Vragen rond de jaarwisseling (1)

Oud-Perzische inscripties in Gandj Nameh

Net als vorig jaar, toen u me een stuk of veertig vragen toestuurde, gebruik ik in 2023 de laatste blogjes van het jaar om uw vragen te beantwoorden. Het zijn er nu wat minder, maar ze zijn even leuk. Vandaag vier vragen over taal. Hier zijn de eerst twee antwoorden.

Hoe zit het met de taal/talen van de Avesta? Is dat Perzisch in zijn verschillende stadia?

Ik ben geen linguïst en heb in mijn kaartenbak ook geen specialist van de oostelijke Indo-Europese talen. Maar ik verbeeld me dat ik er wel iets van weet. Om te beginnen is er dus een oostelijke verspreiding van de Indo-Europese talen geweest, die we Indo-Iraans noemen. In de tweede helft van het tweede millennium v.Chr. moet die in Centraal-Eurazië gesproken zijn geweest. Zeg maar binnen de ruimte van de Andronovo-cultuur. Die groep is in tweeën uiteengevallen – ik beschreef het hier – en sommige mensen trokken naar India en andere naar Iran.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (1)”

Hypothetische geschiedschrijving

Turgot, vertegenwoordiger van de hypothetische geschiedschrijving

Weinig denkers hebben zo’n grote invloed gehad op het wetenschappelijk denken als Isaac Newton. Zijn tijdgenoten waren danig onder de indruk van zijn methode, waardoor de wijsgeren van de achttiende eeuw, de Verlichtingsfilosofen, probeerden een vergelijkbare wetenschappelijkheid te betrachten bij hun analyse van het intrigerende verschijnsel mens.

Hypothetische geschiedschrijving

Ze beschouwden de Middeleeuwen als de tijd waarin was getoond hoe het niet moest. De mensen zouden onvrij zijn geweest, hun denken beheerst door autoriteiten en knellende dogma’s, met misère als gevolg. De Oudheid gold daarentegen als ideaal. Vrije burgers van vrije steden hadden toen de grondslagen gelegd van de beschaving en een welvarende staat. Deze bewondering betekende echter niet dat de Verlichters alles geloofden wat de classici, historici en antiquariërs beweerden. Vaak deelden ze de pyrronistische kritiek – een Voltaire publiceerde een Pyrrhonisme de l’histoire – en liever dan zich te verliezen in de details van de traditionele oudheidkunde, schiepen ze een alternatief: de hypothetische geschiedschrijving.

Lees verder “Hypothetische geschiedschrijving”

Een onbekende mythe

Olielamp met onbekende mythe (Antikensammlung, München)

Een van de mooiste museale collecties van Griekse en Romeinse kunst is de Antikensammlung aan de Königsplatz in München. Het is de verzameling van de staat Beieren, die, al voordat een Beierse prins het schopte tot koning van Griekenland, veel belangstelling had voor de bestudering van de klassieke wereld. Aan de westzijde van het plein is een in Dorische stijl gebouwde toegangspoort (“propyleeën”), aan de noordzijde is een in Ionische stijl gebouwde Glyptotheek met beeldhouwwerk, aan de zuidzijde is het in Korinthische stijl gebouwde gebouw voor de kleinkunst. Je kunt er een dag doorbrengen. Wie daaraan nog niet genoeg heeft, kan naar het even verderop gelegen Egyptische Museum. Of naar het mineralenmuseum, of naar de drie pinakotheken met schilderijen. Allemaal op één vierkante kilometer.

Olielamp

Het bovenstaande olielampje valt onder de kleinkunst. We zien een gevleugeld wezentje, dat op het eerste gezicht Eros voorstelt, al suggereert het haarknotje dat het gaat om een vrouwelijk personage. Dat zou Psyche kunnen zijn, al wordt die meestal afgebeeld met vlindervleugels.

Lees verder “Een onbekende mythe”

Relevantie is de vijand van de geschiedenis

Een Skythische boogschutter op een Griekse vaasschildering (Louvre, Parijs)

Ieder mens heeft in het leven een zekere mate van pech en geluk, en daarin ben ik niet anders dan u. Beroepshalve leg ik de Oudheid uit, maar voor ik aan het werk kan gaan, moet ik helaas geld verdienen. Dat doe ik als journalist, als reisleider en als docent. In die laatste categorie kwam zo’n anderhalf jaar geleden een verzoek iets te vertellen over de Skythen, terwijl nog onlangs mensen informeerden of ik de Avaren wilde behandelen. Oost-Europa staat immers in brand en als historicus kon ik wellicht licht werpen op de zaak.

