Alexander de Grote in Tyrus (1)

Een Fenicische priester uit Tyrus (Louvre, Parijs)

Zoals de regelmatige lezers van deze blog inmiddels hebben gemerkt, ben ik begonnen aan een reeks over de oorlog van Alexander de Grote tegen het Perzische Rijk. In eerdere afleveringen vertelde ik over de wijze waarop hij aan de macht kwam en zijn wederwaardigheden in het huidige Turkije. Over de slag bij Issos, waarin de Macedoniërs de Perzische troepen van Darius III Codomannus versloegen, had ik lang geleden al eens geblogd. Dat gevecht, in de eerste dagen van november 333 v.Chr., eindigde in een afschuwelijke slachting omdat de Perzen niet weg konden komen.

Na afloop begon Alexander een relatie met een Perzische maîtresse, Barsine. Over haar heb ik eerder geschreven; ze moet een soort Doña Marina zijn geweest, die de Macedoniërs hielp bij het begrijpen van de oosterse cultuur. Maar niet voldoende, zoals we constateren bij het vervolg: hoe Alexander Fenicië veroverde.

Lees verder “Alexander de Grote in Tyrus (1)”

Deel dit:

De Zeven Wonderen van België

Doopvont van Reinier van Hoei (Sint-Lambertuskerk, Luik)

Ik houd van fietstochtjes en eigenlijk interesseert het me niet zoveel waar ik begin en eindig. Ik ben weleens langs alle hunebedden gefietst; aan die ouwe stenen valt weinig te ontdekken, maar het is prettig fietsen in Drenthe en Groningen. Ook ben ik weleens om Vlaanderen gereden, doelloos maar tevreden. Mijn fietstocht rond Nederland is bijna voltooid. Het klassieke kwartet AalstPeutieZwevezeleGenoelselderen heb ik al binnen. En zoals het gaat: onderweg ontdek je links een mooi kasteel en rechts een smakelijk streekgerecht.

Een ander reisdoel-dat-geen-doel-is-maar-tussenstop-in-een-tochtje: de Zeven Wonderen van België. Ik begrijp dat het lijstje een halve eeuw geleden is gemaakt als een publiciteitscampagne om toeristen te lokken. Die zullen zich zeker niet bekocht hebben gevoeld: het is een mooi lijstje, waarin Vlaanderen en Wallonië elk met drie kunstwerken zijn vertegenwoordigd en Brussel met één. Ook chronologisch is het mooi verdeeld.

Lees verder “De Zeven Wonderen van België”

Deel dit:

Het complot tegen Caesar

Portret van een tijdgenoot van Caesar (Metropiltan Museum, New York)

In de zomer van 45 v.Chr. of, zoals de Romeinen het noemden, het jaar dat begon met Julius Caesar als enige consul, reisde Romes hoogste magistraat in het zuiden van het huidige Frankrijk. Op de vraag wat hij daar vandaag 2069 jaar geleden deed, luidt het antwoord dat hij koloniën stichtte voor zijn veteranen. Ik noemde ze al: in Narbonne vestigde hij legionairs van X Equestris, hij richtte de stad Arles in voor de mannen van VI Ferrata en organiseerde tevens de oorlogshaven Fréjus. Al eerder had hij wat verder stroomopwaarts langs de Rhône veteranenkolonies gesticht.

Het begin van een samenzwering

Het was in deze tijd dat de samenzwering begon te groeien die Caesar het leven zou kosten. De aanstichter was Gaius Trebonius en ik kan me voorstellen dat u even niet meer meteen paraat hebt wie dat ook alweer was. Het was een trouwe partijganger van Caesar, die zich had onderscheiden in de Gallische Oorlog. Hij had in het eerste jaar van de Tweede Burgeroorlog leiding gegeven aan de belegering van Marseille (een, twee, drie) en was daarna gouverneur geweest in Andalusië. Daar had hij echter de orde niet weten te handhaven en hij was zelfs verdreven uit zijn residentie Córdoba. Daarna was Gnaeus Pompeius Junior in het gebied geland.

