Vijf redenen om geen illegale oudheden te kopen

Papyri en andere oudheden uit het museum in Malawi belandden op de zwarte markt

Volgens mij zijn de fascinerende huisregels van deze blog zó fascinerend dat iedereen ze elke dag herleest. En de fascinerendste regel is dat ik me niet wil inlaten met illegale oudheden. Desondanks blijven mensen me benaderen die blijkbaar door de huisregels niet gefascineerd genoeg zijn.

Nog onlangs was er bijvoorbeeld iemand die schreef in de Ardennen iets fantastisch te hebben gevonden en daarover mijn advies wilde. Op de suggestie contact op te nemen met de archeologische autoriteiten volgde “dan niet”, en met die onbeschoftheid beschouwde hij de correspondentie als beëindigd. Voor alle anderen die onvoldoende gefascineerd zijn door de huisregels (en zonder een kwaad woord te willen spreken over de bona fide handelaren en verzamelaars) leg ik nog één keer uit waarom je beter geen oudheden kunt kopen als je niet heel goed weet waar ze vandaan komen.

Lees verder “Vijf redenen om geen illegale oudheden te kopen” →

De Proto-Indo-Europese godsdienst

Mjölnir (Zweeds Historisch Museum, Stockholm)

Binnenkort is in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over de Bronstijd. Het leek me, zoals ik al eerder schreef, een aardig idee de toenmalige samenleving te beschrijven aan de hand van de taal. Dit Bronstijderfgoed biedt immers een fantastisch venster op een van de toenmalige samenlevingen: de Yamnaya-cultuur in het huidige Oekraïne. Die is gedeeltelijk te reconstrueren aan de hand van de gedeelde woordenschat van latere volken, die het schrift beheersten. De redenering is hierbij dat als iets het geval is geweest in én de Proto-Indo-Europese samenleving rond 3000 v.Chr. én de schrijvende samenlevingen, het eveneens het geval moet zijn geweest in de tussenliggende Bronstijdsamenlevingen.

Vader Hemel

Zo kunnen we ook uitspraken doen over de religie van de Bronstijd. Die was, om te beginnen, polytheïstisch. Iets preciezer: men vereerde – voor zover de documentatie reikt – vooral hemelgoden, en dan vooral Vader Hemel. Die heet in het Grieks Zeus Pater, in het Latijn Ju-piter, in het Indisch Dyaus Pitar. Het tweede element betekent vader, het eerste element, *Dyeus, is afgeleid van een werkwoord dat zoiets als “stralen” of “schijnen” betekent. Datzelfde werkwoord ligt aan de basis voor het woord voor god, dat in het Latijn deus is, in het Indisch devas, in het Keltisch dewos, in het Hittitisch šiuš en in het Gotisch teiws. Het Griekse theos lijkt er weliswaar op maar heeft een andere herkomst.

Lees verder “De Proto-Indo-Europese godsdienst” →

De Tochaarse talen

De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

Het westelijk deel van wat wij China noemen, bestaat uit het zogeheten Tarimbekken, waarin de Taklamakanwoestijn ligt. Menselijk leven is alleen mogelijk aan de randen daarvan. De Zijderoute loopt dus óf ten zuiden óf ten noorden van dit bassin. De noordelijke rand is verkend door Duitse expedities, die grotten vol boeddhistische schilderingen én teksten aantroffen. Wat ze vonden, is nu te zien in het Humboldtforum in Berlijn. Een andere ontdekkingsreiziger was Aurel Stein. Dit is de Aurel Stein die ook de route van Alexander de Grote in de Swatvallei heeft verkend.

Tochaars-A en Tochaars-B

En hij ontdekte manuscripten in twee vergeten talen, die zijn vernoemd naar een volk dat ooit in de omgeving gewoond zou kunnen hebben, de Tocharen. Of de Tocharen werkelijk de talen spraken die wij Tochaars noemen, is niet zo belangrijk. Wel belangrijk is dat het aanbod aan teksten, dankzij de droge woestijn, vrij groot is. Van het Tochaars-A, dat ook weleens Turfaans is genoemd omdat sommige teksten uit de Turfan-oase komen, zijn ongeveer 2000 teksten over. Van het Tochaars-B zijn 9000 teksten over. Ze zijn geschreven in de Late Oudheid.

Lees verder “De Tochaarse talen” →

De Proto-Indo-Europese samenleving: bezit

In de Proto-Indo-Europese samenleving heette dit *peku.

