Ex luna scientia

Ex luna scientia is natuurlijk de allermooiste neolatijnse uitdrukking die er is. Dankzij de maan is de wetenschap ontstaan – u weet wel, de empirische cyclus is uitgevonden toen de Babyloniërs nadachten over maansverduisteringen. De maan inspireerde Ptolemaios, Copernicus, Galilei en Kepler. En ook: het maanonderzoek haalde in de jaren zestig het beste uit wetenschappers naar voren.  Zoals Kennedy zei:

We choose to go to the moon in this decade and do the other things, not because they are easy, but because they are hard, because that goal will serve to organize and measure the best of our energies and skills.

De maan inspireert de wetenschap. Ex luna scientia. Mocht u even niet paraat hebben waar u dat ook alweer las: het was het motto waarmee de Apollo-13 uitvloog. Star Trek knipoogde er liefdevol naar door Ex astris scientia te maken tot motto van Starfleet Academy.

Lees verder “Ex luna scientia”

Klassieke literatuur (6b): filosofie

Parmenides (Museum van Velia)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een vooral persoonlijk antwoord geven. Wie zich er werkelijk in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus als deze. Voor de Latijnse literatuur is er bovendien Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik met een stukje over de antieke filosofie – deel één was hier en het vervolg is al daar.]

Het zijnde is. Het niet-zijnde is niet. Dat klinkt logisch maar het is toch wat problematisch, althans dat was het voor de Griekse denker Parmenides van Elea (c. 500 v.Chr.). In een lang, gedeeltelijk overgeleverd gedicht betoogde hij dat als dit waar zou zijn, er geen verandering kon bestaan, aangezien dan bijvoorbeeld iets dat niet is verandert in iets dat is, of andersom. Denk maar aan een groeiende boom: er is meer, meer, meer hout – wat betekent dat er meer, meer, meer zijnde is en minder, minder, minder niet-zijnde. En dat kan natuurlijk niet.

Lees verder “Klassieke literatuur (6b): filosofie”

Pingjum

De dijk rond Pingjum

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik graag een eind ga fietsen en dat ik momenteel een klus heb in Leeuwarden, dus het lag in de rede dat ik eens zou schrijven over dit mooie vlakke land. Vorige week moest ik in Harlingen zijn en omdat het een mooie avond was, besloot ik naar Makkum te rijden, waar ik als kind eens ben wezen logeren. Onderweg kwam ik door Pingjum, waar ik vorig jaar al doorheen was gekomen, op weg van Schagen naar Groningen. Een bord over de “Pingjumer Gulden Halsband” had toen mijn aandacht getrokken maar omdat het die dag nog een eind rijden was, had ik het gelaten wat het was. Vorige week had ik wat meer tijd.

In dit deel van Friesland leefden al in de IJzertijd mensen op de wat hogere kleiplaten, die ze zelf ook nog wat verder verhoogden: de eerste terpen, waarvan de Romeinse auteur Plinius de Oudere een mooie beschrijving heeft gegeven. Na de derde eeuw n.Chr. werd het gebied echter leger en vermoedelijk ook natter. Vanaf pakweg Bolsward stroomden twee waterwegen naar het noorden: de Boorne of Middelzee liep oostwaarts langs Sneek en dan noordwaarts langs Leeuwarden naar de Waddenzee terwijl de Marne noordwestwaarts liep en ergens halverwege de huidige Afsluitdijk en Harlingen in zee uitstroomde. De twee waterwegen, die in de loop der tijden allebei zijn ingepolderd, vormden de zuidelijke grens van Westergo en ik vermeld nog even dat Bonifatius om het leven kwam aan de Boorne (dus niet in Dokkum).

Lees verder “Pingjum”

Met een zwaard naar Schiphol

Toearegzwaard

Tien jaar geleden was ik in Ghat, een stad in het uiterste zuidwesten van Libië. In een opwelling heb ik daar het bovenstaande zwaard gekocht, dat sindsdien bij me aan de muur hangt. Het moet ooit gedragen zijn geweest door een Toeareg. Ik heb het die ochtend ingepakt in mijn koffer, aan de binnenkant van de deksel, achter dat kartonachtige stuk textiel dat daar zit om gestreken kleren netjes vlak te bewaren. Er zal wel een woord voor bestaan maar ik ken het niet.

We verlieten Ghat, trokken door de Akakus-bergen, reden de Wadi Awis en de Erg Wan Casa in en eindigden bij de Wadi Mathendous. We bezochten Germa en Sabha, we bekeken het Romeinse fort bij Gheriat al-Gharbia en reden naar Tripoli, waar we nog waterpijpen rookten. We ontdekten hoe ridicuul goedkoop de heroïne was en hoorden hoe alleszins vreedzame mensen aankondigden dat ze op de dag dat de Oude Man zou sterven, deze of gene ambtenaar overhoop zouden gaan schieten. Het was niet mijn eerste bezoek aan Libië maar ik begreep pas nu dat het hier goed verkeerd zou gaan.

Lees verder “Met een zwaard naar Schiphol”

Domweg gelukkig

Gevelsteentje in Leeuwarden

De trein van Leeuwarden naar Harlingen vertrekt om tien voor half tien. Dat is wat ergerlijk als je het station binnen komt lopen om vijf voor half negen. Je moet een klein uur wachten, bestelt maar wat pasta, strijkt neer op een bankje en klapt je laptop open om een stukje te schrijven voor je blog, af en toe wat pasta opprikkend.

Ik ben nu precies een week bezig in Leeuwarden en eigenlijk is dit de eerste tegenslag. Ik ben namelijk op weg naar het huurhuisje in Harlingen waarvan ik eerder vandaag de sleutels heb gekregen en ik had me daar graag nog ingericht voor het donker werd. (Water en elektriciteit moeten nog worden aangesloten.) Ik had het eerder vandaag gecontroleerd: de treinen reden elk half uur – maar zo te merken niet meer gedurende de avond. Maar eerlijk is eerlijk: als ik geen grotere zorgen heb dan mijn luchtbed neerleggen bij het licht van een zaklamp, dan heb ik geen zorgen. Ik vind het dus eigenlijk wel best. Het zou vreemd zijn als alles in een andere stad precies zo loopt als je verwacht.

Lees verder “Domweg gelukkig”

MoM | Pretendenten

Balas en zijn echtgenote Kleopatra (Metropolitan Museum, New York)

In het vijfde boek van ZosimosNieuwe geschiedenis, die u hier online kunt lezen in een Engelse vertaling, is het wonderlijke verhaal te lezen van een zekere Tribigild. Deze Germaanse leider trok eind vierde eeuw n.Chr. een tijdje als plunderaar door het westen van Turkije. De schade die hij aanrichtte leidde tot de val van Eutropios, de rechterhand van keizer Arkadios, die niet in staat bleek een antwoord te formuleren op de militaire dreiging. Hij werd kortstondig opgevolgd door een legercommandant die Gainas heette. Deze slaagde er echter niet in zijn macht werkelijk te vestigen – de Synesios over wie ik ooit schreef wijdde kort na 400 een heuse sleutelroman aan de gebeurtenissen – en verdween al snel van het toneel.

Zosimos is er zeker van dat Tribigild en Gainas een overeenkomst hadden gesloten: de eerste zou plunderend rondtrekken, de tweede zou hem geen strobreed in de weg leggen, er zou een crisis zijn en Gainas kon dan de macht overnemen van Eutropios. De vraag is hoe Zosimos dat kon weten, al was het maar omdat ze deze overeenkomst niet van de daken geschreeuwd zullen hebben.

Lees verder “MoM | Pretendenten”