Rolzegel

Rolzegel met afdruk (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Mesopotamische rolzegels zijn precies wat je denkt dat het zijn: een soort zegelringen, alleen wordt het zegel niet in het te verzegelen materiaal gedrukt maar erover gerold. Gemaakt van steen zijn de rolletjes een centimeter of vier hoog. Ze zijn ruim drie, een kleine vier millennia lang vervaardigd en elk oudheidkundige museum heeft er wel een paar. Er moeten er duizenden zijn en je kunt er voor 1000 euro al een kopen. De Nederlandse verzamelaar Joost Kist bezat er zeker vijfhonderd, waarover hij een boek publiceerde. Ik meen dat hij zijn collectie heeft nagelaten aan het Allard Pierson in Amsterdam.

De afbeeldingen illustreren van alles en nog wat. Als ik naar mijn foto’s kijk, zie ik dat de goden prominent figureren, zie ik allerlei mythische wezens, zie ik allerlei dieren, zie ik gevechtscènes, zie ik rivierschepen, zie ik spijkerschriftteksten, zie ik leeuwenjachten.

Lees verder “Rolzegel”

Aššur, de eerste hoofdstad van Assyrië

De ziggurat van Aššur

Vandaag zijn de verkiezingen in Irak, dus dat is een ongezochte gelegenheid om eens te bloggen over Aššur. Gelegen op de westelijke oever van de rivier de Tigris, was dit de eerste hoofdstad van Assyrië. En ook deze stad was oeroud. Bij de tempel van de godin Ištar vonden archeologen voorwerpen uit de tweede helft van het derde millennium v.Chr. Toen was Aššur nog een stadstaat met een wat groot ommeland, niet anders dan Susa in Elam. De bewoners personifieerden hun stad als een godheid, eveneens Aššur geheten, en noemden het ommeland Mât Aššur, het land van de god Aššur.

Deze stadstaat had nauwe banden met de Sumerische steden in het zuiden en moest zich onderwerpen aan koning Sargon van Akkad. Nadat diens rijk door de klimaatcrisis rond 2200 v.Chr. ten onder was gegaan, herenigden de heersers van de Derde Dynastie van Ur Mesopotamië. Net als Sargon voor hen stuurden ze gouverneurs naar Aššur. De belangrijkste resten uit deze tijd zijn de tempel van Ištar en het Oude Paleis.

Lees verder “Aššur, de eerste hoofdstad van Assyrië”

Het Ur der Chaldeeën

Hoe Woolley’s Pit in Ur er tegenwoordig uitziet

Van alle steden uit het oude Nabije Oosten zal Ur na Babylon wel het bekendste zijn. Volgens de Bijbel was “het Ur der Chaldeeën” de stad waar Abraham vandaan kwam. Uiteraard weet men tegenwoordig aan te wijzen waar het huis van de aartsvader zou hebben gestaan. Het is tenslotte archeologie.

Ontstaan

De stad is werkelijk oeroud. Ze gaat terug tot het vroege Chalcolithicum, de laatste fase van het Neolithicum. Anders gezegd: de stad stamt uit het vroege vierde millennium v.Chr. In Mesopotamië heet dat meestal de vroege Uruk-tijd; die valt ruwweg samen met wat in Egypte Naqada heet. Het klimaat was destijds wat vochtiger dan momenteel en ook het zeeniveau schijnt wat hoger te zijn geweest. Zo kwam het water van de Perzische Golf dichter bij de stad dan tegenwoordig het geval is. Zware overstromingen waren altijd mogelijk en sommige kleiafzettingen in de deep sounding zijn door opgraver Woolley zelfs kort geïnterpreteerd geweest als resten van de Zondvloed.

Lees verder “Het Ur der Chaldeeën”

The Rise of Civilization

Nog maar eens een filmpje in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: Charles Redmans boek The Rise of Civilization. Nu heb ik het op dit moment nogal druk. Dus ik verwijs degenen die geen zin hebben om ruim elf minuten naar een filmpje te kijken, even naar het stuk dat ik eerder schreef over dat boek.

