Behistun (6)

Graf van Cyrus, Pasargadai: de plaats van het Perzische koningsritueel

Ik eindigde mijn vorige stukje over de inscriptie van Behistun met een balans: in de winter van 522/521 v.Chr. was Darius, net aan de macht gekomen door een staatsgreep, meester van het voormalige Babylonische Rijk, controleerden zijn getrouwen de oosterse gebieden en consolideerden Fraortes en Vahyazdâta hun posities in Medië (West-Iran) en Persis (Zuid-Iran). Aan Darius getrouwe generaals hadden verhinderd dat Fraortes en Vahyazdâta contact maakten, dat Vahyazdâta zijn macht uitbreidde naar het oosten en dat Armenië zich aansloot bij de opstand van Fraortes. Er waren nog wat kleinere verzetshaarden, zoals in Elam (Zuidwest-Iran), maar Darius mocht optimistisch zijn.

Alles zou afhangen van de veldtocht tegen Fraortes, die Darius persoonlijk leidde. Na het nieuwjaarsfeest, dat de Iraniërs nog altijd vieren rond 21 maart, rukte hij – Behistun passerend – op naar het centrum van Medië. Een zekere Uštânu bleef achter als satraap van Babylonië, terwijl een Artavardiya oprukte naar Persis. Hun legers zullen hebben bestaan uit Meden: manschappen die Darius liever niet mee zal hebben willen nemen naar Medië. Zijn eigen leger zal hij hebben samengesteld uit Perzen en mensen uit de westelijke gebiedsdelen. Hij rukte langzaam op: pas na ruim vijf weken, op 8 mei, stuitte Darius op Fraortes. (Als de plaats van de veldslag, Kunduruš, inderdaad het huidige Kangavar is, heeft hij tien kilometer per dag afgelegd.)

Lees verder “Behistun (6)” →

Behistun (5)

Darius en zijn verslagen tegenstanders op het reliëf uit Behistun

Koning Darius had, zo weten we uit de Historiën van Herodotos en dankzij de inscriptie van Behistun, het koningschap bemachtigd en had het rebellerende Babylon getuchtigd. Het Perzische Rijk leek in rustiger vaarwater te komen en leek als eenheidsstaat te zijn gered. Leek, want in de laatste dagen van het jaar 522 ontving de nieuwe koning slecht nieuws.

Terwijl ik verbleef in Babylon, kwamen deze provincies tegen mij in opstand: Persis, Elam, Medië, Assyrië, Egypte, Parthië, Margiana, Sattagydia en Skythië. (Behistuninscriptie 21)

Uiteraard waren dit geen opstanden. Dat veronderstelt immers dat er een moment was geweest waarop deze gebieden Darius als heerser hadden erkend en dat was niet het geval. Dit waren gebieden die na de dood van Kambyses en Bardiya/Gaumata voor zichzelf waren begonnen en niet van zins waren hun herwonnen onafhankelijkheid op te geven. De lijst uit Behistun is overigens niet eens compleet: Herodotos weet dat de satraap van Lydië (in wat nu Turkije is) eveneens een nogal onafhankelijke koers was gaan varen.

Lees verder “Behistun (5)” →

Behistun (4)

Een Perzische soldaat (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De inscriptie van Behistun beschrijft hoe Darius koning werd, een verhaal dat ook Herodotos vertelt, al lijkt er een mondelinge tussenschakel geweest. We zagen ook dat de Griekse onderzoeker moeiteloos overschakelt op een oosters sprookje als hij dat blijkt te kennen. En soms laat hij iets liggen. Hij weet bijvoorbeeld van een opstand van de Meden (vermeld in Historiën 1.130) maar gaat er nauwelijks op in. Het past blijkbaar niet in het plan van zijn boek. Als het gaat om de stad Babylon, zo zullen we zien, kiest Herodotos eveneens voor een fantastisch verhaal en niet voor de zakelijke beschrijving die hij uit de mondeling doorgegeven Behistuninscriptie moet hebben gekend. Babylon moest voor in zijn Historiën iets bijzonders zijn.

