De ware schrikkeldag

De oude, republikeinse Romeinse kalender, zoals we die kennen van een zwaar gerestaureerde inscriptie uit Antium, ongeveer 60 v.Chr.

[Vandaag een gastblog van Rob van Gent, die alles weet over historische sterrenkunde en antieke kalenders. Hij heeft ook een leuke website.]

Dit jaar is een schrikkeljaar en dus zullen kranten en andere media komende zaterdag, 29 februari, de aandacht vestigen op de schrikkeldag, haar oorsprong en de hiermee geassocieerde volksgebruiken.

Weinigen weten echter dat de benoeming van 29 februari als de schrikkeldag eigenlijk een relatief moderne innovatie is. Gebruikelijker was het in verleden om 24 of 25 februari hiervoor aan te merken. De verklaring hiervoor ligt in de hervorming van de oud-Romeinse kalender zoals Julius Caesar deze in 46 v.Chr. invoerde.

Lees verder “De ware schrikkeldag”

MoM | Von Däniken en waarschijnlijkheid

De ouderdom van de Artemidorospapyrus

De spreekwoordelijke pseudowetenschapper is Erich von Däniken, die met Waren de goden kosmonauten niet alleen een batterij onzin de wereld inschoot maar ook een model heeft geschapen om aandacht te genereren. Je verdient geld met leuke weetjes, niet door uit te leggen wat wetenschap eigenlijk is. De feitelijke schade is ontstaan toen wetenschappers dit sensationalisme overnamen: we hebben, zoals u weet, wel boeken over gladiatoren maar geen websites met uitleg van hermeneutiek. En uitleg over archeologie gaat altijd over vondsten, nooit over archeologie.

Is Von Däniken dan een wegbereider voor academische miscommunicatie, veel invloed hebben zijn eigenlijke ideeën over ancient astronauts niet. (Wat aan desinformatie circuleert, komt doordat onderzoekers – hyperspecialisten dus – zich bezighouden met een voorlichting, een typische generalistenactiviteit. Eenmaal buiten hun specialisme vallen ze terug op handboekkennis en die is strijk-en-zet verouderd.) Omdat ancient astronauts dus wat marginaal zijn, was ik verbaasd toen ik een mailtje kreeg waarin iemand me erop wees dat ik genuanceerder had moeten schrijven over Von Däniken. Wetenschappers als ik, zo werd me uitgelegd, moesten dingen niet op voorhand uitsluiten.

Lees verder “MoM | Von Däniken en waarschijnlijkheid”

Mest en stront

Mest als brandstof

Even een vies praatje over mest en stront. We hebben het over hondenstront, kattenstront en varkensstront. Maar we hebben het over paardenmest, kamelenmest, kippenmest, koeienmest en olifantenmest.

In een gesprek zaterdag attendeerde iemand erop dat stront smeriger ruikt en dat dit komt doordat het gaat om vleeseters. De uitwerpselen van planteneters zijn niet werkelijk welriekend maar een stuk beter te verdragen.

Lees verder “Mest en stront”

Didyma geplunderd

Gewicht uit Didyma (Louvre, Parijs)

Ik weet niet wie de camera bediende die dag, tien jaar geleden, in het Louvre, mijn zakenpartner Marco of ikzelf. Het feit dat op dit antieke gewicht rechtsonder de reflectie is te zien van een rooster of zoiets, suggereert dat ik het ben geweest, de mindere fotograaf. Toen ik een afbeelding van dit voorwerp wilde hebben in mijn boek Xerxes in Griekenland, hebben we deze foto niet gebruikt en heeft mijn uitgever in het Louvre een alternatief opgevraagd.

