Herodotos over oorzaken

Een Romeins beeld van Nemesis uit Sagalassos (Museum van Burdur)

[Vierde van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Net als historici in onze tijd zoekt ook Herodotos naar de oorzaken van de door hem beschreven gebeurtenissen. Die interesse deelt hij tot op zekere hoogte met Homeros. Ik citeer nog even de proloog van de Ilias:

Muze, bezing ons de wrok van de zoon van Peleus, Achilles,
die ongenadige wrok die de Achaeërs grenzeloos leed bracht,
tal van krachtige zielen van helden prijsgaf aan Hades
en die hun lichaam ten prooi aan honden en allerlei soorten
vogels deed vallen. Zo ging de wil van Zeus in vervulling.
Zing vanaf het begin, toen twist tot vijanden maakte
Atreus’ zoon, de koning van ’t volk, en de grote Achilles.
Wie van de goden had beiden in zulk een twistzaak verwikkeld?

(vert. H.J. De Roy van Zuidewijn)

Lees verder “Herodotos over oorzaken”

De Bergrede (17): De bloemen in het veld

Een van de mooiste passages uit het Nieuwe Testament, waarover ik op gewoonlijk op zondag blog, volgt meteen op de passage uit de Bergrede dat niemand én de goede zaak én het kapitaal kan dienen. Het is óf God of de Mammon. Na deze constatering, begrijpelijk als we weten dat het gaat om een wereld zonder noemenswaardige economische groei, verandert de tekst (Matteüs 6) van karakter en gaat over in iets dat ook poëzie had kunnen zijn.

Maak je geen zorgen over je leven, over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren; het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? (NBV21)

Lees verder “De Bergrede (17): De bloemen in het veld”

De Siciliaanse Expeditie (1)

Thoukydides (Mozaïek uit Gerasa, nu in het Altes Museum, Berlijn)

Wat was de allerbelangrijkste gebeurtenis uit de Griekse geschiedenis? De Atheense geschiedschrijver Thoukydides wist het: de mislukte expeditie van zijn landgenoten naar Sicilië.

Het was bij mijn weten de belangrijkste gebeurtenis uit de Griekse geschiedenis, omdat ze voor de overwinnaars even schitterend verliep als voor de verliezers rampzalig. Zij zijn immers op overweldigende wijze verslagen en hadden de zwaarste verliezen geleden. Het was zogezegd een nationale ramp: leger, vloot, ja wat niet al, was verloren gegaan. En van al die mensen is maar een handjevol thuisgekomen. (Thoukydides, Peloponnesische Oorlog 7.87.5-6; vert. Hein van Dolen)

Deze woorden uit het geschiedwerk van Thoukydides gelden als hét klassieke voorbeeld van de stijlfiguur die bekendstaat als bathos: na drie plechtige volzinnen volgt op de plaats waar je de ronkende conclusie zou verwachten een zinnetje in spreektaal dat, doordat het de verwachting doorbreekt, bevreemdend overkomt. Vaak is dat komisch bedoeld, maar niet bij de serieuze Thoukydides. Zijn wending in stijl illustreert de wending in de oorlog. Toen hij de geciteerde woorden schreef, vermoedelijk in 411 v.Chr., meende hij dat de mislukte Atheense aanval op Sicilië een keerpunt was geweest in het al langer spelende conflict met Sparta. (Ik blogde al eerder over de aanloop naar de oorlog bij Sybota, over de Archidamische Oorlog van 431-421 en over de slag bij Mantineia in 418.) De Atheense verliezen waren, althans volgens Thoukydides, te groot geweest en toen het conflict met Sparta opnieuw oplaaide (de Dekeleïsche Oorlog, 413-404) zou Athene vroeg of laat bezwijken. Vandaar: de Siciliaanse expeditie was de belangrijkste gebeurtenis uit deze oorlog en de hele Griekse geschiedenis.

Lees verder “De Siciliaanse Expeditie (1)”

Mondelinge literatuur

Marcus Curtius, bezongen in de antieke mondelinge literatuur (Capitolijnse Musea, Rome)

Het alfabet is een democratischer schrift dan de hiërogliefen, het spijkerschrift of lettergrepensystemen als het Lineair-B. Twee dozijn alfabettekens uit het hoofd leren en presto, je kunt lezen en schrijven. Toen het alfabet eenmaal de oudere schriftsoorten had vervangen, varieerde de mate van geletterdheid in de oude wereld tussen de 10% in de meeste streken en de 35% in een democratische stadstaat als Athene. Voor Judea, met zijn boekengodsdienst, is een vergelijkbaar percentage genoemd: tweederde van de volwassen mannen. Wie in een antiek dorp kwam, kon altijd wel iemand vinden die kon lezen en schrijven.

