Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

Een Macedonische nederlaag

Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

Lees verder “Alexander de Grote op weg naar Gaugamela”

De hoofddoek (2) het westen

Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.

Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt tevens uit teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.

Lees verder “De hoofddoek (2) het westen”

De hoofddoek (1) het oosten

Een moeder met een complexe hoofddoek (Archeologisch museum, Basra)

Ergens rond 1770 v.Chr. verloofde Shibtu, de dochter van de koning van Aleppo, zich met Zimri-Lim, de machtige koning van de Mesopotamische stad Mari (r.1775-1762 v.Chr.). In een overgeleverd kleitablet schrijft Shibtu’s vader zijn aanstaande schoonzoon dat er, toen diens gezanten de jonge vrouw kwam ophalen, wat complicaties waren.

U hebt het huwelijksgeschenk meegebracht, maar mijn moeder is ziek en ik vrees dat in mijn paleis iets naars zal gebeuren [dat een slecht voorteken voor het huwelijk is]. Ook hebt u niet veel tijd. Daarom hebben wij in allerijl het huwelijksgeschenk dat u, meneer, hebt laten brengen, naar ons paleis gebracht en hebben wij over het meisje haar sluier gelegd.

Lees verder “De hoofddoek (1) het oosten”

Faits divers (46): oosterse data

Een inscriptie in Arabische letters zonder puntjes (Wadi Rum)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer de uitbreiding van het databestand in Mesopotamië en Arabië, waarbij ook allerlei Grieken en Romeinen opduiken.

Spijkerschrift

Ik heb weleens geblogd over de omvang van het overgeleverde corpus van de diverse oude talen, want wetenschappers hebben een jaar of twintig geleden eens uitgeknobbeld hoeveel woorden er over zijn. Over het belang en de methode van zo’n exercitie valt een boom op te zetten, en er is ook wel kritiek op, maar sommige conclusies zijn duidelijk: van de oude talen vóór 300 na Chr. is het Grieks, gemeten aan het overgeleverde aantal woorden, met afstand het grootst. Op een gedeelde tweede plaats stonden het Latijn en het Akkadisch, de spreektaal van de Babyloniërs en Assyriërs en de taal van de internationale diplomatie in de Bronstijd. Het Akkadische corpus blijft groeien: elk jaar worden meer kleitabletten opgegraven dan gepubliceerd.

Lees verder “Faits divers (46): oosterse data”

De Kimmeriërs

Kimmerische of Skythische pijlpunten (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

De Kimmeriërs, die zijn interessant! En dat is natuurlijk omdat het bewijsmateriaal enerzijds gevarieerd is, zodat allerlei specialisten erbij komen kijken, maar anderzijds tekortschiet, zodat er geen consensus kan ontstaan. Kortom: een fijne puzzel.

Dode Kimmeriërs

Eerste bewijsmateriaal: Griekse poëzie. In de Odyssee vertelt Homeros dat Odysseus, ergens in het verre verre westen, de rand bereikt van de Okeanos, waar de stad en het land van de Kimmeriërs zich bevinden. De zon schijnt er niet, de gebieden zijn eeuwig gehuld in mist en nevel, en “steeds hangt de heilloze nacht om de diep ongelukkige mensen”.noot Homeros, Odyssee 11.14ff. Als dit u doet denken aan het dodenrijk, dan zit u goed, want niet veel later brengt Odysseus inderdaad een bezoek aan die naargeestige plek.

Lees verder “De Kimmeriërs”

Faits divers (41)

Muzikanten uit ZIncirli (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers: ook dit keer een verzameling van berichtjes die mijn aandacht trokken. Niet per se het belangrijkste nieuws, niet per se belangrijk, niet per se nieuws.

Muziek!

Het eerste artikel begrijp ik eerlijk gezegd niet tot in detail, maar wat ik wel denk te begrijpen is dat muziek in Bronstijd-Ugarit en India vergelijkbaar klonk. Een en ander valt af te leiden uit het in Ugarit gevonden lied “De bruiloft van Nikkel en Yarich” en de Indische Rig-Veda.

Lees verder “Faits divers (41)”

Faits divers (34)

Meisje in toga (© Museo de Navarra)

Een nieuwe lente, een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: allerlei kleine, onsamenhangende berichtjes. Daarom heet de rubriek ook faits divers.

