Byblos in verval

Fenicische stadstoren in Byblos

“Kleine staten”, zo lees ik in Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, “konden profiteren van de verzwakking van de grote mogendheden”. De auteurs hebben het over de eeuwen na de verzameling problemen die we aanduiden als de Zeevolken-crisis. De Bronstijd kwam ten einde, de IJzertijd begon.

De stadstaten in Syrië werden weer zelfstandig, hoewel er zich soms nieuwe bewoners gevestigd hadden. In sommige stadstaten heersten vorstenhuizen van Hethitische origine (bijvoorbeeld in Karkemiš). Wij noemen deze rijkjes neo-Hethitische vorstendommen. In andere steden kwamen Aramese dynastieën aan de macht.

Nieuwe bewoners?

Ik weet niet of ik het zo zou schrijven. Ik ben er althans zo zeker niet van dat er nieuwe bewoners waren in de oude steden. Voor de Arameeërs is vaak betoogd dat ze geen nieuwe bewoners waren, maar allang woonden in de regio waar ze in de Bronstijd niet opschreven wat in het Aramees was gesproken. Vergelijk het met Nederland en Vlaanderen in de Vroege Middeleeuwen: in de Merovingische en Karolingische kanselarijen schreef men Latijn, maar de mensen spraken Oudnederlands.

Lees verder “Byblos in verval”

Stel, je bent een virus

Vergeet de vondst van een katapultpijlpunt in Utrecht, vergeet het valse gewicht uit Jeruzalem (dat bij nader inzien toch niet was wat ze dachten), vergeet geospatiale analyse, denk zelfs niet aan de DNA-revolutie. Het echte archeologienieuws momenteel is dat iedereen op de set van de nieuwe Indiana Jones-film ziek is door het norovirus. Dat is een vervelende kwaal die ellendige voedselvergiftigingen veroorzaakt. “Elk jaar laat het zo’n tweehonderdduizend mensen zich letterlijk doodschijten”, schrijft Bart Braun in Stel, je bent een virus.

Ik ga dat boek niet recenseren. Enerzijds omdat Braun en ik elkaar weleens hebben ontmoet en anderzijds omdat ik weinig weet van virussen. Dan moet je geen inhoudelijk oordeel geven over biologieboeken. Wat ik weer wél kan zeggen is dat Braun in minder dan 100 pagina’s een stortvloed aan informatie over de lezer uitstort. Stel, je bent een virus bezwijkt daar gelukkig niet onder. Braun wisselt de eigenlijke informatie af met leuke weetjes en grappige terzijdes, waardoor hij de aandacht vasthoudt. Ik herkende er zijn branie in. Le style c’est l’homme même, om zelf ook eens een bioloog te citeren.

Lees verder “Stel, je bent een virus”

Bij ons in het dorp (22)

Bij ons in het dorp gebeurt eigenlijk nooit iets. Althans op het fietspad langs de Zuidtangent. Daar hadden ze ooit een paaltje staan, waar denkelijk nogal wat ongelukken mee gebeurden. Dus kwam er een waarschuwingsbord bij. Later besloot de gemeente dat ze dat soort paaltjes eigenlijk ook wel weg konden halen. Vervolgens vergaten ze het waarschuwingsbord bij het fietspad weg te halen.

Zo was de situatie in 2016, toen deze foto werd gemaakt. Zo was de situatie vorig jaar. En zo is het nog steeds. De bloemen in de berm naast het fietspad zijn gemaaid, maar het overbodige verkeersbord, dat alleen maar afleidt, staat er gewoon nog.

Hunebed van de dag: G1 (Noordlaren)

Hunebed G1 bij Noordlaren

Het op één na noordelijkste hunebed in Nederland, hunebed G1, staat ook wel bekend als de Steenberg. In het Gronings is dat natuurlijk zoiets als Stainbarg. Dat is een gebruikelijke naam voor zo’n monumentaal Trechterbekergraf. Volgende week blog ik over een Drents dorp dat naar een hunebed Steenbergen is genoemd.

