De Perzische en hellenistische stad Kyrene

Monument voor Pratomedes op de markt van Kyrene

[Tweede deel van een korte geschiedenis van Kyrene, een zeer belangrijke Griekse stad in het huidige Libië. Het eerste deel was hier.]

In 525 v.Chr. veroverde de Perzische koning Kambyses Egypte. Farao Psamtek III was kansloos. De kort daarvoor aangetreden koning van Kyrene, Arkesilaos III (zoon en opvolger van Battos III de Lamme en Feretime), begreep wie de sterkste was en koos partij voor de veroveraar. Met diens steun durfde Arkesilaos het aan de koninklijke voorrechten terug te eisen, wat leidde tot nieuwe spanningen in zijn stad. Rond 518 verdreef de oppositie Arkesilaos, die naar Samos ging en daar een leger wierf. Daarmee versloeg hij zijn tegenstanders en wist hij naar Kyrene terug te keren. Lang kon hij echter niet genieten van zijn heroverde macht. De stad accepteerde hem domweg niet – democratie was inmiddels een normale ontwikkeling – en de koning moest opnieuw vluchten. Samen met zijn schoonvader, de Libische koning Alazeir van Barka, werd hij vermoord.

Koningin Feretime riep nu de hulp in van de Perzen, de machtige bondgenoot van het koninklijk huis van Kyrene. De satraap van Egypte, Aryandes, accepteerde de uitnodiging en veroverde Kyrene. De nieuwe koning, Battos IV, was echter geen autonoom heerser van een onafhankelijk koninkrijk, maar de zetbaas van de Perzen.

Lees verder “De Perzische en hellenistische stad Kyrene”

De Griekse stad Kyrene

De Apollo-bron in Kyrene

De Griekse wereld kende een paar belangrijke stadstaten. De aandacht gaat meestal alleen uit naar Sparta, Argos, Korinthe, Athene en Thebe. Het handboek waarover ik op donderdag doorgaans blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, beperkt zich zelfs grotendeels tot Sparta en Athene. Dat is tot op zekere hoogte onvermijdelijk, want over dit tweetal hebben we nu eenmaal de meeste bronnen. Een andere verklaring is dat we de neiging hebben steden buiten het huidige Griekenland te beschouwen als perifeer. Wat ze alleen in geografische zin waren. Milete en Efese (in wat nu Turkije is) en Tarente, Syracuse en Kyme (in zuidelijk Italië) waren echter even belangrijk als het eerstgenoemde vijftal. En dan was er ook nog Kyrene in het noordwesten van Libië.

De stichting van Kyrene

Volgens de traditie – Herodotos weer eens een keer – is Kyrene rond 630 v.Chr. gesticht door mensen die afkomstig waren van het eilandje Thera. Daar zou een bevolkingsoverschot zijn geweest: een van de twee standaardverklaringen in Griekse verhalen over kolonisatie. (De andere was militaire dreiging.) We hoeven het niet te geloven, al is het maar omdat Thera piepklein was en geen erg plausibele metropool, moederstad. We zullen zo meteen een aanwijzing zien dat Thera de stichter niet was. Los daarvan: kolonisatie is een lastig begrip.

Lees verder “De Griekse stad Kyrene”

De Archaïsche Periode

Vier kouroi tonen de verbeterde beheersing van de anatomie: v.l.n.r. uit Tenea (ca. 560 v.Chr.), uit een onbekende plaats in Griekenland (ca. 540), uit Anavyssos (ca. 530) en uit Agrigrento (ca. 480 v.Chr.).

In Griekenland heet de tweede helft van de IJzertijd (pakweg 800-480 v.Chr.) de Archaïsche Periode. Die naam gaat bij mijn weten terug op de grote Winckelmann, die de klassieke kunst enorm bewonderde en de aanloop daarheen aanduidde als archaïsch. Het idee dat de periode tussen pakweg Homeros en Marathon een aanloop was naar de klassieken, duikt nog altijd weleens op, bijvoorbeeld omdat beeldhouwers steeds beter in staat waren de menselijke anatomie weer te geven. Zo rond 490 lijken ze het volledig in de vingers te hebben gekregen en vanaf dan noemen we het klassiek. Een beroemd boek, Archaic Greece van Anthony Snodgrass, dat probeert de Archaïsche Periode wat meer recht te doen, ontkomt er ook niet helemaal aan de drie eeuwen te typeren als een “age of experiment” voor de latere bloeitijd.

