Het Forum van Caesar

Het Forum van Caesar in Rome

Als ik u zeg dat het de vroege ochtend van 25 of 26 september was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 25 of 26 juli 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat ik vandaag weer blog over de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden liep te doen.

De feestelijkheden van Caesars viervoudige triomf lagen nog vers in het geheugen toen de dictator-voor-tien-jaar een nieuw feest aankondigde: de opening van het naar hem genoemde marktplein. In 54 v.Chr., tijdens zijn Britse veldtocht, was een begin gemaakt met de aanleg. Om een voorstelling te maken van de symboliek van het Forum van Caesar, dat naast het Forum Romanum lag, moet u zich voorstellen dat iemand naast het Binnenhof in Den Haag een tweede, naar hem vernoemd Binnenhof laat aanleggen. Dit was feitelijk een theater voor de show van één man, te groot voor de republiek.

Lees verder “Het Forum van Caesar”

Hellenistisch en Romeins Cilicië

Een van de Hellenistische steden in Cilicië was Olba, het Romeinse Diocaesarea

[Laatste van drie blogjes over Cilicië, het zuiden van het huidige Turkije; het eerste blogje las u hier.]

De Hellenistische periode

Na de dood van Alexander de Grote in Babylon op 11 juni 323 v.Chr., was Cilicië inzet van allerlei conflicten. Die slaan we allemaal over tot we aankomen in het jaar 301 v.Chr., toen een einde kwam aan de diverse oorlogen tussen Alexanders opvolgers. Cilicië werd verdeeld: de kuststeden kwamen in handen van Ptolemaios I Soter, terwijl Seleukos I Nikator heerste over het binnenland. Er is nog enkele keren om gevochten maar vanaf de Vijfde Syrische Oorlog (202-195 v.Chr.) behoorde heel Cilicië tot het Seleukidische Rijk.

Dat zou nog een eeuw zou blijven. Er kwamen nieuwe steden, die vrijwel allemaal Seleukeia heetten. De opkomst van het Grieks als bestuurlijke taal verliep parallel met de vervanging van het laatste Luwisch door het populaire Aramees, dat nog later, in de Romeinse tijd, eveneens plaats zou maken voor het Grieks.

Lees verder “Hellenistisch en Romeins Cilicië”

De Rostra

De Rostra uit de Keizertijd

Rome heeft, om er eens een cliché tegenaan te gooien, nogal wat monumenten waar een geschiedenis aan zit. Eén van die plekken is het sprekersplatform op het Forum Romanum. Of beter, op dat deel van het Forum Romanum dat het Comitium heette en dat lag voor het Senaatsgebouw. Van het oorspronkelijke platform, de zogeheten Rostra, is niets over, afgezien van een kniehoge steen voor het huidige Senaatsgebouw.

Maar die kniehoge steen hè. Daar zitten verhalen aan vast. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos beschrijft hoe redenaars zich vanaf dit platform richtten tot hun toehoorders:

Wanneer ze het volk toespraken, bleef Tiberius Gracchus rustig op één plaats staan, maar Gaius was de eerste Romein die op het Sprekerspodium heen en weer liep en tijdens het spreken zijn toga van zijn schouder wierp … Bovendien intimideerde Gaius zijn gehoor met een spreekstijl die op het pathetische af hartstochtelijk was, maar hanteerde Tiberius een stijl die mild was en gericht op het wekken van mededogen. Tiberius’ woordkeuze was correct en goedverzorgd, die van Gaius meeslepend en briljant.noot Ploutarchos, Tiberius Gracchus 2.2-3; vert. F.J.A.M. Meijer en J.A. van Rossum.

Lees verder “De Rostra”

Een christelijke utopie

De christelijke utopie: een gemeenschappelijke maaltijd van zeven leerlingen en een leraar; ik mag hopen dat ook de twee bedienden iets te eten kregen (Catacomben van Domitilla, Rome).