Face to face

De vraag naar analfabetisme is dan ook verkeerd gesteld. De feitelijke vraag is hoe de informatie circuleerde. Ook mensen die konden lezen en schrijven, vernamen de meeste informatie mondeling. De antieke samenleving was een face-to-face society. Daardoor is de meeste informatie, ook in Athene en Judea, voor ons voorgoed ontoegankelijk. We hebben alleen toegang tot de geschreven teksten – zij vormen eilanden in een zee van mondeling overgeleverde verhalen, ideeën en tradities. Het ongeschrevene is lastiger te kennen, maar vergelijkingen met andere voorindustriële samenlevingen hebben oudheidkundigen wel geholpen te begrijpen hoe informatie circuleerde in de oude wereld. Er is veel geschreven over wat mondelinge literatuur heet. (Ik ervaar de term als een oxymoron.)

Lees verder “Mondelinge literatuur”

Nieuwe Dode-Zee-rollen? Ja, maar niet helemaal.

Reconstructie van antieke boekrollen (Orientalis)

Even een snelle reactie, uit de heup: ja, er zijn antieke teksten gevonden in Israël. Het bericht in de Jerusalem Post is correct. Het gaat om snippers van een boekrol waarop de twaalf “kleine profeten” staan, vertaald in het Grieks, de taal van de schrijvende Joodse elite in de Oudheid. (De volks- en spreektaal was Aramees.) De vier letters van de naam van God, JHWH, zijn in het oud-Hebreeuws geschreven. Iets wat je vaker ziet. Door van alfabet te wisselen werd vermeden dat de lezer per ongeluk de naam van God uitsprak.

Wat zijn de Dode-Zee-rollen?

De naam “Dode-Zee-rol” is op zich niet incorrect maar enigszins misleidend. De echte Dode-Zee-rollen zijn gevonden bij Qumran en documenteren het joodse leven tussen pakweg 200 v.Chr. en 70 na Chr. Een deel daarvan is sektarisch van aard. De naam “Dode-Zee-rollen” wordt echter sinds jaar en dag gebruikt voor andere tekstvondsten in grotten ten westen van het zoutmeer. Zo ook dit keer.

Lees verder “Nieuwe Dode-Zee-rollen? Ja, maar niet helemaal.”

Niet alle vertalingen zijn even goed

Het laatste nummer van Met andere woorden, het vriendelijke (en gratis) tijdschrift over de bestudering van de Bijbel, is geheel gewijd aan de NBV21. Die afkorting staat voor de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling. U leest nog eens na wat de vertaalprincipes zijn en verneemt diverse voorbeelden, zoals uitleg over Genesis 37. Er is een interview met een betrokken vertaler en uitleg van de wijze waarop de vertalers zijn omgegaan met lezersreacties.

Geliefde en correcte vertalingen

Lezersreacties op vertalingen zijn nogal eens terug te voeren op het verdwijnen van vertrouwdheid. Dat geldt niet alleen voor de vertaling van de beroemdste van alle antieke teksten of voor antieke teksten in het algemeen, maar voor alle teksten. Barber van de Pol heeft bijvoorbeeld nogal eens moeten uitleggen waarom ze de bekende beginregel van de Quichot (“een dorp waarvan ik me de naam niet wens te herinneren”) anders en correcter ging vertalen. Correct wilde voor haar zeggen: zoals een zeventiende-eeuwse lezer het had begrepen.

Lees verder “Niet alle vertalingen zijn even goed”

Spreektaal, blogtaal en boekentaal

Gevelsteen (Egelantiersstraat, Amsterdam)

Dit weekend rondde ik Bedrieglijk echt af, mijn boek over papyrologie. Het gekke is dat je nooit precies kunt aanwijzen wanneer een boek klaar is. Ik weet dat ik begin te spreken over een voltooid boek als ik het denkwerk heb gedaan, als ik de materie heb verdeeld over hoofdstukken, paragrafen en alinea’s en als ik het beeldmateriaal heb uitgezocht. Dan hoef ik alleen nog maar de zinnen te schrijven, wat in principe ook iemand anders zou kunnen doen. Tegelijk weet ik dat er tijdens het schrijven van de zinnen altijd nog ideeën komen. En soms grove ingrepen. Dit keer is bijvoorbeeld een paragraaf over Kellis, waar papyri de manichese geloofspraktijk documenteren, op het laatste moment geschrapt, waar ik eigenlijk van baal.

Maar ook als ik de zinnen heb geschreven en het manuscript naar de uitgever zou kunnen, is het niet af. Toen ik de tekst afgelopen weekend af had, ben ik die nog eens met de stofkam doorgelopen en uiteindelijk heb ik alles nog 5% ingedikt. Dat doe ik met boeken altijd en het maakt een tekst beter, maar ik snap niet goed wat er in die fase nu werkelijk gebeurt. Nou ja, ik heb een vermoeden.