Het is een aantrekkelijk verhaal. Dat beeldhouwers zochten naar de perfecte anatomie is gewoon wáár. Maar de eigenlijke geschiedenis zal niet naar zo’n doel hebben gewerkt. Misschien is het wel beter de tweede helft van de IJzertijd aan te duiden als de tweede helft van de IJzertijd. Die naam vertelt immers iets over Griekenlands technologisch niveau, wat op zijn beurt weer iets vertelt over het potentieel van een samenleving.

Lees verder “De Archaïsche Periode”

Domitianus (37): De Nasamonen

Awjila

Awjila is vermoedelijk niet de eerste plek waaraan u denkt als het gaat over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96). De naam van de Libische oase valt in de expositie in het Rijksmuseum van Oudheden niet en ik geloof dat ik de naam ook niet ben tegengekomen in het PALMA-boek of de catalogus (die u hier en daar bestellen kunt). Toch is Awjila een interessante plek. Daarmee bedoel ik niet dat Abdallah ibn Sa’d, de eerste admiraal van een islamitische vloot, in de plaatselijke moskee ligt begraven, ruim 200 kilometer vanaf de dichtstbijzijnde zee. Hoewel dat, om eerlijk te zijn, mijn voornaamste herinnering is.

Nasamonen

Ter zake. Awjila was de oase waar de Nasamonen woonden. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio vertelt over hen:

Lees verder “Domitianus (37): De Nasamonen”

De Griekse kolonisatie

Een vaasje uit Taucheira (Archeologisch Museum, Tocra)

Taucheira was een havenstad in het deel van het huidige Libië dat Cyrenaica heet. De antieke geleerde die bekendstaat als de Scholiast bij Pindaros weet te melden dat Taucheira is gesticht vanuit het landinwaarts gelegen Kyrene.

Een kolonie dus. Volgens de geschreven bronnen begonnen de Grieken rond 740 v.Chr. vrij plotseling uit te zwermen, eerst naar zuidelijk Italië, vervolgens naar Sicilië, later ook naar de kusten van de Zwarte Zee. Kyrene, waarvandaan Taucheira dus zou zijn gesticht, was ook zelf een kolonie. Nog in de vijfde eeuw na Chr. beroemde de auteur Synesios van Kyrene zich op zijn Spartaanse voorouders. Herodotos vertelt hoe het allemaal was gegaan – een heldhaftig verhaal vol vergissingen en overwonnen moeilijkheden – en helpt ons om het moment van de kolonisering te plaatsen rond 630 v.Chr. Kortom: de Grieken stichtten Kyrene rond 630 en de bewoners van Kyrene stichtten Taucheira. Dat zal dus wel later zijn gebeurd.

Lees verder “De Griekse kolonisatie”

Silphium

Silphium op een niet zo beste foto die ik ooit maakte in het Bode-Museum in Berlijn

Het is zoiets als de coelacanth. U weet wel, de vissensoort die miljoenen jaren geleden zou zijn uitgestorven maar toch nog bleek te bestaan. Zo lijkt het nu ook te zijn met silphium, een plant die in de Oudheid een zekere beroemdheid had om zijn medicinale eigenschappen, die leek te zijn uitgestorven maar die toch blijkt te bestaan.

Dat is althans de claim die de Turkse farmacognost Mahmut Miski doet in dit artikel. De lezer moet nogal wat wetenschappelijk struikgewas kappen – het is maar een “preliminary morphological, chemical, biological and pharmacological evaluation”, het is slechts een “initial conservation study” en wil niet meer bieden dan een “reassessment of the regional extinction event”. Maar toch: het is de moeite van het overwegen waard.