Een gewicht dus, gevonden in de door Franse archeologen opgegraven Iraanse stad Sousa, ooit een van de residenties van de Perzische koningen. Uit de inscriptie blijkt echter dat het voorwerp afkomstig is uit Didyma, het orakel van Apollo even ten zuiden van de Griekse stad Milete (in het westen van het huidige Turkije). Het zal zijn weggenomen toen de Perzen in 494 v.Chr. Milete, de hoofdstad van een opstand, heroverden, of toen Xerxes, geschrokken na de succesvolle Griekse vlootoperatie naar Samos en Mykale, wraak nam (najaar 479).

Lees verder “Didyma geplunderd”

Een Joods graf uit Saoedi-Arabië

Joods grafschrift uit Hegra

Een paar jaar geleden kondigde de Saoedische oudheidkundige dienst aan dat ze meer aandacht zou besteden aan het joodse erfgoed op het Arabische Schiereiland. Het is al heel lang bekend dat dit er is want ooit was Jemen een Joods koninkrijk. De islamitische traditie vertelt over hardhandige conflicten tussen Mohammed en joodse stammen. Vreemd is het dus niet dat er aandacht voor is, zeker nu Saoedi-Arabië en Israël elkaar hebben gevonden in hun vijandschap met Iran.

Toch is het blijkbaar nog een stap te ver om er ook mee te koop te lopen. Een voorbeeld is het bovenstaande grafschrift, dat is opgegraven in het Al-Mabiyat-grafveld bij het Romeinse fort Hegra en dat deel uitmaakt van de archeologische collectie van de Koning Saoed-Universiteit in Riyad. Ze is tot 8 maart nog te zien op de overdonderend mooie Al-Ula-expositie in het Institut du Monde Arabe in Parijs. De bovenste helft van de inscriptie, waarin de naam van een overleden man moet hebben gestaan, is verloren maar het restant is intrigerend.

Vrede (šlm) over het graf van Rammanat, zijn echtgenote, de dochter van Yusuf, de zoon van Irar uit Qarya. Ze werd zesentwintig en stierf in de maand ijar van het jaar 165.

Lees verder “Een Joods graf uit Saoedi-Arabië”

Naar het Colosseum

Gladiatoren op een zilveren broche, gevonden in het paleis van de gouverneur te Aquincum

Ik heb in het verleden weleens over Augustinus geblogd. Vandaag nog maar eens een stukje, maar nu laat ik de laatantieke auteur zelf aan het woord. Het is een van de beroemdste passages uit de Belijdenissen, het verhaal over de wijze waarop Alypius een amfitheater in Rome bezoekt, vrijwel zeker het Colosseum. Alypius was overigens een jeugdvriend van Augustinus. De twee mannen zijn hun leven lang met elkaar in contact gebleven, ook toen de een bisschop was in Hippo en de ander in Thagaste.

De vertaling van Belijdenissen 6.8.13 is van Wim Sleddens O.S.A. Lees verder “Naar het Colosseum”

Layards grote project

Layards reconstructie van Nineveh

Austen Henry Layard is een van de invloedrijkste oudheidkundigen uit de negentiende eeuw. Hij is de ontdekker van de hoofdsteden van Assyrië. En zoals het met de geleerden uit die tijd gaat: hij was een van de grondleggers van het vakgebied, samen met halfgoden als Friedrich August Wolf, Caspar Reuvens, Jean-François Champollion, Henry Rawlinson, Johann Gustav Droysen, Heinrich Schliemann, Oscar Montelius, Theodor Mommsen en Ulrich von Wilamowitz. Maar waar dit negental allang is beschreven in fatsoenlijke biografieën, is Layard eigenlijk wat onbekend gebleven. Mogens Trolle Larsen presenteert in The Conquest of Assyria de ontdekker van Nineveh en Kalach als een soort Indiana Jones – en dat is een karikatuur.

Akkoord, Layard was een avonturier in de beste Victoriaanse traditie. En die traditie is er niet alleen een van stiff upper lip en wetenschappelijk optimisme, maar ook van genadeloos imperialisme. Het is in die sfeer dat we Layard óók moeten plaatsen.

Lees verder “Layards grote project”