Geliefd boek: Begin van een onbekend tijdperk

Zo haalde Paustovski me uit een depressie

Een kwart eeuw geleden werd ik plots emotioneel analfabeet. Ik kon nog lezen –werken zou anders wel erg lastig zijn geworden– maar lezen voor mijn plezier ging niet meer. Net zoals het toen niet meer tot me doordrong of voedsel me smaakte, misten woorden ieder doel.

Het overviel me, want tot dan toe hadden boeken me juist door moeilijke perioden heen gehaald. Ik probeerde keer op keer de lettertroost te hervinden, maar zonder resultaat. Totdat ik een boek uit de kast pakte dat ik tien jaar eerder van mijn vader had gekregen.

Lees verder “Geliefd boek: Begin van een onbekend tijdperk” →

De Skythen (2)

De kunst van de Skythen: paardenbeslag in de vorm van een hert (Antikensammlung, Munchen)

Dat Cunliffes boek The Scythians. Nomad Warriors of the Steppe niet werkelijk overtuigt, zoals ik al zei, ligt voor een deel aan de materie. Wie schrijft over pakweg de oude Egyptenaren kan wel het een en ander bekend veronderstellen: een handvol koningsnamen, piramiden, goden met dierenhoofden, de Nijl, en dat alles in de drie millennia voor het begin van onze jaartelling. Maar waar Hövsgöl Aimag en het Dzhungar-basin liggen, wat een kurgan is en wanneer de Samara-Oeral-cultuur valt te dateren, dat is lastiger. Ligt de Syr Darya nou ten zuiden of ten noorden van de Amu Darya? Wat was het verschil ook alweer tussen Saka Tigrakhauda en de Saka Haumavarga? Het ligt niet aan Cunliffe dat een lezer het moeilijk vindt de aandacht erbij te houden, zeker omdat hij probeert compleet te zijn en geen grafheuvel onvermeld lijkt te willen laten. Het duizelt je echter van de namen.

Herodotos’ Skythen

Een ander probleem is wel Cunliffes eigen keuze: de enorme rol van het vierde boek van Herodotos. Nu mogen we zeker blij zijn dat we deze vijfde-eeuwse beschrijving van het leven ten noorden van de Zwarte Zee hebben, maar Cunliffe stapt wat makkelijk over de problemen heen. Dat probleem is niet, zoals wel wordt beweerd, dat Herodotos’ Skythen een soort anti-Grieken zijn, de barbaren die nodig zijn om de Grieken beschaafd te laten lijken. Zo simpel werkt antieke etnografie niet: die “ander” is niet slechts een anti-Griek maar is altijd ook een alter ego.

Lees verder “De Skythen (2)” →

De Skythen (1)

Een Skythische boogschutter op een Griekse vaasschildering (Louvre, Parijs)

Het is pas op blz.311 in zijn vorig jaar verschenen boek The Scythians. Nomad Warriors of the Steppe dat de door mij bewonderde Britse oudheidkundige Barry Cunliffe het punt maakt waar ik op zat te wachten. Het is wat lyrisch geformuleerd maar belangrijk:

The wide expanse of steppe flowing through Eurasia, with its grey-green horizons receding in the distance and its shimmer as the wind rustles the grass, challenges everyone to be on the move. Like the sea, it is a world where nothing can stay still and, like the sea, it sweeps everything onward. For millennia people have progressed through the steppe, sometimes in repeating patterns of transhumance and sometimes with astonishing speed, crossing huge distances to seek out new pastures. The Scythians occupy only one small part of the grand narrative.

