Wilde Mohammed zelfmoord plegen?

Djibrīl en Mohammed bij de berg Hira

In het grote geschiedwerk van Al-Tabarī (839-923) staat ook het verhaal van Mohammeds biograaf Ibn Ishāq (704-770) over hoe Mohammed de eerste Koranopenbaring ontving op de berg Hirā’. Het verhaal is de profeet zelf in de mond gelegd; wie anders immers zou als bron aannemelijk zijn? Het hele verhaal staat hier; voor het ogenblik licht ik er het fragment uit over Mohammeds gedachte aan zelfmoord. De profeet heeft net verteld hoe hij in een droom door Djibrīl (Gabriël) de eerste Koranverzen onderwezen heeft gekregen.

Twee versies

In Al-Tabarī’s versie van Ibn Ishāq vervolgt hij:

… Dat reciteerde ik; toen liet hij mij los en ging weg, en toen ik ontwaakte uit mijn slaap was het alsof het in mijn hart gegrift stond. Nu was er geen schepsel waar ik een groter hekel aan had dan dichters en bezetenen; ik kon ze niet zien of luchten. En ik dacht: “O wee, deze nietswaardige” — hij bedoelde zich zelf — “is een dichter of een bezetene. Maar dat zullen de Qurayshieten nooit van mij zeggen! Ik zal hoog de berg opklimmen en mij eraf storten; dan heb ik rust.” Dus ging ik met die bedoeling op weg en toen ik halverwege de berg was hoorde ik een stem uit de hemel die zei: “Mohammed! Jij bent de gezant Gods en ik ben Djibrīl.” … noot Al-Ṭabarī, [Taʾrīkh al-rusul wal-mulūk] Annales, uitg. M.J. de Goeje e.a., deel 1 (1879) 1150.

Lees verder “Wilde Mohammed zelfmoord plegen?”

De aankondiging van de geboorte van Mohammed

Amina presenteert de baby Mohammed aan haar schoonvader Abd-al-Muttalib.

Niet alleen de geboorte van Jezus werd aan zijn moeder verkondigd, ook die van Mohammed, althans volgens een nogal obscuur, moeilijk te dateren verhaal dat is opgenomen in het Leven van de Profeet van Ibn Ishaq.

De mensen vertellen — en alleen God weet wat ervan waar is — dat Āmina, de moeder van de Profeet, heeft verteld dat er tijdens haar zwangerschap [een stem?] tot haar kwam die zei: ‘Jij gaat zwanger van de heer van dit volk; als hij geboren is, zeg dan: “Laat de Ene hem behoeden voor het kwaad van elk die hem benijdt”, en noem hem Mohammed.’

Toen zij in verwachting van hem was zag zij een licht van zich uitgaan waardoor zij de burchten van Busrā in Syrië kon zien.noot Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed (vert. Wim Raven, 2000):ويزعمونفيما يتحدث  الناس والله أعلم أن آمنة بنت وهب أم رسول الله ص كانت تحدث أنها أتيت، حين حملت برسول الله ص فقيل لها: أنك قد حملت بسيد هذه الأمة، فإذا وقع إلي الأرض فقولي: أعيذه بالواحد من شر كل حاسد ثم سمّيه محمدًا. ورأت حين حملت به أنه خرج منها نور رأت به قصور بُصْرى من أرض الشأم.

Lees verder “De aankondiging van de geboorte van Mohammed”

Het geboorte- en sterfjaar van Mohammed

Mohammed was geboren in het jaar van de olifant (Getty-museum, Malibu)

Mohammed (570-632)” staat in vrijwel iedere encyclopedie of inleiding tot de islam. Dat komt omdat zulke werken streven naar korte, recht-toe-recht-ane informatie, geen prijs stellen op vraagtekens en puntje-puntje-puntje, en omdat andere beroemde personen ook jaartallen hebben. Maar vast staat Mohammeds sterfjaar niet, en zijn geboortejaar al helemaal niet.

