Gilgameš en Achilleus

Achilleus en Patroklos (Altes Museum, Berlijn)

Ik heb vaker verteld dat er nogal wat overeenkomsten zijn tussen de diverse mythen, sagen en sprookjes. De grote vis van Sindbad de Zeeman is die van Sint-Brandaan; de voor zijn zonden gestrafte plek kan de stad Sodom zijn maar ook het klooster in het Solse Gat of het dorp van Filemon en Baukis. Zulke overeenkomsten zijn er. Om het tot heldenverhalen te beperken: het overzicht van Jan de Vries is oud maar nog altijd handig. Voor verhalen in het algemeen is er de Aarne-Thompson-Uther Index, die ik onder andere hier beschreef.

Een deel van de verklaring tussen de overeenkomsten zal zijn gelegen in de menselijke psyche: ik wil aannemen dat mannen uit alle culturen draken willen doden & prinsessen bevrijden. Ook zijn er migranten die verhalen meenemen, zoals Sjaak en de Bonenstaak. En verder springen verhaalmotieven sowieso over van de ene naar de andere cultuur. Zo kan het gebeuren dat de Olympische Spelen het een en ander gemeen hebben met het verhaal over de lijkspelen die Gilgameš voor Enkidu organiseerde.

Lees verder “Gilgameš en Achilleus”

De waarde van mythen

Afdruk van een zegel met een scène uit een van de mythen van Mesopotamië (Louvre, Parijs)

Ergens in de zesde eeuw v.Chr. begonnen de mensen te twijfelen aan de goden. Misschien deden ze dat eerder ook, maar daarover hebben we geen geschreven bronnen. Een joodse auteur haalde uit naar “goden van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden”, die weliswaar een mond en ogen hadden maar niet konden spreken of zien.noot Psalm 115.4-5. Een van zijn tijdgenoten, de Griek Xenofanes, constateerde dat de Ethiopische goden platte neuzen hadden en een zwarte huid, terwijl de Thraciërs zeiden dat hun goden blauwe ogen en rood haar hadden. Als dieren zouden kunnen tekenen, insinueerde Xenofanes, zagen hun goden eruit als runderen, paarden of leeuwen.noot Xenofanes, fragment 16. Een derde tijdgenoot, Pythagoras, beweerde dat de dichters Homeros en Hesiodos in de Onderwereld werden bestraft omdat ze feitenvrije verhaaltjes over het goddelijke hadden opgehangen.noot Vgl. Diogenes Laertios, Levens van de filosofen 8.21.

Rationalisering

Tja, die verhaaltjes. De mensen hielden van hun mythen, maar het was waar: die aloude vertellingen waren wel erg vreemd. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos toonde een manier om er desondanks mee verder te gaan: sommige mythen vielen te lezen als beschrijvingen van de natuur. Ik heb op deze blog al eens verteld dat hij een mythe over Poseidon als schepper van het Tempe-ravijn combineerde met het feit dat deze godheid “aardschokker” werd genoemd, en dat Herodotos redeneerde dat de mythe ging over een aardbeving.noot Herodotos, Historiën 7.129. Deze manier om mythen te lezen is in de achttiende eeuw in West-Europa weer opgepakt, en je hoort nog weleens beweren dat mythen dienden om de natuur te verklaren.

Lees verder “De waarde van mythen”

Lycië in de Bronstijd

De rotsachtige kust van Lycië

De zuidgrens van het huidige Turkije wordt gedomineerd door een enorme bergketen, de Taurus. De Afrikaanse tektonische plaat botst hier tegen de Euraziatische plaat. Hoewel er kustvlaktes zijn, zoals Cilicië en Pamfylië, rijzen de bergen op veel plaatsen bijna meteen op uit de Middellandse Zee, waardoor het land weinig toegankelijk is en de rotskust gevaarlijk. Een van de beruchtste kusten was Lycië, in het zuidwesten (landkaart).

Lukka

De /c/ in Lycië danken we aan het Latijn, dat zo de /k/ weergaf. Ik blogde al eens over de laatantieke klankverandering. Maar je sprak het dus uit als Lukia, en zo heet het gebied dan ook in de oudste, Hittitische bronnen: Lukka. Die bronnen noemen nooit vorsten en er zijn ook geen staatsverdragen bekend, wat suggereert dat de Bronstijd-Lyciërs niet waren georganiseerd als koninkrijk. Dat wordt bevestigd door het feit dat monumentale architectuur ontbreekt: er was geen staatsapparaat. De mensen leefden als nomaden in een stamsamenleving.

