Het vernieuwde Valkhof Museum

Romeinse godinnen (Valkhof Museum, Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit stukje meetel. Dit is het vierde; het eerste was hier.]

Wie van Romeins Nederland houdt, houdt van het Valkhof Museum in Nijmegen. Het is echter – althans voor mij – een liefde die soms teleurstelt, zoals toen de directie verdwaalde in een tunnelvisie. Het museum was enige tijd gesloten, werd verbouwd en is onlangs heropend, en nu weet ik weer waarom ik er graag kom. Al vóór je binnen bent, zie je de verandering: het museumcafé bevindt zich nu aan de voorkant, zodat het gebouw veel opener is naar de buitenwereld. Ook het malle monument op het plein, een tegen de archeologische wetenschap opgeheven middelvinger in de vorm van een verzakte replica van een Romeins monument, is gelukkig verwijderd.

Kristalhelder thema

Feitelijk bestaat de nieuwe archeologische afdeling uit een heel grote C-vormige ruimte, met een kristalhelder thema: Nijmegen als onderdeel van een grotere wereld. Dit verhaal wordt strikt chronologisch verteld. Uit die keuze vloeit voort dat de verzameling nederzettingen die we aanduiden als “Romeins Nijmegen”, minder centraal staat dan vroeger. De eerste getoonde voorwerpen komen uit Bennekom, bepaald niet om de hoek.

Lees verder “Het vernieuwde Valkhof Museum”

Romeins Nijmegen (3) Bloei en verval

Een Bacchus uit het badhuis (Stadhuis Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het derde; het eerste was hier.]

Bloeitijd

In de tweede eeuw bloeide Ulpia Noviomagus. Op het grafveld zijn prachtige barnstenen en kristallen voorwerpen gevonden die bewijzen dat in elk geval de elite het breed kon laten hangen. Oude schattingen hielden het erop dat het stadje zo’n 5.000 inwoners had; inmiddels is duidelijk dat het er fors meer waren, misschien wel 10.000. Met een legioenbasis ernaast was het al met al te groot om te worden gevoed vanuit het achterland, zelfs al verrees langs de Waal de ene boerderij na de andere. Graan en andere levensmiddelen moesten worden geïmporteerd, en de inscriptie van graanhandelaar Marcus Liberius Victor, die zijn producten aanvoerde vanuit het verre Henegouwen, is heel typerend.

Lees verder “Romeins Nijmegen (3) Bloei en verval”

Romeins Nijmegen (2) Noviomagus

Een cupido van barnsteen (Valkhof Museum, Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het tweede; het eerste was hier.]

Ulpia Noviomagus

In de jaren na de Bataafse Opstand reorganiseerden de Romeinen het Rijnland. Ze bekortten de weg naar de Donau door het Zwarte Woud (de Agri Decumates) te annexeren, en ook kregen meer legerbases stenen funderingen. Rome was niet langer in het offensief maar ging ervan uit dat de noordelijke rivieren voor langere tijd moesten worden verdedigd. In deze context moeten we ook de legioenbasis in Nijmegen plaatsen.

Er was in 2011 een claim dat een legioen zijn hoofdkwartier had ingericht in het stadscentrum, waar de resten zouden zijn gevonden op het Sint-Josephhof. Ik heb over die claim sindsdien niets meer gehoord, maar het zou een loepzuivere parallel opleveren met Jeruzalem, dat eveneens in 70 werd verwoest. Daar vestigde een legioen zich in de veroverde stad, maakte daarmee duidelijk wie de baas was, en dwong de bewoners te vertrekken naar het drie kilometer verderop gelegen Shu‘afat. Idem in Nijmegen: onderworpen opstandelingen, legioen in hun stad, bevolking drie kilometer verderop. Omdat ik over de Nijmeegse basis echter nooit meer had gehoord, was opheldering daarover een van de redenen waarom ik afgelopen weekend Nijmegen bezocht. Ik heb de deskundigen echter niet kunnen spreken en de oplossing van dit mysterie ligt derhalve voorshands verborgen in de mist der tijden.

Lees verder “Romeins Nijmegen (2) Noviomagus”

Romeins Nijmegen (1) Ontstaan

Bataafse munt (Valkhof Museum, Nijmegen)

Ik ging naar Nijmegen om een badhuis te zien. Ik zag geen badhuis. Maar het was een geslaagd weekend. Deze week enkele blogjes, waar u ook het blogje over de Nijmeegse classicus Vincent Hunink bij mag rekenen. Maar eerst even iets over de geschiedenis van Romeins Nijmegen.