We weten dit keer iets over het landschap waar de hunebedbouwers hun grafmonument neerzetten, want in het westen kronkelde de Drentsche Aa en in het oosten de Hunze. Op de landtong daartussen woonden dus mensen. Ze hadden hun akkers vlakbij een klein rond meertje, dat is ontstaan toen een gletsjer zich terugtrok (een “doodijsgat”). Er zijn meer hunebedden bij zulke meertjes, zoals D2 en D35, die liggen bij pingoruïnes.

Lees verder “Hunebed van de dag: G1 (Noordlaren)”

De ontdekking van het oudste Irak

‘Ubaid-aardewerk (Archeologisch Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet)

De eerste opgravers in Irak waren mensen als Botta, die Nineveh ontdekte; Layard, die de Assyrische hoofdsteden opgroef; Koldewey, die hetzelfde deed in Babylon; en Hamdi, die het museum van Constantinopel stichtte. Hun enorme verdiensten staan buiten kijf, want het was bepaald geen sinecure in het zich hervormende Ottomaanse Rijk, zonder veel duidelijke verhoudingen maar vol etnische spanningen, je werk te doen. Al bood die onduidelijkheid ook kansen. Kansen die wij misbruik zouden noemen.

Afgezien van de organisatorische problemen hadden deze archeologen te maken met het feit dat ze hun vondsten alleen konden interpreteren aan de hand van teksten. Die vormden weleens een dwaalspoor, zoals toen Koldewey in Babylon speurde naar Hangende Tuinen die even reëel waren als Diagon Alley in Londen. En dan waren er de dieper liggende lagen, die de allereerste steden documenteerden. Toen schreven de mensen nog niet, dus de opgravers hadden geen idee way ze opgroeven. Sumeriërs? Nooit van gehoord. Ook wisten ze niet hoe oud het spul was dat ze opgroeven. Ze noemden het dus maar “aardewerk zoals gevonden in Nineveh”. Zo ontstond de gewoonte archeologische culturen te vernoemen naar de eerste vondplaats. De La Tène-cultuur is een Europees voorbeeld en Andronovo is een Aziatisch voorbeeld.

Lees verder “De ontdekking van het oudste Irak”

Hunebed van de dag: G5 (Heveskesklooster)

Hunebed G5

Het allernoordelijkste hunebed in Nederland is gevonden op een plek die bekendstaat als Heveskesklooster. Het geeft niet als u niet weet waar dat ligt, want het is een vlek op de landkaart. Het bijbehorende dorp Heveskes, even ten zuiden van Delfzijl, bestaat niet eens meer.

Archeologen die een wierde onderzochten, vonden het hunebed in 1982 en omdat het ter plekke niet viel te conserveren, brachten ze het over naar het Muzeeaquarium in Delfzijl. Het is in een oude Duitse munitiebunker, net over de zeedijk. Behalve het hunebed biedt het, zoals de naam al aangeeft, een aquarium met Waddenzeevissen. Ook zijn er zalen met uitleg over geologie en archeologie, over de geschiedenis van de regio en over de Delfzijlse zeevaart.

Lees verder “Hunebed van de dag: G5 (Heveskesklooster)”

Zelfbewieroking

Een tijdje geleden benaderde het Nederlands Klassiek Verbond me met de mededeling dat mijn boekje Bedrieglijk echt was genomineerd voor de Homerosprijs, die deze vereniging geeft aan mensen die de Oudheid uitleggen. Vererend als het was, stoorde het me. Het NKV had al eerder een van mijn boeken genomineerd en ik had toen aangegeven dat er weinig te prijzen viel. Als in een klas alle kinderen voor een proefwerk een drie halen, ga je niet de paar kinderen prijzen die een vier weten te scoren, maar richt je je energie op het verhogen van het algeheel peil. In dit geval: je kunt aan het bestaande aanbod verdieping toevoegen en je kunt actief reageren op media die flauwekul verspreiden. Ik schreef het NKV en het NKV schreef mij en daar bleef het bij.

