MoM | Verklaren door vergelijken (1)

Een suffete uit Lepcis Magna (Nationaal Museum, Tripoli)

Al zijn er mensen als Paul Schnabel die denken dat historici alleen maar feitjes verzamelen, en al wekt de Historische Scheurkalender van het Historisch Nieuwsblad dezelfde indruk, het is maar één aspect van wat historici doen. Ze proberen de gebeurtenissen ook te verklaren. Daarvoor hebben ze verschillende “verklaringsmodellen”.

  • Soms doen ze dat wetmatige verbanden te formuleren, waarin ze oorzaak-gevolg-relaties leggen. We noemen dat wel positivisme en het lukt heel redelijk als het gaat om zaken als demografie.
  • Soms doen ze dat door zich in de mensen van vroeger in te leven. Dat model heet hermeneuse en is eigenlijk het meest gebruikelijke model. Het leidt niet per se tot grote-mannen-geschiedenis, maar de nadruk ligt wel sterk op het individu en de eveneens reëel bestaande processen blijven wat onderbelicht. (Zie daarover mijn stukje over individu en proces.)
  • Narrativisme is dat je, heel postmodern, accepteert dat het verleden voorgoed onkenbaar is geworden – we hebben immers te weinig data – en dat je afziet van de ambitie oorzaak-gevolg-relaties uit het verleden op te sporen, maar dat je ze creëert. Dat kan een overtuigend of een minder overtuigend verhaal opleveren, maar ik zou het geen wetenschap meer noemen en ik begrijp niet goed waarom academici dit model niet radicaler afwijzen.
  • Dan zijn er de nieuwe visies op causaliteit die mogelijk worden door de brute rekenkracht van computers; daarover een andere keer. Dit is zó nieuw, en hermeneuse is zó populair, dat het weleens is gebeurd dat toen een leuke computer-gebaseerde ontdekking werd gedaan, historici zich er niet in verdiepten omdat het geen geschiedenis zou zijn.
  • Vandaag het derde verklaringsmodel, dat bekendstaat als vergelijkend-oorzakelijk: het zoekt oorzakelijke verklaringen, maar ziet af van wetmatigheden en spoort oorzaken op door middel van vergelijking. Het wordt ook wel comparativisme genoemd.

Lees verder “MoM | Verklaren door vergelijken (1)”

De joodse Dionysos

De “Mona Lisa van Galilea”, Sepforis

Ik heb wel eens eerder verwezen naar de inscriptie, gevonden in een tempel voor de Griekse god Pan, waarin iemand met de naam Ptolemaios, zoon van Dionysios, zijn dank aan de godheid uitspreekt wegens een redding op zee. Niets bijzonders, zou je zeggen, maar dat verandert als we kijken naar de zelfidentificatie van de dankbare Ptolemaios: hij was joods. Oudheidkundigen zullen niet opkijken van een jood die Pan vereert, maar het sluit slecht aan bij het gangbare begrip van het jodendom.

Het punt is in dit blogstukje niet dat het wel meevalt (of tegenvalt) met het monotheïsme van het antieke jodendom. Het gaat me erom dat Ptolemaios niet alleen Pan vereert, maar ook een vader heeft met een naam die verwijst naar Dionysos. Dat is in een joodse context vrij significant.

Lees verder “De joodse Dionysos”

Vasa diatreta

Vasa diatreta (Museo Civico Archeologico, Milaan)

Ik maak het me vandaag even niet al te moeilijk: een heel kort stukje over de prachtige glazen beker hierboven. Die staat bekend als de Trivulzio-beker en is te zien in het Museo Civico Archeologico in Milaan. Als de naam  “Trivulzio” een belletje doet rinkelen, dan klopt dat, want dat was de bekende Milanese familie voor wie Mantegna de Trivulzio-Madonna schilderde. De beker is eveneens eigendom geweest van de familie en lijkt te zijn gevonden in een marmeren sarcofaag te Novara.

Helaas zijn, op één ivoren kam na, de andere grafgiften zoek, zodat we geen aanwijzingen meer hebben over de aard van de begraving en over degene die er begraven ligt. Niettemin: hij of zij moet schatstinkendrijk zijn geweest, want anders bezit je geen vasa diatreta, zoals dit soort glaswerk heet.