Er is in het leven van de profeet eigenlijk maar één jaartal dat solide is: het jaar 1 (622 na Chr.), het jaar van de hidjra, zijn emigratie van Mekka naar Medina. Dat jaartal staat vast, omdat het ongeveer twintig jaar na dato tot beginjaar gemaakt werd voor de islamitische tijdrekening en alle islamitische data tot op heden daarnaar berekend worden. Een eeuw later begonnen historici terugrekenend jaar na jaar te beschrijven wat er sinds dat jaar 1 was gebeurd. Daarbij zullen zeker fouten zijn opgetreden, maar er is in ieder geval een tijdschema gemaakt, en volgens dat schema stierf de profeet tien jaar na de emigratie, dus in 632. Dat lijkt dus nogal duidelijk.

Lees verder “Het geboorte- en sterfjaar van Mohammed”

Djahiliya, of: islamitische oudheidkunde

Stèle met een Arabische ruiter (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Hoe zag het leven in Arabië eruit vóór de komst van islam? Veel te lang hebben wetenschappers die vraag laten liggen, ook omdat Arabische overheden er niet in geïnteresseerd waren. In de laatste tijd neemt de kennis echter snel toe. Ik wil nu kort behandelen wat moslims daarover vanouds te vertellen hadden. Een van de zaken die modern onderzoek in de weg stonden, was namelijk hun traditionele opvatting over de Oudheid. Djāhilīya is de religieus getinte, islamitische benaming voor de tijd voor de islam.

Het Arabische werkwoord djahila betekent: ‘niet weten.’ Djāhilīya is dan: ‘toestand van onwetendheid, periode van onwetendheid’.

Barbarij en duisternis

‘Vóór de islam heersten barbarij en duisternis; met de profeet Mohammed verschenen het licht en het weten,’ zo is het islamitische perspectief samen te vatten. Dit wordt aanschouwelijk geformuleerd in de toespraak die Dja‘far ibn abī Ṭālib, de broer van ‘Alī, bij de Negus van Abessinië gehouden zou hebben. Meer dan een eeuw later wordt hij door de Ibn Isḥāq, de biograaf van de profeet, als volgt aangehaald:

Lees verder “Djahiliya, of: islamitische oudheidkunde”

Faits divers (17)

Mykeense krater (dertiende eeuw v.Chr.; Cyprusmuseum, Nicosia)

In de reeks faits divers deze keer van alles en nog wat. Daarom heet het ook faits divers natuurlijk.

Correctie

Eerst maar even een correctie. Ik blogde laatst over Al-‘Ula en vertelde toen dat de noordelijke nederzetting Hegra heette, een oude naam, waarvan ik zei dat die correspondeerde met een Perzische vorm én de bijbelse naam Hagar, de moeder van Ismaël en stammoeder van allerlei zuidelijke volken die we nu gemakshalve Arabisch noemen. Benjamin Suchard van de universiteit in Leuven attendeert me erop dat dit niet klopt.

Hegra, schrijft hij, is een weergave van het Aramese חגרא ḥegr-ā = Arabisch الحِجْر al-ḥiǧr, en dat betekent zoiets als “ommuurde plaats”. De moeder van Ismaël heet echter הָגָר hāḡār, en dat is echt een ander woord. Het zou verwant kunnen zijn met het Arabische werkwoord هاجر hāǧara, “van stad wisselen”, wat voor de stammoeder van een halfnomadisch volk natuurlijk niet zo’n gekke naam is.

Lees verder “Faits divers (17)”

Midden in de winternacht …

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

… ging de hemel open en God zond het kindje Jezus neder, overeenkomstig zijn geboortester, terwijl de engelen hymnen zongen. Zo staat het in Soera 97 van de koran — maar enkel en alleen zoals Luxenberg die leest. Een moeder komt hier niet ter sprake, een stal evenmin.

