De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (2)

Een Centraal-Aziatische muzikant voor zijn joert (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige blogje vertelde ik, kort door de bocht, waarom de oudheidkunde zich nogal eens beperkt tot het Middellandse Zee-gebied, met op z’n best de Bronstijd van Voor-Azië en Egypte erbij. Ik legde uit dat het historisch zo is gegroeid omdat men de vraag stelde waar “onze” cultuur vandaan kwam. Dat Japan en Precolumbiaans Amerika in dit antwoord werden genegeerd, lag voor de hand. Ik legde ook uit dat wat historisch is gegroeid, daarmee niet is gerechtvaardigd. Het antwoord is immers niet wetenschappelijk te onderbouwen: West-Europeanen zijn, om zo te zeggen, breder geworteld dan in Griekenland en Rome.

Maatschappijtypen

De vraag naar het ontstaan van de eigen cultuur is vanzelfsprekend legitiem, maar we gaan er inmiddels anders mee om dan vroeger. Toen keken we hoe culturen van oud tot recent groeiden. Geschiedenis was ontstaansgeschiedenis. Je kunt echter ook kijken naar wat een gegeven maatschappij op een gegeven moment in potentie zou kunnen – denk aan het technologisch peil, handelsnetwerken, scholing… – en naar wat ze feitelijk doet. Geschiedenis is dan geen ontstaansgeschiedenis maar gaat over functioneren. Deze benadering impliceert dat je de bestudering van het verleden niet inricht naar ruimtelijk begrensde culturen als “Grieks”, “Egyptisch”, “Indisch” of “Chinees”, maar naar maatschappijtypen.

Lees verder “De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (2)”

De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (1)

Een oudheidkundige analyse waar India, China en Japan deel van uitmaken (meer)

Een leuke, problematische en terechte vraag, afgelopen donderdag bij de mail:

Waarom beperkt de oudheidkunde zich tot het gebied rond de Oriënt en Middellandse Zee en niet bijvoorbeeld India, China en Japan waar ook al heel lang geschreven geschiedenis bestaat?

Terechte vraag

Dat de vraag leuk is, spreekt vanzelf. Waarom ’ie terecht is, vertel ik zo meteen. Het problematische is de aanname dat oudheidkunde beperkt zou zijn tot Oriënt en Middellandse Zee. Dat is echter niet het geval. Neem de definitie van “Antiquity” op de Wikipedia:

Lees verder “De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (1)”

Turkse TV (10) Khair ad-Din Barbarossa

Khair ad-Din Barbarossa

Barbaros Hayreddin: Sultanın Fermanı, ofwel Barbaros Hayreddin: Het decreet van de sultan is een serie over het leven van Khair ad-Din Barbarossa, bekend als de eerste kapitein-pasha en admiraal van het Ottomaanse Rijk. Khair ad-Din Pasha (1475-1546) was een Ottomaans-Albanese admiraal en kaper. Hij had de bijnaam “Barbarossa”, afgeleid van Baba Aruj, de bijnaam van zijn broer, over wie ik gisteren blogde. Khair ad-Dins oorspronkelijke naam was Yakupoğlu Hızır (Hızır, zoon van Yakup). Onder leiding van Hızırs oudste broer Aruj Reis legden de broers zich toe op de kaapvaart, eerst vanuit Alexandrië, daarna met het eiland Djerba als basis.

Al geruime tijd fungeerden de havens aan de Barbarijse kust van Noord-Afrika als uitvalsbasis voor moslim-piraten die het zuiden van Spanje bedreigden. De Spanjaarden waren er op hun beurt in geslaagd de controle over een aantal havens aan de Noord-Afrikaanse kust in handen te krijgen. Het groeiende prestige van de broers maakte hen tot leiders in de strijd tegen de Spanjaarden.

Lees verder “Turkse TV (10) Khair ad-Din Barbarossa”

Turkse TV (9) Aruj Barbarossa

Aruj Barbarossa

Barbarossa: Zwaard van de Middellandse Zee (Turks: Barbaroslar: Akdeniz’in Kılıçı) is een Turkse actiefilmserie en vertelt het verhaal van Oruç Reis en Hızır Reis, twee opeenvolgende Kapudan Pasha’s van het Ottomaanse Rijk.