Lees verder “Lycië in de Bronstijd”

Faits divers (23): gemopper

De schreeuwende vrouw (© Kasr Al Ainy Faculty of Medicine)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer vooral: hoe de oudheidkunde niet in het nieuws moet komen. De trouwe lezers van deze blog kennen mijn bezwaren en mogen dit blogje dus overslaan.

***

Een hop in het NRC Handelsblad

Eerst nog even de hop, de guitige vogel waarover ik eergisteren blogde. Dat deed ik naar aanleiding van een stuk in het NRC Handelsblad waarin stond dat het diertje naar Nederland was teruggekeerd. We lazen tevens dat in de gedichten van Homeros Odysseus op zijn reis een hop had als begeleider, wat mij verbaasde omdat ik dat niet had gelezen. Verschillende mensen bevestigden: er is geen hop in de Odyssee. Gert Knepper wees erop dat de hop in Aristofanes’ komedie De vogels de andere vogels één voor één oproept in wat misschien een parodie is op Odysseus’ afdaling naar de Onderwereld. Tot er een andere verklaring is, wil ik dit geloven, maar het is gewoon jammer dat NRC Handelsblad onjuiste informatie deelt.

Lees verder “Faits divers (23): gemopper”

Losgeld

De losprijs voor Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)

De Ilias van Homeros speelde in de Oudheid – en trouwens ook tegenwoordig – en belangrijke rol in het onderwijs. Wie ook maar een beetje méér scholing had gehad dan basisgeletterdheid, kende het gedicht. Het eindigt met het dramatische verhaal dat de stokoude koning van Troje, Priamos, midden in de nacht naar het vijandelijke kamp gaat om daar aan Achilleus het stoffelijk overschot van zijn zoon Hektor terug te vragen. Hij betaalt dus een losprijs, in het Grieks λύτρον, lytron, “losmaking”: feitelijk een betaling aan iemand die iets bezit waarop jij een erkende aanspraak hebt.

Zo’n transactie hoefde niet in muntgeld te zijn; Priamos komt met een kar vol kostbaarheden. We lezen ook weleens over betaling in de vorm van dienstverlening, zodat je dus betaalt met een paar jaar van je leven. Na de transactie zijn de partijen verzoend en je kunt lytron niet alleen vertalen als “losprijs”, maar ook als “zoengeld”.

Lees verder “Losgeld”

Aischylos

Aischylos (Neues Museum, Berlijn)

Een man die gemarteld wordt. Niet even, maar zijn leven lang. Laat het gewoon even op je inwerken wat dat betekent. Je kunt je er geen voorstelling van maken. Maar dit is wel de stof van de Griekse mythologie: Prometheus, geketend aan een rots, die elke dag wordt aangevallen door een adelaar die zijn lever eruit rukt. En morgen gebeurt dat opnieuw. En overmorgen.

Over de helse straffen van Ixion en Tantalos zullen we het niet hebben. Maar dit is de stof van de Griekse mythologie. Die wel meer fraais heeft, zoals verkrachtingen door zwanen en stieren. Of door kentauren op je bruiloft. Myrrha die haar vader dronken voert om er seks mee te hebben. Oidipous die zichzelf de ogen uitsteekt. Niobe die al haar kinderen voor haar ogen vermoord ziet worden. Medeia die haar kinderen doodt. Erysichthon die zijn eigen kannibaal is. Herbergier Prokroustes die al zijn gasten doodt. Kronos die zijn kinderen opeet. Er zijn trigger warnings gegeven bij minder.

Lees verder “Aischylos”

Hefaistos

Hefaistos en Thetis op een wandschildering uit Pompeii (Museo archeologico nazionale, Napels)

Aan het einde van het eerste boek van de Ilias presenteert Homeros een goddelijk gezelschap dat gezellig achteroverleunend bekers met nectar nuttigt. Ze krijgen bijgeschonken door een god wiens gehink “homerisch gelach” ontketent. De schlemiel was Hefaistos, god van de smeedkunst. Niet alleen liep hij mank, hij was ook nog eens lelijk en werd bovendien bedrogen door zijn echtgenote. Hij was echter ook listig en zijn twee rechterhanden waren onmisbaar, zowel voor de goden als Griekse helden en stervelingen.