Lees verder “Spreektaal, blogtaal en boekentaal”

Kelmis

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten ben ik – mede dankzij uw donaties – vorige week neergestreken in België. Meer precies woon ik nu in een huisje op de Vaalserberg, vanuit Nederland gezien net over de grens. Hierboven ziet u mijn tuin. Even verderop ligt Kelmis, de hoofdstad van (beter: de enige stad in) (nog beter: het enige dorp in) het gebied dat van 1816 tot 1919 bekendstond als Neutraal Moresnet. Hier lag een belangrijke zinkmijn, die Pruisen tijdens het Congres van Wenen niet gunde aan het nieuwe koninkrijk Nederland, terwijl Nederland de mijn niet gunde aan Pruisen. De tijdelijke oplossing was dat Kelmis een stukje niemandsland werd. Dat bleef de situatie na de Belgische onafhankelijkheid in 1830. Wat nu het Drielandenpunt heet, was voortaan een vierlandenpunt en de weg die daarvandaan naar Vaals loopt, heet nog altijd Viergrenzenweg.

Inmiddels zijn de grenzen verschoven en ligt Neutraal Moresnet geheel binnen België. De zinkmijn bestaat niet langer. De spoorlijn die Russische krijgsgevangenen tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwden om Aken via Kelmis met Luik te verbinden, ligt er nog wel en af en toe hoor ik in de verre verte een goederentrein voorbij rijden. Als u meer over Moresnet wil weten moet u het boek Zink van David Van Reybrouck lezen of het boek Moresnet van Philip Dröge. Herman Clerincx heeft weleens over deze “droomstaat voor smokkelaars en esperantisten” gepubliceerd in Geschiedenis Magazine. Ik denk niet dat er een plek op aarde is met een hoger aantal gepubliceerde pagina’s per hoofd van de bevolking, met de mogelijke uitzondering van het eiland van Robinson Crusoë.

Lees verder “Kelmis”

Hoe dateer ik een papyrus?

Zomaar een mooie papyrus met een fragment van Euripides’ Melanippe (Neues Museum, Berlijn)

Stel, archeologen graven in Egypte een kleine verzameling papyri op waarop Griekse teksten blijken te staan. Een classicus die de papyri krijgt te zien, herkent iets raars: het is onmiskenbaar poëzie, want de teksten zijn metrisch, maar ze rijmen ook, wat in de antieke dichtkunst ongebruikelijk is. De oudheidkundigen van ons voorbeeld hebben vanaf nu meer vragen dan antwoorden, maar nog voor ze de eigenlijke vraag hebben kunnen stellen (“wat bracht de dichter op het idee van deze poëtische innovatie?”), moet ze weten wanneer die innovatie plaatsvond. Kortom: hoe oud is een papyrus?

Dagtekeningen

In dit geval weten we zeker dat de papyri antiek zijn, want ze komen uit een opgraving. Onze onderzoekers willen echter specifieker zijn. Het liefst hebben ze natuurlijk dat de datum er gewoon op staat. Dit is ook een redelijk gebruikelijke methode om antieke teksten te dateren, aangezien de kalender die in Egypte werd gehanteerd, weinig geheimen kent. Helaas zijn literaire teksten, zoals die in ons voorbeeld, niet vaak voorzien van een dagtekening. Dat is meer iets voor ambtelijke stukken.

Lees verder “Hoe dateer ik een papyrus?”

Hellenistische kronieken uit Babylon

Uw wereld is nooit meer hetzelfde nu u de drie delen van fragment A van de Bagayasha-kroniek (BCHP 18A) heeft gezien.
Uw wereld is nooit meer hetzelfde nu u de drie delen van fragment A van de Bagayasha-kroniek (BCHP 18A) heeft gezien. Ze liggen in het British Museum maar worden niet geëxposeerd.

Terwijl ik vorige week ziek was, heb ik een klusje gedaan dat al jaren lag te wachten: het online plaatsen van de vertalingen van de Babylonische kronieken uit de hellenistische tijd. Dat vergt wat toelichting. Om te beginnen: de Livius.org-website is ooit gebouwd in ouderwetse HTML, wat een vrij simpele manier was om teksten online te plaatsen en van links te voorzien. Het probleem is dat HTML langzaam verandert waardoor de diakritische tekens – de letters met de gekke accenten dus – steeds vaker onleesbaar werden.

Een paar jaar of vijf geleden ben ik daarom begonnen de 3600 webpagina’s om te zetten naar een content management-systeem. Dat moest handmatig gebeuren en het einde van dat project is maar heel langzaam in zicht gekomen. De Babylonische kronieken waren hierbij het moeilijkste, aangezien die bestonden uit twee kolommen: rechts Engels en links een transcriptie van het Akkadisch, de taal van de Babyloniërs. Ik heb die destijds gemaakt omdat de onderzoeker die ze aan het ontsluiten was, Bert van der Spek, zo een manier had om zijn materiaal met collega’s te bespreken. Inmiddels is de eigenlijke publicatie, een boek, in zicht en is die Akkadische transcriptie niet meer urgent.

Lees verder “Hellenistische kronieken uit Babylon”