Hekataios van Milete

Wereldkaart van Hekataios

Op deze blog is vaak genoeg gesproken over Herodotos van Halikarnassos, de vijfde-eeuwse Griekse onderzoeker die geldt als pater historiae, wat we het beste kunnen vertalen als “vader van de onderzoeksjournalistiek”. Hij was bepaald niet de eerste geschiedschrijver: de auteur van het Deuteronomistisch Geschiedwerk heeft dezelfde visie op historische causaliteit en was Herodotos anderhalve eeuw voor. Ook in het Griekse taalgebied was Herodotos niet de eerste: tot zijn voorgangers behoorde Hekataios van Milete, die net als Herodotos onderzoek deed naar het verleden en naar topografie, en die tevens een wereldkaart ontwierp. U moet hem plaatsen in de tweede helft van de zesde eeuw v.Chr., met een sterfjaar na 499.

Een nieuwe tijd

De zesde eeuw v.Chr. was voor de oude Griekse elite een soort fin de siècle. De diverse steden waren altijd door aristocraten bestuurd geweest, maar inmiddels hadden kooplieden de grenzen van de bekende wereld verlegd, veel geld verdiend en invloed gekregen op het bestuur. In tegenstelling tot de aristocraten, die de Homerische helden als hun voorouders hadden opgeëist, hadden de nouveaux riches niet zo’n claim op legitimiteit.

Lees verder “Hekataios van Milete” →

Voor-westerse geschiedenis (3): klimaat

Windgod (Musée de Mariemont, Morlanwelz)

Mijn vorige blogje in de reeks over de voor-westerse geschiedenis rondde ik af met de constatering dat het landschap het de bewoners niet makkelijk maakt. Overal waren en zijn bergen, die reiken tot aan de zee. Daarop zijn natuurlijk uitzonderingen. De noordkust wordt hier en daar onderbroken door de moerassige gebieden bij riviermondingen. Dat het Romeinse Rijk zich uitbreidde naar Gallië, kwam doordat de Rhône dat noordwetselijke gebied verbond met de Middellandse Zee, maar ook dan nog is die stroom een lange gleuf tussen het Massif Central en de West-Alpen. Eigenlijk ligt het landschap alleen tussen de Nijldelta en Byzacene (in Tunesië) open naar het achterland.

Het opent zich daar echter naar een droge steppe, die verder naar het zuiden plaats maakt voor de woestijn. Dat geldt ook voor Mesopotamië: reis naar het westen of zuiden, en er is woestijn; reis naar de oostelijke bergen, en op de Iraanse Hoogvlakte groeit ook niet al te veel. Hoewel daar langs de schaarse artesische bronnen en oases een Zijderoute zou ontstaan, blokkeert de woestijn feitelijk de weg naar India en Centraal-Eurazië. Wat de vraag oproept waarom er zoveel woestijn ligt.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (3): klimaat” →

Voor-westerse geschiedenis (2): landschap

Bergen aan zee bij het Dalmatische eiland Krk

De regio waarover ik in mijn reeks over de voor-westerse geschiedenis wil schrijven, is ruwweg die van het Middellandse Zee-gebied en het Nabije Oosten, met een open oog voor Noordwest-Europa en Centraal-Eurazië. en de gebieden langs de Rode Zee en Nijl. Dat sluit contact met China, India, Zuid-Arabië, Nubië en de Sao– en Nok-culturen overigens niet uit. De kern ligt echter rond de Middellandse Zee en in het Nabije Oosten en het is moeilijk te ontkennen dat dat een rommelig stukje wereld is.

Het komt allemaal door de tektonische platen. De Afrikaanse plaat schuift elk jaar ruim vijf centimeter naar het noorden, terwijl de Arabische plaat zo’n zestien centimeter naar het noorden schuift. Onderling bewegen deze twee platen van elkaar af, waardoor de Grote Rift-vallei is ontstaan: de Rode Zee, de Dode Zee, de Jordaan, de Bekaavallei. De Afrikaanse en de Arabische platen botsen tegen de Euraziatische Plaat, en zo zijn de Atlas, de Pyreneeën, de Alpen, de Taurus en de Zagros ontstaan. Een vooruitgeschoven deel van de Afrikaanse plaat zorgt voor de enorme kreukel die Sicilië heet, en scheidt de Middellandse Zee in twee bassins.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (2): landschap” →

Voor-westerse geschiedenis (1): inleiding

Borsippa

Deze blog groeit vooral door vragen die mensen stellen (zoals) en door reeksen die ik zelf leuk vind (zoals). Niet zelden merk ik echter dat ik achtergrondinformatie nodig heb, en daarom zijn er ook de wat encyclopedieachtige stukjes over deze of gene vorst, landstreek of gebeurtenis. Als ik bijvoorbeeld al een stukje over de Nijl heb, kan ik een blogje over Aristoteles’ theorie over de overstroming daarin verankeren. Maar ook zulke stukjes zou ik willen verankeren, namelijk in algemene informatie over de toenmalige wereld.