Eigenlijk jammer, dat ik niet even kan bloggen, want The Rise of Civilization behoort tot mijn absolute favorieten. Het is een asociaal goed boek. Het gaat namelijk echt over archeologie, dat wil zeggen het opstellen, testen en verbeteren van hypothesen. En het gaat dus minder over de vondsten die zo vaak moeten doorgaan voor archeologie. Wie wil weten waarom archeologie een wetenschap is, waarom het belangrijk is en wat we eraan hebben, leze Redman.

Lees verder “The Rise of Civilization”

Een nieuw “eerste” alfabet?

Een van de beschreven scherven (uit dit artikel)

Een van de redenen waarom men in de achttiende en negentiende eeuw de Oudheid bestudeerde, was dat men meende dat als men iets in zijn oorspronkelijke staat kende, men ook het wezen ervan doorgrondde. Het vroegste christendom was volmaakt geweest en later was het minder geworden; ooit was er een zuiverder Grieks gesproken geweest en dat was later vervuild geraakt. Hier komt de obsessie met “eerstes” vandaan die de oudheidkunde nog steeds teistert.

Vaak is dat aandachttrekkerij, maar niet altijd. De Amerikaanse archeoloog Glenn Schwartz publiceerde een paar weken geleden een artikel over een viertal beschreven stukjes klei uit de Bronstijdnederzetting Umm el-Marra ten oosten van Aleppo, waar hij samen met de Universiteit van Amsterdam onderzoek heeft gedaan in de jaren voor de burgeroorlog. De vondst is dus alweer wat ouder en in 2010 al gepubliceerd. Nu komt Schwartz erop terug in een artikel met de bescheiden kop “Non-Cuneiform Writing at Third-Millennium Umm el-Marra, Syria” (€). Het nieuwtje zit in de ondertitel: “Evidence of an Early Alphabetic Tradition?”

Lees verder “Een nieuw “eerste” alfabet?”

Koning van de vier windstreken

Sumerisch echtpaar (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Ik blog de laatste tijd over het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar aan de universiteit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Vandaag een aanvulling waarvan ik denk dat die belangrijk is.

Vroege Staat

Wat we in het vierde en derde millennium hebben gezien, is de groei van een stamsamenleving, waarin verwantschap de belangrijkste vorm van organisatie was, naar een maatschappij die we, met een woord van Hans Claessen, zouden kunnen typeren als “vroege staat”. Het tweede woord is hierbij eigenlijk wat misleidend, want in het bedoelde samenlevingstype vallen staat, koninklijke familie en hofhouding samen. Zoals ik al eens aangaf (maar ik weet niet meer waar), hebben we in het oude Egypte te maken met een één hof, dat zijn middelen van overal betrekt en zo een groot gebied beheerst, en is het verkeerd dit als een koninkrijk te zien. Dat is negentiende-eeuws. Voor Mesopotamië en Perzië geldt hetzelfde.

Lees verder “Koning van de vier windstreken”

Mesopotamië in het derde millennium

Koning Maništušu van Akkad; kopie van een in de Ištartempelk in Nineveh gevonden portret. Het origineel is in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad; deze kopie komt uit het British Museum in Londen.

In mijn reeks naar aanleiding van het handboek waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, vandaag een stukje over het derde millennium in het Nabije Oosten. De verdeling die de auteurs aanbrengen (namelijk in paragrafen over enerzijds Egypte en anderzijds de Sumeriërs en Akkadiërs) is een erfenis uit de tijd dat oudheidkundigen alleen deze twee culturen kenden en dan vooral uit teksten.

