Rode lichten in de archeologie (en aanverwante vakgebieden)

Het zou simpel moeten zijn. Onderzoekers ontdekken dingen en doen de peer-review, waarna voorlichters en journalisten de informatie doorgeven aan het publiek. Zo simpel is het natuurlijk niet. Teveel artikelen komen door de peer-review die nooit gepubliceerd hadden mogen zijn. Vervelend. Journalisten en voorlichters willen hun publiek immers niet voor de gek houden. Zodoende moeten ze de aangeleverde informatie toch toetsen, terwijl ze daarvoor niet zijn toegerust. Veel benodigde informatie ligt immers achter academische betaalmuren. Dat veel media inmiddels navraag doen bij een deskundige, niet betrokken bij het onderzoek, is een kwestie van noodzakelijk geworden wantrouwen.

Neem van mij aan: archeologen, classici en historici jokken weleens. In 2009 heb ik het geïnventariseerd en destijds bevatte ongeveer twee vijfde van de nieuwsberichten onjuistheden die de onderzoekers moesten hebben herkend. Doordat tegenwoordig elk bericht wordt gechurnalismd, valt zoiets niet langer te tellen, maar er is geen reden voor optimisme.

Zonder hernieuwde inventarisatie van the good, the bad, and the ugly zijn enkele rode lichten echter herkenbaar genoeg. En ook enkele oranje en groene lichten, gelukkig.

Lees verder “Rode lichten in de archeologie (en aanverwante vakgebieden)” →

Vuur van verandering?

De Zonnewagen van Trundholm (replica; het origineel is in het Nationaal Museum in Kopenhagen)

Ik blogde al enkele keren (een, twee, drie, vier, vijf) over de Bronstijd, waarover onlangs in het Rijksmuseum van Oudheden een tentoonstelling is begonnen. Daar is veel positiefs over te zeggen en dat zal ik ook nog weleens doen. Voor het moment hoeft u alleen maar te weten dat het een goede expositie is. Het verhaal: dankzij enerzijds de Indo-Europese migraties en anderzijds de handel in koper en tin, groeiden pan-Europese verbanden. Niet zonder reden is wel geopperd dat er in het geschiedenisonderwijs meer aandacht moet zijn voor de vroegste tijden. Het museum toont het Bronstijdverhaal met veel interessante en bijzondere stukken, mooie stukken ook, die je niet snel bij elkaar ziet.

Nog één woord van lof voor ik echt aan dit blogje begin: de opstelling is ietwat conservatief. Wel vitrines met voorwerpen, geen noemenswaardige toeters en bellen. Waar de architect een decor neerzette, was het functioneel, zoals het frame van een boerderij. Menselijke resten liggen achter gordijnen en dat vind ik een mooie oplossing voor een naar dilemma. Kortom: een tentoonstelling waar je fijn een uur of twee doorbrengt.