***

Toga

De toga geldt als een Romeins mannenkledingstuk. Meer precies, een kledingstuk voor heren die op chique wilden gaan. De dichter Vergilius typeerde de Romeinen als gens togata, getogeerd volk, en keizer Augustus citeerde die woorden toen hij decreteerde dat heren op het Forum Romanum goed gekleed dienden te gaan. Voor mij kwam het vrij onverwacht dat in het noorden van Spanje een standbeeld van iemand, gehuld in een toga, blijkt te hebben toebehoord aan een jonge vrouw. Was het iemand die tot man was “gepromoveerd”? Vergiste de bronsgieter zich? Begrijpen we Romeinse gender-rollen niet goed?

Lees verder “Faits divers (34)”

De antieke hoekharp

Reconstructie van een hoekharp uit Ur, met dertien snaren; de aanhechting van de arm aan de klankkast is verstevigd. (©British Museum, Londen)

De oudste dateerbare harp is een zogeheten hoekharp uit ongeveer 2600 v.Chr., gevonden in de koninklijke graven van Ur door Leonard Woolley. Zo’n hoekharp had een met dierenhuid bespannen doos als klankkast, meestal gemaakt van hout, maar ook ander materiaal komt voor. De klankkast van dit dertiensnarige instrument was horizontaal, terwijl de arm omhoog stak.

Uit dezelfde periode dateert de Cycladische harpspeler uit het vorige blogje. Deze hoekharp wordt bespeeld door een zittende man met de harp op zijn knie. Daar is de klankkast verticaal. De snavelachtige versiering aan de bovenkant lijkt op die van de harp op de vaas van de Peleusschilder hieronder.

Lees verder “De antieke hoekharp”

De Frygiërs van koning Midas

Frygisch reliëfje (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb al een paar keer verwezen naar de Frygiërs, een volk dat in de IJzertijd woonde in Anatolië – zeg maar Turkije. Toen ik blogde over de taal van de Trojanen, wees ik er bijvoorbeeld op dat de Frygiërs vanaf de Balkan naar Anatolië waren gemigreerd en toen de voorouders van de Lydiërs naar het zuiden hadden geduwd. Voor deze migratie zijn verschillende aanwijzingen, zoals de verspreiding van typisch Balkan-aardewerk naar Troje VIIb. De Troje-expositie in Rotterdam stelde dit verband centraal, maar dat was in 1984. Ik weet niet of de archeologische inzichten nog dezelfde zijn.

Maar daarnaast is er het talige bewijs. De Frygische taal is te reconstrueren uit namen, citaten en pakweg 400 inscripties: ruim voldoende om te zien dat ze niet verwant is met de Anatolische talen van de Bronstijd, zoals het Luwisch, en de daarvan afgeleide IJzertijdtalen, zoals het Lydisch en het Karisch. Het Frygisch lijkt veel meer op de talen van het zuidelijke Balkanschiereiland en behoort dus tot een andere tak van de Indo-Europese familie. Ook de Griekse onderzoeker Herodotos weet dat de Frygiërs feitelijk Thracische Brygiërs waren, die ooit de Hellespont waren overgestoken.noot Herodotos, Historiën 7.3. De overgang van /b/ naar /f/ die we in deze twee eigennamen zien, is ook verder goed gedocumenteerd.

Lees verder “De Frygiërs van koning Midas”

Wat is een nahiru?

Nijlpaard in de dierentuin van Antwerpen: een nahiru?

De Assyrische koning Tiglat-Pileser I regeerde veertig jaar, van 1115 tot 1076 v.Chr. Zijn koninkrijk had de chaotische overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd, traditioneel geassocieerd met de Zeevolken, vrij goed doorstaan, maar in het westen was het rijk van de Hittieten gedesintegreerd. Nieuwe, kleinere politieke eenheden namen de macht over. Historici noemen het de Neo-Hittitische koninkrijkjes, of ook wel de Arameeërs. De onrust in het westen dwong Tiglat-Pileser tot interventie, niet minder dan veertien keer.

Veldtocht naar zee

De campagnes waren meestal extreem gewelddadig, maar niet altijd. Een expeditie rond het jaar 1000 v.Chr. vermeldt in elk geval niet de wreedheden die voor andere jaren wel worden genoemd. Hij rukte eerst op naar Homs in het huidige Syrië en reisde daarvandaan naar de Middellandse Zee, door de vallei die nu de grens is tussen Libanon en Syrië. Zo bereikte hij Amurru, de kuststrook. Tiglat-pileser was de eerste Assyrische vorst die de zee bereikte en daar was hij overduidelijk trots op. De boottocht was het hoogtepunt van zijn reis.

Lees verder “Wat is een nahiru?”