Kerstmis in de Koran

Chistoph Luxenberg is het pseudoniem van een Syrische christen, woonachtig in de buurt van het bijna gelijknamige groothertogdom. Hij verwierf een zekere roem met zijn Die syro-aramäische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschlüsselung der Koransprache (2000), waarin hij stelt dat de Koran geschreven is in een Syrisch-Arabische mengtaal en dat vele teksten pas begrijpelijk worden als je ze als Syrisch leest. Het beroemdst werd wel zijn opvatting dat de houri’s in het paradijs eigenlijk alleen maar witte druiven zijn. Alsof een mens daarvoor al die moeite zou doen! Zijn boek kreeg veel aandacht in de pers, werd vijfmaal herdrukt en in het Engels vertaald; en dat hoewel het alleen leesbaar is voor semitisten met kennis van het Syrisch en het Arabisch. Vlak na 9/11 kreeg de Luxenberg-these de wind in de rug, omdat veel mensen het een prima idee vonden dat ‘de islam’ eens een flink pak slaag kreeg.

Lees verder “Midden in de winternacht …”

Qasr el-Azraq

Qasr El-Azraq

Azraq is een oase in de woestijn van het huidige Jordanië, een kilometer of tachtig ten oosten van de hoofdstad Amman. Het water trok mensen aan: de oase is sinds het Neolithicum permanent bewoond gebleven.

De oase voedt een wadi, de Wadi Sirhan, die voor Arabische stammen de snelste weg was om de Romeinse provincie Arabia Nabataea aan te vallen. Om daaraan een einde te maken, gaf keizer Septimius Severus rond 200 v.Chr. opdracht drie forten te bouwen, zo’n vijftien kilometer van elkaar af. Van het noordoosten naar het zuidwesten waren dat Qasr el-Useikhin, Qasr el-Azraq en Qasr el-Uweinid. Door in de woestijn de oases te bezetten, ontzegden de Romeinen hun tegenstanders de toegang tot het water, zodat het onmogelijk werd de steden in het eigenlijke Romeinse Rijk te bereiken. Er is een loepzuivere parallel met de Limes Tripolitanus in het noordwesten van het huidige Libië en het zuiden van Tunesië, die op precies hetzelfde moment is geschapen.

Lees verder “Qasr el-Azraq”

Het Arabisch van de Koran

[Vandaag een gastbijdrage over het Arabisch van de Koran door mijn goede vriend Richard Kroes.]

De Leidse onderzoeker Marijn van Putten bewees dat de tekstoverlevering van de Koran schriftelijk moet zijn geweest. Alsof dit niet genoeg is, is hij bij mijn weten de eerste en enige die werkt aan een tekstkritische uitgave van de Koran. Maar dat is allemaal slechts bijvangst begrijp ik, nu ik zijn monografie Quranic Arabic, from its Hijazi Origins to its Classical Reading Traditions (2022, open access) gelezen heb. In deze monografie wordt de vraag “In welke taal is de Koran nu eigenlijk precies geschreven?” op een verpletterend complete manier onder de loep genomen. Ik denk dat ik niet overdrijf als ik zeg: we zijn eruit.

De bronnen

Dat kan omdat we een heleboel bronnen hebben. Voor de Koran hebben we er liefst drie:

  • de traditionele, canonieke reciteerwijzen van de tekst van de Koran, waarvan er twintig zijn,
  • citaten uit reciteerwijzen die niet canoniek zijn, maar die wel in de vroege islamitische periode door geleerden zijn opgetekend
  • vroege Koranmanuscripten waarin de tekst is vastgelegd in een defectief schrift.

Dat laatste wil zeggen dat niet alle klinkers werden opgeschreven (die moest je erbij bedenken) en dat niet alle medeklinkers die met hetzelfde teken werden geschreven, consequent uit elkaar gehouden werden. Die manuscripten functioneerden dus meer als een soort partituur voor wie de tekst al uit zijn hoofd kende dan als “leestekst”. Ze zijn dus ook niet altijd even bruikbaar voor wie wil weten wat de oudste teksten nu “precies” zeggen, maar daarom zijn ze nog niet onbruikbaar.

