De Iberiërs (2)

Een span ossen (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Economie

De meeste Iberiërs waren eenvoudige boeren, peasants. Maar naarmate de ijzerbewerking beter werd – dit speelt dus in de eerste fase, tussen 550 en 425 v.Chr. – slaagde men erin meer te produceren: vooral tarwe en gerst. Er ontstonden in de huidige regio’s Valencia en Murcia steeds grotere overschotten, die men vrijwel zeker verhandelde met de Feniciërs en de Karthagers, de Grieken en de Etrusken.

Naast akkerbouw was er natuurlijk ook veeteelt. De vochtigere gebieden langs de kust en de rivieren waren geschikt als weiland, waar runderen en schapen konden grazen. Er was altijd zuivel en vlees, maar de runderen konden ook dienen als trekdier en de schapen leverden wol. En textiel kon worden geëxporteerd. Op andere bodems konden de Iberiërs varkens, geiten en pluimvee houden.

Lees verder “De Iberiërs (2)”

Garum, de Romeinse vissaus

Garum-kuipen (Lixus)

Het moet verschrikkelijk hebben gestonken, de productie van garum. Het heette in de Late Oudheid ook wel liquamen en was een soort vissaus, die het meest lijkt op de Vietnamese vissaus die u koopt bij de toko. De Romeinen waren er dol op.

Het vermoeden bestaat dat het product is ontstaan aan de Perzische Golf, waar de Babyloniërs al in de achttiende eeuw v.Chr. siqqu produceerden. Ook de Feniciërs kenden het spul, en zij gaven het recept door aan de Karthagers en Griekenland. Het werd populair in Iberië, waar Cartagena een reputatie had hoog te houden voor kwaliteitsproducten. Daarvandaan kwam deze saus naar Italië, waar koks garum in allerlei gerechten verwerkten. Artsen schreven het overigens voor bij zweren, hondenbeten, diarree en buikgriep.

Lees verder “Garum, de Romeinse vissaus”

Tipasa

Tipasa, Villa aux fresques

Ik heb het voorrecht nogal wat te kunnen reizen. Mijn laatste reis, per trein en bus door Spanje, waas puur vakantie. Maar de meeste reizen maak ik als reisleider en omdat ik ook het programma van zo’n reis maak, kan ik eigenlijk altijd wel iets invoegen dat ik zelf nog nooit heb gezien. Ik denk dat ik bovengemiddeld veel antieke ruïnes en archeologische musea heb bezocht, en ik zou niet goed weten wat ik de allermooiste vind – maar de Algerijnse stad Tipasa scoort hoog, heel hoog.

Het begint natuurlijk bij de locatie: aan de kust. In de hierboven afgebeelde villa moet het heerlijk wonen zijn geweest, met altijd het ruisen van de zee en een achtertuin die ook destijds overging in een bos. Dat was niet overal zo; momenteel zijn er meer bomen dan vroeger, zodat de site iets feeërieks heeft, al is het natuurlijk niet bepaald historisch verantwoord. Ik zei dat Tipasa mooi is, niet dat je er als het ware door een antieke stad wandelde. Daarvoor moet je naar Pompeii.

Lees verder “Tipasa”

De persoonlijke faits divers (39)

Opgraving in Turuñuelo (©IAM-CSIC)

Deze aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, de negenendertigste alweer, bevat vooral nieuws dat eigenlijk totaal onbelangrijk is en vermoedelijk alleen mijzelf boeit (Apeldoorn), inspireert (vissaus), irriteert (Egypte), fascineert (Tartessos) en vleit (doorlezen tot het einde).

***

Apeldoorn

Wie van Barneveld naar Apeldoorn fietst, komt over de Asselse Heide. Daar zijn nog de kuilen te zien waar mensen ooit de klapperstenen vonden waaruit ze ijzeroer wonnen. De Veluwse beekjes en de later aangelegde sprengen zijn eveneens ijzerhoudend.noot Ik hoorde nog vorige week iemand vertellen dat haar broer ergens in de jaren zeventig in het ijzerhoudende water was gevallen en dat diens kleren niet meer schoon te wassen waren. Aan de andere kant van Apeldoorn, in de richting van de IJssel, lagen drassige gebieden, waar moeraserts werd gewonnen. Omdat de plek dus quasi-letterlijk drijft op ijzer, speculeerden de medewerkers van het toenmalige archeologisch museum Moerman een halve eeuw geleden dat het erts via Apeldoorn verhandeld moest zijn geweest met het Romeinse leger, dat gestationeerd was aan de Rijn bij Arnhem. Het was immers slechts een dag lopen van producent naar consument.

Lees verder “De persoonlijke faits divers (39)”

Cerro da Vila: rotte vis naast een rijke villa

Reconstructie van Cerro da vila (klik=groot)

Bij Portugal denken we allereerst aan mooie kusten, enkele prachtige steden, vinho verde en niet zozeer aan Romeinse opgravingen. Toch zijn die laatste er wel degelijk, en ook nog behoorlijk over het hele land verspreid.

