MoM | Wat betekent dat woord?

Ik gaf in het vorige stukje het woord aan Alexander Smarius, die uitlegde dat er taalkundig geen bezwaren zijn om de openingsregel van het Evangelie van Johannes (“In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”) te vertalen als “het Woord was een god”. Het Grieks kent namelijk geen onbepaald lidwoord, dus “een god” is als vertaling in principe mogelijk. Voor Jehovah’s Getuigen maakt dat veel uit, omdat zij bezwaren hebben tegen het idee van een Drie-eenheid, waarin God de Vader en God de Zoon (ofwel het Woord ofwel Jezus Christus) één in wezen zijn. Jehovah’s Getuigen gaan ervan uit dat het Woord een god onder God is.

Als ik het wel heb, noemen theologen deze opvatting “subordinationisme”. Dat staat niet meteen op uw mentale landkaart, maar wellicht helpt het als ik u eraan herinner dat de heilige Nikolaas van Myra, zoals wij allen geloven en belijden, dermate in pastorale woede is ontstoken over deze zijns inziens perverse dwaalleer dat hij tijdens het Concilie van Nikaia in 325 de heresiarch tegen de vlakte heeft gemept.

Lees verder “MoM | Wat betekent dat woord?”

En het Woord was…

De Drie-eenheid op een zeventiende-eeuwse muurschildering uit Arbanasi (Bulgarije)

[Onlangs gaf ik hier ruimte aan Alexander Smarius, die schreef over de nieuwe Bijbelvertaling van de Jehovah’s Getuigen. Elke vertaling is keuzes maken en sommige daarvan vertellen nogal wat over de vertaler zelf. Zo is er de kwestie van de openingszin van het Johannesevangelie, die Smarius hieronder toelicht, want Jehovah’s Getuigen maken daar een significant andere keuze dan andere christenen. Ik kom er later vandaag ook nog op terug in “Methode op Maandag”.]

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

In de meeste Nederlandstalige Bijbels is dat de openingszin van het Evangelie van Johannes (Johannes 1:1). Verderop in de tekst wordt duidelijk dat met “het Woord” de Zoon van God wordt bedoeld, Christus. Minder duidelijk is hoe de lezer moet begrijpen dat degene die “bij God” was zelf ook “God” was. Volgens de gangbare Bijbelverklaring zijn de Vader en de Zoon samen één God, zoals twee lucifers één vlam kunnen delen.

Lees verder “En het Woord was…”

Boeddha

Fayaz Tepe

Al in de late zesde eeuw v.Chr. deporteerde de Perzische koning Darius de Grote Grieken naar het verre Baktrië (de vlakte van de Boven-Oxus ofwel het grensgebied tussen Afghanistan en Oezbekistan). Zijn zoon en opvolger Xerxes ging daar vrolijk mee verder en de Griekse kolonie in het verre oosten moet aanzienlijk zijn geweest. Eén van de aanwijzingen daarvoor is dat in Baktrië imitaties circuleerden van Griekse munten; een andere aanwijzing is dat toen Alexander de Grote in 329 v.Chr. in deze contreien aankwam, hij afstammelingen van de gedeporteerden aantrof. Gewoontegetrouw moordde hij die uit.

Enkele jaren later liet hij er duizenden Griekse huurlingen achter. Hij had de Baktrische bevolking, die deels leefde van de landbouw en deels heen en weer trok met kuddes, gedeporteerd naar nieuw-gestichte steden als Ai Khanum en Kampyr Tepe, en het was de bedoeling dat de Griekse kolonisten erop toezagen dat de Baktriërs ook in die makkelijk te controleren steden bleven wonen.

Lees verder “Boeddha”

De jonge islam

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Onlangs verzorgde ik een lezing waarbij het ontstaan van de islam ter sprake kwam. Over dat onderwerp is – door gelovige moslims, door islamofoben en door historici – voldoende gezegd dat niet herhaald behoeft te worden, maar ik wil wel wijzen op een punt dat ik belangrijk vind: er gingen ideeën aan de islam vooraf. Nu is dat natuurlijk het intrappen van een wagenwijd openstaande deur: nieuwe ideeën ontstaan doorgaans in wisselwerking met andere. Als het niet zou zijn, zouden we immers niet begrijpen wat er nieuw aan was. Maar het blijft interessant te kijken waartegen Mohammed zich afzette, welke ideeën de zijne voortbrachten, waartegen hij polemiseerde en wat de in de vroege islam gemaakte keuzes zeggen over de eerste gelovigen. Daar ligt, zoals ik zie, momenteel een van de fronten van de geschiedwetenschap.

