Redbad (bis)

Onlangs bezocht ik Redbad, de vermoedelijk slechtste film die ik ooit zag. Niet eens meer “zó slecht dat het eigenlijk weer onderhoudend is” – gewoon echt slecht. Hoe het Productiefonds geld gegeven kan hebben aan deze draak, is een van de mysteriën van het subsidiecircuit, al wil ik geloven dat de makers een ander script hebben gepresenteerd dan ze uiteindelijk verfilmden. Hoe dat ook zij, ik schreef een blogstukje over het gebrek aan filmische kwaliteit van Redbad en dat had het einde moeten zijn.

Behalve dat een kennis me attendeerde op het boek dat de historici Sven Meeder en Erik Goosmann hebben geschreven over de Friese leider Radboud. (De naam “Redbad” is een moderne poging een Fries ogende naam te geven aan de man die in de middeleeuwse bronnen Radbodus heet.) Redbad. Koning in de marge van de geschiedenis bleek een aangename verrassing, niet alleen omdat het verhaal de moeite waard is, maar vooral omdat de auteurs de lezer serieus nemen en zich niet beperken tot het beruchte “dit zijn de feiten en daarmee moet u het doen” dat zo vaak doorgaat voor wetenschapscommunicatie. Ze vallen u ook niet lastig met een ellenlange literatuurlijst en zinloze voetnoterij, maar tonen in plaats daarvan, zoals het hoort, het wetenschappelijk proces. Ze schrijven:

Lees verder “Redbad (bis)”

Huislook, een oude makelaar

Huislook

[Omdat ik op het punt sta af te reizen naar Libanon, vandaag een gastbijdrage over een onderwerp dat de trouwe lezers hier niet zullen verwachten. Ik geef het woord aan Rob Duijf.]

Al sinds voorchristelijke tijden zoekt de mens verbinding tussen het aardse en het hogere, om onheil af te weren of om goddelijke bijstand te vragen. Men deed dat bijvoorbeeld door bij huizen op de uiteinden van een rieten dak en later op het punt waar de houten planken van de daklijsten bij elkaar komen, een ‘makelaar’, te plaatsen.

Het woord ‘makelen’ betekent ‘verbinden’ en dat is precies wat een makelaar doet. Wie door dorpjes rijdt in Zeeland, Holland (bijvoorbeeld in Zaanstreek-Waterland en West-Friesland), Friesland en Twente kan ze nog op oude huizen en boerderijen zien staan. Vaak kunstig gesneden of gedraaid uit hout en voorzien van symbolen uit oude Germaanse en Keltische tijden, tegenwoordig vaak witgeschilderd, vroeger eenvoudig zwart gepekt. Ik zal daar in een later blog dieper op ingaan.

Lees verder “Huislook, een oude makelaar”

Nederdaling ter helle

Afgelopen zaterdag las ik De zevenvoudige dood van Evelyn Hardcastle van Stuart Turton. U houdt een blogstukje daarover tegoed, maar vandaag vertel ik u alvast dat de hoofdpersoon van die roman dezelfde dag steeds opnieuw meemaakt. Een dag die zal eindigen met een moord. Hoewel gepresenteerd als een whodunnit verklap ik u niets – althans niets dat u na de eerste bladzijden niet al in de gaten hebt – als ik u zeg dat het in feite een zedenschets is rond een nederdaling ter helle. Een soort Groundhog Day dus, en of De zevenvoudige dood van Evelyn Hardcastle een even goede afloop heeft, dat verklap ik u niet.

Wat voor de gevangenen het ergste is, is de zekerheid van de herhaling. Eén ervan wil de moord nog verhinderen, een ander heeft het bijltje erbij neergegooid en wil alleen nog maar weg, tot elke prijs. Maar ook al reageren ze verschillend, de onafwendbaarheid waarmee het kwaad iemand zal treffen, dat is voor de gevangenen de ergste van alle kwellingen.

Nu verander ik even van onderwerp en ga ik het hebben over Marc van Oostendorp (op twitter te vinden als @fonolog), die in twee of drie jaar is uitgegroeid tot mijn favoriete blogger.

Lees verder “Nederdaling ter helle”

Het ongrijpbare antieke christendom (2)

Je kunt niet altijd afgaan op wat concreet waarneembaar is

In het eerste stukje heb ik beschreven dat christendom, zowel nu als vroeger, lastig valt te definiëren. De diverse gelovigen vertonen echter familiegelijkenis: hoewel ze op wezenlijke punten kunnen verschillen, lijken ze toch wel op elkaar. Dat wat u en/of ik herkennen, is echter subjectief en brengt het gevaar met zich mee dat je, als je in het verleden zaken waarneemt die jij herkent, je eigen noties projecteert op de rest. Simpel gezegd: bisschoppen, bijbels en kerkgebouwen vormen overeenkomsten tussen toen en nu, maar willen nog niet zeggen dat het antieke christendom ook in andere aspecten lijkt op het huidige.