Helaas nee. De vraag is op zich niet raar. Als je de eenentwintigste eeuw wil begrijpen, is kennis van de negentiende en twintigste eeuw zinvol. Meer onderwijs over de nieuwste tijd kan bepaald geen kwaad. Maar we hoeven en kunnen voor begrip van onze eigen tijd zelden terug te gaan naar Oudheid.

Lees verder “Relevantie is de vijand van de geschiedenis”

Het Pantheon (2)

Het fenomenale interieur van het Pantheon

Ik beëindigde mijn vorige stukje met de plaatsing van de standbeelden in het Pantheon, die suggereerde dat de tempel gewijd was aan het Algoddelijke. Ook de vorm van de tempel suggereert dit. Hadrianus’ tijdgenoot Ploutarchos bracht de ronde plattegronden van sommige tempels, zoals de Vestatempel op het Forum Romanum, in verband met de bolvorm van het heelal. Het gat bovenin het gewelfde dak van het Pantheon lijkt geïnspireerd door een van de merkwaardigste beschrijvingen van de kosmos uit de wereldliteratuur:

Het gelukzalig godenras beweegt zich aan de hemel langs prachtige banen waar allerlei schitterende dingen te zien zijn. Iedere god verricht zijn eigen taak en daarbij mag telkens ieder mee die dat wil en kan, want voor afgunst is in de kosmische reidans geen plaats. Wanneer ze naar een feestelijk diner gaan, rijden ze steil omhoog naar de top van het hemelgewelf. … De onsterfelijken rijden, wanneer ze de top van het gewelf hebben bereikt, naar buiten en stellen zich op de rug van de hemel op. Zij draaien dan in de omwenteling van de hemel mee en bezichtigen alles wat buiten de hemel is. Het gebied boven het hemelgewelf is nog door geen dichter van hier bezongen en niemand zal het ook ooit naar behoren bezingen. (Plato, Faidros 247, vert. Gerard Koolschijn)

Lees verder “Het Pantheon (2)”

Het Pantheon (1)

Het Pantheon in Rome

Wat is een handboek als je het er niet mee oneens kunt zijn? Het is daarvoor! De student leert het handboek, zoals mijn leermeester Pieter Willem de Neeve zei, van kaft tot kaft uit het hoofd. Na het leggen van deze kennisbasis kan de student op werk- en hoorcolleges wel ontdekken dat de vork ook anders in de steel kan zitten. Kortom, het is geen verwijt aan de auteurs als je het met een handboek oneens bent. Zelf zou ik, als ik Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek had geschreven, explicieter melding hebben gemaakt van het Pantheon in Rome.

Om te beginnen omdat het een gebouw is dat veel mensen kennen. Er is dus een didactisch aanknopingspunt. Verder omdat het gebouw, hoewel het dateert uit de hoogtijdagen van het Romeinse heidendom, vooruitwijst naar het christelijke monotheïsme. Het is vermoedelijk geen toeval dat de tempel als kerk in gebruik is genomen. En tot slot illustreert het gebouw de mogelijkheid dat wij over de Oudheid iets met meer zekerheid kunnen weten dan althans sommige mensen destijds – al is deze constatering misschien meer iets voor een vervolgcollege. In elk geval denk ik dat de twijfels die de Grieks-Romeinse auteur Cassius Dio niet kon onderdrukken, inmiddels wel zijn weggenomen.

Lees verder “Het Pantheon (1)”

Vragen rond de jaarwisseling 2023

Vorig jaar rond deze tijd nodigde ik u uit uw vragen over de Oudheid af te vuren. Vragen over de Oudheid. Die uitnodiging bleek niet tegen dovemansoren gericht want ik had al snel kopij voor zes blogjes (één, twee, drie, vier, vijf, zes). Ik voegde destijds aan mijn uitnodiging toe dat ik hoopte dat uw vragen het begin zouden zijn van een leuke oudejaarstraditie. Gegeven de eerdere respons ben ik daarover  nu optimistisch.