Welk verhaal liet hij liggen? Wat ontdekte Rawlinson over de geschiedenis van Perzië dat in zijn tijd niet al bekend was? Dat is het verhaal van de burgeroorlog na Darius’ troonsbestijging: hij moest negentien keer slag leveren in één jaar. Het verslag is redelijk slaapverwekkend en je begrijpt dat Herodotos het liet liggen. Cyrus en Kambyses hadden de volken van Azië onderworpen en Gaumata zou ze, althans volgens Herodotos, een belastingvrijstelling hebben verleend. Dat lijkt op een concessie aan groepen die geen eenheidsstaat wilden. Darius wilde die wél en moest optreden tegen separatisten. Hijzelf zegt:

Lees verder “Behistun (4)” →

Behistun (2)

Een papyrus uit Elefantine met een deel van de tekst van de inscriptie uit Behistun, vertaald in het Aramees, illustreert hoe Darius zijn versie van de gebeurtenissen aan alle onderdanen liet weten. (Neues Museum, Berlijn)

Gisteren vertelde ik dat de Behistun-inscriptie een belangrijke rol speelde bij de ontcijfering van het spijkerschrift: ze hielp drie talen met elk een eigen spijkerschrift te ontcijferen, namelijk het Perzisch, het Babylonisch en het Elamitisch. Maar wat had koning Darius nu eigenlijk te melden?

Eerst even iets over de situatie. In 522 was koning Kambyses overleden, die Egypte had toegevoegd aan het rijk dat Cyrus de Grote had gesticht. Als we de Griekse onderzoeker Herodotos mogen geloven, was Kambyses niet goed bij zinnen geweest en had hij onder meer zijn broer Smerdis laten doden. Terwijl hij uit Egypte terugkeerde, had hij echter gehoord dat Smerdis niet alleen in leven was, maar ook de troon had opgeëist. Op weg naar huis was Kambyses toen overleden. Herodotos verklaart de wederopstanding van Smerdis als een dubbelganger: het was een magiër, die samen met zijn broer de macht had overgenomen. Een magiër is overigens geen tovenaar maar een specialist die de offerliturgieën kon opzeggen.

Lees verder “Behistun (2)” →

Behistun (1)

Het Behistun-reliëf

Het is misschien wel de bekendste Known Unknown uit de oudheidkunde: de Behistun-inscriptie. Eigenlijk heeft iedereen die een gangbare auteur als Herodotos heeft gelezen, ervan gehoord, maar werkelijk bekend is de Perzische inscriptie niet. Het leek me, nu ik toch bezig ben met een reeks Herodotosstukjes, zinvol eens een paar blogjes te wijden aan dit monument, dat zich bevindt in het westen van Iran, zo’n honderd meter boven de weg van Mesopotamië naar de Iraanse hoogvlakte. Het bestaat uit een reliëf en een inscriptie in drie soorten spijkerschrift en drie talen.

Het reliëf is een imitatie van een ander reliëf, wat verder naar het westen, in Sar-e Pol-e Zahab. Dat is rond 2000 v.Chr. gemaakt en toont een koning die een verslagen vijand vertrapt en neerziet op nog meer verslagen tegenstanders, met stroppen om hun nek. De Perzische koning Darius moet dit oeroude reliëf in de jaren van zijn staatsgreep – laten we zeggen tussen 522 en 520 v.Chr. – hebben gezien en hebben besloten dat hij ook zo’n reliëf wilde hebben. U ziet het hierboven. Van links naar rechts zijn er twee hovelingen, koning Darius die een vijand vertrapt en een reeks verslagen tegenstanders. Opnieuw met stroppen om de nek. De gevleugelde figuur bovenaan is de Perzische oppergod Ahuramazda. (Moderne zoroastrianen houden het op het zichtbare aspect van de ene god.)

Lees verder “Behistun (1)” →

Een stukje Iran in Assen

[Ik ken weinig mensen die zó enthousiast zijn over alles wat oud en mooi is als Lauren van Zoonen. Ze heeft een leuke blog die ik graag onder uw aandacht breng. Hieronder haar bespreking van de Iran-expositie in het Drents Museum in Assen.]

Sinds zondag 17 juni 2018 is de nieuwe expositie van het Drents Museum “Iran – Bakermat van de Beschaving” te bezichtigen. Een tentoonstelling waar ik al maanden reikhalzend naar uitkeek en die ik afgelopen vrijdag 22 juni bezocht. Ze overtrof al mijn verwachtingen.

Lees verder “Een stukje Iran in Assen” →

De ziggurat van Nimrud

De ziggurat van de Assyrische stad Nimrud in beter dagen.

Een ziggurat is het Mesopotamische equivalent van een Egyptische piramide: een grote, door mensenhanden gemaakte berg. De twee soorten monument zijn ook ruwweg even oud: de bouw gaat terug tot het derde millennium v.Chr. Er zijn echter twee verschillen: een ziggurat was geen graf maar een tempel, en ziggurats werden gebouwd tot in de hellenistische tijd, ruim een millennium nadat de Egyptenaren hadden besloten dat het welletjes was geweest.