Skythen en andere nomaden

De golven van de zee zijn de perfecte metafoor. Ze bewegen op en neer, vormen samen een enorme stroming en verplaatsen grote watermassa’s over enorme afstanden. Steppenomaden bewegen met de jaargetijden van zomer- naar winterweiden, clusteren samen onder leiding van deze of gene charismatische leider – een Attila de Hun, een Djengis Khan, een Timoer Lenk – en vormen een volk, verplaatsen zich van het oosten naar het westen, vallen weer uiteen en herclusteren dan weer als er een nieuwe leider opstaat. Het geldt ook voor de Indo-Europeanen, voor de Kimmeriërs, voor de Skythen, voor de Sarmaten, voor de Kushana’s, voor de Alanen, voor de Hunnen, voor de Avaren, voor de Turken, voor de Bulgaren, voor de Khazaren, voor de Magyaren, voor de Tataren, Mongolen, Kozakken, Oezbeken. Seizoensmigratie van veetelers, krijgers te paard, steeds weer trekkend van de droge steppe van Manchurije naar het wat vochtiger Oekraïne, Roemenië en Hongarije. De Skythen vormden maar één hoofdstuk in het grote verhaal, één golf in een zee van migrerende steppenomaden.

Lees verder “De Skythen (1)” →

Roslavets: Damnatio Memoriae in de 20e eeuw

Nikolaj Roslavets

Zeg atonale muziek en iedereen die iets van klassieke muziek afweet denkt aan Schönberg. Vervolgens denkt men via zijn leerling Anton Webern aan piep-knars muziek: onbegrijpelijk en ontoegankelijk, behalve voor een handjevol uitverkorenen. Daar behoor ik niet toe, al maak ik graag een uitzondering voor Alban Bergs Vioolconcert. Ik heb dat horen spelen door een jongedame van het Nederlands Ballet Orkest en die wist hartverscheurend over te brengen hoe het voelt om een jong meisje kwijt te raken aan de dood. Het moge duidelijk zijn dat ik Stravinsky’s “noten drukken niets anders uit dan zichzelf” verwerp.

De ontwikkeling van atonale muziek loopt parallel aan de democratisering van deze kunstvorm. Na WO-1 werd de jazz populair, na WO-2 poprock (want ik heb er geen problemen mee om The Animals en Andre Hazes over één kam te scheren). Klassieke muziek kwam in een elitair hoekje terecht, al bleven de gouwe ouwen onverminderd populair.

Lees verder “Roslavets: Damnatio Memoriae in de 20e eeuw” →

De dood van Stalin

 

berlin_stalin_checkpoint_charlie
Stalin

Ik ben geboren in Moravië, het centrale deel van voormalige Tsjecho-Slowakije, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Al snel na de communistische machtsovername in 1948 kregen mijn ouders  veel politieke problemen en in een poging om aan de aandacht van de  machthebbers te ontsnappen verhuisden ze met ons, hun twee kleine kinderen, naar een stadje in Slowakije.

Ik heb er bijna mijn hele lagere school doorgelopen: buiten en op school sprak (en schreef) ik Slowaaks en thuis Tsjechisch, en al lijken die twee talen op elkaar, het zijn toch twee aparte talen met een aparte spelling. Je leefde als het ware in twee aparte werelden, in alle opzichten, omdat  je zelfs als kind heel duidelijk voelde dat de werkelijkheid buitenshuis anders was dan datgene wat je thuis hoorde.

Lees verder “De dood van Stalin” →

Identiteitspolitiek

Ik weet niet zo zeker of dit wel onschuldig is.

Het was zo maar een bericht van de soort waarvan je er elke dag tientallen ziet. Berichten die je, murw gebeukt door de aanhoudende stroom slecht nieuws, eigenlijk niet langer leest. Maar het gebeurt echt: Rusland wil de Jehovah’s Getuigen plaatsen op een lijst van gevaarlijke extremistische organisaties. Lees die zin nog even rustig en bedenk wat u over Jehovah’s Getuigen weet. Inderdaad: ze zijn nogal pacifistisch. U weet wel, tijdens de Eerste Wereldoorlog schoten ze in de lucht, één wereldoorlog later kregen ze van de Duitse bezetter een enkeltje concentratiekamp en in het Nederland van de Koude Oorlog verkozen ruim 800 Getuigen gevangenisstraf boven militaire dienst.

