De sji’ieten van Irak (2)

De Umayyadenmoskee in Damascus, door de eerste kaliefen gebouwd in een kerk.

[Dit is het tweede stuk over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

In mijn vorige stukje vertelde ik het officiële verhaal over de scheiding van soennieten en sji’ieten. Er was onduidelijkheid over de aard van het leiderschap. Degene die het uitoefende, genoot Gods steun, zoveel is duidelijk, maar wie was de ware heerser der gelovigen? Was het de Umayyadenkalief in Damascus of was het de imam, het familiehoofd van Ali’s afstammelingen?

Zoals de soennieten zijn verdeeld over vier rechtsscholen, zo zijn de sji’ieten verdeeld over wie nu de belangrijkste imams zijn. Niet iedereen wijst dezelfde vijfde en zevende imam aan, terwijl de meeste sji’ieten wachten op een twaalfde imam, Mahdi genaamd, die ooit zal terugkeren en een rol speelt aan het einde der tijden. Shi’iten waren betrokken bij enkele opstanden tegen de Umayyaden. Grosso modo was de tendens echter: depolitisering.

Lees verder “De sji’ieten van Irak (2)”

De Arabisering van de Maghreb

De grote moskee van Kairouan

Een tijdje geleden kreeg ik een vraag naar de arabisering van de Maghreb. Anders gezegd: waarom zijn de mensen in het noordwesten van Afrika Arabisch gaan spreken? Vroeger spraken ze immers Latijn en daarvoor woonden er mensen die een taal spraken die ik gemakshalve Numidisch zal noemen. Ook zijn er nog Berbers. Kortom, hoe zit het?

Ik ben geen arabist en elk antwoord dat ik geef moet met een korreltje zout worden genomen. Ik denk echter dat ik wel een paar factoren kan noemen.

Verovering

Primo, de Arabische veroveringen vormden hoe dan ook de beslissende factor. In 647 intervenieerde een Arabisch leger in een burgeroorlog in wat bekendstond als het Exarchaat van Karthago, ofwel het door de Byzantijnen op de Vandalen heroverde Afrika. Bij het huidige Sbeitla versloegen de Arabieren een opstandeling – let op: ze werkten hier samen met de Byzantijnen – en lieten zich vervolgens afkopen. Een kwart eeuw later rukten de Arabieren op tot Kairouan, en weer een kwart eeuw later (in 695 om precies te zijn) viel Karthago. De Byzantijnen heroverden de stad en verloren haar definitief in 698. Daarmee lag de weg naar het westen open. Berbers boden nog weerstand maar in 708 stonden de Arabische troepen aan de Atlantische Oceaan. Drie jaar later staken ze de Straat van Gibraltar over. Het Rijk van Toledo, centraal georganiseerd als het was, viel in één klap.

Lees verder “De Arabisering van de Maghreb”

Plectrudis

Het graf van “hofmeierin” Plectrudis (St. Maria im Kapitol, Keulen)

Nu ik toch bezig ben met Radbod, doe ik deze foto er ook even bij. Die maakte ik vorig jaar in Keulen in de prachtige kerk van St. Maria im Kapitol. Inderdaad, een Mariakerk, gebouwd op het platform waarop ooit de Capitooltempel stond van de hoofdstad van de Romeinse provincie Germania Inferior. Wie de romaanse kerk binnengaat, klimt nog altijd eerst een trap op.

Je hoeft geen kunstgeschiedenis te hebben gestudeerd om te zien dat dit graf niet afkomstig is uit de Vroege Middeleeuwen, maar het is wel degelijk voor iemand uit de cirkel van Radbod: dit is het graf van Plectrudis, de echtgenote van de Frankische hofmeier Pippijn van Herstal, aanvankelijk Radbods tegenstander, maar vanaf 711 schoonfamilie. In ongeveer dat jaar sloten Radbod en Pippijn namelijk een huwelijksalliantie, waarbij Radbods dochter Theudesinde trouwde met een zoon van Pippijn en Plectrudis, Grimoald. Overigens was Theudesinda vermoedelijk al langer Grimoalds concubine.

