De Peelhelm

De Peelhelm (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In mijn reeks museumstukken vandaag een van de beroemdste voorwerpen uit de Oudheid: de Peelhelm. Rond 300 n.Chr. gemaakt van verguld zilver, in 1910 gevonden door turfsteker Gebbel Smolenaars in de Peel, tegenwoordig in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De helm is niet het enige voorwerp dat Smolenaars uit het veen haalde: hij vond ook enkele vierde-eeuwse munten, een mantelspeld, delen van een paardentuig en een ruiterspoor.

Net als moderne helmen bestaat de Peelhelm uit een binnen- en een buitenhelm. De binnenhelm moet van ijzer gemaakt zijn geweest. Doordat het voorwerp gelegen heeft in veen, is het ijzer compleet weggeroest. De buitenhelm, gemaakt van edelmetaal, heeft het wel overleefd. Ze bestaat uit veertien onderdelen die met gespjes en riempjes waren verbonden.

Lees verder “De Peelhelm”

Zelfspot (hoop ik)

Een tijdje geleden kreeg ik reclame onder ogen van een communicatie-adviesbureau dat de nadruk legde op originaliteit en dit introduceerde met het doorgezaagde cliché over “out of the box”-denken. Ik meende dat het niet veel ironischer kon en hopelijk was het dieptepunt daarmee inderdaad bereikt.

Ik hoop althans dat de koppenmaker van het NRC Handelsblad, die een van de gruwelijkste journalistieke clichés gebruikt bij een stukje over sportclichés, dat met opzet heeft gedaan.

Het visioen van Constantijn (3)

Constantijn (munt uit Museum Valkhof, Nijmegen)

Eén muisklik en het manuscript van Het visioen van Constantijn ging, gisteren rond kwart voor twee, naar uitgeverij Omniboek. Het had er nog even om gehangen of ik de deadline zou halen, want een dag ervoor had ik ineens een klus tussendoor gekregen, maar uiteindelijk leverde ik de tekst in op de afgesproken dag. Het is nu in handen van de vormgever.

Over een tijdje zullen mijn coauteur Vincent Hunink en ik proeven moeten gaan lezen. Dat is het moment waarop ik zal zien dat ik oliebollen van zinnen heb gedraaid en redenaties heb opgehangen die voor mijzelf perfect helder waren, maar voor anderen totaal onbegrijpelijk. Dergelijke stommiteiten haal je dan weg en als je het boek dan eindelijk in handen hebt, is het allereerste wat je ziet een fout die je over het hoofd zag. Zo gaat het namelijk altijd. Het is een onhebbelijke gewoonte van verborgen gebreken dat ze nooit verborgen blijven.

Lees verder “Het visioen van Constantijn (3)”

Nehemia (bis)

Jeruzalem, met een muurfragment dat van Nehemia zou kunnen zijn

Een tijdje geleden blogde ik over Nehemia, de Joodse leider die in de Perzische tijd Jeruzalem herbouwde.  Aanvankelijk werkte hij aan het hof van koning Artaxerxes I Makrocheir (r.465-424), die hem echter in 446 v.Chr. naar Juda stuurde. In mijn stukje wees ik erop hoe ontzettend goed het optreden van Nehemia past in de Mediterrane wereld van die tijd.

Ik vertelde ook over de stadsmuren die hij bouwde. Daarvan kan op dit moment geen steen met zekerheid worden geïdentificeerd, maar het Tempelterras bestaat uit verschillende stukken muurwerk en in het oosten is een verschil aan te wijzen tussen het steenwerk uit de tijd van koning Herodes de Grote en steenwerk dat veel ouder is. Dat laatste lijkt op muren uit de havensteden Sidon en Byblos, de bases van de Perzische vloot, al kan het ook dateren uit de hellenistische tijd. Ik toonde daarvan destijds een foto, maar kreeg gisteren van mijn evangelische vriend Jan-Pieter van de Giessen een veel betere. Zie boven.

Lees verder “Nehemia (bis)”

Straatsburg

Het slagveld bij Straatsburg

Vandaag een nieuwe aflevering in het winterfeuilleton “op reis in Gallia Belgica”. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, bezochten mijn zakenpartner en ik onlangs Bastogne, de Titelberg, Trier en Hermeskeil. Onze volgende bestemming was Straatsburg, waar we een beetje met een omweg naartoe reden omdat we eerst het slagveld wilden zien waar de Romeinse generaal Julianus in 357 n.Chr. de Alamannen versloeg.

Die waren Gallië binnengevallen terwijl het Romeinse Rijk in een crisis verkeerde: in 350 was keizer Constans vermoord en opgevolgd door Magnentius, die meteen verstrikt zat in een burgeroorlog tegen Constans’ broer Constantius. Er waren allerlei troepenbewegingen, de Rijngrens lag onbewaakt en de Alamannen plunderden de Elzas. Ook nadat Constantius in 353 zijn rivaal had verslagen, duurde het even voordat de Romeinen hun gezag konden herstellen.

Lees verder “Straatsburg”

Factcheck: de bibliotheek van Alexandrië

Reconstructie van een antieke bibliotheek (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

En ineens zat ’ie weer in mijn correspondentie: de vernietiging van de bibliotheek van Alexandrië. Een cultureel misdrijf zonder weerga, maar wie heeft het op zijn kerfstok? Was het Julius Caesar? Waren het de joden die in 116-117 in opstand kwamen? Waren het de christenen? Waren het de moslims? Het wordt allemaal genoemd en al die verklaringen zijn onzin. Voor zover er een basis is in de bronnen, zijn die bronnen tendentieus of laat of allebei. Maar er is meer.

Loop even mee. Volgens de laagste, en door de meeste onderzoekers als zinvolst ervaren, schatting waren er in de bibliotheek die de Ptolemaïsche koningen aanlegden in Alexandrië ongeveer 400.000 boekrollen. Zo’n rol ging ongeveer tachtig jaar mee. Daarna was ’ie sleets geworden en moest een kopiist de tekst overschrijven. Elk jaar moeten er dus zo’n 5000 rollen zijn gekopieerd. Hoeveel tijd daarin ging zitten, is onvoldoende bekend, maar ik neem voor het gemak aan dat iemand vijf weken doet over een volledige rol. (Ik heb hogere schattingen gezien.) Een kopiist kan dan tien boeken in een jaar kopiëren. Voor het onderhoud van de bibliotheek zijn dan, bij de gunstigste schattingen, zo’n vijfhonderd kopiisten nodig.

Lees verder “Factcheck: de bibliotheek van Alexandrië”