Sponsianus nog even (want er klopt weinig van)

Munt van Sponsianus (© The Hunterian, University of Glasgow)

[Ik blogde eergisteren dat het bestaan van een Romeinse keizer Sponsianus, gedocumenteerd op enkele doorgaans als vervalsing beschouwde munten, voldoende serieus te overwegen viel om het bij wijze van blogje te signaleren. Helaas zijn er kanttekeningen te plaatsen. Forse zelfs. Hieronder zijn zeven punten van kritiek te lezen die Koen Verboven van de Universiteit Gent opsomde n.a.v. publicaties in The Guardian, het NRC Handelsblad en De Standaard, die zich baseerden op een artikel in het peer-reviewed wetenschappelijke tijdschrift PLOS-ONE. Verhoeven publiceerde dit eerder op Facebook en ik heb het iets aangepast.]

1) De auteurs stellen vast dat de samenstelling van het goud sterk verschilt met dat van authentieke munten uit dezelfde periode. Toch zien ze hierin een “bewijs” dat de Sponsianus-munten echt zijn omdat andere gouden voorwerpen uit de eerste eeuw (200 jaar ouder en vóór de Romeinse verovering!) uit dezelfde regio een gelijkaardige samenstelling hebben. Maar de goudmijnen in Transylvanië werden in de vroegmoderne tijd nog altijd ontgonnen, dus dat betekent niets. Een vergelijking met gouden voorwerpen uit de zeventiende of achttiende eeuw werd niet gemaakt, een vergelijking met “barbaarse imitaties” uit de Oudheid evenmin.
Lees verder “Sponsianus nog even (want er klopt weinig van)”

Sponsianus: een nieuw-ontdekte Romeinse keizer?

Munt van Sponsianus (© The Hunterian, University of Glasgow)

U weet het: de bestudering van de Oudheid is een wetenschap met een uniek gebrek aan data. Het echte nieuws zit daarom niet in de ontdekkingen, want die vormen niks anders dan normale wetenschap. Het nieuws zit in de veranderende methoden, waardoor nieuwe soorten inzicht ontstaan. Dat neemt niet weg dat ontdekkingen, hoe triviaal ook, voor bloggers leuk zijn om over te schrijven.

Ik stel u daarom voor aan keizer Sponsianus. Ik had eigenlijk niet willen bloggen vandaag, maar dit is te geinig.

Valse munten

Het verhaal begint in 1713, als diverse munten opduiken van een keizer Sponsianus. Ze komen uit Transylvanië, dus zeg maar het midden van het huidige Roemenië. Momenteel zijn tweeëntwintig exemplaren bekend. Vier daarvan zijn via de verzamelaar van de Britse antiquariër en anatoom William Hunter (1718-1783) terechtgekomen in Glasgow.

Lees verder “Sponsianus: een nieuw-ontdekte Romeinse keizer?”

Een zilverstuk uit Syracuse

Dekadrachme uit Syracuse (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Over Griekse munten, zoals deze uit Syracuse, heb ik eigenlijk nog maar zelden geblogd. Daarin moet rap verandering komen, want ze zijn altijd interessant, ze zijn vaak mooi en ze kunnen niet vaak genoeg worden tentoongesteld. Ooit hadden we in Nederland een Koninklijk Penningenkabinet, waarin talloze Griekse munten waren opgenomen. Als student kon je er vrij makkelijk terecht. De collectie is in 2007 echter samengevoegd met die van De Nederlandse Bank en het Nederlands Muntmuseum, waardoor één Muntmuseum ontstond. Het was in Utrecht. De loop kwam er echter niet in en in 2013 viel het doek. Zodat je in een de meest kapitalistische landen ter wereld momenteel nergens kunt zien wat mensen doen met geld en wat geld doet met mensen.

Autonomie

Die laatste zin (het programma van het Geldmuseum) geeft aan waarom Grieks geld zo interessant is. Het functioneerde destijds niet helemaal hetzelfde, al waren de functies op zich dezelfde. Munten dienden ook toen om mee te betalen en als oppotmiddel. Er is bovendien een vergelijkbare wereld van afbeeldingen. De Marianne op het Franse dubbeltje en de bondsadelaar op de Duitse euro hebben dezelfde functie als de roos, de bij en de schildpad op de munten van Rhodos, Efese en Aigina: alle symbolen benadrukken het eigene van degene die de munten sloeg.

