Het articulatiedebat

Palestijnse bruidskroon uit Hebron (Rautenstrauch-Joest Museum, Keulen).

Kapitalisme is ook maar een economisch systeem. Er zijn andere opties. In de Bronstijd waren er grote paleizen, zoals dat in Mari of dat in Knossos, waar de boeren hun producten afdroegen. De koning gaf vervolgens elke onderdaan te eten vanuit zijn pakhuis. Dat heet een redistributie-economie. Uit de Oudheid kennen we ook steden waar de productie in handen was van slaven. Onvrijheid speelde later, in de Middeleeuwen, eveneens een rol in de feodale stelsels. Een stamsamenleving organiseert haar economie weer anders. Wat ik maar zeggen wil: er zijn allerlei economische systemen, die we aanduiden als configuraties of productiewijzen.

Evolutie en vrijheid

Het lijkt erop dat er een soort opvolging in zit, een evolutie. De vroege redistributie-economieën maakten plaats voor de klassieke slavernij, waaruit het feodalisme voortkwam, dat weer plaats maakte voor het kapitalisme. Bij elke stap was er meer vrijheid. Voor de vroegste marxisten gold deze opvolging van productiewijzen min of meer als dogma, waarbij de aanname was dat het volgende stadium de communistische heilstaat zou zijn. Het enige dat hier specifiek marxistisch aan is, is echter de aanname dat de motor achter de evolutie de klassenstrijd zou zijn. Een liberaal nam de spanning tussen individuen (“grote mannen”) als motor, maar dacht even evolutioneel.

Lees verder “Het articulatiedebat”

Het apocalyptisch zegel

Zegel met de tekst “MNHMONEYE MOY” (“denk aan mij”; Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Openbaring van Johannes is een opstapeling van mystieke beelden. De visionair ziet God op zijn troon in de hemel, omgeven door wonderlijke wezens. God geeft een verzegelde boekrol aan een met messiaanse titels aangeduid Lam, dat de zegels kan verbreken. Bij het verbreken van de eerste vier verschijnen de beroemde ruiters van de apocalyps, die de vreselijkste dingen brengen naar de aarde. Het vijfde zegel gaat open en Johannes ziet de zielen van de martelaren, die God vragen hoe lang ze nog moeten wachten tot hun bloed zal worden gewroken. Ze krijgen te horen dat ze nog even moeten wachten tot er voldoende martelaren zijn. Zegel zes: natuurrampen.

Kortom, de Jongste Dag is aangebroken. De aarde vergaat en het is de vraag wat er met de mensen zal gebeuren. En dan is er ineens een pauze.

Lees verder “Het apocalyptisch zegel”

Een interactief grafschrift in Pisa

Het grafschrift van Parthenis (© CIL)

Op een steenworp afstand van de Toren van Pisa wordt een opmerkelijke, roerende Latijnse inscriptie bewaard. De grote marmeren plaat van ruim twee meter breed en een meter hoog moet eens een flink grafmonument hebben getooid aan een doorgaande weg ergens in Toscane, voordat het via allerlei wisselingen van eigenaar terecht kwam op zijn huidige plek in de Campo Santo.

Dodensteden

Het opschrift komt hoe dan ook niet uit Pisa zelf. Volgens een oude Romeinse wet mochten de stoffelijke resten van overledenen niet worden begraven in wat we nu de bebouwde kom zouden noemen. Als gevolg daarvan ontstonden er aan stedelijke uitvalswegen kilometerslange rijen grafmonumenten in allerlei soorten en maten. Wie tussen de steden der levenden reisde, kwam onvermijdelijk door deze lintvormige ‘dodensteden’ heen. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat de weggebruiker (viator) in de opschriften niet zelden wordt aangesproken. Een sprekend voorbeeld is een grafschrift uit Umbrië waarin de reiziger een genadeloze spiegel krijgt voorgehouden (CIL 11.6243):

Lees verder “Een interactief grafschrift in Pisa”

Geliefd boek: River Kings

Het begint met een kraal. Een kraal van carneool, afkomstig uit Gujarat in India. En teruggevonden in een graf uit het eind van de negende eeuw in Repton in Midden-Engeland. Bio-archeoloog Cat Jarman van de Universiteit van Bristol gebruikt de kraal in River Kings als rode draad om de Vikingen te volgen van Engeland via Scandinavië en Oekraïne naar Constantinopel en verder. Dat doet ze niet met een fictieverhaal, maar door het oplossen van archeologische en historische puzzels.