In de eerste plaats: in het laat-Romeinse Rijk won het christendom aan populariteit. Eerst stonden de keizers Licinius en Constantijn het geloof toe, daarna waren er keizers die het als persoonlijke voorkeur hadden, vervolgens kwam een einde aan de overheidssubsidie van de heidense culten en tot slot zag keizer Theodosius erop toe dat de christenen één centrale leer hadden, vastgelegd in de geloofsbelijdenis die op het Concilie van Constantinopel in 381 werd bevestigd.

Lees verder “De jonge islam”

Baktrië en Afghanistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Er was – en in zekere zin: is – een zekere urgentie achter Into the Land of Bones, waarin de Amerikaanse oudhistoricus Frank Holt de campagnes behandelde van Alexander de Grote in Baktrië (noord-Afghanistan en zuid-Oezbekistan) en in Sogdië (de rest van Oezbekistan). Die urgentie had alles met zijn Amerikaanse achtergrond te maken: de Amerikanen waren op het moment waarop het boek verscheen, 2005, militair aanwezig in Afghanistan en hoewel ze vochten met “ervaring, toewijding, eer, en moed” hadden ze “de geschiedenis simpelweg niet aan hun kant”.

Holt wilde zijn landgenoten te waarschuwen. Met recht en reden. Oorlog in Centraal-Azië is één van de weinige punten waar uit de oude geschiedenis lessen zijn te trekken voor onze eigen tijd.

Lees verder “Baktrië en Afghanistan”

Nis

Tichel met christusmonogram uit Spanje (British Museum, Londen)

Nog heel even iets over het plaatje dat ik afbeeldde bij mijn stukje over de Visigotische aanwezigheid op het Iberische Schiereiland: het Christusmonogram dat ik hierboven nogmaals toon. De zesde-eeuwse tichel, mogelijk afkomstig uit Ronda, is te zien in het British Museum en het (moeilijk leesbare) randschrift luidt BRACARI VIVAS CUM TUIS, waarvan het eerste woord “van Bracarius” betekent en de drie andere zoiets als “moge jij leven bij de jouwen”. Anders gezegd, het is een grafsteen die ooit, beschilderd en wel, tegen een muur of plafond was aangebracht.

De dood wordt dus herdacht door te zeggen dat iemand leeft en dat is niet de enige paradox. De alfa en de omega (de eerste en laatste letters van het Griekse alfabet) staan voor het begin en het einde en dat representeert… de eeuwigheid. Multatuli wees er al eens op dat wie mensen wil mobiliseren, ze een paradoxale boodschap moest geven: we moeten bijvoorbeeld samenwerken voor onze bevrijding. Dat paradoxale boodschappen, die immuun zijn tegen falsificatie, het beste werken, is natuurlijk een wat platvloers inzicht, maar ja, de diepste waarheden liggen nu eenmaal aan de oppervlakte.

Lees verder “Nis”

Berbers en Arabieren

Dat had u natuurlijk nóóit verwacht, dat ik een stukje over het het ontstaan van het emiraat van Cordoba zou illustreren met een heel originele foto van de moskee die Abdelrahman bouwde in opgemelde Andalusische stad.

Gisteren blogde ik over het Rijk van Toledo en ik schreef dat deze laat-Romeinse staat, centraal georganiseerd als ze was, door Arabieren in één keer kon worden overgenomen. Koning dood, het hof uitgeschakeld, hoofdstad ingenomen: dan houdt het verder op. Ik werd terecht gecorrigeerd: het leger dat de genadeklap uitdeelde bestond uit Berbers. Het grappige is dat ik daar bij het schrijven aan had gedacht. Omdat het leger marcheerde uit naam van de Umayyadische kalief van Damascus, had ik besloten het stukje niet nog ingewikkelder te maken dan het al was – maar het is geen onbeduidend detail.

De verovering begon in april 711, toen generaal Tariq, een islamitische Berber, met zo’n 12.000 soldaten de Straat van Gibraltar overstak. (“Gibraltar” is overigens een verbastering van Jebel Tariq, “Tariqberg”.) In juli versloeg hij bij Jerez het leger van de Toledaanse koning Roderik, waarna de joden in Cordoba en Écija Tariq en zijn mannen als bevrijders binnenhaalden. Of het enthousiasme oprecht was of een lepe reactie op het simpele feit dat er geen Toledaans leger meer was dat de steden kon beschermen, zullen we nooit meer weten. Wel moet worden aangetekend dat de handelingen van de diverse kerkelijke synodes duidelijk maken dat de christelijke autoriteiten de joden liever zagen gaan dan komen.

Lees verder “Berbers en Arabieren”