Israël en de Palestijnse gebieden (3)

De Ari Synagoge in Safed is een van bijzonderste plaatsen in Israël

In mijn twee vorige stukjes over de archeologie van Israël en de Palestijnse gebieden heb ik eerst de IJzertijd behandeld en daarna de Romeinse tijd. Voor ik afrond met het hedendaagse Jeruzalem, wil ik het nog hebben over de religieuze sites uit de tussenliggende eeuwen. Rabbijns jodendom en christendom zijn allebei ontstaan in deze regio. Vanaf de vierde eeuw hebben zij allerlei pelgrimsmonumenten ingericht. In feite nieuwbouw, bedoeld voor de toeristen uit die tijd.

Betlehem

In de eerste plaats Betlehem, waar ik zelf nooit ben geweest, maar waar ik graag eens heen zou willen omdat daar de Geboortekerk is. Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote, liet deze basiliek bouwen op de plek waar al een kerkje was. Onder deze kerk zijn grotten, en een daarvan schijnt te gelden als de plaats waar Jezus van Nazaret is geboren. In een andere grot heeft, nadat de grote basiliek was gebouwd, de kerkvader Hieronymus geleefd. Dus onder de grond, als ik het goed begrijp. Het oorspronkelijke apsismozaïek van de basiliek toonde het christogram dat Constantijn liet vereren. Dat mozaïek is er niet langer; de basiliek is in de zesde eeuw afgebrand en herbouwd. Maar ik ken deze plek dus niet persoonlijk.

Lees verder “Israël en de Palestijnse gebieden (3)”

Tweemaal vader

Maquette van de tempelcomplex in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Nicolaas Matsier was vorig jaar zo aardig me zijn boek over het Oude en het Nieuwe Testament toe te sturen, Mooi boek, die Bijbel!, Het is een verzameling korte stukken over de joods-christelijke literatuur, waarbij Matsier vooral let op het literaire aspect. Vaak ziet hij de dingen heel scherp. Neem het volgende beroemde verhaal uit het Evangelie van Lukas:

Jezus’ ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem. Toen hij twaalf jaar was, maakten ze weer hun gebruikelijke pelgrimstocht. Na afloop van het feest vertrokken ze naar huis, maar Jezus bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten. In de veronderstelling dat hij zich bij het reisgezelschap bevond, reisden ze een hele dag voordat ze hem overal onder hun verwanten en bekenden begonnen te zoeken. Toen ze hem niet vonden, keerden ze terug naar Jeruzalem om hem daar te zoeken. Na drie dagen vonden ze hem in de tempel, waar hij tussen de leraren zat, terwijl hij naar hen luisterde en hun vragen stelde. Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden. Toen zijn ouders hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: “Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.”

Maar hij zei tegen hen: “Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn vader moest zijn?”

Maar ze begrepen niet wat hij tegen hen zei. Hij reisde met hen terug naar Nazaret en was hun voortaan gehoorzaam. Zijn moeder bewaarde alles wat er met hem gebeurd was in haar hart. (Lukas 2.41-52; NBV21)

Lees verder “Tweemaal vader”

Geen plaats in de herberg

Het is bijna kerstmis. Het is zinvol in mijn reeks over het Nieuwe Testament een beroemde passage uit het Evangelie van Lukas te behandelen. De voorgeschiedenis – de volkstelling van Quirinius – veronderstel ik bekend. Jozef en zijn zwangere echtgenote Maria zijn aangekomen in Betlehem.

Geen plaats in de herberg

Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in doeken en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf.

De laatste regel wordt vaak vertaald als “geen plaats in de herberg”. Dat heeft geleid tot het misverstand in het bovenstaande plaatje: dat een harteloze herbergier het echtpaar zou hebben geschoffeerd. Het is niet eens helemaal uit te sluiten. Betlehem lag in Juda, waar men de neus wat ophaalde voor de boerenkinkels uit Galilea.

Lees verder “Geen plaats in de herberg”

Kon Jezus lezen en schrijven? (2)

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

In het eerste stukje legde ik uit dat de evangeliën weinig beslissends zeggen over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. We zullen deze teksten verder laten rusten. Een andere aanpak is te kijken naar Jezus’ wereld en dan zijn er wel meer dingen te zeggen.