Een dubbel voorbehoud is opnieuw dat ik niet onbeperkt in mijn tijd zit en dat een vraag natuurlijk wel binnen mijn expertise moet vallen. Het moet dus gaan over de Oudheid, ofwel de tijd tussen pakweg 3000 v.Chr. en 650 na Chr., en de regio tussen de rivier de Indus en de Atlantische Oceaan, tussen de Sahara en de Centraal-Euraziatische steppe. Maar dat had u al begrepen.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling 2023”

De misbruikte Oudheid

Gisteravond mocht ik in de Antwerpse boekhandel De Groene Waterman mijn boek Oudheidkunde is een wetenschap ten doop houden. Het was leuk, want ik zag enkele oude bekenden terug en ik ontmoette enkele nieuwe mensen (die ik soms al kende van deze blog). Robert Nouwen, de auteur van Ambiorix tegen Caesar, en ik verzorgden twee lezingen over de feitenvrije wijze waarop de politiek en de erfgoedsector omgaan met de Oudheid. In België is bijvoorbeeld eerder deze maand wat ophef om uitspraken van de rechtse politicus Filip De Winter, maar we mogen ook denken aan de Antwerpse burgemeester Bart De Wever en prietpraat over Caesar bij een project als Via Belgica.

Misinformatie en misbruik van het verleden zijn onder meer mogelijk doordat wetenschappers hun inzichten niet voldoende uitleggen en onvoldoende breed zijn geschoold. Robert sprak daarover als eerste. Zijn betoog was mooi doortimmerd en plaatste het onderwerp in de bredere wetenschappelijke discussie. Die tekst leest u hier. Mijn verhaal was meer vanuit mijn praktijk als blogger en Oudheid-uitlegger. Ik plaats het hieronder en de trouwe volgers van deze blog zullen veel van wat ik vertel, al kennen.

Lees verder “De misbruikte Oudheid”

Oudheidkunde is een wetenschap

Oké lieve lezers, ik wil nog één keer reclame maken. Als u deze blog regelmatig volgt, weet u dat ik een boek heb geschreven over mijn vakgebied. Het heet Oudheidkunde is een wetenschap en ik leg uit waarom dat zo is. In het eerste deel typeer ik het vak, dat in de loop van de tijd versplinterd is geraakt. Er is echter meer dat de oudheidkundige bloedgroepen verbindt dan scheidt. Zie het vorige stukje. In het tweede deel van mij boek leg ik uit wat de normale gang van zaken is: wisselende perspectieven (zoals ecokritiek), een groeiend databestand, zo nu en dan een doorbraak. Deel drie gaat over de innovatie: oudheidkundig klimaatonderzoek, artificiële intelligentie zoals digitale paleografie, nieuwe vormen van prospectie en de hermeneutische omslag die we aanduiden als de DNA-revolutie.

En tot slot: hoe bereiken we betere publieke kennis van de Oudheid? Het aanbod is doorgaans erg beperkt. We hebben in elk geval breder opgeleide wetenschappers nodig. En om het aanbod te beoordelen hebben we ook wetenschapsjournalisten nodig met een eigen visie. Bedenk hierbij dat journalisten momenteel hun controlerende taak niet kunnen uitvoeren omdat teveel informatie ligt achter de academische betaalmuren. Tot slot hebben we musea nodig die het wetenschappelijke tonen van de oudheidkundige wetenschappen.

Lees verder “Oudheidkunde is een wetenschap”

De Oudheid als eenheid

De Oudheid als eenheid: teksten en archeologische reconstructies bij elkaar

Een opvallend aspect van de bestudering van de Oudheid is haar verdeeldheid. Je hebt allerlei bloedgroepen, waarvan de classici en archeologen het grootst zijn, en die bloedgroepen werken nauwelijks samen. Weliswaar stimuleren subsidieregelingen interdisciplinaire samenwerking, maar zulke prikkels zouden niet nodig zijn als de onderzoekers werkelijk wilden. Ik ben niet op de hoogte van het bestaan van een door de samenwerkende onderzoekscholen opgestelde nota over de vormen van interdisciplinariteit waarvan de samenleving de meeste kenniswinst mag verwachten. De academische reflex om specialisme hoger aan te slaan dan generalisme, zit te diep. Specialisme geldt als normaal.

Voorlichting

En dat terwijl er meer is dat de bloedgroepen verbindt dan scheidt! Om te beginnen de voorlichting. Iedereen die weleens publieksvragen beantwoordt, weet dat mensen inzicht willen in de Oudheid, en geen informatie over de Oudheid met de beperkingen van de materiële cultuur of informatie over de Oudheid vanuit het perspectief van de classicus. In de voorlichting kan niemand zonder informatie uit elke bloedgroep.

Lees verder “De Oudheid als eenheid”