Pontius Pilatus (3) Aquaduct

De spaarbekkens van het aquaduct van Jeruzalem in 1905

[Dit is het derde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Het aquaduct en de tempelschat

Een antieke generaal die een overwinning had geboekt, wijdde dankbaar een tiende van de buit aan de goden, meestal in de vorm van mooi edelsmeedwerk. Als later dan weer eens een oorlog uitbrak, kon een generaal huurlingen in dienst nemen door wat edelmetaal uit een tempel mee te nemen. Anders gezegd: het was al eeuwen staande praktijk dat tempels dienden als bank. Deposito en kasopname. Dat was in de Romeinse wereld niet anders, al gebruikten gouverneurs het kapitaal toen steeds vaker voor infrastructurele projecten. In tijden van Pax Romana waren er immers weinig vijanden meer en de goden hadden er geen bezwaar als deze of gene constructie het leven van de vrome vereerders vereenvoudigde.

En dus liet Pontius Pilatus, gebruikmakend van het kapitaal in de tempel van Jeruzalem, een aquaduct bouwen voor de heilige stad; het is door archeologen teruggevonden. De bronnen lagen in de omgeving van Betlehem, waar ook spaarbekkens zijn geïdentificeerd. Het frisse water moet de hygiëne in het uit zijn voegen barstende Jeruzalem sterk hebben verbeterd. Het project bood bovendien werk aan allerlei mensen, wat des te urgenter was nu het meest arbeidsintensieve werk aan de Tempel van Herodes was afgerond.

Lees verder “Pontius Pilatus (3) Aquaduct”

Nog één keer: de wijzen uit het oosten

4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.

Magiërs

Het door Matteüs voor de wijzen gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.

Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.

Lees verder “Nog één keer: de wijzen uit het oosten”

Matteüs, Lukas en de parallax

Eén oog van de parallax: de wijzen uit het oosten bij Herodes (Chora-kerk, Istanbul)

Waar is Jezus geboren? In Bethlehem, zoals twee evangelisten zeggen, of ergens anders? Dit is een bekende historische puzzel, die leert hoe je uit twee betwijfelbare bronnen een betrouwbare conclusie kunt trekken, ongeveer zoals de parallax, de verschuiving tussen de eenzijdige beelden die je twee ogen opvangen, je helpt om diepte te zien.

Twee bronnen

Wat zeggen de bronnen? Er zijn twee evangelisten die de geboorte van Jezus beschrijven. Matteüs vertelt dat Jezus geboren werd in Bethlehem, maar met zijn ouders moest vluchten voor Herodes, die had gehoord over een nieuwe koning.noot Matteüs 2.1-23. Ze trokken naar Egypte, terwijl Herodes alle jongetjes van twee jaar en jonger liet ombrengen. Later, na de dood van Herodes, keerden Jezus’ ouders terug naar Israël, maar vestigden ze zich voor de zekerheid niet in Bethlehem, maar in Nazaret, in het noorden.

Lees verder “Matteüs, Lukas en de parallax”

De verwachte messias

Kindermoord te Betlehem (Codex Egberti)

Ik blogde twee weken geleden over de vlucht naar Egypte na de Kindermoord in Betlehem. Het hartverscheurende verhaal over de vermoorde baby’s en peuters veronderstelt dat koning Herodes wist dat er een kind geboren zou worden dat ooit als koning zou regeren over de Joden. Volgens de evangelist Matteüs vernam Herodes dat van de oosterse wijzen, die een wonderbaarlijke ster hadden gevolgd.noot Matteüs 2.2-3.

Omdat het schokkende verhaal een bovennatuurlijk teken bevat en bovendien aan elkaar hangt van de citaten uit de oudere joodse religieuze literatuur, kun je redeneren dat het allemaal is verzonnen. Misschien is dat ook wel zo. Van de andere kant: het uitmoorden van alle baby’s en peuters uit een klein stadje was niet beneden koning Herodes, die ook zijn eigen zoon uit de weg liet ruimen. Hij was volkomen scrupuleloos. De Kindermoord mag dan niet zijn vermeld in een andere bron, de gebeurtenis past verdraaid goed bij wat we weten over de paranoïde heerser.

Lees verder “De verwachte messias”

De vlucht naar Egypte

Koptisch mozaïek van de Vlucht naar Egypte (Caïro)

Zomaar eens een vraag die ik binnen kreeg: waarom vluchtten Jozef en Maria, toen ze hadden vernomen dat koning Herodes kwaad in zijn zin had voor de pasgeboren Jezus (en alle andere kinderen in Bethlehem), eigenlijk naar Egypte? Als je in Bethlehem bent, zijn er toch makkelijker bereikbare plekken om je aan het koninklijk gezag te onttrekken?