Volgens de oude Grieken bestierden twaalf belangrijke goden de wereld vanaf hun zetel op de Olympos. De Olympische goden waren sterk, mooi, wijs en krachtig om maar een paar positieve eigenschappen te noemen. Ze konden echter ook wraakzuchtig, listig, vertoornd en jaloers zijn en draaiden hun hand er niet voor om een mensenleven overhoop te halen. Kortom: het waren net mensen. Tot dit wispelturige dozijn behoorde ook de smid Hefaistos, bij de Romeinen bekend als Vulcanus.

Lees verder “Hefaistos”

De Epische Cyclus

Scène uit de Odyssee (Villa Giulia, Rome)

Oké, het zou wat overdreven zijn te zeggen dat iederéén de Ilias en de Odyssee kent. Maar toch. Een Trojaans Paard, een odyssee, de twistappel: het zijn maar wat voorbeelden die het dagelijkse taalgebruik hebben bereikt. En weet je, de Ilias en de Odyssee zijn maar twee van de twaalf gedichten van de zogeheten Epische Cyclus. De tien andere zijn verloren en wie de twee bewaarde teksten kent, kan een vermoeden hebben van de aard van het verlies. Immens.

De epische cyclus vertelt het Griekse verhaal van de wereld vanaf de schepping tot de terugkeer van de helden van de Trojaanse Oorlog. Hoe de gedichten tot stand zijn gekomen, is – oudheidkunde zijnde oudheidkunde zijnde de wetenschap van de dataschaarste – onbekend. Het lijkt er echter wel op dat de Ilias en de Odyssee, die altijd aan Homeros zijn toegeschreven, de oudste gedichten zijn.

Lees verder “De Epische Cyclus”

Aeneas, Augustinus en Augustus

De vlucht van Aeneas (Nationaal Museum, Boedapest)

In zijn blog van 28 augustus over Augustinus schiet deze christelijke auteur volgens Jona Lendering “een stroman omver” omdat Augustinus in De Civitate Dei 3.2 (“Over de Stad van God”) gebruik zou maken van een retorische truc: “zoek een extreem standpunt, maak het belachelijk, en verdoezel dat het niet representatief is”. In 3.2 zou Augustinus de heidense goden via deze truc belachelijk willen maken.

Zo laat Homerus volgens Augustinus de god Neptunus “voor het nageslacht van Aeneas – en Rome is door diens nazaten gesticht – een grote toekomst profeteren.” Jona zegt hierover: “Dat Romulus en Remus afstamden van Aeneas, is natuurlijk nergens bij Homerus te lezen. Het was echter een bekende mythe, die Augustinus bekend kan veronderstellen.”

Lees verder “Aeneas, Augustinus en Augustus”

Troje is nooit veroverd!

Portret van een sofist, tijdgenoot van Dio van Prusa (Louvre, Parijs)

Het moet geweldig zijn geweest om mee te maken, zo’n avond in een Romeins odeon, als daar het optreden was van een sofist. Je kunt dat laatste woord vertalen als “concertredenaar”: een spreker die zijn publiek vermaakte met een mooie redevoering. Die kon gaan over een historisch onderwerp (“Leonidas spoort zijn manschappen aan te strijden tot de dood”) maar ook over een onzinonderwerp. Een voorbeeld daarvan is Synesios’ “Lof van de kaalheid”, waarvan ik de vertaling ooit online heb geplaatst. Een sofist kon dus de rol spelen van Spartaanse koning of van buutereedner, en alles wat daartussen zat, zoals politiek activist of filosoof.

De Trojaanse Redevoering van Dio van Prusa (Dion Chrysostomos, Dio Cocceianus, Guldenmond… kies maar een weergave) is het werk van een sofist die de rol aanneemt van een buutereedner die speelt dat hij een activist is die doet alsof hij geschiedkundige is. Dat klinkt complexer dan het is. Dio betoogt dat de Grieken er nooit in zijn geslaagd Troje in te nemen: een historisch ogende redenering die moet doorgaan voor lokaal politiek activisme maar feitelijk is bedoeld als vermaak.

Lees verder “Troje is nooit veroverd!”