Braudel

Al sinds ik mijn reeks over het handboek oude geschiedenis schreef, zoek ik een vorm om ook die achtergrondinformatie te geven. En onlangs – ik stond op het vliegveld van Parijs – wist ik ineens hoe ik het moest aanpakken: ik zou me laten inspireren door Fernand Braudel.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (1): inleiding” →

Faits divers (45)

Hammamet

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer één nieuwtje en wat trivia. Niets wereldschokkends, al had het eerste bericht wel wat meer aandacht in de Nederlandse media mogen hebben.

Houthonger

Eerst dus dit geweldige artikel over de “houthonger” van de Romeinen. Je kunt aan de hand van jaarringen van alles en nog wat vaststellen: de ouderdom natuurlijk, en de herkomst van het gekapte hout, maar ook de ouderdom van de boom op het moment dat die werd gekapt. Dat de gevelde bomen in de loop van de derde eeuw na Chr. steeds jonger werden, bewijst dat de oude, dikke en meest geschikte bomen al op waren. Dat past perfect bij wat we al wisten: dat er houtschaarste was. Er zijn bijvoorbeeld klachten bekend over badhuizen die niet voldoende warm werden gestookt – en dan lezen we dus dat de burgemeester in het koude water wordt gejonast.

Lees verder “Faits divers (45)” →

De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (2)

Een Centraal-Aziatische muzikant voor zijn joert (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige blogje vertelde ik, kort door de bocht, waarom de oudheidkunde zich nogal eens beperkt tot het Middellandse Zee-gebied, met op z’n best de Bronstijd van Voor-Azië en Egypte erbij. Ik legde uit dat het historisch zo is gegroeid omdat men de vraag stelde waar “onze” cultuur vandaan kwam. Dat Japan en Precolumbiaans Amerika in dit antwoord werden genegeerd, lag voor de hand. Ik legde ook uit dat wat historisch is gegroeid, daarmee niet is gerechtvaardigd. Het antwoord is immers niet wetenschappelijk te onderbouwen: West-Europeanen zijn, om zo te zeggen, breder geworteld dan in Griekenland en Rome.

Maatschappijtypen

De vraag naar het ontstaan van de eigen cultuur is vanzelfsprekend legitiem, maar we gaan er inmiddels anders mee om dan vroeger. Toen keken we hoe culturen van oud tot recent groeiden. Geschiedenis was ontstaansgeschiedenis. Je kunt echter ook kijken naar wat een gegeven maatschappij op een gegeven moment in potentie zou kunnen – denk aan het technologisch peil, handelsnetwerken, scholing… – en naar wat ze feitelijk doet. Geschiedenis is dan geen ontstaansgeschiedenis maar gaat over functioneren. Deze benadering impliceert dat je de bestudering van het verleden niet inricht naar ruimtelijk begrensde culturen als “Grieks”, “Egyptisch”, “Indisch” of “Chinees”, maar naar maatschappijtypen.

Lees verder “De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (2)” →

De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (1)

Een oudheidkundige analyse waar India, China en Japan deel van uitmaken (meer)

Een leuke, problematische en terechte vraag, afgelopen donderdag bij de mail:

Waarom beperkt de oudheidkunde zich tot het gebied rond de Oriënt en Middellandse Zee en niet bijvoorbeeld India, China en Japan waar ook al heel lang geschreven geschiedenis bestaat?