Oppidum Batavorum

In 19 v.Chr. werd in het oosten van de huidige stad een militaire basis ingericht (Hunerberg), die echter niet lang in gebruik is gebleven. Even oostelijker lag op het Kops Plateau een kleiner kamp, dat tientallen jaren functioneerde. De meest duurzame stichting lag echter in het huidige stadscentrum, waar een civiele nederzetting verrees, bewoond door migranten uit het Overrijnse die de geschiedenis in zijn gegaan als Bataven. Die naam betekent “bewoners van de Betuwe”, wat weer is afgeleid van *bat-agwiō, “vruchtbaar eiland” (tussen Waal en Rijn). De burgerlijke nederzetting heette Batavodurum of ook wel Oppidum Batavorum, wat allebei “Batavenburcht” betekent.

Lees verder “Romeins Nijmegen (1) Ontstaan”

Manuscripten in Nijmegen

Sculptuur uit Herwen (Valkhof, Nijmegen)

In museum het Valkhof in Nijmegen is momenteel de expositie “Moving Stories” te zien. Die toont hoezeer het antieke rivierenland een migratiegebied was en spiegelt dit aan de ervaringen van hedendaagse migranten. De tentoonstelling is goed ontvangen – lees maar hier of daar – maar ik voor mij was er niet enthousiast over.

Mijns inziens bleven het twee halve verhalen. Bij de moderne migratie lag de nadruk op vluchtelingen, wat maar één soort migranten is. Bij de Oudheid had meer aandacht kunnen zijn voor seizoensmigratie. Dat laatste om twee redenen. In de eerste plaats omdat het verweiden van kuddes in voorindustriële samenlevingen de grote, permanente onderstroom van bewegende mensen is geweest. Het was echt heel belangrijk. En in de tweede plaats (en iets minder belangrijk): als het waar is dat Noviomagus niet, zoals ooit gedacht, “nieuwe markt” betekent maar “het nieuwe veld”, en dus tegengesteld is aan Senomagus, “het oude veld”, dankt Nijmegen zijn naam zelfs aan seizoensmigratie.

Lees verder “Manuscripten in Nijmegen”

De musea gaan weer open

Constantijn (munt uit Museum Valkhof, Nijmegen)

Op een dag in de niet zo verre toekomst zal de rijksarchivaris het embargo opheffen dat ligt op de notulen van het beraad van het Derde Kabinet Rutte. Als ik dan nog leef zou ik wel willen weten hoe de vergadering heeft plaatsgevonden waarbij de ministers besloten dat de musea dicht moesten. We weten inmiddels dat een deel van de aanwezigen strenge coronamaatregelen wilde, dat een ander deel meende dat de maatregelen té streng konden zijn, dat het kabinet toch daadkracht wilde uitstralen en dat dus maar werd besloten dat de culturele sector op slot moest.

De minister van Cultuur schijnt niet bij de beraadslagingen aanwezig te zijn geweest. Waarom ze niet is opgestapt toen ze moest vernemen dat anderen beslissingen namen over wat toch haar beleidsterrein was, is me niet duidelijk. Vandaar dat ik zo benieuwd ben naar de vergaderstukken.

Lees verder “De musea gaan weer open”

Misverstand: De stad Nijmegen

Agrippa, de stichter van Nijmegen (British Museum, Londen)

Keizer Trajanus gold als een goede heerser en dat hij hier en daar een modern standbeeld heeft gekregen is geen catastrofe. Wie Nijmegen over de Waalbrug binnenrijdt, zal er door worden begroet. Het beeld dateert uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen het aloude Keizer Lodewijkplein, aangelegd na de sloop van de Nijmeegse stadsmuur en vernoemd naar Lodewijk de Vrome, een nieuwe naam moest krijgen. Omdat oudheidkundigen toen nog dachten dat Trajanus iets voor Nijmegen zou hebben gedaan, werd het plein naar hem vernoemd en kreeg hij een beeld.

De vraag was destijds al wát hij voor Nijmegen heeft gedaan, want het enige wat vaststaat is dat de stad zich Ulpia Noviomagus is gaan noemen. Het laatste element is de eigenlijke plaatsnaam, “nieuwe weide”. Het eerste element verwijst naar de familienaam van de keizer, die voluit Marcus Ulpius Trajanus heette. De aanname was destijds (als ik het wel heb) dat die naam is verleend met het recht om markt te houden, nundinas habere. Een tweede aanname was dan dat Noviomagus tevens “nieuwe markt” zou betekenen, wat niet onmogelijk is maar een secundaire betekenis verheft boven de primaire.

