Eshmun, Hermes, Asklepios

Munt uit Lepcis Magna (British Museum, Londen)

Ik ben ziek dus ik geef u vandaag alleen even een plaatje van een munt uit Lepcis Magna met daarop de god Eshmun, die dit keer (als ik de uitleg in het British Museum mag geloven) visueel niet valt te onderscheiden van Hermes maar die in Lepcis de functie had van Asklepios: de godheid waaronder de volksgezondheid ressorteerde.

Het is één van de vele manieren waarop in het Fenicisch/Punische cultuurgebied alle goden dwars door elkaar liepen: de god die in Baalbek werd vereerd, Ba’al Hadad, kon voor de Grieken Apollo en Helios zijn maar ook Zeus. Dit vormt een waarschuwing om niet al te gemakkelijk de attributen van deze of gene godheid te gebruiken om te komen tot een identificatie. Dat betekent overigens tevens dat de identificatie van iemand die lijkt op Hermes als Asklepios óók te gemakkelijk kan zijn.

Lees verder “Eshmun, Hermes, Asklepios”

Olympisch kampioen

Portret van een Olympisch kampioen (Athene, Nationaal Archeologisch Museum)
Portret van een Olympisch kampioen (Athene, Nationaal Archeologisch Museum)

Ik kan het u niet veel klassieker geven dan de kop hierboven, gevonden in de tempel van Zeus in Olympia en tegenwoordig te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene. De man draagt een olijfkrans en dat wil zeggen dat we te maken hebben met iemand die een overwinning heeft behaald bij de Olympische Spelen, de meest prestigieuze van de klassieke Griekse atletiekfestivals. (De drie andere waren in Delfi, op de istmus van Korinthe en in Nemea.) Het moet een breedgebouwde kerel zijn geweest en om die reden hebben kunsthistorici er een bokser in herkend. Misschien is het wel omdat hij een beetje lijkt op de beroemde Bokser van het Quirinaal in Rome: een even onverzettelijke kerel met even onderzoekende ogen.

Ik vind het eerlijk gezegd maar raar om iemands beroep te baseren op zijn uiterlijk. (In elk geval heeft de Poolse zwaargewicht Adam Kownacki niet als eerste bokser de bijnaam “babyface”.) Maar misschien heb ik iets niet goed begrepen, want de man is zelfs geïdentificeerd met een zekere Satyros van Elis, die in 332 en 328 het boksen won. Ik sluit overigens ook niet uit dat die identificatie is gebaseerd op het feit dat de Griekse auteur Pausanias schrijft dat hij in Olympia een door de Atheense bronsgieter Silanion gemaakt portret van die bokser heeft gezien in de Zeustempel.

Lees verder “Olympisch kampioen”

Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Athene, Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het oude Byzantium af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk”

Libanon en tabouleh

Hoewel Libanezen tabouleh beschouwen als hun nationale gerecht, is het een salade die wordt gegeten in het gehele Midden-Oosten. Het gaat om een stevige hoeveelheid fijngesneden peterselie met blokjes of schijfjes tomaat. Daarnaast kun je er stukjes bosui en munt in aantreffen, en vaak ook gemalen tarwe (bulgur). Tabouleh wordt op smaak gebracht met olijfolie, peper, zout en vooral citroensap, wat zorgt voor de frisse smaak.

“Libanon is als tabouleh”, hoorde ik in Sidon vertellen: je kunt de peterselie niet weglaten, want dan is het geen tabouleh meer. Waarna, in goede oosterse vertellerstraditie, de spreker alle ingrediënten opsomde: je kon de tomaten niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon het citroensap niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon de olie niet weglaten… Het voorbeeld was precies wat ik nodig had om aan u uit te leggen wat me zo aantrekt in Libanon.

Lees verder “Libanon en tabouleh”

Beit Beiroet

Beit Beirut

Ik heb al vaker over de Libanese burgeroorlogen geblogd. Je merkt er in Libanon eigenlijk elke dag wel iets van, niet zozeer doordat de mensen elkaar nog naar het leven staan maar doordat de gevolgen zo blijvend zijn. Vaak gaat het om heel triviale dingen. Ik noemde al eens het feit dat Beiroetis hun straten nooit aanduiden met de officiële namen, maar ik zou ook hebben kunnen schrijven over het grote aantal auto’s, want het openbaar vervoer heeft de burgeroorlogen niet overleefd.

Vandaag kwam ik in Beit Beirut, een ooit elegant Ottomaans huis aan de Rue de Damas ofwel de beruchte Groene Lijn die ooit het christelijke Oost-Beiroet scheidde van het islamitische West-Beiroet. Het huis werd de vaste basis van christelijke sluipschutters, want het had grote ramen, waardoor een wijd schootsveld viel te bestrijken. Het werd dus ook zelf onder vuur genomen en de kogelgaten zijn nog altijd zichtbaar. Het resultaat ziet u hierboven. In 2008 werd een begin gemaakt met de restauratie, die voor een groot deel is gefinancierd door de stad Parijs.

Lees verder “Beit Beiroet”

The Rock

Tyrus

Historische films kunnen alleen mislukken omdat het drama dat nodig is voor een overtuigende film haaks staat op de saaiheid van wat het verleden feitelijk is. Desondanks heb ik twee favorieten. Ze moeten helaas nog worden gemaakt. De ene heet Qarqar en gaat over de veldslag in 853 v.Chr. waarin de verdeelde koningen van Syrië (inclusief Achab van Israël) zich verenigden en erin slaagden de Assyriërs tijdelijk tegen te houden. Ik blogde al eens over dat gevecht; voor het moment gaat het me vooral om het visuele spektakel van duizenden – letterlijk! – strijdwagens op de vlakte van de Orontes. Is Hollywoods digitale toverdoos eindelijk ergens nuttig voor. De spanningen tussen de Syrische koningen staan garant voor een verhaal dat ook psychologisch overtuigt.

De andere film heet The Rock en gaat over Alexanders belegering van Tyrus in 332 v.Chr. De titel is een vertaling van צר, ṣūr, de eigenlijke naam van de grote aloude stad, die was gebouwd op een eiland voor de kust van Libanon. Deze belegering is beroemd omdat Alexander een dam aanlegde naar het eiland (al blijft onduidelijk of de stad daarover ook is bestormd). Net als Qarqar is The Rock krijgsgeschiedenis, wat betekent dat er in elk geval visueel iets van valt te maken. Met name de bouw van de enorme belegeringsram die op drie schepen naar een punt voor de zuidelijke stadsmuur wordt verplaatst, zal de moeite waard zijn. Voor het monster in actie komt, is er de strijd tussen de Macedonische kikvorsmannen die de schepen proberen te verankeren en hun Tyrische rivalen. Uiteindelijk wordt de muur ingebeukt en valt de stad, waarna de strijd zich voortzet in de smalle steegjes, in de huizen en op de daken.

Lees verder “The Rock”

De uitspraak van het Latijn

Afgietsel van een inscriptie uit Delfi met de Griekse spelling van de Latijnse titel “Caesar” (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

In de reeks video’s waarin ik mensen spreek over de vraag hoe oudheidkundigen weten wat ze weten, is inmiddels ook – na het filmpje waarin Hein van Dolen de Lachmannmethode uitlegt – de tweede aflevering online: Casper Porton van Addisco legt uit hoe classici weten hoe het Latijn vroeger uitgesproken is geweest. Als u meer wil weten, leest u hier meer.