Wél lijkt het erop dat na Constantijn een kerk is ontstaan die lijkt op wat u of ik herkenbaar vinden, maar nog aan het einde van de vierde eeuw was de daar gepredikte orthodoxie niet de enige mogelijkheid. (Tot in de achtste eeuw waren er christenen en joden die dezelfde feestdagen vierden.) Dit moet in de periode vóór Constantijn nog meer dan in de vierde eeuw het geval zijn geweest, maar de eigen teksten van de andersdenkenden zijn niet overgeleverd. We mogen, ja moeten, de vraag stellen wat we mogen verwachten.

Lees verder “Het ongrijpbare antieke christendom (2)”

Sint-Jeroen bestond niet

Dit is geen wetenschappelijk bewijs (Gevelsteen, Utrechtsestraat 110, Amsterdam)

Later deze week, op vrijdag 17 augustus, is de feestdag van de heilige Jeroen van Noordwijk. Daar zou ik normaal geen aandacht aan besteden maar er is de laatste tijd nogal wat om hem te doen. Dus even wat feiten bij elkaar:

  • Er is geen historisch bewijs dat deze heilige überhaupt heeft bestaan. De bronnen zijn veel te jong. U leest er hier meer over.
  • Dat de heilige niet heeft bestaan, heeft niet belet dat in de Middeleeuwen zijn gebeente wel is vereerd. De relieken in kwestie zijn tijdens de Reformatie overgebracht naar Haarlem. U leest daarover hier meer.
  • In de negentiende eeuw herleefde de cultus en werd het gebeente naar Noordwijk teruggebracht. De processies zijn in de jaren zestig ten einde gekomen maar enkele jaren geleden hernomen in de vorm van een stille omgang.
  • De schedel die in de Middeleeuwen als die van Sint-Jeroen werd vereerd, is al eeuwen zoek. Onlangs zijn echter op aanwijzing van een paragnost twee schedels gevonden. U leest daarover meer hier. Die schedels worden momenteel onderzocht.

Lees verder “Sint-Jeroen bestond niet”

MoM | Illegale oudheden

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Bezit is doorgaans simpel. Je gaat naar de supermarkt, koopt een brood en een stuk kaas, betaalt aan de kassa en vervolgens zijn die etenswaren van jou. Als iemand vraagt om bewijs, is er een bonnetje waarop staat dat dhr A. Heijn (voor Vlaamse lezers: dhr J. Delhaize) iets heeft overgedragen en daar geld voor heeft ontvangen. Soms is het echter complexer, zoals wanneer de vraag opkomt wie het verleden bezit. Er was namelijk geen antieke heer A. Heijn (of J. Delhaize) die het aan jou heeft overgedragen. Wie zich bezighoudt met het verre verleden, eigent zich iets toe. Dat is ook niet erg, want er zijn geen betrokkenen in het heden die eventuele schade kunnen ervaren.

Het wordt lastiger als het gaat om de materiële resten. Die zijn wél aanwezig in het heden en kunnen worden bezeten. Dat wil nog weleens lastig zijn. Het bekendste voorbeeld is de prachtige sculptuur die bekendstaat als de Elgin Marbles of de Parthenon Marbles: Griekenland eist ze op omdat ze onderdeel zijn geweest van de Atheense Parthenon-tempel, terwijl het British Museum daar anders over denkt. Tot de argumenten om ze niet aan Griekenland te geven, behoren onder meer dat het British Museum als zodanig ook een artistieke eenheid is, waarin deze sculptuur net zo goed aanwezig behoort te zijn als in Athene, en dat het artistieke belang van dit werelderfgoed het nationale Griekse belang overstijgt. Daar kun je het mee eens zijn of niet, maar het zijn argumenten die een zekere rationaliteit hebben.

Lees verder “MoM | Illegale oudheden”

Kapitelen (2)

Kyrenaïsch kapiteel

Ik beschreef gisteren de drie klassieke bouwordes en voegde nog drie wat minder algemene varianten toe. Dat was de opmaat voor dit stukje. De Atheners en de Spartanen bouwden doorgaans hun tempels in de Dorische stijl, maar toen de twee steden tegenover elkaar stonden (431-421, 413-404, 395-387), kozen de Atheners vaker dan daarvoor voor Ionische kapitelen. Het tempeltje van Nike bij de toegang tot de Akropolis is een voorbeeld. De verklaring is dat die tweede stijl werd geassocieerd met het Egeïsche Zee-gebied, waar Athenes machtsbasis lag: de Atheners wilden lijken op hun bondgenoten, niet op hun tegenstanders.

Het was dus mogelijk een politiek signaal af te geven met het gebruik van kapitelen. De foto hierboven toont een variant op het Ionische kapiteel; ik fotografeerde ’m in de Asklepios-tempel in Balagrai bij Kyrene. De bewoners van die stad presenteerden zich hiermee enerzijds als Grieken en anderzijds als de gelijken van de Spartanen, Atheners en wie weet ook de Korinthiërs: alleen deze steden hadden een eigen bouworde. (De plant tussen de krullen is geneeskrachtig silfium, een gewas dat niet langer bestaat en vermoedelijk in de Oudheid is uitgestorven. We weten niet waarom.)

Lees verder “Kapitelen (2)”