Lees verder “Vasa diatreta”

Nehalennia, drie maal

Driemaal Nehalennia (foto Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Op de onlangs vernieuwde afdeling “Nederland in de Romeinse tijd” in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden is voor het eerst een bijzonder altaar te zien van Nehalennia, de antieke beschermgodin van de Noordzeevaart. Bijzonder, omdat Nehalennia drie keer is afgebeeld. Het altaar is omstreeks 200 n.Chr. door een zekere Marcus Justinius Albus aan de godin gewijd, in 1982 door een amateurarcheoloog in de Oosterschelde opgedoken en onlangs aangekocht door het museum.

Op de meer dan tweehonderd andere bekende Nehalennia-altaren en -fragmenten is de godin alleen afgebeeld, soms zittend en soms staand, met als attributen een mand appelen, een hond en soms een schip. Dat laatste is in lijn met de naam Nehalennia, die volgens de Italiaanse taalkundige Patrizia de Bernardo Stempel in het Keltisch “zij die bij de zee is” betekent. Inderdaad zijn de altaren, die rond Nehalennia’s tempels gestaan moeten hebben, vrijwel allemaal aangetroffen bij de zee, namelijk bij Domburg en in de Oosterschelde bij Colijnsplaat.

Lees verder “Nehalennia, drie maal”

Sinterklaascadeau

Sint-Nikolaas geeft beurzen met goudstukken aan (de vader van) de meisjes zonder bruidsschat (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Het zal u niet zijn ontgaan dat ik de laatste tijd nogal eens heb geblogd over Herodotos van Halikarnassos, de Griekse onderzoeker die de Historiën schreef. Dat woord betekent overigens zoiets als “onderzoek” of “navorsingen” en kreeg pas ná Herodotos zijn huidige betekenis. Of misschien wel dankzij Herodotos, want naarmate je verder komt in de Historiën, begint het werk steeds meer te lijken op een geschiedenisboek: is het aanvankelijk nog een verrukkelijke melange van geografie, etnografie, mythologie, sterke verhalen en geschiedenis, tegen het einde focust Herodotos op de veldtocht van de Perzische koning Xerxes naar Griekenland.

Het is een geweldige tekst die een breed publiek verdient. Als er één antieke tekst is die u leest, laat het dan Herodotos zijn. Zelfs in vertaling merk je dat er iets bijzonders gebeurt: Herodotos schrijft spreektaal. Zijn werk markeert niet alleen het begin van de geschiedvorsing maar staat ook aan het begin van een traditie om informatie over te dragen in proza. (Eerdere auteurs hadden gekozen voor poëzie.) Alleen bestond er rond 430 v.Chr. nog helemaal geen schrijftaal, zodat Herodotos zich bedient van alledaagse woorden.

Dat plaatst een vertaler voor een keuze: Herodotos’ vorm zou hem kunnen doen besluiten het Grieks weer te geven in Nederlandse spreektaal, de inhoud zou de vertaler kunnen doen kiezen voor zakelijk proza. De maker van de Nederlandse vertaling, Hein van Dolen, koos voor het eerste. En hier is een Engelse vertaling, alweer wat ouder, die wat plechtstatiger overkomt. En daarover wil ik het even hebben.

Lees verder “Sinterklaascadeau”

Bij ons in het dorp (10)

Wegwerkzaamheden vinden vaak ’s nachts plaats, als er weinig verkeer is. Dat heeft veel voordelen en een paar nadelen. Met die laatste maakte ik gisteren nogal hardhandig kennis, al was het meer een combinatie van factoren dan dat het alleen kwam door de wegwerkzaamheden.

Maar goed, ze zijn aan het einde van de Westerstraat de Marnixstraat aan het verbeteren. Als je de eerste straat uit komt fietsen, krijg je een soort omleiding waarbij je een stukje over de stoep moet rijden. Niks aan de hand. Helaas had het gisteren geregend en was de weg glad. En helaas was de afrit van de stoep wat onregelmatig. En helaas slipte ik over het natte asfalt. En helaas ligt er in de Marnixstraat een trambaan. Zodat mijn voorwiel in de sleuf van de rail raakte en over de kop sloeg.

Lees verder “Bij ons in het dorp (10)”