Een vrome timmerman

Het eerste is: Jezus kwam uit een religieus milieu. Dat weten we omdat zowel hijzelf als zijn familieleden heel sprekende namen hebben: een moeder Maria, een vader Jozef, een broer Jakobus, een broer Judas, en een verdere verwant Simon. Ik blogde er al eens over dat dit namen zijn met goede antecedenten in de eerste boeken van de Bijbel, waar u ze tegenkomt als Miriam, Jozef, Jakob, Juda, Simeon. De naam die wij weergeven als Jezus is dezelfde als die van de strijder Jozua.

In vrome kringen als deze was het gebruikelijk minimaal de oudste zoon naar school te sturen. De geletterdheid van de Joden was in de Oudheid spreekwoordelijk. Romeinse soldaten wisten daarom heel goed dat als je een Jood wilde pesten, je zijn boeken kapot moest maken. Dode-Zee-rollen met zwaardhouwen en reparaties bewijzen hoe gehecht Joden eraan waren.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (2)”

Besnijdenis des Heren

Maria met kind (Catacomben van Priscilla, Rome)

Dat Jezus een Jood was, zal geen weldenkend mens ter discussie stellen. Lukas, wiens evangelie ik de laatste tijd aan het becommentariëren ben, vermeldt dat de baby op de achtste dag door de besnijdenis werd opgenomen in het Verbondsvolk en de naam Jezus kreeg (Lukas 2.21). Het is onmogelijk het belang van deze passage te overschatten. “Wie niet op de achtste dag wordt besneden, is geen kind van het Verbond dat de Heer sloot met Abraham,” lezen we in Jubileeën, “maar behoort tot de kinderen der vernietiging.” De auteur is er overigens ook zeker van dat de engelen besneden waren geschapen.

Het belang van de besnijdenis stond niet ter discussie, maar de rabbijnse literatuur kent wel wat discussie over detailkwesties, waarvan sommige voorspelbaar zijn: mag je bijvoorbeeld een baby besnijden op de sabbat? Ondanks deze kwesties stond niet ter discussie dat, althans voor mannelijke Joden, de besnijdenis de duidelijkste scheidslijn was tussen enerzijds het Verbondsvolk en anderzijds de Grieken en Romeinen. Uit de Griekse en Latijnse bronnen weten we dat de andere bewoners van het Middellandse-Zee-gebied de besnijdenis ook herkenden als een Joodse gewoonte. Lukas presenteert Jezus dus, voor iedereen begrijpelijk, als Jood.

Lees verder “Besnijdenis des Heren”

Quirinius’ volkstelling

Grafsteen van Q. Aemilius Secundus, die namens Quirinius de bewoners van de Bekaavallei telde.

Ik onderbreek de reeks over de Joodse context van het Nieuwe Testament even met een Romeins uitstapje. Van het Lukasevangelie heb ik het eerste hoofdstuk al behandeld, waarin de engel Gabriël de geboorte aankondigt van Johannes de Doper en vervolgens Maria vertelt dat ze moeder zal worden. Gisteren kwamen de geboorte en besnijdenis van Johannes aan de orde. Een en ander onderbroken door een lied van Maria en een lied van Johannes’ vader Zacharia. Het tweede hoofdstuk plaatst ons echter in een volkomen Romeinse context. Het is een van de allerberoemdste teksten uit de Oudheid.

Quirinius

In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk. Deze volkstelling had voor het eerst plaats toen Quirinius landvoogd van Syrië was.

Lees verder “Quirinius’ volkstelling”

Gabriël en Maria

De Annunciatie (Ikoon uit het klooster van het H. Kruis, nu in Omodos)

Het mooiste gevelsteentje van Amsterdam is ook een van de oudste: het dateert uit 1571, bevindt zich aan de buitenzijde van de Oude Kerk, ziet uit over de Bierkaai en stelt de Annunciatie voor, het moment waarop de engel Gabriël in Nazaret aan Maria komt melden dat ze in verwachting is. Ik had graag hierboven de foto geplaatst die ik ooit bij de Oude Kerk heb gemaakt, maar ik kan die niet vinden, dus u moet genoegen nemen met bovenstaande Cypriotische icoon.