Lees verder “Vuur van verandering?” →

Precolumbiaanse culturen

Tijdvak: 1500 v.Chr. - 1525 na Chr.
1500-1400 v.Chr.1400-1300 v.Chr.1300-1200 v.Chr.1200-1150 v.Chr.1150-1100 v.Chr.1100-1050 v.Chr.1050-1000 v.Chr.1000-0950 v.Chr.0950-0900 v.Chr.0900-0850 v.Chr.0850-0800 v.Chr.0800-0775 v.Chr.0775-0750 v.Chr.0750-0725 v.Chr.0725-0700 v.Chr.0700-0675 v.Chr.0675-0650 v.Chr.0650-0625 v.Chr.0625-0600 v.Chr.0600-0575 v.Chr.0575-0550 v.Chr.0550-0525 v.Chr.0525-0500 v.Chr.0500-0475 v.Chr.0475-0450 v.Chr.0450-0425 v.Chr.0425-0400 v.Chr.0400-0375 v.Chr.0375-0350 v.Chr.0350-0325 v.Chr.0325-0300 v.Chr.0300-0275 v.Chr.0275-0250 v.Chr.0250-0225 v.Chr.0225-0200 v.Chr.0200-0175 v.Chr.0175-0150 v.Chr.0150-0125 v.Chr.0125-0100 v.Chr.0100-0075 v.Chr.0075-0050 v.Chr.0050-0025 v.Chr.0025-0001 v.Chr.0001-0025 na Chr.0025-0050 na Chr.0050-0075 na Chr.0075-0100 na Chr.0100-0125 na Chr.0125-0150 na Chr.0150-0175 na Chr.0175-0200 na Chr.0200-0225 na Chr.0225-0250 na Chr.0250-0275 na Chr.0275-0300 na Chr.0300-0325 na Chr.0350-0375 na Chr.0375-0400 na Chr.0400-0425 na Chr.0425-0450 na Chr.0450-0475 na Chr.0475-0500 na Chr.0500-0525 na Chr.0525-0550 na Chr.0550-0575 na Chr.0575-0600 na Chr.0600-0625 na Chr.0625-0650 na Chr.0650-0675 na Chr.0675-0700 na Chr.0700-0725 na Chr.0725-0750 na Chr.0750-0775 na Chr.0775-0800 na Chr.0800-0825 na Chr.0825-0850 na Chr.0850-0875 na Chr.0875-0900 na Chr.0900-0925 na Chr.0925-0950 na Chr.0950-0975 na Chr.0975-1000 na Chr.1000-1025 na Chr.1025-1050 na Chr.1050-1075 na Chr.1075-1100 na Chr.1100-1125 na Chr.1125-1150 na Chr.1150-1175 na Chr.1175-1200 na Chr.1200-1225 na Chr.1225-1250 na Chr.1250-1275 na Chr.1275-1300 na Chr.1300-1325 na Chr.1325-1350 na Chr.1350-1375 na Chr.1375-1400 na Chr.1400-1425 na Chr.1425-1450 na Chr.1450-1475 na Chr.1475-1500 na Chr.1500-1525 na Chr.
Olmeeks portret (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Deze blog begon ruim dertien jaar geleden als een algemeen medium, zeg maar als een soort dagelijkse krant, en veranderde al snel in een blog over de Oudheid. Ik heb Rome, Griekenland, Egypte, Mesopotamië en Perzië altijd gepresenteerd in samenhang met Centraal-Eurazië en met Afrika; de Indusbeschaving en China kregen wat minder aandacht omdat ik er wat minder van weet. En Precolumbiaans Amerika kreeg pas de laatste jaren wat aandacht.

Eén reden daarvoor is dat ik meende dat de Precolumbiaanse culturen niet goed pasten bij de definitie van de oude wereld: de periode waarover we naast het archeologische bewijs al geschreven bronnen hebben, maar niet zó veel bronnen dat we aan echte geschiedvorsing kunnen denken. Eigenlijk, dacht ik, bestaat deze situatie in de Amerika’s alleen in de ruime eeuw vóór Cortés en Pizarro. Maar er zijn veel meer teksten, oudere ook, dan ik dacht. Een tweede reden: voor de op deze blog behandelde materie over de Oude Wereld kan ik zonder de Azteken en Inka’s uit de Nieuwe Wereld. En ook daarover ben ik anders gaan denken.

Lees verder “Precolumbiaanse culturen” →

Faits divers (28)

De Gouden Hoed van Schifferstadt, nu te zien in Leiden

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer de Bronstijd, slecht nieuws uit Leiden, reclame en een leuk boek.

***

De Bronstijd

In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is afgelopen vrijdag de langverwachte expositie geopend over de Bronstijd. Dat is de tijd tussen ruwweg 2000 en 800 v.Chr., en het voornaamste erfgoed uit die periode bestaat uit onze genen en onze talen. Ik heb de tentoonstelling nog niet kunnen bezoeken, maar er is al één mooi effect en dat is een fijn artikel in De Volkskrant over de herkomst van het brons dat is gevonden in de Lage Landen. We hebben hier immers geen tin- of koperaders.

Lees verder “Faits divers (28)” →

Tekstselectie

Plato, wiens oeuvre al in de Oudheid aan tekstselectie onderworpen is geweest (Glyptothek, München)

Oudheidkundigen hebben twee hoofdsoorten bewijsmateriaal: de materiële resten en de geschreven teksten. Beide zijn de “neerslag” van de antieke cultuur. Een cultuur die we niet langer kunnen observeren en waarvoor we dus geen direct bewijs hebben, maar slechts aanwijzingen. Veel is ’t niet, maar juist het gebrek aan en de ambiguïteit van de data maken het vak uitdagend. De hamvraag is steeds hoe we van de weinige aanwijzingen die er zijn, komen tot een verantwoorde reconstructie van de antieke cultuur.