Het zou in de rede hebben gelegen als ik vandaag zou bloggen over Pinksteren, maar daar heb ik het al vaker over gehad (namelijk hier) en ik heb geen zin in herhaling. Nadat de auteur van Handelingen heeft verteld over die gebeurtenis, de komst van de Heilige Geest dus, presenteert hij een lange toespraak van Petrus, en vervolgens is er een beschrijving van het leven van de eerste christenen.

Ze wijdden zich trouw aan het onderricht dat de apostelen gaven, aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed. De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. Allen die tot geloof gekomen waren, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten hun eigendommen en bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk.noot Handelingen 2.42-47; NBCV21.

Lees verder “Een christelijke utopie”

Euhemeros van Messina

Het is bizar maar waar: ik bestelde onlangs op zaterdagmorgen een boek bij een uitgever in Parijs, en het was er op maandagavond, tegen een alleszins schappelijk posttarief. Voor het boek betaalde ik ook al een prijs die je vrijwel redelijk zou kunnen noemen. Ik heb het over de nieuwe tekstuitgave van de hellenistische auteur Euhemeros. Het boek, Évhémère de Messène: Inscription sacrée (2022), gaat terug op het proefschrift waarmee Sébastien Montanari in Tours promoveerde bij Bernard Pouderon.

Euhemeros

En het was een feest om te lezen! In een uitgebreide introductie vernemen we de voornaamste biografische details over Euhemeros: hij kwam uit Messina, schreef De heilige inscriptie en sleet begin derde eeuw v.Chr. zijn oude dagen in Alexandrië. Montanari en Pouderon menen dat Euhemeros, zoals deze zelf schrijft, aan het hof van koning Kassandros van Macedonië verbleef en werkelijk een tocht over de Indische Oceaan heeft gemaakt. Dit overtuigde mij niet maar is verder onbelangrijk, omdat het verslag sowieso grotendeels erkende fictie is.

Lees verder “Euhemeros van Messina”

Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (3)

Portret van een alweer wat ouder Romeinse dame, niet per se Clodia Pulchra (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Laatste deel van een blog van Lauren van Zoonen over Clodia Pulchra. Het eerste deel was hier.]

Clodia Pulchra komt er dus niet goed vanaf in Voor Caelius. Ook in zijn brieven, die niet zijn gecomponeerd volgens een komisch stramien, laat Cicero zich grof over Clodia uit. Hij noemt haar bijvoorbeeld “koe-ogig”,noot Cicer, Brieven aan Atticus 2.9.1; 2.12.2; 2.14.1; 2.22.5; 2.23.3. een titel van de godin Juno, de zus én echtgenote van Jupiter. Cicero insinueert dus een incestueuze relatie tussen Clodius en Clodia.

Tevens vermeldt hij schandalige leuzen over Clodius en Clodia die in de Senaat gescandeerd waren toen Clodius daar het woord probeerde te nemen.noot Cicero, Brieven aan zijn broer Quintus 2.3.2. Dat dit niet helemaal uit de lucht is gegrepen, blijkt uit de biografie van Cicero die de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos maakte. Deze verwijst evenens naar Clodia en citeert zelfs de uitdrukking quadrantaria. Kan dit nog teruggaan op Cicero’s woorden, dat kan niet het geval zijn met Ploutarchos’ bewering dat Clodius niet alleen met Clodia Pulchra, maar met alle drie zijn zussen een incestueuze relatie had onderhouden.noot Ploutarchos, Cicero 29.4. Dat wil niet zeggen dat het waar is, wel dat er meer informatie circuleerde.

Lees verder “Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (3)”

Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (2)

Gesneden portret van een Romeinse dame, niet per se Clodia Pulchra (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Tweede deel van een blog van Lauren van Zoonen over Clodia Pulchra. Het eerste deel was hier.]