Lees verder “Misverstand: De stad Nijmegen”

De musea gaan weer open

Beeld van Fortuna Redux, Thermenmuseum, Heerlen

Vandaag, dinsdag 9 juni, heropent het Thermenmuseum in Heerlen, waar u de restanten kunt zien van een Romeins badhuis. Het is immens en bewijst hoe belangrijk Heerlen ooit is geweest, iets wat ook overtuigend wordt bewezen door de nog niet zo heel erg lang geleden vernieuwde expositie. Als u al een tijdje niet naar het Thermenmuseum bent geweest, dan is dit uw kans – als u althans in de buurt woont of beschikt over een auto, want zoals u weet wordt reizen met het openbaar vervoer u momenteel nog ontraden. Automobilisten adviseer ik aan de Spoorsingel te parkeren en dan door het Maankwartier naar het museum te wandelen, dat is een leuke bonus bij een bezoek aan Heerlen.

Waarom u naar het museum moet? Om u aan cultuur te laven natuurlijk. Maar laat ik er iets aan toevoegen: de musea hebben het niet makkelijk. De steunpakketten waarmee het Nederlandse kabinet probeert de economie op de been te houden, pakken niet heel goed uit voor musea. Bedenk bovendien dat Halbe Zijlstra, de staatssecretaris van Cultuur die niet wist wat hij aan moest met “musea vol opgegraven potten en pannen”, de archeologische musea buitensporig hard heeft geraakt.

Lees verder “De musea gaan weer open”

Wegdorpje?!

Coriovallum met het badhuis links achteraan (© Thermenmuseum)

Bij de mail: “geef ons heden ons dagelijks blogstukje en verlos ons van die idiotie”. Er was nog een tweede verzoek van dien aard, maar iets minder opvallend geformuleerd.

Voor wie de kwestie mocht hebben gemist: het Thermenmuseum in Heerlen rondt momenteel belangrijk onderzoek af en publiceerde een persbericht met in de kop en de lead de claim dat het Romeinse badhuis het oudste gebouw van Nederland zou zijn. Als je het zo formuleert is het natuurlijk niet waar. U kent de hunebedden wel en die zijn eigenlijk nog jong, vergeleken met de boerderijen van de Bandkeramiekcultuur. Iets verderop in het persbericht staat het gelukkig iets preciezer: het badhuis is een stenen gebouw. Uit andere nederzettingen kennen we huizen met stenen fundamenten en muren van stampleem, maar Heerlen heeft dus een badhuis met muren van steen.

Lees verder “Wegdorpje?!”

Conspicuous leisure

Een van de leukste en belangrijkste wetenschappers van de vroege twintigste eeuw was Thorstein Veblen (1857-1929). In zijn Theory of Business Enterprise (1904) wees hij erop dat ondernemers alleen winst kunnen maken als de markten niet optimaal functioneren en dat ze dus het liefst een efficiënte economie saboteren. Het was daarom beter de regie niet over te laten aan de vrije markt maar aan ingenieurs, meende Veblen, maar van dit idee hebben we sinds de vijfjarenplannen van de Sovjet-Unie niet meer zoveel vernomen. Hij is daarentegen onverminderd actueel met zijn Theory of the Leisure Class (1899), waarin hij uitlegt dat mensen niet economisch rationeel handelen maar vooral verlangen naar status. Hij wees daarbij op twee aspecten: conspicuous consumption ofwel opzichtig consumeren en conspicuous leisure ofwel opzichtig luieren.

Voorbeelden van het eerste: een Rolex om je pols of vervoer in een dure auto. Oudheidkundig voorbeeld: de vorstengraven uit de IJzertijd, of dat nu Salamis op Cyprus is of de Vorst van Oss. Voorbeeld van het tweede: verre vakanties en museumbezoek. Achter beide zaken gaat Veblens cynische wereldbeeld schuil. Iedereen wil de ander inpeperen wie de voornaamste is. Mensen zijn wreed. Toch is er ook een mooie kant: als “anderen iets inpeperen” een drijfveer is, kan het positief worden benut, bijvoorbeeld voor cultuureducatie.

Lees verder “Conspicuous leisure”