Lees verder “Plectrudis”

Radbod (2)

1107 willibrordus_amsterdam_gevelsteen_d_v_hasseltssteeg_53
Willibrordus (Gevelsteen, Dirk van Hasseltssteeg 53, Amsterdam)

Ik heb vorig jaar de hele film Redbad uitgezeten en ik heb daarna het prachtige boek van Meeder en Goosmann met dezelfde titel gelezen. Dat er nog meer zinvolle dingen te vertellen zijn over de Friese heerser, toont Luit van der Tuuk in Radbod. Koning in twee werelden. In het vorige stukje gaf ik aan dat we Radbod moeten voorstellen als een rijke aristocraat met een grote schare volgelingen, die in tijden van oorlog leiding gaf aan soortgelijke aristocraten. Hij was een knoop in twee elite-netwerken, met aan de ene kant de Friese bewoners van het kustgebied, en aan de andere kant de Franken, die hem beschouwden als vazal.

Dat hij onder de Franken ook vijanden had, bleek in ca.689. De Franken hadden weer één koning, de Merovinger Theuderic III, met een capabele hofmeier, Pippijn van Herstal. Eén van hun taken was het herstel van de Frankische macht over het Nederlandse rivierengebied, dat in handen was gekomen van Radbod en waar de internationale handel financieel viel af te tappen. In de omgeving van Dorestad versloeg Pippijn Radbod. Die verloor het gebied van de Kromme Rijn, zodat Dorestad en Utrecht Frankisch werden. De Britse geleerde Beda de Eerbiedwaardige vermeldt het vervolg:

Lees verder “Radbod (2)”

Radbod (1)

Ik heb al eerder geblogd over de laat-zevende-, vroeg-achtste-eeuwse heerser die door Frankische monniken Radbodus wordt genoemd en door de Britse geleerde Beda de Eerbiedwaardige Rathbedus. Dat moeten weergaven zijn van een naam die leek op het Oud-Friese Rêdbêd of het Oudengelse Ræthbed. In latere sagen heet de man Radboud of Radbold, terwijl de vorm Redbad een nog latere vorming is in het Fries. U weet dat er een hopeloos slechte speelfilm is met die naam; ik blogde al eens over het gelijknamige boek van Sven Meeder en Erik Goosmann, dat even uitmuntend is als de film slecht.

Omdat ik, na het volledig (!) uitzitten van die film en na lectuur van het boek, vond dat ik wel even genoeg aan het onderwerp had gedaan, had ik het boek Radbod. Koning in twee werelden van Luit van der Tuuk laten liggen, maar ik ben blij dat ik het nu alsnog heb gelezen. Het is even goed als dat van Meeder en Goosmann, maar legt minder het accent op de Frankische situatie en meer op Radbods Noord-Nederlandse achtergrond. Radbod was een man van twee werelden en dat maakt twee perspectieven mogelijk.

Lees verder “Radbod (1)”

De Avaren

Laten we er kort en duidelijk over zijn: de Avaren zijn een van de allerbelangrijkste spelers geweest in de geschiedenis van Europa. Ruim een kwart millennium, laten we zeggen van 550 tot 800 ofwel van Justinianus tot Karel de Grote, beheersten ze het centrum van het werelddeel, ruwweg van wat nu Oostenrijk heet tot halverwege Bulgarije. Een supermacht. We kunnen er echter even kort en duidelijk over zijn dat wat we over hen weten, omgekeerd evenredig is aan hun belang. Kortom, een vrijwel vergeten koninkrijk of (zoals ze het zelf noemden) khaganaat.

Het standaardwerk over de Avaren is al sinds jaar en dag – nou ja, eigenlijk bedoel ik sinds 1988 – Die Awaren. Ein Steppenvolk im Mitteleuropa, 567-822 n.Chr. van de Weense historicus Walter Pohl. Ik heb het boek jaren bezeten, las het ooit voor een kwart, verloor de draad, hernam de lectuur, heb het in Boedapest in een hotel laten liggen en vergat het daarna. Ik heb die omissie goed kunnen maken nu enkele maanden geleden een verbeterde, Engelse versie is verschenen: The Avars. A Steppe Empire in Central Europe, 567-822.

Lees verder “De Avaren”

Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Resten van het Byzantijnse Rijk in Athene: een huisje op de Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantium, een onbegrepen wereldrijk”

Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?