De lezers van het Lukasevangelie zullen er niet van hebben opgekeken dat Gabriël Maria groet met Χαῖρε, chaire, “wees blij”. Een standaardgroet die je ook in inscripties tegenkomt en werd gebruikt om bijvoorbeeld de keizer te groeten (Ave Caesar). Ook het vervolg, ὁ Κύριος μετὰ σοῦ, “de Heer is met je”, was een standaardformulering, die bijvoorbeeld ook de engel gebruikt die zich richt tot Gideon. En net zoals Gideon, die zo zijn bedenkingen heeft, weet ook Maria niet goed wat ze ermee aan moet. Hoe zal zij, een maagd toch, een kind kunnen krijgen? De engel legt uit dat “de Heilige Geest over haar zal komen” en dat “de kracht van de Allerhoogste” haar zal overschaduwen. Zie nogmaals de icoon hierboven.

Lees verder “Gabriël en Maria”

Maria en de familie van Jezus

Het oudst-bekende portret van Maria, gevonden in Tyrus (Nationaal Museum van Libanon, Beiroet)

Het Nieuwe Testament bevat twee kerstverhalen. In het evangelie van Mattheüs komt Jezus ter wereld in Bethlehem (in Judea) en vestigen zijn ouders zich later te Nazareth (in Galilea). In het evangelie van Lukas wonen Jezus’ ouders in Nazareth en trekken ze in verband met een Romeinse volkstelling naar Bethlehem. In het eerste evangelie is de beweging dus van zuid naar noord en in het andere van noord naar zuid. De verklaring is natuurlijk simpel: Jezus kwam uit Nazareth terwijl de messias uit Bethlehem behoorde te komen, zodat beide auteurs een manier verzonnen om de geboorte te laten plaatsvinden waar het behoorde te zijn gebeurd.

Mattheüs vertelt dat Maria zwanger werd toen ze was verloofd met Jozef, maar nog voordat ze gingen samenwonen. Die voorhuwelijkse periode is het onderwerp van verschillende bepalingen uit het Mishna-traktaat Ketubot (“huwelijkscontracten”), waaruit blijkt dat de verloofden een jaar de tijd kregen om zich voor te bereiden op hun nieuwe levensfase. Verder weten we dat de leeftijd van een verloving voor de vrouw rond de twaalfde verjaardag lag. We moeten ons Maria dus voorstellen als een puber.

Lees verder “Maria en de familie van Jezus”

Jezus’ voorouders

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Een tijdje geleden kondigde ik een reeks aan over het Nieuwe Testament, waarbij ik de nadruk erop wilde leggen dat zowel de meeste personages als de auteurs Joden waren. Ik behandelde toen de proloog van het Johannes-evangelie. Vandaag het begin van het Matteüs-evangelie: de geslachtslijst, een van de stukken die elke weldenkende lezer overslaat. Er is echter meer aan te ontdekken dan je zou verwachten.

Ik werk met de tekst in de Willibrordvertaling omdat die nu eenmaal simpel te downloaden is, maar ik zou willen dat ik dat kon doen met de Nieuwe Bijbelvertaling; in die nieuwe en dus betere vertaling vindt u dezelfde tekst hier.

Lees verder “Jezus’ voorouders”

Twee duiven

Koghb, relief met twee duiven en Maria (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)
Koghb, relief met twee duiven en Maria (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

Dit wonderlijke reliëf komt uit Koghb in het uiterste noorden van Armenië. Het ligt dichter bij de Georgische hoofdstad Tblisi dan bij Yerevan. Onderaan ziet u Maria met het Christuskind; het haar van de moeder is zó afgebeeld dat het lijkt op een aureool. Christelijke kunst is in Armenië onvermijdelijk – het stikt hier van de middeleeuwse kerkjes – maar dit reliëf is ongebruikelijk.

Het aardige is dat van boven twee duiven neerkomen die een kroon aanbieden. Dat is op zich geen ongebruikelijke afbeelding: meestal stelt een neerdalende duif de Heilige Geest voor. Maar daarvan zijn er geen twee. En trouwens, de Heilige Geest brengt doorgaans geen kronen.

Lees verder “Twee duiven”