Daar had ik eigenlijk nog nooit zo bij stilgestaan. En ik kan drie antwoorden verzinnen. Het eerste neemt het verhaal van de evangelist Matteüs zoals het is: omdat een engel verscheen aan Jozef, en omdat die engel zei “Maak je gereed en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte”.noot Matteüs 2.13. Dit antwoord zal voor een moderne lezer, die niet zoveel waarde hecht aan verschijnende engelen, niet zo heel bevredigend zijn.

Lees verder “De vlucht naar Egypte”

Judea en zijn buren: cultuur

De hippodroom van Caesarea Maritima

In het vorige blogje legde ik uit hoe de politieke landkaart van Judea en omgeving er in de nieuwtestamentische tijd uitzag. Wat van mensen woonden hier nu? Ik denk dat wij dat eigenlijk niet goed begrijpen kunnen. Dat komt ten dele doordat niet iedere gemeenschap een politieke chroniqueur had als Flavius Josephus, of religieuze literatuur als het Nieuwe Testament, de Dode Zee-rollen of de Mishna. Maar even wezenlijk is dat wij zijn geconditioneerd door de nationale staat:noot Ik krijg dat lelijke anglicisme “natie-staat” dat de laatste jaren zo populair aan het worden is, almaar niet uit mijn pen. het idee dat in één land één door zijn taal gedefinieerd volk woonde met één min of meer dezelfde cultuur. Wij zijn slecht voorbereid op de pluriformiteit van de toenmalige wereld.

Tegenstellingen

Binnen de Herodiaanse rijken waren bijvoorbeeld joodse delen, met Jeruzalem als bekendste voorbeeld, maar ook hellenistische steden als Caesarea, Samaria, Sepforis, Tiberias en Panias. Op het platteland lijken mensen waarde te hebben gehecht aan joodse gebruiken, maar dat wilde niet zeggen dat ze geen kritiek hadden op de Tempel. (Het wil ook niet zeggen, trouwens, dat wij moeten denken dat we ze kunnen begrijpen vanuit het latere rabbijnse jodendom – een fout die nogal eens wordt gemaakt.) Omgekeerd leefden er joodse groeperingen buiten wat wij instinctief geneigd zijn te beschouwen als een joods gebied. Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden dat Jeruzalem, welke pretenties de stad ook had, niet de enige tempel voor Jahweh was.

Lees verder “Judea en zijn buren: cultuur”

Judea en zijn buren: politiek

Judea

Een tijdje geleden blogde ik over Judea – of beter, het gebied dat ooit geregeerd was geweest door koning Herodes. Dat bestond om te beginnen uit het eigenlijke Judea, dus de regio rond Jeruzalem, met in het zuiden Idumea en in het noorden Samaria. Deze drie delen vormden ongeveer de helft van het koninkrijk, en na Herodes’ dood (5/4 v.Chr.) kwamen ze in handen van Herodes Archelaos. Die regeerde er een jaar of tien als ethnarch, “volksleider”, waarna het gebied in Romeinse handen kwam. Terwijl Jeruzalem het belangrijkste centrum was van de joodse godsdienst, was het bestuurlijke centrum de stad Caesarea. Die stad had geen uitgesproken joods karakter. Ik kom daarop terug in het volgende blogje.

Het koninkrijk van Herodes was echter groter dan het gebied dat Archelaos erfde. In het oosten lag de Peraia, “overkant”, een smalle strook land aan de overzijde van de Jordaan en Dode Zee, en in het noorden lag Galilea. Zoals ik al eens vertelde, regeerde hier Herodes Antipas, met als hoofdsteden Sepforis en Tiberias – ook geen heel joodse steden. Tot slot lagen in het noordoosten de Golan en de Hauran, een weinig herbergzaam gebied ten zuiden van Damascus. Hier heerste Filippos, wiens residentie Panias was, gewijd aan de Griekse god Pan. Antipas en Filippos heersten elk over een kwart van de bezittingen van koning Herodes, en hun titel was tetrarch, “heerser over één vierde”.