Lees verder “Een zilverstuk uit Syracuse”

Geld, cultuur en welzijn (3)

Klinkende munt uit Dyrrhachion (Museum van Durrës)

[Derde deel van een recensie, geschreven door Dirk-Jan de Vink, van Daniel Hoyer, Money, Culture, and Well-Being in Rome’s Economic Development, 0-275 CE (2018). Het eerste deel is hier.]

Het monetair systeem

Wanneer Hoyer in hoofdstuk 3 over numismatiek begint – het bewijsmateriaal ontleend aan munten – raakt hij echt op dreef. Contant geld is de ruggengraat van het monetaire systeem, aangevuld met kredietfaciliteiten. Gaat het geld eenmaal rollen, dan percoleert het door de hele samenleving. Het passeert de handen van investeerders, producenten en consumenten. Investeringen in productiemiddelen, infrastructuur en transportmiddelen leiden tot een grotere ‘output’ van de economie.

De overheid voorziet in kleine denominaties om te faciliteren dat ook kleine transacties plaats kunnen hebben. Bovendien, als de staat niet waakt over de geldvoorraad, dan gaan mensen de kleine muntjes vervangen door namaakgeld. En dat ondermijnt het vertrouwen in het geldstelsel als geheel. Overigens is dit een ander standpunt dan de traditionele visie dat de overheid zich alleen bekommerde om de eigen uitgaven, die betaald werden met zelf geslagen geld.

Lees verder “Geld, cultuur en welzijn (3)”

Geld, cultuur en welzijn (2)

Reconstructie van een inscriptie (op naam van Plinius de Jongere) met een schenking aan de stad Como (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

[Tweede deel van een recensie, geschreven door Dirk-Jan de Vink, van Daniel Hoyer, Money, Culture, and Well-Being in Rome’s Economic Development, 0-275 CE (2018). Het eerste deel is hier.]

Te rade bij sociale wetenschappen

Een klacht van de auteur is dat kwantificerende oudhistorici en maatschappelijk georiënteerde oudhistorici langs elkaar heen werken. Om tegenstellingen te overbruggen gaat hij zelf te rade bij de sociale wetenschappen, in het bijzonder economie en politicologie. Verder maakt Hoyer – zeer beperkt – uitstapjes naar pre-industriële grootmachten als het Chinese Keizerrijk en het Indiase Mogolrijk.

De auteur betrekt nadrukkelijk het welzijn van mensen bij zijn onderzoek. Dat wil zeggen: de mate waarin zij in hun behoeften kunnen voorzien, hun gezondheid, levensverwachting, toegang tot kennis, inclusiviteit van de samenleving en de mate waarin mensen invloed hebben op hun eigen leefomstandigheden. Een interessante vraag in dat verband is: welke omstandigheden bepalen dat mensen een betere kwaliteit van leven ervaren? Door deze insteek maakt het boek een moderne indruk.

Lees verder “Geld, cultuur en welzijn (2)”

MoM | Kwantificerende numismatiek

Antiochus X Eusebes (Archeologisch Museum van Antakya)

Numismatiek is de deftige naam voor de bestudering van munten. Eeuwenlang bleef deze activiteit beperkt tot wat in feite kunstgeschiedenis was: kijken naar de afbeeldingen. Dat is een waardevolle activiteit. Zo slaagden oudheidkundigen er tijdens de Renaissance in de muntportretten te identificeren met sculptuurportretten, wat het vervolgens mogelijk maakte antieke beeldhouwkunst te dateren. In de zeventiende en achttiende eeuw bewezen oudheidkundigen, zich baserend op munten, dat sommige koningen echt hadden geregeerd en in de negentiende en twintigste eeuw werden munten gebruikt om de propaganda van de heersers te reconstrueren. Je kunt munten echter ook tellen.

Een munt wordt geslagen met twee stempels. De ene, met de afbeelding die op de voorkant van de munt komt, rust op het aambeeld. De andere, met de keerzijde, wordt over de eerste gelegd en vangt de klap van de hamer op. De bovenstempel slijt sneller dan de onderstempel. Dat levert steeds weer andere combinaties (“stempelkoppelingen”) op, die numismaten gebruiken om de volgorde te reconstrueren waarin munten zijn geslagen. Zie het plaatje hieronder.

Lees verder “MoM | Kwantificerende numismatiek”

Baktrië en zijn kenners

Lost_world_of_the_golden_king

We associëren de Griekse Oudheid doorgaans niet met Afghanistan of de Punjab. Ten onrechte, denkt de Amerikaanse onderzoeker Frank Holt, die zich al jaren bezighoudt met wat destijds “Baktrië” en “Gandara” heette. Lost World of the Golden King is zijn recentste en interessantste boek, maar anders dan zijn eerdere publicaties gaat het minder over de Oudheid dan over haar bestudering. Zo toont Holt de oudheidkundige disciplines op hun best.