Cerro da Vila

Bij een bezoek aan de Algarve en op de terugweg van de stad Lagos naar het vliegveld van Faro hadden we nog wat tijd over, en mijn reisgenote stelde voor om in Vilamoura een Romeinse villa te gaan bekijken. Vilamoura zelf is een alleraardigst hypermodern havenplaatsje te midden van een zestal golflinks, met goede restaurants langs de kades waar je onder andere voortreffelijk vis kunt eten. Op enkele meters van die haven staat een klein museum, dat ook de toegang vormt tot een opgravingsterrein, Cerro da Vila geheten.

Lees verder “Cerro da Vila: rotte vis naast een rijke villa”

Een dienstreis naar Cádiz

Punische terracotta (Museum van Cádiz)

Er was eens een man in Karthago die, naar eigen zeggen, stapelgek was. Insanus. Deze Heliodorus liet zijn geestelijke situatie merken door in zijn testament te bepalen dat zijn sarcofaag geplaatst moest worden in Cádiz, opdat hij zou zien wie helemaal naar de rand van de aarde zouden reizen om zijn graf te zien. Die mensen zouden nog gekker zijn dan hij.

Die gek, dat ben ik. Eind jaren tachtig hoorde ik over dit grafschrift en dus moest ik het zien. Toen ik destijds door Andalusië reisde, nam ik vanuit Sevilla de trein naar Cádiz. Helaas stapte ik verderop over op de verkeerde trein, zodat ik het grafschrift destijds niet heb gezien. Zo’n drieëndertig jaar later, afgelopen zaterdag, had ik de herkansing. Mijn vriendin had in Nederland al een treinkaartje besteld van Córdoba naar Cádiz, want voor mij zijn online financiële transacties te ingewikkeld en de hogesnelheidslijn veronderstelt reservering.

Lees verder “Een dienstreis naar Cádiz”

Romeins vlees

Het zal u geruststellen dat consumptie toch veilig is

Een tijdje geleden blogde ik over Romeins kannibalisme en ik wees erop dat in antieke steden nogal wat varkens en honden rondiepen, dieren die de gewoonte hebben afval te eten. Ze golden in het oude Nabije Oosten niet voor niets als onrein. Het was, zo schreef ik, dan ook “niet zo vreemd dat bijna de helft van alle bekende amuletten betrekking heeft op maagkramp”. Ik voegde toe dat de Romeinen geen verband legden tussen maagkramp en het eten van vlees dat, toen het nog op vier poten rondwandelde, afval had gegeten.

Daarop ontspon zich een discussie over het koken en bakken van vlees. Koken en bakken dienen immers om voedsel eetbaar dat eigenlijk niet zo goed eetbaar is, alsnog geschikt te maken voor menselijke consumptie. Ik legde de kwestie voor aan Manon Henzen van Eet!Verleden uit Nijmegen. Als Manon het niet zou weten, weet niemand het.

Lees verder “Romeins vlees”

Tja, de Romeinen

De “Sarcofaag van de Dronken Eroten” uit Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet). Bacchanalen zijn niet representatief voor de Romeinse cultuur.

Éen van de verhalen die je over de Romeinen zou kunnen vertellen is dat ze de grondslag legden voor een westerse cultuur die expliciet erkent dat ze van andere culturen heeft geleend. Dit geeft Rome een bepaalde relevantie in het hedendaagse debat over cultural appropriation., culturele toe-eigening.

Uiteraard hoeft u dat niet met me eens te zijn. Ik schrijf dit minder om iets te zeggen over cultural appropriation, al is dat toevallig vandaag mijn aanleiding, dan om aan te geven welke betekenis de Romeinse cultuur voor ons heeft. Of beter: ik wil alleen maar aangeven dát die Romeinse cultuur betekenis heeft. Ze is te presenteren als iets met actualiteit. Er kunnen dingen over worden gezegd waarover te discussiëren valt. Zo heb ik op deze blog weleens uitgelegd dat we door de kennismaking met de oude (niet alleen Romeinse) wereld meer inzicht winnen in onze visies op grenzen, op religie en het onderscheid tussen oost en west. En zo voort.

Lees verder “Tja, de Romeinen”

Ham in deegkorst

Ham in deegkorst (foto Jeroen Savelkouls)

Tip voor uw naderende kerstdiner: kook eens Romeins! Dat is makkelijker dan u denkt, want op naam van de Romeinse smulpaap Apicius zijn allerlei recepten overgeleverd. Een kleine complicatie is dat de samensteller van die collectie schreef voor koks en dus wel de ingrediënten noemde maar niet de maten. Koks wisten bovendien wel wat de beste verhoudingen waren. Hoe lang iets moest koken of bakken was, in een tijd waarin niets nauwkeurigers bestond dan de zonnewijzer en de waterklok, ook al niet iets dat je opschreef. We hebben dus wel de recepten maar helemaal zonder problemen zijn die niet.

Gelukkig hebben we Manon Henzen van Eet!Verleden uit Nijmegen, die allerlei historische recepten kent en heeft uitgeplozen hoe die een moderne eter kunnen bekoren. Ik schrijf uit ervaring want ik heb al meermalen bij haar gegeten en keek uit naar Garum & Duivelsdrek. De Romeinse keuken voor de tafel van nu, dat een paar weken geleden is verschenen. U bestelt het hier en je kunt er een Romeinse starterkit bij krijgen. Hieronder een recept om je vingers bij op te eten: Apicius 7.9.1.

Lees verder “Ham in deegkorst”