Lees verder “Judea en zijn buren: politiek”

De tempel in Jeruzalem

Maquette van de tempel in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Ik heb het in mijn reeks over het Nieuwe Testament regelmatig over de joodse tempel in Jeruzalem. De vaste lezers hebben het plaatje hierboven al eerder gezien: de maquette die staat bij het Israel Museum. Middenin ziet u de eigenlijke tempel, links is de basiliek waar het Sanhedrin vergaderde en rechts is de Burcht Antonia, waar het Romeinse garnizoen was gestationeerd. Een wat systematische behandeling van de functie van de tempel, die heb ik echter nooit gegeven. Hier wat kanttekeningen.

Offerplaats

Om te beginnen: elke tempel was in de Oudheid de plek waar mensen kwamen om te offeren. De tempel in Jeruzalem was in zoverre bijzonder dat de priesters erin waren geslaagd de offerdienst te monopoliseren: oude offerhoogtes waren opgegeven en andere tempels voor Jahweh waren – althans voor de samenstellers van de Bijbel – niet de ware cultusplaatsen. Ze waren er overigens wel degelijk: er werd aan Jahweh geofferd op altaren op de berg Gerizim, in Elefantine, in Babylonië, in Leontopolis, mogelijk ook in Beiroet en Rome. Maar een voor een werden die tempels gesloten. Jeruzalem zelf werd in 70 na Chr. verwoest.

Lees verder “De tempel in Jeruzalem”

Romeins Judea (4 v.Chr. – 41 na Chr.)

Judea op de Peutinger-landkaart; middenin Jeruzalem, rechts Neapolis, de hoofdstad van Samaria

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over het Nieuwe Testament. En vandaag wil ik het eens hebben over het Romeinse bestuur van Judea. Ik weet niet hoe vaak ik het erover heb gehad, maar het mag wel wat toelichting.

Eerst maar even de korte inhoud van het voorafgaande. In de winter van 5/4 v.Chr. overleed koning Herodes de Grote en daarop verdeelde keizer Augustus het Joodse koninkrijk over drie zonen van de overledene. Dat koninkrijk was een samenraapsel van hellenistische steden, halfnomadische stammen, onbewoonde gebieden en een tempelstaatje, dus opsplitsing was minder dramatisch dan het lijkt. De verdeling was ook maar ten dele ingegeven door “verdeel en heers”, zoals we in een moment zullen zien.

  • Judea – dat wil zeggen: het tempelstaatje Jeruzalem – kwam in handen van Herodes Archelaos, die ook het aloude Samaria en enkele havensteden in handen kreeg. Verder regeerde hij over de Idumeeërs in het zuiden. De meeste mensen golden als Joden en hij gold daarom als de Joodse ethnarch, “volksleider”.
  • Zijn broer Herodes Antipas regeerde als tetrarch, “deelvorst”, over het noordelijke Galilea. Hij kreeg ook de vrijwel onbevolkte oostkust van de Dode Zee, waar zijn tetrarchie grensde aan het rijk van de Nabateeërs.
  • Tot slot was er hun halfbroer Filippos, die als tetrarch regeerde over de Golanhoogte en aangrenzende oostelijke nomadenstammen.

Lees verder “Romeins Judea (4 v.Chr. – 41 na Chr.)”

XII Fulminata, het bliksemlegioen

Een soldaat van XII Fulminata (Capitolijnse Musea, Rome)

Het heeft er de schijn van, al is het niet bewijsbaar, dat de nummers van de Romeinse legioenen al vóór Julius Caesar waren gekoppeld aan provincies – wat in de tijd vóór Caesar overigens geen territoriaal afgebakende gebieden waren maar aangewezen oorlogszones. De eerste vier legioenen stonden ter beschikking van de twee consuls, de nummers vijf en zes lagen in de twee Spaanse provincies en de nummers VII, VIII, VIIII en X lagen in de Provence en op de Po-vlakte. Waarna de oostelijker gebieden weer hogere nummers hadden.

Caesar

Toen Caesar gouverneur werd van de Provence en de Po-vlakte, beschikte hij dus over vier legioenen. Voor de oorlog tegen Helvetiërs die in 58 v.Chr. uitbrak, voegde hij er twee aan toe, die hij de nummers XI en XII gaf. Over dat laatste legioen wil ik het vandaag hebben. Het heeft tijdens de Gallische Oorlog zeker gestreden in de slag aan de Sabis (de Selle in Noord-Frankrijk) tegen de Nerviërs; het nam deel aan de belegering van Bourges, onderscheidde zich bij Lutetia en hielp bij de blokkade van Alesia.

Lees verder “XII Fulminata, het bliksemlegioen”