Het centrale thema in de vaktheorie is het gierende informatiegebrek en de geschiedenis van de disciplines valt te lezen als een reeks pogingen deze handicap te overwinnen. Aan de geschreven bronnen werden eerst munten en inscripties toegevoegd, vervolgens etnografische vergelijkingen en kunstvoorwerpen, daarna archeologische vondsten. De vergelijkend-oorzakelijke verklaringsmodellen die de oogst vormen van de twintigste eeuw, kunnen inmiddels worden verbeterd met computersimulaties. Het datatekort dwingt de oudheidkundige van alle markten thuis te zijn.

Lees verder “Baktrië en zijn kenners”

Wolff in Buchara

Joseph Wolff
Joseph Wolff

Joseph Wolff, die ik gisteren noemde in mijn verhaal over Stoddart en Connolly, was een van die bijzondere mensen waaraan de negentiende eeuw zo rijk is. Geboren in Beieren leefde hij in Engeland; geboren als jood werd hij christen, zelfs dominee. En zijn avonturen zijn spannender dan die van Indiana Jones. In 1845 waagde Wolff zijn leven om te achterhalen wat het lot van de twee Britse officieren was geweest. En niet alleen dat: hij was ook op zoek naar de tien verloren stammen van Israël, die ergens in het oosten zouden moeten wonen.

Anders dan de twee eerdere bezoekers aan Buchara, las Wolff zich in. Hij leerde de plaatselijke zeden en gewoonten, begreep hoe de Centraal-Aziatische diplomatie werkte en zorgde voor passende geschenken: horloges en een Arabische vertaling van Robinson Crusoë, een boek dat elke moslim moet hebben doen denken aan het verhaal  van Hayy ibn Yaqdhan van de twaalfde-eeuwse geleerde Ibn Tufail, en dus in goede aarde zou vallen. Hij had wél geloofsbrieven bij zich, niet alleen van koningin Victoria maar ook van Mohammad Sjah van Perzië; toen hij de citadel beklom, deed hij dat lopend; toen hij emir Nasrallah benaderde, wierp hij zich, zoals het hoorde, ter aarde en riep dat God groot was. En dat niet de voorgeschreven drie keer, maar dertig keer. De vorst vatte meteen sympathie op voor zijn gast, liet zijn orkest “God Save The Queen” spelen en stuurde ’s avonds een oosterse schone naar ’s dominees slaapkamer.

Lees verder “Wolff in Buchara”

Hoe kennen we de Romeinen? (2)

Germania Capta (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Ik vertelde gisteren dat we de Romeinen kenden door de teksten die ze op papyrus hebben geschreven. Sommige daarvan zijn gevonden in de Egyptische woestijn, andere zijn, omdat het zulke mooie literatuur was, door een lange reeks kopiisten overgeschreven. Er zijn echter nog veel meer Romeinse teksten over, namelijk op inscripties en op munten.

Lees verder “Hoe kennen we de Romeinen? (2)”

Eurodiffusie, denariusdiffusie

eurodiffusie

Ik moest afgelopen zaterdag in de avondwinkel wat boodschappen afrekenen, zocht naar wat kleingeld, legde het neer en zag een muntje dat ik nog nooit eerder had gezien. Er stond geen rij achter me, dus ik nam het op en vroeg de kassière of zij wist waar het vandaan kwam. Dat bleek Malta te zijn.

Het muntje zal hier wel zijn gekomen in de portemonnee van een toerist. Ik denk althans niet dat een Maltese visser het heeft achtergelaten op Sicilië en dat het geldstuk vervolgens met een reeks transacties naar Napels en Rome via Milaan en München naar Frankfurt en Brussel en uiteindelijk Amsterdam is gekomen. Het zijn twee manieren waarmee munten zich verspreiden: enerzijds met grote sprongen, als een toerist of een vrachtwagenchauffeur munten meeneemt, anderzijds geleidelijk, door een proces van duizenden en duizenden transacties. Het eerste proces verklaart waarom we munten uit verre landen vrij snel wel eens hebben gezien, het tweede proces verklaart waarom inmiddels ruim 80% van de munten in onze portemonnee afkomstig is uit het buitenland. Het plaatje hierboven is afkomstig van de website Eurodiffusie.nl.

Lees verder “Eurodiffusie, denariusdiffusie”