Bronstijd

Het plaatje van wat bekendstaat als Bronstijd is nu helemaal anders. De archeologie documenteert deze fase uit de geschiedenis inmiddels in een veel grotere regio. De handel in tin zorgde immers voor contacten en ideeënuitwisseling, waardoor netwerken ontstonden van Oezbekistan tot Mesopotamië en van de Atlantische kusten tot Egypte. Jiroft is een belangrijke nederzetting in Iran en het BMAC is een van de fascinerendste beschavingen die is herkend sinds De Blois en Van der Spek de eerste versie van hun handboek naar de drukker brachten. De nadruk die zij leggen op de twee traditionele “oerculturen” is niet verkeerd – die twee culturen schreven tenminste – maar ik vermoed dat als ze hun boek nu zouden opzetten, ze één hoofdstuk zouden maken waarin de Vroege Bronstijd als één geheel werd behandeld.

Lees verder “Mesopotamië in het derde millennium”

Egypte: dertig dynastieën en drie rijken

Horemheb, koning van Egypte, en Horus (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Zoals ik al eens vertelde, ben ik begonnen met het herlezen van het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Zijn de inzichten nog dezelfde? Ben ik dingen vergeten? Wat zou ik anders doen? Wat is leuk om toe te voegen?

Chronologie van Egypte

De Blois en Van der Spek vertellen dat de Egyptische auteur Manethon dertig dynastieën onderscheidde en dat er daarnaast een moderne indeling bestaat in drie rijken.

  • het Oude Rijk (c.2675-2200 v.Chr. ofwel de dynastieën Drie tot en met Zes),
  • het Middenrijk (c.2140-1720 v.Chr. ofwel de dynastieën Elf tot en met Dertien),
  • het Nieuwe Rijk (c.1540-1070 v.Chr. ofwel de dynastieën Zeventien tot en met Twintig).

Dit is een punt waar ik het anders zou hebben aangepakt. Ik zou hier hebben verteld wat beide systemen ons vertellen over het proces van wetenschappelijke kennisverwerving.

Lees verder “Egypte: dertig dynastieën en drie rijken”

Glimmende schatten uit de Bronstijd

Hé, dat is leuk. We hebben weer een Jaap ter Haar en ze heet Linda Dielemans. Ik maak die vergelijking niet alleen bij wijze van compliment, maar ook omdat Dielemans dezelfde aanpak heeft als de auteur van de Geschiedenis van de Lage Landen. In haar boek Brons. Over glimmende schatten in mistige moerassen wisselt ze beschrijvende informatie over het verleden af met verhalen, en er zijn goede illustraties die het betoog ook werkelijk ondersteunen (van Zilveren-Penseel-winnares Sanne te Loo). Nog een overeenkomst: beide auteurs doen niet kinderachtig maar nemen kinderen serieus. Er zijn meer goede boeken voor kinderen, maar Dielemans springt er echt uit.

Brons, handel en verhalen

Brons gaat over – u vermoedde het al – brons, over de Bronstijd en over deposities. Die woorden behoren niet tot het basisvocabulaire van een tienjarige, maar Dielemans gaat ze niet uit de weg. Kinderen leren de hele dag door, dus deze ongebruikelijke woorden kunnen er ook wel bij. En zo neemt Dielemans haar lezers mee door de Steentijd, naar de ontdekking van het koper en het gerichte experimenteren van de eerste smeden. Die combineerden het koper eerst met arseen (giftig) en ontdekten later de alliage van koper en tin: brons!

Lees verder “Glimmende schatten uit de Bronstijd”

Een beschadigde Sumerische lier

De koninklijke lier van Ur in een verlaten Nationaal Museum in Bagdad.

Deze Sumerische lier is te zien in het National Museum in Bagdad. Het snaarinstrument komt uit de koninklijke tombes van Ur, een stad in het zuiden van Irak. Daarom staat het bekend als de koninklijke lier van Ur. Het snaarinstrument dateert uit de derde fase van de vroegdynastieke periode, wat een voorzichtige manier is om te zeggen dat het voorwerp stamt uit de tijd tussen pakweg 2600 en 2370 v.Chr. Waarom men het instrument doorgaans dateert aan het begin van die periode, weet ik niet.

Lees verder “Een beschadigde Sumerische lier”