Lees verder “Het complot tegen Caesar”

Deel dit:

Poëzie: Keizer Caligula

Caligula (Cyprusmuseum, Nicosia)

[Fragment uit een verloren gewaand handschrift van Suetonius, teruggevonden in de abdij van Fulda, vertaald door Marieke Baert. Dit is het vierde deel van een twaalfdelige reeks over macht en onmacht in Rome. Het eerste deel was hier.]

In Katwijk aan Zee
Met een leger of twee
Hield het geen vier jaar vol

Ze hoorden hem stamelen
Schelpen te verzamelen
Niets was dit warhoofd te dol

Om een bruggenhoofd te bouwen
Aldus Plinius de Oudere
Als je het mij vraagt, puur voor de lol

***

Een gastbijdrage van onze huisdichter Hans Koonings. Wordt vervolgd. Dank je wel Hans!

Deel dit:

Debbie Harry

Debbie Harry

Ik vrees dat als jonge mensen – ik denk concreet aan mijn vriend S. (vijf) – het onderstaande liedje van Blondie zullen horen, ze in het historisch woordenboek moeten opzoeken wat een “phone booth” toch kan zijn geweest. Alles wordt op den duur onbegrijpelijk en dat is maar goed ook, want anders zou er niks overblijven om je over te verbazen. De energie en het enthousiasme van het onderstaande liedje zijn na bijna een halve eeuw echter nog altijd te proeven. In elk geval uw dagelijkse blogger word hier nog altijd heel erg vrolijk van.

Lees verder “Debbie Harry”

Deel dit:

Het museum van Oudenburg

Het Romeinse fort Oudenburg rond 325 na Chr.

In de jaren zeventig van de tweede eeuw na Chr. plunderden Chauken (*Hauhae ofwel “hooghemers”, zeg maar de bewoners van de wierden in Groningen) het Vlaamse kustgebied. Daar woonden de zogeheten Menapiërs: een oeroude naam die de Romeinen bleven gebruiken voor de bewoners van een gemeente die ze bestuurden vanuit Doornik. We zouden niets van de Chaukische plundertocht hebben geweten als de Romeinse generaal die tegenmaatregelen trof, Didius Julianus, in 193 niet een paar weken keizer zou zijn geweest, waardoor we beschikken over zijn biografie. Er waren al wat forten langs de Noordzee, maar nu maakten de Romeinen echt werk van de kustverdediging. In deze context moeten we het fort plaatsen van Oudenburg.

Een fort uit de vierde eeuw

Het plaatje hierboven toont hoe het er uitzag in de vierde eeuw: een zes meter hoge muur die inmiddels was opgetrokken uit steen, een brede gracht en torens waarop de soldaten geschut konden plaatsen. Binnen de muren waren een badhuis, een lazaret, een stafgebouw, werkplaatsen, voorraadschuren, een huis voor de commandant en de gebouwen waar de soldaten overnachtten. Er leefden ook vrouwen in het fort, maar hun status is onduidelijk.

Lees verder “Het museum van Oudenburg”

Deel dit:

De samaritaanse vrouw

Een ontmoeting van een vrouw en een man bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Aan het begin van het evangelie van Johannes vinden we het verhaal van Jezus’ ontmoeting met de samaritaanse vrouw. Eerst maar even een misverstand wegruimen: de bewoners van de stad Samaria heten Samarianen en de leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap zijn samaritanen. Die groepen vielen en vallen niet samen en Johannes’ samaritaanse vrouw woont dan ook niet in Samaria maar in het verder niet bekende Sychar.

Het is logisch dat we Sychar niet kennen, want het moet een vlek op de landkaart zijn geweest, waar een vrouw water haalde bij de dorpsput. Daarom is het een verrassing dat Johannes het een polis noemt, wat oorspronkelijk de aanduiding was van een zelfstandige en autonome nederzetting, en in de Romeinse tijd meestal verwijst naar een gemeente met eigen bestuur. Dankzij auteurs als Flavius Josephus kennen we de topografie van de regio vrij goed – maar niet Sychar. Overigens hoefde een polis geen stadsmuur, geen raadsgebouw, geen theater, geen aquaduct, geen gymnasium en zelfs geen markt te hebben om toch een zelfstandige gemeente te zijn,noot Pausanias, Gids voor Griekenland 10.4.1. dus wie weet bestond er een polis Sychar die te klein was voor Josephus’ opmerkzaamheid. In elk geval: het was een onbeduidende plek.