De Bronstijd is de tijd waarin Europa zijn talen heeft gekregen. Indo-Europese talen. De relevantie ervan – of beter: de relevantie van het taalkundig onderzoek – staat buiten kijf. De Indo-Europese talen vormen immers een loepzuiver voorbeeld van de wijze waarop geesteswetenschappelijk onderzoek onze samenleving vormt: toen de Indo-Europese taalfamilie was ontdekt, veranderde de aard van het Europese nationalisme en gingen we volken definiëren als taalgemeenschappen. Il n’y a pas de Belges: de eeuwige Belgische staatshervormingen zijn een regelrecht gevolg van een oudheidkundige ontdekking. Niets meer, niets minder.

De Proto-Indo-Europese samenleving

Bovendien vormen de oude talen zelf ons belangrijkste erfgoed. Alle reden dus om ze als bron van informatie te gebruiken en een vroegantieke samenleving te schetsen. Ik wil dus de gedeelde woordenschat bekijken om te zien wat we kunnen weten over de wereld van de sprekers van de Proto-Indo-Europese talen. Omdat die verwante woorden hebben voor de onderdelen van een wagen, hebben we het over een wereld die is ontstaan na de uitvinding van het wiel – laten we zeggen ná 3500 v.Chr. Een wereld die ergens rond 2800 v.Chr. uiteen begon te vallen.

Lees verder “De Proto-Indo-Europese samenleving: bezit” →

Identiteit tussen fictie en absolutisme

Iets met taal, negentiende-eeuws nationalisme en identiteit

Eerlijk is eerlijk: de Oudheid is niet zo relevant. Van een paar zaken kunnen we zeggen dat van de antieke samenleving vormende werking uitgaat op onze samenleving. Agency is makkelijker geclaimd dan wetenschappelijk bewezen, maar er zijn een stuk of wat voorbeelden. Ik heb bijvoorbeeld weleens verteld hoe het beleid van Domitianus ervoor zorgde dat ook in onze samenleving joden en christenen gescheiden zijn. Een tweede vorm van relevantie is dat je door de vergelijking van toenmalige denkbeelden, hoe moeilijk kenbaar ook, en onze eigen denkbeelden meer inzicht verwerft in die laatste. Ten derde vormen oudheidkundige inzichten onze samenleving: ons op taal gebaseerde nationalisme is ontstaan nadat oudheidkundigen de Indo-Europese taalfamilie ontdekten. Ten vierde is er de toeschrijving: sinds de Renaissance – en eigenlijk al daarvóór – projecteren we van alles op de Oudheid. Die aanhoudende projectie is terecht getypeerd als wezenskenmerk van de westerse cultuur.

Ergens verspreid over de eerste categorie (aspecten met agency) en vierde categorie (projecties) ligt identiteit. Ik laat even in het midden wat identiteit eigenlijk is; het gaat me er vandaag om dat sommige identiteiten projecties of nieuwvormingen zijn terwijl andere echt op het verre verleden teruggaan. Een voorbeeld van een recent gevormde identiteit die zich beroept op de Oudheid, is het neopaganisme: denk aan mensen die zich bijvoorbeeld druïde noemen en op 21 juni naar Stonehenge komen voor rituelen. (We weten feitelijk niets over de leer van de druïden.) Voorbeelden van écht op de Oudheid teruggaande identiteiten zijn de Armeense nationaliteit en jood of christen zijn.

Lees verder “Identiteit tussen fictie en absolutisme” →

De Europese canon (46-50)

De luchtbrug naar Berlijn

Vandaag rond ik mijn reeks af over de Europese canon. We bereiken onze eigen tijd en zoals u al kon raden: het is nauwelijks nog Europese geschiedenis. Het oude werelddeel is meer dan ooit opgenomen in een grotere wereld.

De Koude Oorlog

Periode: Vanaf 1948

Alternatief: De Muur

De Verenigde Staten, met een kapitalistisch systeem, en de Sovjet-Unie, met een communistisch systeem, hadden in de Tweede Wereldoorlog de Europese democratieën gered. Italië was van partij gewisseld en bleef autonoom, maar Duitsland en Oostenrijk kwamen onder curatele. Een curatele die moeizaam was doordat de twee supermachten het vaak oneens waren. Eén van de punten waar de fricties konden escaleren was de gedeelde Duitse hoofdstad Berlijn.

Lees verder “De Europese canon (46-50)” →

De Europese canon (41-45)

De Eerste Balkanoorlog

Overmorgen zijn de Europese verkiezingen en met het oog daarop blog ik deze week over de Europese canon. Vandaag vijf onderwerpen vol geweld, met ergens op de achtergrond de doorbraak van het modernisme. De Eerste Wereldoorlog werd gewonnen door de partijen die het meeste innoveerden, en vernieuwing werd het toverwoord van de twintigste eeuw.