Hoewel de rechtszaak tegen Marcus Caelius Rufus was aangespannen door Lucius Sempronius Atratinus, legt Cicero in zijn redevoering Voor Caelius de verantwoordelijk bij Clodia Pulchra. Zonder haar, beweert Cicero, zou er überhaupt geen zaak zijn geweest.noot Cicero, Voor Caelius 31-32. Zij was rond 94 v.Chr. geboren als Claudia Pulchra. Een ietwat aristocratische spelling van haar naam, die aangaf dat ze behoorde tot de voorname gens Claudia, die in het verleden menig magistraat had voortgebracht, waaronder haar vader.

Ze had nog twee oudere zusters en drie broers, die alle drie actief waren in de politiek. Eén daarvan, Publius Claudius Pulcher, was een aartsvijand van Cicero. Hun vete ging terug tot 62, toen Claudius als vrouw verkleed de viering van Bona Dea bijwoonde in het huis van hogepriester Julius Caesar, een “women only” plechtigheid. Claudius was daarvoor aangeklaagd maar vrijgesproken. Cicero prikte echter door zijn gelogen alibi heen en had er sindsdien een vijand bij.

Lees verder “Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (2)”

Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (1)

Een Romeinse dame, niet per se Clodia Pulchra (Museum van Palestrina)

Bijna alles wat we weten – of beter: bijna alles wat we dénken te weten – over Clodia Pulchra komt uit een beroemde toespraak van Marcus Tullius Cicero: Voor Caelius ofwel Pro Caelio. De Romeinse redenaar heeft Clodia gered van de vergetelheid waarin zoveel Romeinse vrouwen zijn beland, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Zelf zal ze niet blij zijn geweest met de toespraak, want Cicero haalt haar naam op de verschrikkelijkste wijze door het slijk. Dat doet hij ook in zijn brieven. De weinige andere informatie die we over Clodia hebben, maakt het er niet beter op. Zodoende heeft ze door de eeuwen heen gegolden als een van de meest losbandige vrouwen uit het oude Rome.

Maar toch: aan de hand van Voor Caelius kunnen we aspecten van haar levensloop reconstrueren. Weliswaar altijd in relatie tot de mannen met wie ze te maken had, maar dat is tenminste iets. En soms kunnen we haar enig recht doen. Meer recht dan haar mannelijke tijdgenoten haar gunden.

Lees verder “Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (1)”

Het Hefaisteion

Het Hefaisteion in Athene

Hefaistos, de Griekse god van de smeedkunst, had een bijzondere band met de stad Athene. Net als de stadsgodin Athena. Beide hadden de mensheid ambachten en kunsten bijgebracht, beide werden vereerd in een gedeeld festival, de Chalkeia, en samen deelden ze een tempel. Die lag op een heuvel bij de Atheense agora, verkeert nog in uitstekende staat en heet Hefaisteion.

De bouw van het Hefaisteion

De constructie van het Hefaisteion behoort tot de stedelijke vernieuwing van Athene rond het midden van de eeuw. Begonnen in 449 v.Chr. werd de bouw een project van de lange adem: het dak lijkt tussen 421 en 415 te zijn gebouwd en pas daarna kon het heiligdom in gebruik worden genomen.

Lees verder “Het Hefaisteion”

De dood van Cato de Jongere

Cato de Jongere (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Als ik u zeg dat het de vroege ochtend van 13 april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 14 februari 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat dit weer een blogje is in de vandaag ten onrechte “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” genoemde reeks. Ten onrechte, aangezien we het vandaag zullen hebben over Cato de Jongere, die in de provinciehoofdstad Utica had vernomen van Caesars overwinning bij Thapsus.

Hoe hij het vernam, heb ik niet kunnen ontdekken. We zagen al wel dat een eenheid van de verslagen cavalerie de bewoners lastigviel en zich uiteindelijk liet afkopen. Dat zal niet lang na de eerste berichten zijn geweest. Vanaf toen was het sauve qui peut. Sommige leden van de door Caesars tegenstanders als alternatieve Senaat ingestelde Raad van Driehonderd wilden de stad verdedigen, maar de meesten kozen voor de vlucht. Cato stelde hun schepen ter beschikking.

Lees verder “De dood van Cato de Jongere”