarsfeest, dat de Iraniërs nog altijd vieren rond 21 maart, rukte hij – Behistun passerend – op naar het centrum van Medië. Een zekere Uštânu bleef achter als satraap van Babylonië, terwijl een Artavardiya oprukte naar Persis. Hun legers zullen hebben bestaan uit Meden: manschappen die Darius liever niet mee zal hebben willen nemen naar Medië. Zijn eigen leger zal hij hebben samengesteld uit Perzen en mensen uit de westelijke gebiedsdelen. Hij rukte langzaam op: pas na ruim vijf weken, op 8 mei, stuitte Darius op Fraortes. (Als de plaats van de veldslag, Kunduruš, inderdaad het huidige Kangavar is, heeft hij tien kilometer per dag afgelegd.)









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.