Terechte vraag

Dat de vraag leuk is, spreekt vanzelf. Waarom ’ie terecht is, vertel ik zo meteen. Het problematische is de aanname dat oudheidkunde beperkt zou zijn tot Oriënt en Middellandse Zee. Dat is echter niet het geval. Neem de definitie van “Antiquity” op de Wikipedia:

Lees verder “De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (1)” →

Turkse TV (10) Khair ad-Din Barbarossa

Khair ad-Din Barbarossa

Barbaros Hayreddin: Sultanın Fermanı, ofwel Barbaros Hayreddin: Het decreet van de sultan is een serie over het leven van Khair ad-Din Barbarossa, bekend als de eerste kapitein-pasha en admiraal van het Ottomaanse Rijk. Khair ad-Din Pasha (1475-1546) was een Ottomaans-Albanese admiraal en kaper. Hij had de bijnaam “Barbarossa”, afgeleid van Baba Aruj, de bijnaam van zijn broer, over wie ik gisteren blogde. Khair ad-Dins oorspronkelijke naam was Yakupoğlu Hızır (Hızır, zoon van Yakup). Onder leiding van Hızırs oudste broer Aruj Reis legden de broers zich toe op de kaapvaart, eerst vanuit Alexandrië, daarna met het eiland Djerba als basis.

Al geruime tijd fungeerden de havens aan de Barbarijse kust van Noord-Afrika als uitvalsbasis voor moslim-piraten die het zuiden van Spanje bedreigden. De Spanjaarden waren er op hun beurt in geslaagd de controle over een aantal havens aan de Noord-Afrikaanse kust in handen te krijgen. Het groeiende prestige van de broers maakte hen tot leiders in de strijd tegen de Spanjaarden.

Lees verder “Turkse TV (10) Khair ad-Din Barbarossa” →

Turkse TV (9) Aruj Barbarossa

Aruj Barbarossa

Barbarossa: Zwaard van de Middellandse Zee (Turks: Barbaroslar: Akdeniz’in Kılıçı) is een Turkse actiefilmserie en vertelt het verhaal van Oruç Reis en Hızır Reis, twee opeenvolgende Kapudan Pasha’s van het Ottomaanse Rijk.

Aruj Barbarossa

Aruj Barbarossa (ca. 1474-1518), bij de Turken bekend als Oruç Reis, was een Ottomaanse kaper die sultan van Algiers werd. Hij was de oudere broer van de beroemde Ottomaanse admiraal Khair ed-Din Barbarossa. Aruj/Oruç werd geboren op het Ottomaanse eiland Midilli (Lesbos in het huidige Griekenland) en sneuvelde in de strijd tegen de Spanjaarden bij Tlemcen.

Hij werd bekend als Baba Aruj (Vader Aruj) toen hij grote aantallen vluchtelingen uit Spanje, waaronder Morisco’s, moslims en joden, in Noord-Afrika verwelkomde. De volksetymologie in Europa vertaalde de naam Baba Aruj naar Barbarossa, Roodbaard in het Italiaans.

Lees verder “Turkse TV (9) Aruj Barbarossa” →

De eerste Arabische marine

De Slag der Masten

In 640 veroverden de Arabieren de Byzantijnse provincie Egypte, maar in 646 werd Alexandrië alweer terugveroverd door een Byzantijnse vloot. Die bleef niet zo lang, maar het was een schok te beseffen hoe gemakkelijk het nieuwe Arabische rijk vanuit zee was aan te vallen. De capabele gouverneur van Syrië, Mu‘āwiya, die later kalief zou worden, overtuigde zijn wat passieve oudoom kalief ‘Uthmān van de noodzaak, een marine op te bouwen. Hij kreeg toestemming en dwong talloze scheepsbouwers in Egypte en Syrië schepen te bouwen. Na drie jaar lag er een vloot van maar liefst zeventienhonderd schepen voor de Syrische kust: “de zee was niet meer te zien van de masten”.

Eerste operaties van de vloot

Nu moest die vloot natuurlijk uitgeprobeerd worden. Men bracht soldaten aan boord, 12.000 naar men zegt, en voerde in het voorjaar van 649 een overval uit op het nog Byzantijnse eiland Cyprus. De bewoners daar lieten de soldaten ongehinderd aan land gaan omdat zij dachten dat het Byzantijnen waren. Ze konden zich blijkbaar niet voorstellen dat er zoiets als een Arabische vloot bestond. De troepen konden gewoon doorlopen naar de hoofdstad Constantia, niet ver van het huidige Famagusta, die zij bezetten en plunderden. Zeer grote hoeveelheden goud en zilver en talloze slaven en slavinnen werden buitgemaakt. Zo werden de kosten van de vlootbouw er aardig uitgehaald.

Lees verder “De eerste Arabische marine” →