De instorting van het Europese systeem

Periode: 1911-1922

Alternatieven: Eerste Wereldoorlog, Vrede van Versailles

Tussen de Europese mogendheden waren altijd fricties en spanningen, maar zolang er koloniën te verdelen waren, was er een bliksemafleider. Toen het verkeerd begon te gaan, was dat dan ook op het laatste stukje wereld dat nog niet was verdeeld: op de Balkan. Het Ottomaanse Rijk was verzwakt, Italië viel het aan in Libië (1911) en in het jaar erop vielen ook Servië, Montenegro, Griekenland en Bulgarije aan. Dat was de Eerste Balkanoorlog. Die duurde bijna acht maanden; de Ottomanen verloren vrijwel al hun Europese bezittingen. De vrede duurde één maand. Toen brak de Tweede Balkanoorlog uit, waarin Servië, Montenegro, Griekenland en het Ottomaanse Rijk zich keerden tegen Bulgarije.

Lees verder “De Europese canon (41-45)” →

De Europese canon (36-40)

Oscar Montelius (©Stockholms Stadsmuseum)

Met dit negende blogje in mijn reeks over de Europese canon bereiken we de tweede helft van de “lange negentiende eeuw”: Europa als wereldmacht én het einde daarvan.

De vooruitgangsgedachte

Periode: Tweede helft negentiende eeuw

De vooruitgangsgedachte is een thema waarover ik al meer heb geblogd. De filosofen van de Verlichting waren er zeker van dat de mensheid erop vooruitging. Ook geleerden als Turgot en De Condorcet waren daarvan overtuigd, maar ze deden weinig meer dan het presenteren van een hypothese. Die baseerden ze op de klassieke teksten en op de beste etnografische data van hun tijd, maar het idee dat de mensheid van primitieve aaseter via wildeman en barbaar was opgeklommen tot beschaafd mens, was welbeschouwd niets meer dan beredeneerd giswerk.

Het empirische bewijs kwam echter in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de eerste wetenschappelijke archeologen voldoende overzicht hadden van het diepe verleden om te kunnen vaststellen dat er een evolutie was geweest van Steentijd via Bronstijd naar IJzertijd. De samenleving, zo betoogde Oscar Montelius, was complexer geworden en welvarender. De twintigste eeuw toonde mogelijkheden en ethische keuzes die voordien ondenkbaar zouden zijn geweest.

Lees verder “De Europese canon (36-40)” →

Culturele toe-eigening

Monet, La Japonaise

Culturele toe-eigening: ineens was die term er, althans voor mij, twaalf jaar geleden, toen een Nederlandse zangeres een Indiaanse verentooi wilde dragen bij het Eurovisie-songfestival. Ze zou zich iets hebben toegeëigend uit een cultuur die niet de hare was. Het was een soort klacht waarvan ik nooit eerder had gehoord.

Daar zijn verklaringen voor. De eerste is: er zijn machtige en minder machtige culturen en omdat ik behoor tot een wat machtigere cultuur, ben ik er minder op gespitst dat het verkeerd is als iemand uit een machtige cultuur iets toe-eigent uit een minder machtige cultuur. Vandaar dat ik er nooit van had gehoord. Met die verklaring neem je de constatering serieus, maar ik vind het wat makkelijk aan te nemen dat machtigere culturen per se insensitief zijn. Makkelijk vind ik ook een andere verklaring voor mijn onwetendheid: dat je zegt dat het overnemen van dingen uit andere culturen het wezen is van beschaving. Dan maak je je met een dooddoener af van het verwijt. Dat is dus ook wat al te gemakkelijk.

Lees verder “Culturele toe-eigening” →

De Europese canon (31-35)

Twee toepassingen van het SI-stelsel (Broodhuis, Brussel)

Het alweer achtste blogje in de reeks over de Europese canon is gewijd aan de eerste helft van de negentiende eeuw: de contouren van onze eigen cultuur en eigen tijd worden zichtbaar.

De meter

Periode: 1795

Alternatieven: Allgemeines Landrecht, Meridiaan van Parijs

Ik eindigde mijn voorvorige blogje met de Verlichting en mijn vorige blogje met de revoluties die Frankrijk en de rest van Europa ondersteboven kantelden. In de decennia rond 1800 werden allerlei verlichte denkbeelden geïntroduceerd. In Pruisen werd bijvoorbeeld het recht gesystematiseerd – het Allgemeines Landrecht, later gevolgd door soortgelijke codificaties elders in Europa.

Lees verder “De Europese canon (31-35)” →