Lees verder “Silphium”

Synesios

dans

Als er één classicus is van wie ik had verwacht dat hij nooit vroegchristelijke poëzie zou vertalen, dan is het Piet Gerbrandy, de auteur van het door mij bewonderde boek Het feest van Saturnus. In de inleiding tot dit overzicht van de Latijnse literatuur vraagt Gerbrandy zich af wat van dat onderwerp de grenzen zijn: wat rechtvaardigt dat de auteur van een Latijnse literatuurgeschiedenis stopt in de zesde eeuw na Chr.? Is er niet méér Latijn geschreven ná de Oudheid dan in het Romeinse Rijk? Gerbrandy antwoordt hierop dat de Romeinse literatuur heidens van karakter is. De latere Latijnse teksten, zo schrijft hij, hebben meer raakvlakken met middeleeuwse theologen dan met klassieke auteurs als Lucretius, Horatius en Tacitus. Gerbrandy noemt ook een persoonlijk argument: hij voelt zich bij die heidense auteurs meer op zijn gemak. Godsdienst is een “interessant maar bedenkelijk atavisme”.

Hij staat hiermee in de beste humanistische traditie en ik neem aan dat hij over de Griekse literatuur hetzelfde zou betogen: “geef mij maar de schrijvers uit de klassieke, hellenistische en Romeinse tijd, een ander mag schrijven over de Byzantijnse literatuur of de kerkvaders”. Vandaar dat het me verbaasde dat Gerbrandy onlangs een mooi boekje publiceerde met zijn vertaling van negen christelijke hymnen van de Griekse auteur Synesios van Kyrene, Dans die het heelal omkranst.

Lees verder “Synesios”

Erfenis

Het testament van Ptolemaios VIII Fyskon (Museum van Kyrene)

Tijdens het conflict dat bekendstaat als de Zesde Syrische Oorlog (170-168 v.Chr.), viel de Seleukidische koning Antiochos IV Epifanes het Ptolemaïsche Egypte binnen, waar hij Alexandrië begon te belegeren. Een woedende menigte stelde koning Ptolemaios VI Filometor verantwoordelijk en eiste dat deze zijn broer Ptolemaios VIII Fyskon (“dikbuik”) zou aanwijzen als medebestuurder. De val van Alexandrië werd dankzij een Romeinse interventie vermeden, maar nu zat Egypte opgezadeld met twee vorsten, die het zelden eens waren en al snel slaande ruzie hadden. Uiteindelijk werd een compromis gevonden waarin Filometor alleenheerser werd en zijn broer het bestuur kreeg toegewezen over het noordoosten van het huidige Libië, de vruchtbare Cyrenaica.

Het leek erop dat dit de oplossing was, maar in 155 maakte Fyskon bekend dat zijn broer had geprobeerd hem uit de weg te ruimen. Om nieuwe pogingen te vermijden, besliste de heerser van de Cyrenaica dat hij, behoudens de geboorte van een zoon, zijn gebied zou nalaten aan de Romeinen. Het staat in de bovenstaande inscriptie, die ik fotografeerde in het museum van Cyrene.

Lees verder “Erfenis”

Ananeosis

Ananeosis (Museum Qasr Libya)

In de vroege vijfde eeuw werd Romeins Libië onder de voet gelopen door woestijnnomaden die bekendstaat als de Laguatan. De ruiters – soms op een dromedaris, vaak op een paard – wisten dat het gebied nauwelijks werd verdedigd. Misschien kenden ze de oorzaak: de Donaugrens stond onder druk en de Rijngrens was al bezweken. Constantinopel en Rome werden omgevormd tot de grootste vestingen van de oude wereld, met muren die nog altijd indrukwekkend zijn. In de ene stad deden ze dienst tot 1453, in de andere tot 1870. Het Romeinse Rijk werd dus bedreigd en alle troepen waren nodig aan het front.

En dus werd de Cyrenaica, het noordoosten van Libië, ontdaan van troepen en meteen onder de voet gelopen. Kyrene, ooit een van de belangrijkste culturele centra van de Griekse wereld en een van de rijkste steden van het Romeinse Rijk, zou nooit meer worden herbouwd. Toen het aan de Donau-grens even rustig was, kwam een generaal Anysius naar Libië, en hij boekte zowaar enig succes, maar verder was de verdediging overgelaten aan het privé-initiatief van de bewoners. Synesios van Kyrene, een rijke grootgrondbezitter, beschrijft in zijn brieven hoe het van kwaad tot erger ging. Zijn Katastasis is de deprimerende beschrijving van de totale vernietiging van het aloude gebied.

Lees verder “Ananeosis”