Ik heb zo’n vermoeden dat de Russische autoriteiten, als we ze zouden vragen wat ze beweegt, zullen antwoorden dat dat pacifisme weleens schijn kan zijn. Dat is immers ook hoe bestuurders – in de voormalige Sovjet-Unie, in Europa, in de Verenigde Staten – spreken over de islam: elke moslim is verdacht en als hij zegt dat hij geen plannen heeft om op gewelddadige wijze het kalifaat in te stellen, dan moeten we er rekening mee houden dat dat slechts een rookgordijn is. Denk aan Trump die moslims wil verbieden Amerika binnen te reizen tot “we” hebben kunnen uitvogelen wat er met ze aan de hand is.

***

Er komen in de voorgenomen Russische christenvervolging drie dingen samen die op zich weinig hebben te maken met het christendom, maar die wereldwijd voorkomen en eigenlijk nogal verontrustend zijn.

Lees verder “Identiteitspolitiek” →

Communistische archeologie (3)

Een recent overzicht van de Neolithische Revolutie. In de eeuwen tussen 10.000 en 7800 v.Chr. (het Pre-Pottery Neolithic A en B) werd op vijf plekken tegelijk de landbouw ontdekt. Uit: S. Riehl e.a., "Emergence of Agriculture in the Foothills of the Zagros Mountains of Iran", in Science Magazine Vol. 341 (2013), Issue 6141, pp. 65-67.
Een recent overzicht van de Neolithische Revolutie. In de eeuwen tussen 10.000 en 7800 v.Chr. (het Pre-Pottery Neolithic A en B) werd op vijf plekken tegelijk de landbouw ontdekt. Uit: S. Riehl e.a., “Emergence of Agriculture in the Foothills of the Zagros Mountains of Iran“, in Science, Vol. 341 (2013), Issue 6141, pp. 65-67.

Ik blogde eergisteren over de communistische archeologie, waarvan ik vertelde dat die een verklaring zocht voor de “spreadsheet” van regio’s en archeologische culturen die was opgesteld door Oscar Montelius. Liberalen namen als “motor” achter de vooruitgang aan dat individuen uitvindingen deden die zich daarna door imitatie verspreidden. Dat heet diffusie en meestal ontwaarde men een beweging van oost naar west. De racisten geloofden dat culturele innovaties zich verspreidden door migratie en zagen liever een beweging vanaf de Noordduitse Laagvlakte naar de rest van de wereld.

De communisten meenden dat dezelfde uitvinding verschillende keren kon worden gedaan, mits de productiemiddelen en -verhoudingen vergelijkbaar waren. Ik illustreerde dit aan de hand van de megalithische monumenten. Een ander voorbeeld is het goed-marxistische idee dat de vooruitgang geen gestaag proces is, maar plaatsvindt door middel van revoluties.

Lees verder “Communistische archeologie (3)” →

Communistische archeologie (2)

Een deel van Childe's "spreadsheet" van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.
Een deel van Childe’s “spreadsheet” van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.

Ik blogde eergisteren over de communistische archeologie, waarvan ik vertelde dat die overeenkomsten had met de wijze waarop liberalen keken naar het vak. Beide politieke stromingen delen immers een in wezen optimistisch toekomstbeeld en de grote wetenschappelijke winst van de negentiende eeuw is geweest dat de archeologen een empirische basis legden onder het achttiende-eeuwse vermoeden dat er in de geschiedenis vooruitgang was geweest.

Centraal daarbij stond het type archeologie dat Oscar Montelius had ontworpen, waarin het verleden in feite een grote spreadsheet was van regio’s en archeologische culturen. Wie er chronologisch doorheen ging, zag een zekere vooruitgang, maar verder was het eigenlijk een soort geschiedenis-met-andere-middelen, waarin de antieke beschavingen de plaats hadden overgenomen van koninkrijken die ontstonden, bloeiden en instortten. Dit was toch wat onbevredigend. Je wil méér. Je wil weten wat de motor achter de vooruitgang is. Al was het maar om die motor te stimuleren voor, om het eens negentiende-eeuws te verwoorden, the future improvement of society.