Hoewel niet zo groot als de piramide van Cheops, konden de Mesopotamische tempeltorens behoorlijk hoog zijn. “Ziggurat” betekent dan ook zoiets als “hoogbouw”. De toren in Babylon was bijvoorbeeld 92 meter hoog. Het monument staat bekend als Etemenanki, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”, wat veel zegt over de symbolische betekenis van een ziggurat. De tempeltoren van Anu in Uruk, een van de jongste uit de reeks, moet nog hoger zijn geweest. Voor de best-bewaarde ziggurat moet u naar Choga Zanbil in het Iraanse Khuzestan. Aan de voet meet die ruim honderd bij honderd meter en de bakstenen berg was zestig meter hoog.

Lees verder “De ziggurat van Nimrud” →

Geschiedenis van Perzië (2)

Rembrandts weergave van het “teken aan de wand”. De vrouw links van de koning heeft de trekken van Rembrandts echtgenote Saskia.

Het punt kan niet vaak genoeg worden gemaakt en dus maak ik het gewoon nog maar eens een keer: we hebben over de oude wereld te weinig informatie. Daaruit volgt dat we over sommige gebeurtenissen eigenlijk te weinig weten. Hoe het Perzische Rijk is ontstaan bijvoorbeeld. Het staat vast dat toen koning Cyrus de Grote in oktober 539 v.Chr. de stad Babylon innam, hij in één moeite door het hele Babylonisch Rijk kon overnemen en dus beschikte over een goedgeorganiseerde staat, maar hoe hij dit kon doen is niet goed bekend. Halfnomadische stammen uit de bergen nemen niet zomaar een wereldrijk over.

Lange tijd zou het verhaal uit Herodotos, over wie ik onlangs schreef, zijn gebruikt om dit allemaal te verklaren. Het komt erop neer dat in Iran de Meden (in West-Iran) aan de macht waren en dat de Perzen (Zuid-Iran) hun vazallen waren. Op een gegeven moment besluit de Pers Cyrus in opstand te komen – het romantische sprookje dat moet verklaren waarom, zal ik later vandaag behandelen – en hij onderwerpt zijn voormalige overheerser. Vervolgens onderwerpt hij de Lydiërs in het westen van Turkije en daarna valt hij Babylonië aan. Ook oostelijk Iran wordt onderworpen en Cyrus komt om als hij probeert Centraal-Azië te onderwerpen.

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (2)” →

Kort Cypriotisch (4): Muurkroon

Godin met muurkroon (Cyprusmuseum, Nicosia)

Zoals de naam al aangeeft zijn muurkronen kronen in de vorm van een muur. Het motief is ontstaan in het Midden-Oosten: de oudste mij bekende afbeelding van zo’n muurkroon, een rotsreliëf in Naqš-e Rustam, stelt een Elamitische godin voor en dateert uit het eerste kwart van het eerste millennium v.Chr. Later namen de Assyriërs het over.

Nog later vinden we het in de Griekse kunst: rond 300 v.Chr. voorzag de beeldhouwer Eutychides van Sikyon het ooit wereldberoemde beeld van de Tyche (geluksgodin) van Antiochië van een muurkroon. Daarna ging het snel: in de Hellenistische tijd en in het Romeinse Rijk werden stadsgodinnen heel vaak afgebeeld met zo’n kroon. Voor een recenter exemplaar: zie de stedenmaagd in uw woonplaats.

Lees verder “Kort Cypriotisch (4): Muurkroon” →

Achaimenidenvaas

Achaimenidische vaas (British Museum, Londen)
Achaimenidische vaas (British Museum, Londen)

Mijn zakenpartner fotografeerde de bovenstaande vaas in het British Museum. Het voorwerp is zo’n dertig centimeter hoog en is ontdekt in het Mausoleum van Halikarnassos, de monumentale tombe die ooit is gebouwd voor de satraap van zuidwest-Turkije, Maussolos. Van dat gebouw, een van de zeven wereldwonderen, is helaas weinig meer over, maar de vaas maakt veel goed.

Om te beginnen is het materiaal, een soort calciet, afkomstig uit Egypte. De inscriptie is echter Perzisch en kun je met enige fantasie wel vertalen:

Xšayarša xšayathiya vazraka

Lees verder “Achaimenidenvaas” →