Aruj Barbarossa

Aruj Barbarossa (ca. 1474-1518), bij de Turken bekend als Oruç Reis, was een Ottomaanse kaper die sultan van Algiers werd. Hij was de oudere broer van de beroemde Ottomaanse admiraal Khair ed-Din Barbarossa, zijn broer Hızır. Aruj/Oruç werd geboren op het Ottomaanse eiland Midilli (Lesbos in het huidige Griekenland) en sneuvelde in de strijd tegen de Spanjaarden bij Tlemcen.

Hij werd bekend als Baba Aruj (Vader Aruj) toen hij grote aantallen vluchtelingen uit Spanje, waaronder Morisco’s, moslims en joden, in Noord-Afrika verwelkomde. De volksetymologie in Europa vertaalde de naam Baba Aruj naar Barbarossa, Roodbaard in het Italiaans.

Lees verder “Turkse TV (9) Aruj Barbarossa”

De eerste Arabische marine

De Slag der Masten

In 640 veroverden de Arabieren de Byzantijnse provincie Egypte, maar in 646 werd Alexandrië alweer terugveroverd door een Byzantijnse vloot. Die bleef niet zo lang, maar het was een schok te beseffen hoe gemakkelijk het nieuwe Arabische rijk vanuit zee was aan te vallen. De capabele gouverneur van Syrië, Mu‘āwiya, die later kalief zou worden, overtuigde zijn wat passieve oudoom kalief ‘Uthmān van de noodzaak, een marine op te bouwen. Hij kreeg toestemming en dwong talloze scheepsbouwers in Egypte en Syrië schepen te bouwen. Na drie jaar lag er een vloot van maar liefst zeventienhonderd schepen voor de Syrische kust: “de zee was niet meer te zien van de masten”.

Eerste operaties van de vloot

Nu moest die vloot natuurlijk uitgeprobeerd worden. Men bracht soldaten aan boord, 12.000 naar men zegt, en voerde in het voorjaar van 649 een overval uit op het nog Byzantijnse eiland Cyprus. De bewoners daar lieten de soldaten ongehinderd aan land gaan omdat zij dachten dat het Byzantijnen waren. Ze konden zich blijkbaar niet voorstellen dat er zoiets als een Arabische vloot bestond. De troepen konden gewoon doorlopen naar de hoofdstad Constantia, niet ver van het huidige Famagusta, die zij bezetten en plunderden. Zeer grote hoeveelheden goud en zilver en talloze slaven en slavinnen werden buitgemaakt. Zo werden de kosten van de vlootbouw er aardig uitgehaald.

Lees verder “De eerste Arabische marine”

Lycië in de Bronstijd

De rotsachtige kust van Lycië

De zuidgrens van het huidige Turkije wordt gedomineerd door een enorme bergketen, de Taurus. De Afrikaanse tektonische plaat botst hier tegen de Euraziatische plaat. Hoewel er kustvlaktes zijn, zoals Cilicië en Pamfylië, rijzen de bergen op veel plaatsen bijna meteen op uit de Middellandse Zee, waardoor het land weinig toegankelijk is en de rotskust gevaarlijk. Een van de beruchtste kusten was Lycië, in het zuidwesten (landkaart).

Lukka

De /c/ in Lycië danken we aan het Latijn, dat zo de /k/ weergaf. Ik blogde al eens over de laatantieke klankverandering. Maar je sprak het dus uit als Lukia, en zo heet het gebied dan ook in de oudste, Hittitische bronnen: Lukka. Die bronnen noemen nooit vorsten en er zijn ook geen staatsverdragen bekend, wat suggereert dat de Bronstijd-Lyciërs niet waren georganiseerd als koninkrijk. Dat wordt bevestigd door het feit dat monumentale architectuur ontbreekt: er was geen staatsapparaat. De mensen leefden als nomaden in een stamsamenleving.

Lees verder “Lycië in de Bronstijd”

Met Abraham Kuyper naar Griekenland (2)

Abraham Kuyper beschreef het Griekse landschap als voornaam (en in Delfi begrijp je waarom)

[Tweede deel van een artikel van Hans Overduin over de reis van Abraham Kuyper rond het Middellandse Zee-gebied. Het eerste deel was hier.]