Lees verder “Communistische archeologie (2)” →

Communistische archeologie (1)

Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie
Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie

Er zijn – zie mijn voorbehoud gisteren – maar weinig overheden geweest die méér hebben gedaan om de wetenschap te bevorderen dan de Sovjet-Unie. Logisch, want het communisme is er, net als het liberalisme en het socialisme, van overtuigd dat de mens van nature goed en creatief is, en dat vooruitgang mogelijk is als mensen deze eigenschappen kunnen ontplooien. Hoewel liberalen daarbij geloven dat de dynamiek zit bij het individu, terwijl de marxistische traditie de motor van de vooruitgang zoekt in de spanningen tussen de diverse klassen, delen deze stromingen een optimistisch mensbeeld.

De grote triomf van de negentiende-eeuwse archeologie was dat ze bewees dat die vooruitgang ook werkelijk heeft bestaan. Anders geformuleerd: de menselijke geest kreeg steeds meer vat op de natuur. Dat vinden wij vanzelfsprekend, maar daar is weleens anders over gedacht: aan het begin van de negentiende eeuw verklaarde men de verschillen tussen de diverse culturen nog met de aanname dat niet alle mensen na het vertrek uit de Hof van Eden even ver waren gedegenereerd. De Patagoniërs waren bijvoorbeeld zo primitief omdat ze zo ver weg waren getrokken. De negentiende-eeuwse archeologen hebben dit op de Bijbel teruggaande beeld echter weerlegd en ik heb er al eens op gewezen dat dit een Halbe Zijlstra, die als staatssecretaris van cultuur niet wist wat hij moest met “musea vol opgegraven potten en pannen”, toch zou hebben moeten interesseren: empirisch bewijs voor een belangrijke liberale aanname.

Lees verder “Communistische archeologie (1)” →

Perzen op de Krim?

Voorbeeld van een inscriptie in Perzisch spijkerschrift (Darius' inscriptie DPd uit Persepolis, als u het wil nazoeken)
Voorbeeld van een inscriptie in Perzisch spijkerschrift (Darius’ inscriptie DPd uit Persepolis, als u het wil nazoeken)

De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vertelt dat de Perzische koning Darius I de Grote in 513 v.Chr. probeerde de Skythen te onderwerpen, het door de Griekse auteur als nomaden getypeerde volk dat destijds leefde in wat nu Oekraïne heet. Komend vanuit Azië stak de expeditie de Bosporus en de Donau over, maar ze slaagde er niet in contact te maken met de steeds verder terugwijkende nomaden en keerde onverrichterzake terug. Althans, zo vertelt Herodotos het en één ding staat vast: zijn verslag is ongeloofwaardig.

Zijn beschrijving van de Skythische gewoontes is niet onjuist, maar hij overdrijft voortdurend hun barbaarse karakter. Veel erger is dat wat hij over de eigenlijke campagne schrijft, van de clichés aan elkaar hangt. Het lijkt erop dat hij wist dat er iets was gebeurd en verzon wat er gebeurd had moeten zijn. Daarbij speelde systeemdwang een rol: de grote Perzische koning Xerxes was, naar de zin van de goden, te machtig geworden en daarom ten onder gegaan toen hij had geprobeerd Griekenland te onderwerpen – en dus moesten ook andere te machtige vorsten ten onder gaan. De eerste Perzische koning, Cyrus de Grote, zou zijn gesneuveld in Oezbekistan, diens zoon Kambyses zou een leger hebben verloren in de Egyptische woestijn. De machtige Lydische koning Kroisos zou zijn hand hebben overspeeld, met koning Kleomenes van Sparta ging het ook niet al te best. En dus moest Darius tegen de Skythen in de problemen komen.

Lees verder “Perzen op de Krim?” →