Lees verder “De samaritaanse vrouw”

Deel dit:

Titus Livius (7): kwaliteiten

Zomaar een Romein met een kapsel à la keizer Augustus, niet per se Titus Livius (Archeologisch museum Córdoba)

[Laatste blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

Livius leefde tweeduizend jaar geleden. Je mag hem elitair noemen, je mag zijn moralisme oppervlakkig noemen. Het is immers een klassieke auteur. Om deze reeks niet in mineur te beëindigen, noem ik twee deugden die Livius óók bezit.

Titus Livius als stilist

Om te beginnen kan hij een verhaal vertellen. Tijdens het bewind van keizer Domitianus (r.81-96) stelde Quintilianus, een docent welsprekendheid, de Romeinse geschiedschrijvers Livius en Sallustius gelijk aan de Griekse auteurs Herodotos en Thoukydides.noot [Quintilianus, Opleiding tot redenaar 10.1.101.]. Dat was destijds de allergrootst mogelijke lof. Als Livius iets vertelde, zo vervolgde Quintilianus, was het verhaal zo helder als kristal, terwijl zijn toespraken onbeschrijfelijk welluidend waren.

Lees verder “Titus Livius (7): kwaliteiten”

Deel dit:

Titus Livius (6): bronnen

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Kunsthistorisch museum, Boedapest)

[Zesde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

Livius pochte dat hij alle relevante Griekse en Romeinse geschiedenisboeken had gelezen en eigenlijk is er geen reden om daaraan te twijfelen. Dat wil niet zeggen dat gegarandeerd waar is wat hij schrijft. Niet omdat hij niet waarheidlievend zou zijn. Hij is erop gespitst de waarheid te vertellen en onderbreekt zijn verhaal regelmatig voor opmerkingen die een kritische houding verraden:

Van de vijanden kwamen 2500 man om en velen bezweken later aan hun verwondingen. Door [sommige eerdere geschiedschrijvers] wordt een veelvoud van verliezen aan weerszijden overgeleverd. Ikzelf houd om te beginnen niet van ongegronde overdrijving – een veel voorkomende neiging van geschiedschrijvers – en bovendien beschouw ik Fabius, een tijdgenoot van deze oorlog, als de beste bron.noot Livius 22.7.4; vert. Hetty van Rooijen.

Dit verhaal is meer geschikt voor een theatervoorstelling, waar wonderbaarlijke gebeurtenissen in trek zijn, dan om er geloof aan te hechten, en het is de moeite niet waard het te bevestigen of te weerleggen.noot Livius 5.21.8.

Lees verder “Titus Livius (6): bronnen”

Deel dit:

Titus Livius (5): kenmerken

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Altes Museum, Berlijn)

[Vijfde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

Het was ooit een droom geweest van de Romeinse redenaar Cicero dat er nog eens een Romeinse auteur zou opstaan die een geschiedenis van Rome zou schrijven die kon wedijveren met die van beroemde Grieken als Herodotos en Thoukydides. Als Cicero Livius’ Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad had kunnen lezen, zou hij tevreden zijn geweest. De Romeinse geschiedschrijver mist weliswaar de scherpzinnigheid van een Thoukydides en de humor van een Herodotos, maar zijn beschrijving van het ontstaan en de groei van de Romeinse republiek is een kunstwerk. Voor wie nog nooit iets van Livius heeft gelezen, noem ik drie zaken om op te letten:

  1. De invloed van de welsprekendheid
  2. De structuur
  3. De (politieke) thematiek

Lees verder “Titus Livius (5): kenmerken”

Deel dit: