Het goud van Macedonië

Gouden krans uit Stavroupolis (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

Al aan het begin van zijn regering toonde de Macedonische koning Filippos II dat hij even slim als onvoorspelbaar was. In 359 v.Chr. veroverde hij de stad Amfipolis, die behoorde tot de Atheense invloedssfeer. De Atheners wilden de stad graag terug, waarop Filippos zei dat hij dan de havenstad Pydna in ruil wilde hebben. De Atheners stemden in en stonden hem Pydna af. Daarmee hadden ze een basis in de noordelijke wateren minder en was het moeilijker om de oorlog met Macedonië te hernemen. Filippos had daarna geen reden meer om Amfipolis nog af te staan.

Het aardige van die stad was dat er grote wouden waren, waar het Atheense scheepstimmerhout vandaan kwam, en goudmijnen. Door het verlies was Athene serieus afgezwakt. De ooit machtige stad, die al te maken had gehad met een door de Perzen gesteunde opstand onder de bondgenoten, was nu definitief een mogendheid van het tweede plan. En voor Macedonië begon een mooie toekomst. We zien die aan het goud in de graven.

Lees verder “Het goud van Macedonië”

Caesar verovert Corfinium

Portret van Caesar uit Priene

In de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr. (11/12 januari volgens de Romeinse kalender), was Julius Caesar Italië binnengevallen door de Rubico over te trekken. Dat was het begin van de Tweede Burgeroorlog. Hij was namelijk gouverneur van wat ik gemakshalve even zal aanduiden als Gallië en de Povlakte, en door met een leger zijn provincie te verlaten, was hij formeel in opstand tegen de Senaat.

Ik wijdde er al een stukje aan en beschreef in een tweede stukje hoe Caesar langs de Adriatische kust oprukte naar het zuidoosten, terwijl zijn kolonel Marcus Antonius de Apennijnen overtrok richting Umbrië. Met de inname van Arezzo stelde hij Caesars aanvoerlijnen vanuit Gallië veilig. Ondertussen evacueerden de consuls en hun generaal Pompeius, die hun macht zagen afbrokkelen, de hoofdstad. Alleen in het zuiden konden ze nog soldaten rekruteren. Ik was in deze reeks gekomen tot Caesars inname van Ascoli op 8 januari (5 februari op de Romeinse kalender). Wat gebeurde er in de daarop volgende weken?

Lees verder “Caesar verovert Corfinium”

Geliefd boek: Empires of the Indus

Alice Albinia (1976, Londen) studeerde Engels in Cambridge, daarna Zuid-Aziatische geschiedenis aan het SOAS (School of Oriental and African Studies) in Londen. Haar plan is om de Indus op te varen. Daarvoor leert ze Urdu. Het SOAS bezit een zeer uitgebreide bibliotheek en daar zal ze veel hebben gelezen, zo doet de uitgebreide literatuurlijst vermoeden. Empires of the Indus. The story of a River (2008) is veel meer dan een avontuurlijk reisverhaal. Ze combineert haar waarnemingen en gesprekken met historische verhandelingen over veranderingen in Afghanistan, India, Pakistan en Tibet.

‘In a land where it seldom rains, a river is as precious as gold,’ begint Albinia haar voorwoord. De Indus heeft zijn monding in Pakistan. Daar begint haar boottocht over de rivier, maar door de vele irrigatiewerken verder naar het noorden is de rivier erg ondiep geworden. De boot komt niet ver.

Lees verder “Geliefd boek: Empires of the Indus”

Boeken, boeken, boeken

Een klein jaar geleden kreeg ik van een weldoener bovenstaande boeken uit de Budé-reeks cadeau, fijne uitgaven van klassieke teksten met Franse vertaling. Als ik de waarde van die schenking niet zou kennen, werd die me wel duidelijk toen ik onlangs twee exemplaren aanschafte en €180 kwijt was. Deze weldoener is echter niet de enige die me een plezier deed. Een bevriende classicus gebruikte de lockdown om zijn boekenbezit door te lopen en wat stofnesten af te stoten. Zo belandde het een en ander bij mij. Ik ben drie dagen bezig geweest het uit te zoeken. Gelukkig deed mijn goede vriend Richard, die net aan het verhuizen is, me een boekenkast cadeau. Nog een weldoener.

Ontdekkingen

Het is grappig te zien wat er zoal bestaat. Van sommige boeken zou ik het bestaan nooit hebben vermoed. De historicus in mij was blij te ontdekken dat Tim Cornell een moderne, driedelige uitgave heeft verzorgd van de fragmenten van de wat minder bekende Romeinse historici (Fragments of the Roman Historians). Ook heb ik nu toegang tot het Polybios-commentaar van F.B. Walbank, een schat aan informatie over een van de knapste historici uit de Oudheid. Ik ben bovendien nu de gelukkige bezitter van een recente vertaling van Curtius RufusGeschiedenis van Alexander van Macedonië. Allemaal ontdekkingen.

Lees verder “Boeken, boeken, boeken”

Dakloos

Het is bijna veertig jaar geleden. Op weg van school naar huis fietste ik weleens langs de velden van de rugbyvereniging. Daar kon je dan worden opgewacht door een dakloze zwerver die regelmatig te diep in het glaasje keek en ook in nuchtere staat niet al te helder dacht. Hij kon dan bijvoorbeeld wijzen naar een omgevallen houten stellage naast het sportveld en aan passerende fietsers vragen of zij wisten wat het van machine was.

Hoewel hij geen vlieg kwaad deed en me zelfs aansprak met “meneer’, vermeed ik hem liever. Ik was de enige niet. Mijn klasgenote M. vond hem ronduit eng en was bang dat hij ooit zijn fles naar haar toe zou gooien. Er zijn bij Apeldoorn twee grote psychiatrische inrichtingen; we hoorden weleens wat verhalen.

Lees verder “Dakloos”

Derde Symposium voor Wetenschapsbloggers

Het eerste symposium

Op 19 februari vindt alweer het Derde Symposium voor Wetenschapsbloggers plaats. Na edities in Amsterdam en in Nijmegen is deze aflevering online. De aflevering van dit jaar heeft, mede vanwege de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen en de gebeurtenissen van het afgelopen jaar, als thema:

wetenschap en politiek.

Dat veel wetenschappers maatschappelijk en/of politiek relevant onderzoek uitvoeren, staat vast. Maar hoe deel je je onderzoeksresultaten op een effectieve manier met de politiek? Deze online-middag draait om de manieren waarop je je onderzoek toegankelijk kan maken voor politici en beleidsmakers. Waarom zou je hier zelf tijd aan besteden, en hoe kan je dit effectief doen? In hoeverre zouden wetenschappers politiek betrokken moeten zijn? En kunnen blogs hierbij een rol spelen?

Lees verder “Derde Symposium voor Wetenschapsbloggers”

Lahore, Food Street

Lahore (rechtsonder de luchthaven; de rivier die van rechtsboven naar linksonder stroomt is de Ravi, de antieke Hydraotes)

Huub Eggen postte een mooie satellietfoto van Lahore – zie hierboven; hier is het origineel – en ineens moest ik denken aan een gebeurtenis, jaren geleden, in die stad. Mijn zakenpartner en ik reisden “in de voetstappen van Alexander” door Pakistan en hadden onze ogen al de kost gegeven Taxila en het slagveld aan de Hydaspes. Het was allemaal adembenemend maar een nachtvlucht, een bombardement aan indrukken en een drukkende hitte trokken wel een wissel.

We waren doodmoe aangekomen in Lahore. Dat was de oude hoofdstad van Alexanders tegenstander, een radja genaamd Poros. De volgende dag wilden we het beroemde museum bekijken (zie Rudyard Kiplings Kim, openingszin), waar we de mooiste voorbeelden zouden zien van geschiedvervalsing en van Gandara-kunst, ofwel de kunst van de Grieks-boeddhistische samenleving die hier heeft bestaan. Denk aan prachtige munten van Zeus die zijn donder laat rollen.