Jarman beschrijft de vondsten en de antwoorden – als die er zijn – en legt ook het proces en de methoden helder uit. Zo leer je ook als historisch onderlegde lezer veel nieuws over de Vikingen en over de snelle ontwikkelingen in de onderzoeksmethoden. Want Jarman staat met haar werk aan het front van wat Jona de DNA-revolutie noemt.

Lees verder “Geliefd boek: River Kings”

Arm en straatarm in Rome (5)

Slavenboeien (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het slot van een reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Slavernij en sociale mobiliteit

Dwars door de bevolking van Rome liep een onderscheid tussen vrije en onvrije mensen. Onder meer vanuit de juridische geschriften hebben we een vrij scherp beeld van de positie van de servi. Hun onvrijheid had als voordeel dat er iemand naar hen omkeek. Hoog­opgeleide slaven leidden vermoedelijk een redelijk comfortabel leven, bijvoorbeeld als arts of onderwijzer. Sommigen van hen hielden er zélf slaven op na; getrapte slavernij dus. Het gros zal uitgebuit zijn en als voetveeg behandeld. Veelzeggend is dat deurwachten soms vastgeketend werden. Er zijn daarentegen ook voorbeelden van slaven die liefdevol bijgezet werden in het familiegraf.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (5)”

Arm en straatarm in Rome (3)

Een zakkendrager, iemand uit het plebs (Nationaal Museum, Beiroet)

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het derde deel van een vijfdelige reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Plebs sordida

Tegenover het ‘fatsoenlijke’ plebs stond het plebs sordida, het ‘smoezelige’ plebs. De armoede van deze restcategorie was structureel. Het waren sloebers, aangeduid als egentes (nooddruftigen) of inopes (mensen zonder bezittingen). Immigranten waren oververtegenwoordigd. Hoewel het vrije mensen betrof, liepen zij het risico om zoveel schulden op te bouwen, dat zij zichzelf of hun kinderen in slavernij moesten uitleveren. Voor het plebs sordida was een dak boven het hoofd niet vanzelfsprekend, evenmin als kleding of een volle maag. In plaats van dure tarwe weken de arme mensen vaak uit naar gerst, kikkererwten en lupinezaad (noot 1). MacMullen (1974) gaat ervan uit dat een derde van de totale bevolking, met inbegrip van de slaven, voortdurend in grote schaarste leefde. Uitgaand van de 200.000 die ik hierboven berekende, includeert hij dus een deel van het plebs frumentaria.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (3)”

Italië in de tweede eeuw v.Chr.

Niet Italië maar Sicilië en Tunesië voedden Rome en dus moesten er graanpakhuizen komen, zoals de Porticus Aemilia uit 174 v.Chr.

Het grootste drama in de aan grote drama’s bepaald niet arme geschiedenis van het Romeinse Rijk staat bekend als de Romeinse Revolutie: de val van de republiek en het ontstaan van het keizerrijk. Dat het proces ook destijds belangrijk werd gevonden, blijkt uit de opbouw van het geschiedwerk van Appianus. Na twaalf boeken waarin hij Romes oorlogen per regio behandelt, volgen vijf boeken over de diverse burgeroorlogen, gevolgd door vier boeken waarin onder Augustus de interne rust terugkeert. Tot slot drie boeken over de succesvolle campagnes van de keizertijd. Appianus bouwt zijn verhaal zo op dat duidelijk wordt dat Romes ergste vijand Rome was.

In het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik op donderdag vaak blog, Een kennismaking met de oude wereld, zijn we inmiddels aanbeland bij de oorzaak van deze problemen. Althans, zoals moderne historici die zien. In de Oudheid ontwaarde men een moreel probleem: de generaals waren alleen belust op aanzien en invloed, de soldaten waren hebzuchtig, niemand was voldoende integer. Alleen Appianus herkent dat de oorzaken niet in de individuen maar in de structuren moeten worden gezocht. Van alle geschiedschrijvers uit de Oudheid is Appianus de enige die je een historicus mag noemen in onze zin van het woord: met zijn causaliteitsbegrip was hij zijn tijd een eeuw of zestien, zeventien vooruit.