Het nieuwe blad (foto Mohsen Goudarzi; Ahmed Shaker heeft een andere foto)

Eerst maar even dit. Je hebt middeleeuwse handschriften en middeleeuwse handschriften. Als we even afzien van hun kwaliteiten als materieel object (hoe is het vervaardigd, is het geïllustreerd, is het professioneel geschreven?), wordt de waarde bepaald door de inhoud van de tekst. Om eens iets te noemen: als handschrift B is overgeschreven van handschrift A, is handschrift B minder belangrijk dan handschrift A (“elimineerbaar”).

Eén van de absolute topstukken is de Codex Sana’a 1. Die is in 1972, toen een lekkend dak restauratie noodzakelijk maakte, ontdekt in een afgesloten vertrek bij een van de bibliotheken van de Grote Moskee van Sana’a in Jemen. Dat is een van de oudste moskeeën ter wereld: het staat vast dat ze tussen 705 en 715 is uitgebreid en ze dus daarvóór moet zijn gesticht. In de eeuwenlang vergeten, afgesloten kamer werden 15.000 oude islamitische teksten gevonden en misschien was het vertrek wel wat de joden een geniza noemen: een opslagruimte van religieuze geschriften die te versleten zijn voor gebruik maar die je uit respect toch ook niet weggooit.

Lees verder “Een nieuw blad van Codex Sana’a 1?”

Redbad (bis)

Onlangs bezocht ik Redbad, de vermoedelijk slechtste film die ik ooit zag. Niet eens meer “zó slecht dat het eigenlijk weer onderhoudend is” – gewoon echt slecht. Hoe het Productiefonds geld gegeven kan hebben aan deze draak, is een van de mysteriën van het subsidiecircuit, al wil ik geloven dat de makers een ander script hebben gepresenteerd dan ze uiteindelijk verfilmden. Hoe dat ook zij, ik schreef een blogstukje over het gebrek aan filmische kwaliteit van Redbad en dat had het einde moeten zijn.

Behalve dat een kennis me attendeerde op het boek dat de historici Sven Meeder en Erik Goosmann hebben geschreven over de Friese leider Radboud. (De naam “Redbad” is een moderne poging een Fries ogende naam te geven aan de man die in de middeleeuwse bronnen Radbodus heet.) Redbad. Koning in de marge van de geschiedenis bleek een aangename verrassing, niet alleen omdat het verhaal de moeite waard is, maar vooral omdat de auteurs de lezer serieus nemen en zich niet beperken tot het beruchte “dit zijn de feiten en daarmee moet u het doen” dat zo vaak doorgaat voor wetenschapscommunicatie. Ze vallen u ook niet lastig met een ellenlange literatuurlijst en zinloze voetnoterij, maar tonen in plaats daarvan, zoals het hoort, het wetenschappelijk proces. Ze schrijven:

Lees verder “Redbad (bis)”

Redbad

Er is geen ongelukkiger combinatie dan die tussen geschiedenis, die reëel wil zijn, en speelfilm, die amusement wil zijn. Dat gaat niet samen. De enige écht betrouwbare historische film zou zo saai zijn als het leven zelf. Ik heb me er weleens toe laten verleiden om als historicus commentaar te geven op een film, maar om te beginnen is dit een extreem gemakzuchtig journalistiek frame en bovendien is het eigenlijk net zo vreemd als een filmmaker die commentaar geeft op geschiedenis. “Het publiek weet niet veel van het Primat der Außenpolitik. Kunnen we Hitler geen begrijpelijker motief geven om Rusland aan te vallen? Kan Stalin er niet vandoor gaan met Eva Braun?”

Dat een historicus beter zwijgt over het historisch kaliber van een historische film, wil echter niet zeggen dat hij niet kan zeggen dat een film slecht is als film. En dan springt Redbad er toch wel uit. Simpel gezegd: om een zwak verhaal te maskeren, kozen de makers voor bombast en slechte trucages. Ik heb erg gelachen om de omvallende heilige boom, de in brand geschoten drakars, de benedenstad van Reims en de steeds weer kalme golven die uit digitale trukendoos waren gehaald.

Lees verder “Redbad”