Lees verder “Lahore, Food Street”

Geliefd boek: Herinneringen van een engelbewaarder

De meest gewaardeerde romans van W.F. Hermans zijn De donkere kamer van Damokles en Nooit meer Slapen. De eerste maakte hem beroemd in Nederland, de tweede wordt volgens Wikipedia als zijn meesterwerk beschouwd en werd besproken en geprezen op mijn middelbare school tijdens Nederlandse les. Maar ja, ik was toen al een dwarskikkertje; het eerste boek dat ik van hem las was Herinneringen van een engelbewaarder. De twee eerder genoemde vielen me licht tegen, ook vergeleken met het werk dat hij de eerste paar jaar na de Tweede Wereldoorlog schreef.

Dus toen Nooit Meer Slapen op deze blog werd besproken moest ik meteen aan de literaire verkenningen tijdens mijn tienerjaren terugdenken. Of daar een engelbewaarder bij kwam kijken laat ik in het midden. Wel besloot ik mijn favoriete boek van Hermans te herlezen. Dat is uiteraard een riskante onderneming; ik ben niet dezelfde meer als veertig jaar geleden en bijgevolg is mijn smaak dat ook niet meer.

Lees verder “Geliefd boek: Herinneringen van een engelbewaarder”

Geliefd boek: De zwarte met het witte hart

De eerste tien jaar van mijn leven was ik niet zwart. Ik was op veel manieren anders dan de mensen om mij heen, maar donkerder was ik niet. Dat weet ik. Er is een dag geweest waarop ik een verkleuring gewaarwerd. Later, toen ik dan eenmaal zwart wás, ben ik weer verschoten.

Zo begint De zwarte met het witte hart, Arthur Japins prachtige vertelling van een wonderlijke geschiedenis. Twee Ashanti-prinsen, Kwasi en Kwame, werden in 1837 cadeau gedaan aan onze koning Willem I. De Trans-Atlantische Slavenhandel was afgeschaft, maar de Nederlanders misten de inkomsten. Generaal-majoor Verveer sloot namens onze regering een deal met de Ashanti: zij zouden jaarlijks duizenden soldaten leveren aan het Nederlands-Indisch leger. De Ashanti-koning leverde slaven en krijgsgevangenen uit de omliggende regio’s die van de Nederlanders een voorschot kregen waarmee ze zichzelf vrij konden kopen. Dit voorschot dienden ze uit hun soldij terug te betalen. Omdat hun soldij hiervoor niet toereikend was, bleven ze vaak tot hun al dan niet voortijdige dood in Nederlandse dienst. Als onderpand voor deze verkapte slavernij werden de beide prinsjes geschonken aan onze koning. In Nederland kregen zij een opleiding.

Lees verder “Geliefd boek: De zwarte met het witte hart”

GrondslagenNet (2)

In oktober legde ik op deze plaats uit dat ik langzaam – en eerlijk gezegd: te laat – tot het inzicht was gekomen dat ik, door elke maand in een nieuwsbrief het nieuws over de Oudheid samen te vatten, in feite het verkeerde deed. Natuurlijk, ik gaf aan wanneer archeologen weer eens overdreven. (Hier en daar hoort u het ook eens van een ander.) Ook gaf ik aan wat er nu weer verkeerd was met papyri. Maar ook als je slechte informatie identificeert, bied je er een platform aan. Het is beter iets positiefs te doen. Daarom ben ik eind november GrondslagenNet begonnen. Weliswaar wat minder actueel, maar in elk geval zonder malligheid en mét de mogelijkheid tot verdieping.

423 stukjes

En dat was, in deze eerste fase, het moeilijke punt. Een tweedelijnsvoorlichting, waarin je uitlegt wat een wetenschap maakt tot een wetenschap, kan op zichzelf staan. Het trekt weinig publiek, zeker, maar het kan. Een eerstelijnsvoorlichting, waarin je aandacht en dus publiek trekt, kan daarentegen niet op zichzelf bestaan. Mensen die echt belangstelling beginnen te krijgen, blijven dan immers onbevredigd achter, concluderen dat het alleen maar aandacht trekken was, redeneren dat het geen diepgang heeft en keren zich van je af. Dan heb je de mensen die normaalgesproken je signaal versterken, omgezet in mensen die vertellen dat je niets te melden hebt. Om die fout niet te maken, zorgde ik ervoor dat de tweede lijn er vanaf het begin zou zijn.

Lees verder “GrondslagenNet (2)”