Lees verder “Het Arabisch van de Koran”

Een geschiedenis van Sicilië

Ik ken maar weinig mooiere en interessantere plekken dan Sicilië. Iedereen die iets is geweest in de Mediterrane wereld is er weleens aangespoeld: Feniciërs dus en Grieken, Karthagers, Romeinen, Vandalen en Byzantijnen. Later Arabieren, Normandiërs, Fransen, Spanjaarden, Piëmontezen. Ik zou de Duitsers, Britten en Amerikanen bijna vergeten. Het erfgoed is even gevarieerd als de bezoekers. Aanspoelen gebeurt trouwens nog volop: denk aan de bootvluchtelingen die in hun wanhoop proberen de zee over te steken van Tunesië of Libië naar Sicilië. Eigenlijk is alleen Cyprus vergelijkbaar met Sicilië.

Je zou denken dat een eiland met zulk rijk erfgoed wel heel veel toeristen zal trekken. Gek genoeg is dat maar half waar. Het eiland trekt inderdaad elk jaar weer duizenden bezoekers, maar slechts weinigen komen nog eens terug naar Palermo of Syracuse. Terwijl toeristen wél terugkeren naar steden als Rome en landstreken als Toscane. Een echte verklaring voor dit verschijnsel heb ik niet, maar ik kan wel een persoonlijke ervaring noemen. Na mijn eerste bezoek – was het 1999? – wilde ik meer weten over de geschiedenis van Sicilië, om zo mijn tweede bezoek voor te bereiden. De enige literatuur die ik destijds vond was óf veel te geleerd óf op het platvloerse af simplistisch. Nu is er echter een fijn boek dat de geïnteresseerde lezer wél serieus neemt zonder hem in de archivalia te verdrinken: Sicilië. Eiland in het midden van Dirk Vlasblom.

Lees verder “Een geschiedenis van Sicilië”

De constructie van Mohammed

Soms lees je een boek waarvan je denkt: dit was echt geweldig, geweldig goed. Ik heb het hier weleens gehad over The Rise of Civilization van Redman, Pirennes Mahomet et Charlemagne en Meiers Geschichte der Völkerwanderung. Boeken van oudheidkundigen die de data in de volle breedte overzien, die een synthese bieden van wat bekend is en die nieuwe richtingen aanwijzen. Zo’n boek is ook Muhammad and the Empires of Faith van de Amerikaanse arabist Sean Anthony, dat twee jaar geleden is verschenen. Het gaat over de wijze waarop de eerste generaties moslims een beeld van hun profeet vormden, een modieus onderwerp, en is tevens interessant omdat het werkelijk ingaat op de uitdagingen van de eenentwintigste-eeuwse oudheidkunde.

Ibn Ishaq over Mohammed

Eerst iets over de eigenlijke inhoud, waarvan dit natuurlijk duidelijk is: het begin van de islam hangt samen met het optreden van Mohammed. Lange tijd was het beeld dat westerse wetenschappers van de profeet hadden, in wezen identiek aan dat van de moslims, zij het ontdaan van wat wonderverhalen. Dit beeld gaat terug op het oeuvre van Ibn Ishaq, die een geschiedenis schreef die begon bij de schepping en culmineerde in het optreden van Mohammed. Onderzoekers als Patricia Crone wezen erop dat dit boek laat is gepubliceerd – ruim een eeuw na de dood van de profeet – en probeerden zelf een geschiedenis te schrijven die was gebaseerd op meer contemporaine bronnen, islamitisch of anders. Ze wezen ook op de grotere context: het antieke Arabië was geen geïsoleerd gebied maar onderdeel van een wereldsysteem.

Lees verder “De constructie van Mohammed”