Over de wijze waarop archeologen de materiële resten de antieke cultuur documenteren, is veel geschreven. Dat heet reconstructietheorie en die maakt onderscheid tussen twee soorten verandering. Enerzijds zijn er natuurlijke transformaties: de wijze waarop, sinds de Oudheid, de materiële resten zijn veranderd. De processen variëren van het wegspoelen van steden langs de Nijl tot het ontstaan van patina op munten. Anderzijds zijn er culturele transformaties, die optreden als de aard van de materiële resten verandert door menselijk ingrijpen. Wie z’n afval opveegt, verandert ook z’n materiële neerslag. De jargontermen, die ik u gebied te vergeten, zijn n-transformatie en c-transformatie.

Lees verder “Tekstselectie” →

Archeologie als sociale wetenschap

Giorgio de Chirico, Gli archeologi (1927)

Dit stukje gaat over archeologie. En de conclusie gaat over journalistiek. Maar we beginnen bij de historische taalkunde.

Wetmatige verbanden

Lang geleden hadden wetenschapstheoretici het idee dat wetenschap bestond uit waarnemen, het herkennen van patronen of wetmatigheden, en het doen van voorspellingen. Voor een deel werkt het inderdaad zo. De taalkunde herkent bijvoorbeeld dat als een Latijns, Grieks of Oud-Indisch woord begint met een /p/, daar in de Germaanse talen vaak een /v/ of een /f/ stond. Als een nieuwe Germaanse taal zou kunnen worden ontdekt, mogen we aannemen dat het woord voor vader ook daar begint met een /v/ of een /f/.

De klankwetten hebben dus voorspellend vermogen en als het blijkt te kloppen, heet dat corroboratie. In de afgelopen kwart eeuw zijn nogal wat al bekende talen beter beschreven – denk aan de Indo-Europese talen van Centraal-Azië en Anatolië – en zijn ook allerlei nieuwe talen ontdekt, zoals de talen die zijn gedocumenteerd in de tienduizenden pas ontsloten inscripties uit de Arabische wereld. En de klankwetten blijken grosso modo correct. Uiteraard zijn er uitzonderingen, maar daar gaat mijn stukje niet over. Het gaat me er vandaag om dat we hier een visie hebben op het functioneren van wetenschap, die veronderstelt dat onze kennis van onderaf wordt opgebouwd. En dat deze visie bestaansrecht heeft. Ze wordt wel aangeduid als positivistisch, al is dat een term die steeds weer iets anders betekent.

Lees verder “Archeologie als sociale wetenschap” →

De oudste poëzie

Orfeus improviseert zijn poëzie (Museum van Antiochië)

De woordenschat van de Indo-Europese talen gaat terug op een oertaal die in het huidige Oekraïne gesproken is geweest toen de Steentijd overging in de Bronstijd. Die taal kunnen taalkundigen redelijk goed reconstrueren dankzij goed gefundeerde klankwetten en zo kunnen ze uitspraken doen over de tussenliggende eeuwen. Zeg maar de Bronstijd, de periode waaraan het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden vanaf 18 oktober een overzichtstentoonstelling zal wijden. Taal en archeologie gaan hier hand in hand, want een fors deel van de archeologische interpretatie veronderstelt informatie die de taalkundigen hebben geleverd. Omgekeerd helpt de archeologie tegen al te malle, op taal gebaseerde reconstructies van de oude samenlevingen.

Het potentieel van de taalkunde beperkt zich echter niet tot de vaststelling dat er koningen, gezinnen en hemelgoden zijn geweest, of dat er zaken bestonden als magische rituelen en de uitwisseling van geschenken. Taalkundigen kunnen ook uitspraken doen over de vorm van de poëzie. Niet over de inhoud helaas; wat men in de gedichten vertelde, is voorgoed verloren. Maar hoe de dichters te werk gingen, daarover kunnen taalkundigen uitspraken doen. Ze kijken daarvoor naar de poëzie van de Indo-Europese talen, herkennen overeenkomsten en beredeneren hoe die kan zijn ontstaan uit een gemeenschappelijke Proto-Indo-Europese oerpoëzie.