Naar Griekenland

We schrijven inmiddels januari 1906. Hoewel Kuyper West-Anatolië had bezocht, stak hij van vanuit Smyrna niet direct over naar Athene. Hij nam een omweg via Egypte en Soedan (na eerst nog in Libanon, Syrië en Palestina te zijn geweest), waar hij met name de overblijfselen van de aloude Egyptische beschaving bezocht. Zijn reactie is opmerkelijk. Hoewel hij onder de indruk was van de ruïnes, bleven deze massieve resten volgens hem ver achter bij de overblijfselen van de klassiek Griekse beschaving.

Hier wordt de toon gezet van Kuypers mening over Griekenland. Vervolgens moest Noord-Afrika het ontgelden. Het sleutelwoord hierbij is “lelijkheid” (Kuyper hanteert zelf de term “affreus lelijk”) en dat sloeg zowel op het landschap als op zijn bewoners. Hij vergeleek de ongenuanceerde Maghreb met de fijne lijnen en de edele trekken van het Griekse landschap en zijn bewoners. Zo’n opmerking zou tegenwoordig ondenkbaar zijn en voor racistisch worden versleten, maar in die tijd was dit slechts een objectieve observatie.

Lees verder “Met Abraham Kuyper naar Griekenland (2)”

Met Abraham Kuyper naar Griekenland (1)

Abraham Kuyper

In 2015 zond de toenmalige omroep IKON een achtdelige documentaire uit getiteld “Om de oude wereldzee”. De tv-serie ging over de reis die Abraham Kuyper (1837-1920) in 1905 en 1906 maakte naar landen rondom de Middellandse Zee, die hij “de oude wereldzee” noemde. De presentator van de documentaire was George Harinck, hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en Kuyper-specialist.

Kuyper had in 1905 de verkiezingen verloren en zag nu ruimte voor deze reis. De aanleiding vormde het feit dat Kuyper zich zorgen maakte over de toenemende invloed van de islam in landen in deze regio (zoals het toenmalige Ottomaanse Rijk), over de machtsverschuivingen die dat met zich meebracht en over de betekenis daarvan voor Europa. Als een waar onderzoeksjournalist probeerde hij de islam van binnenuit te doorgronden. Zo bezocht hij onder meer een badhuis, voor die tijd tamelijk bijzonder.

Lees verder “Met Abraham Kuyper naar Griekenland (1)”

De reis van Afrodite

Mozaïek met Afrodite-lokaties (Bardomuseum, Tunis)

Vorige week bezocht ik het onlangs heropende Bardomuseum in Tunis. Het museum, gevestigd in het voormalige paleis van de Bey van Tunis, was een tijdlang gesloten omdat in hetzelfde gebouw ook het Tunesische parlement zetelt en de politieke situatie hier, voorzichtig uitgedrukt, onoverzichtelijk is. In elk geval is het Bardo weer open en gedeeltelijk opnieuw ingericht. Zo zag ik voor het eerst het bovenstaande mozaïek, dat momenteel de ingangshal versiert. Het is in 1995 bij toeval – na een diluviale regenbui – gevonden in Haïdra, het antieke Ammaedara, ooit het hoofdkwartier van het Derde Legioen Augusta.

Het meet 6½ bij 5¼ meter. Een datum heb ik niet kunnen ontdekken. Ik kan me voorstellen dat het plaatje hierboven niet helemaal overzichtelijk is. Hieronder is het nog een keer, uit een betere hoek, op een foto die ik maakte van een foto op een bordje met toelichting.

Lees verder “De reis van Afrodite”

Pompeius en de Cilicische Piraten

Pompeius (Museo Nazionale, Rome)

Een nieuwe donderdag, een nieuw blogje over het handboek waaruit ik ooit oude geschiedenis leerde: Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, emeriti te Nijmegen en Amsterdam. De afgelopen weken ben ik vooral bezig hun relaas in eigen woorden, uitgebreider, na te vertellen. De Romeinse Revolutie is een interessante periode – al zal iedereen blij zijn al dat interessants niet aan den lijve te hebben hoeven ondervinden – en er zijn boeiende bronnen.

Vandaag de beste jaren van Gnaeus Pompeius Magnus: zijn oorlog tegen de Cilicische Piraten en zijn oostelijke campagnes. Zoals we vorige week zagen, had hij, door veel te jong zelfstandige commando’s te krijgen, de bijl gezet in de door Sulla gereconstrueerde Romeinse Republiek. Eenmaal consul, in 70 v.Chr., rondde hij de sloop af.

Lees verder “Pompeius en de Cilicische Piraten”