Lees verder “Italië in de tweede eeuw v.Chr.”

Heloten

Veel afbeeldingen van heloten zijn er niet en dat zegt wel iets. Dit zijn Spartaanse krijgers uit de archaïsche periode uit het museum van Sparta.

In de Oudheid waren alle mensen ongelijk. In elke stadstaat was burgerschap een voorrecht; ambten waren meestal voorbehouden aan rijke mannen; niet iedereen mocht dienen in het leger; niet iedereen mocht land bezitten; en vrijwel elke samenleving kende minstens één klasse van mensen die niet zichzelf bezaten. Zij waren onvrij. Dat alle leden van een samenleving voor de wet gelijk zouden zijn, dezelfde rechten hadden en vrij zouden zijn, bestond eenvoudigweg niet.

Heloten

De Spartaanse samenleving was op deze regel geen uitzondering. Ook hier waren de mensen verdeeld in verschillende standen, rangen en klassen. En ook hier bestonden onvrije arbeiders: de heloten. Doorgaans waren dit boeren, maar er zijn ook bedienden, bewakers en stalknechten bekend. Volgens de traditie was helotage ontstaan toen de Spartanen het aangrenzende Messenië onderwierpen en de bewoners, een ander volk dus, hun vrijheid ontnamen.

Lees verder “Heloten”

Je doet het altijd verkeerd

Ik zit in de trein naar België en krijg de vraag voorgelegd: wat vind ik van onderzoek waarvan de uitkomst vooraf bekend is? Het ging over de vraag of de universiteit in Cambridge ooit had geprofiteerd van slavernij. Daar kan ik in de snelligheid wel even een antwoord op geven want de trein is prettig stil.

Verwachtingen en uitkomsten

Kijk, het zit zo. Je kunt een vermoeden hebben van de uitkomst. Dat de universiteit van Cambridge voordeel heeft gehad van de koloniale handel en de uitbuiting van onvrije arbeiders in India en op de plantages in de West, lijkt me iets wat je redelijkerwijs kunt verwachten. En van sommig onderzoek kun je verwachten dat de uitkomst zo negatief is als je vooraf verwacht. Zijn er Romeinse vondsten gedaan bij de aanleg van de Afsluitdijk? Je weet dat het niet zo zijn kan. Die resten zijn allemaal verspoeld bij de doorbraak van de Vlie, en als er nog iets was, hebben de ingenieurs er in de vooroorlogse jaren geen aandacht aan besteed.

Lees verder “Je doet het altijd verkeerd”

Een geschiedenis van Syracuse (5)

Reliëf van een dodenmaal (Museo archeologico regionale Paolo Orsi, Syracuse)

[Dit is het voorlaatste deel van een zesdelige reeks over de geschiedenis van de voornaamste stad van het antieke Sicilië, Syracuse. Het eerste stukje was hier en een landkaartje is daar.]

De Eerste Punische Oorlog

Ik was in mijn vorige stukje beknopt over Pyrrhos, omdat ik er al eens over had geblogd. Over de Eerste Punische Oorlog wil ik het ook niet lang hebben, want ik schreef een boek over dit conflict tussen Rome en Karthago. Dat boek heeft de superoriginele titel De vergeten oorlog en u moet het maar lezen als u wil weten hoe Rome tussen 264 en 241 v.Chr. Karthago versloeg en Sicilië annexeerde.

Samengevat: het begon met een klein conflict om Messina, daarna sloot Syracuse zich aan bij Rome, vervolgens mobiliseerde Karthago pas echt, en toen besloot Rome er ook echt werk van te maken. Akragas viel na een lange belegering. Waarop de Karthagers besloten met schepen de Italische kust te plunderen. Waarop de Romeinen een vloot bouwden en de Karthagers met een nieuw wapen, de enterbrug, wisten te verslaan. Waarop de Romeinen besloten à la Agathokles over te steken naar Afrika. Waar consul Regulus de Karthagers versloeg om zelf te worden verslagen door de Karthaagse huurlingenleider Xanthippos. Om dat verhaal te vernemen hoeft u mijn boek niet te lezen, u leest het namelijk hier op de blog.

Lees verder “Een geschiedenis van Syracuse (5)”