Lees verder “De oudste poëzie” →

Grotefend en het spijkerschrift

Persepolis, inscriptie DPa

Het verhaal van Champollions ontcijfering van de hiëroglyfen is vaak genoeg verteld. Ik heb er lang geleden weleens een filmpje over gemaakt. Hoe een codebreker uit de Tweede Wereldoorlog, Michael Ventris, erin slaagde het Lineair-B te lezen, heb ik ook weleens aangestipt. Dat is eveneens een bekend verhaal. Over de ontcijfering van het spijkerschrift hebben we het op deze blog echter nooit gehad, terwijl dat een leuke puzzel is geweest.

Spijkerschriften

Maar eerst even dit. Er zijn verschillende soorten spijkerschrift. Het voornaamste is het Babylonische, dat ook door de Assyriërs werd gebruikt. Het is afgeleid van het Sumerische spijkerschrift. Verder hadden de Elamieten een eigen spijkerschrift, en toen de Perzen eenmaal in het Nabije Oosten de macht hadden, voelden ze zich aan hun stand verplicht ook een eigen schrift te hebben. Dat gebruikten ze in hun koninklijke inscripties, vaak in combinatie met andere schriftsoorten – kijk maar hier.

Lees verder “Grotefend en het spijkerschrift” →

Jood: een beladen begrip

Van de hand van Ewoud Sanders verscheen vorige week een interessant boek met de niet mis te verstane titel Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het onderliggende probleem – anders gezegd, waarom is het woord “jood” zo beladen? – is misschien wel het beste geïllustreerd door de spellingswet, die vindt dat het woord met een kleine letter geschreven moet worden als het om religie gaat, en met een hoofdletter als het om een volk gaat. Bij Joden/joden valt het een echter niet los van het ander te zien, want ze zijn eeuwenlang een volk geweest dat (althans volgens velen) door religie was gedefinieerd. Daarmee paste de Jood niet in de bekende hokjes. We verdelen de mensheid in volken waar je affiniteit mee hebt en volken waarbij je dat niet voelt, en in godsdiensten die je begrijpt en die je niet begrijpt, en het bestaan van Joden problematiseert dat soort handige verdelingen. Dat maakt jodendom lastig, althans voor niet-joden/niet-Joden.

Stereotypen

Sanders’ boek blijft lichtvoetig. Beginnend met het Bijbelverhaal over Juda, de naamgever van de stam Juda, die in de Vroege IJzertijd leefde rond Jeruzalem, en met een korte stop bij de (valse) beschuldiging dat “de” Joden Christus hadden vermoord, komt Sanders al snel uit bij het soort informatie waar hij goed in is: de geschiedenis van Nederlandse woorden in de afgelopen twee, drie eeuwen.

Lees verder “Jood: een beladen begrip” →

De Proto-Indo-Europese samenleving: namen

Imerix en Servofredus; twee goed-Germaanse namen (Archeologisch museum, Zadar)

Met het oog op de naderende Bronstijdtentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden, beloofde ik wat te zullen schrijven over de Chalcolithicum/Bronstijd-samenleving die we kunnen reconstrueren aan de hand van wat we kunnen reconstrueren van het Proto-Indo-Europees. Dat ik tweemaal “we kunnen reconstrueren” schrijf, is lelijk maar geen toeval. Als we het hebben over het Proto-Indo-Europees, bedoelen we  een verzameling dialecten. En “de” daarop gebaseerde samenleving is natuurlijk eveneens slechts een benadering. Zoals alle oudheidkundige kennis.

Eén van de dingen waar de reconstructie echter redelijk solide is, is de naamgeving. We kennen namelijk heel veel persoonsnamen, afkomstig uit vrijwel alle Indo-Europese talen. En in bijna al die talen zien we hetzelfde patroon, dat taalkundigen aanduiden als tweestammigheid. Dat wil zeggen dat een naam bestaat uit twee elementen. De Griekse naam Nikolaos – het is vandaag immers het feest van de geboorte van Sint-Nikolaas – bestaat uit twee elementen, namelijk nikè, “overwinning”, en laos, “volk”. Het betekent dus zoiets als “overwinning voor het volk” of “overwinnaar van het volk”.

Lees verder “De Proto-Indo-Europese samenleving: namen” →