Ik noem dit omdat zelfs een club die er niet om bekendstaat met alle winden mee te waaien, het problematische van prijsuitreikingen niet herkent. Het uitreiken van een prijs heeft vooral zin als je daarmee de doelen van de vereniging dichterbij brengt. In dit geval: uitdragen dat de Oudheid ertoe doet. Daartoe moet de voorlichting zich aanpassen aan enerzijds het gestegen opleidingspeil en anderzijds de revolutie die internet heet. Door een prijs uit te reiken, geef je het signaal af dat alles eigenlijk wel prima is. Terwijl commissies Kennedy het onderwijs stroomlijnen zonder oudheidkundig advies te vragen, terwijl Tommen Holland negentiende-eeuwse clash-of-civilizations-sjablonen mogen herintroduceren, terwijl archeologen meer praten over vondsten dan over archeologie. Het is niet prima. En het NKV gooit zijn eigen glazen in door mooi weer te spelen.

Lees verder “Zelfbewieroking”

Alle hunebedden

Hunebed D54 bij Havelte

Het beste was dus tot het laatste bewaard. Deze zomer vinkte ik de drie laatste exemplaren af op mijn lijstje van hunebedden. Anderhalf jaar daarvoor had ik het plan opgevat ze allemaal eens te bezoeken. Dat plan beloofde immers leuke fietstochtjes voor de perioden zonder lockdown, en dat in een van de mooiste gebieden van Nederland: Drenthe. Het laatste deel van de buit haalde ik binnen op 20 augustus in Havelte, waar twee van die oude grafmonumenten zijn, en in Diever, waar ook hunebeddenvorser Albert van Giffen (1884-1973) begraven ligt. Dit drietal behoorde tot het mooiste en lag in een zonovergoten, schitterend landschap. Fiets van Diever verder via de radiotelescoop van Dwingeloo en je dag is goed.

Trechterbekercultuur

Vermoedelijk ten overvloede: hunebedden zijn van enorme zwerfkeien gemaakte grafmonumenten en behoren tot de zogeheten Trechterbekercultuur. Die moet u tussen 3350 en 2750 v.Chr. plaatsen, dus terwijl in Egypte de Naqada-tijd overgaat in het Oude Rijk en terwijl in Mesopotamië de stedelijke cultuur zich ontwikkelt. De bouw van de hunebedden staat daarvan los, maar Drenthe was via Roemenië, waarvandaan de hunebedbouwers incidenteel metaal importeerden, verbonden met het Nabije Oosten.

Lees verder “Alle hunebedden”

Het Gents Universiteitsmuseum

Er zijn musea die hun deuren konden openen onder gunstiger omstandigheden dan het Gents Universiteitsmuseum. Het ontvangt zijn bezoekers namelijk sinds afgelopen oktober, het begin van de tweede coronagolf. Je gunt de instelling een gelukkiger debuut, want het is een droom van een museum.

Het uitleggen van wetenschap is óók een wetenschap. Het is bijvoorbeeld bekend dat een voorlichter niet volstaan mag met populariseren. Immers, juist degenen die belangstelling ontwikkelen, raken gefrustreerd als ze slechts wat conclusies toegeworpen krijgen en niet kunnen ontdekken hoe we weten wat we weten.

Lees verder “Het Gents Universiteitsmuseum”

Geliefd boek: The Voyage of the Beagle

Charles Darwin (Natural History Museum, Londen)

De belangrijkste wetenschappelijk reis van de negentiende eeuw was misschien wel de vijfjarige tocht die Charles Darwin maakte aan boord van het zeilschip de Beagle. Darwin was pas 22 jaar oud toen het schip eind 1831 uit Engeland vertrok. Hij was een enorme geluksvogel dat hij deze reis op dat tijdstip kon maken. Zo waren er net nieuwe geologische inzichten gepubliceerd die hem hielpen bij zijn eigen waarnemingen. Was hij tien jaar later geweest dan zou waarschijnlijk iemand anders zijn ontdekkingen hebben gedaan. Wetenschappelijk succes berust soms op geluk en toeval.

Tijdens de wereldreis van de Beagle bracht hij overigens de meeste tijd op het vasteland door, vooral in Zuid-Amerika. Hij werkte hard en was voortdurend op expeditie, altijd bezig planten en dieren te verzamelen. In 1839 publiceerde Darwin met groot succes zijn reisverslag The Voyage of the Beagle. Het is een innemend boek, geschreven door een intelligente, goed observerende jongeman maar nog zonder vastomlijnde toekomstplannen.

Lees verder “Geliefd boek: The Voyage of the Beagle”