MoM | Kwantificerende numismatiek

Antiochus X Eusebes (Archeologisch Museum van Antakya)

Numismatiek is de deftige naam voor de bestudering van munten. Eeuwenlang bleef deze activiteit beperkt tot wat in feite kunstgeschiedenis was: kijken naar de afbeeldingen. Dat is een waardevolle activiteit. Zo slaagden oudheidkundigen er tijdens de Renaissance in de muntportretten te identificeren met sculptuurportretten, wat het vervolgens mogelijk maakte antieke beeldhouwkunst te dateren. In de zeventiende en achttiende eeuw bewezen oudheidkundigen, zich baserend op munten, dat sommige koningen echt hadden geregeerd en in de negentiende en twintigste eeuw werden munten gebruikt om de propaganda van de heersers te reconstrueren. Je kunt munten echter ook tellen.

Een munt wordt geslagen met twee stempels. De ene, met de afbeelding die op de voorkant van de munt komt, rust op het aambeeld. De andere, met de keerzijde, wordt over de eerste gelegd en vangt de klap van de hamer op. De bovenstempel slijt sneller dan de onderstempel. Dat levert steeds weer andere combinaties (“stempelkoppelingen”) op, die numismaten gebruiken om de volgorde te reconstrueren waarin munten zijn geslagen. Zie het plaatje hieronder.

Lees verder “MoM | Kwantificerende numismatiek”

Baktrië en zijn kenners

Lost_world_of_the_golden_king

We associëren de Griekse Oudheid doorgaans niet met Afghanistan of de Punjab. Ten onrechte, denkt de Amerikaanse onderzoeker Frank Holt, die zich al jaren bezighoudt met wat destijds “Baktrië” en “Gandara” heette. Lost World of the Golden King is zijn recentste en interessantste boek, maar anders dan zijn eerdere publicaties gaat het minder over de Oudheid dan over haar bestudering. Zo toont Holt de oudheidkundige disciplines op hun best.

Het centrale thema in de vaktheorie is het gierende informatiegebrek en de geschiedenis van de disciplines valt te lezen als een reeks pogingen deze handicap te overwinnen. Aan de geschreven bronnen werden eerst munten en inscripties toegevoegd, vervolgens etnografische vergelijkingen en kunstvoorwerpen, daarna archeologische vondsten. De vergelijkend-oorzakelijke verklaringsmodellen die de oogst vormen van de twintigste eeuw, kunnen inmiddels worden verbeterd met computersimulaties. Het datatekort dwingt de oudheidkundige van alle markten thuis te zijn.

Lees verder “Baktrië en zijn kenners”

Wolff in Buchara

Joseph Wolff
Joseph Wolff

Joseph Wolff, die ik gisteren noemde in mijn verhaal over Stoddart en Connolly, was een van die bijzondere mensen waaraan de negentiende eeuw zo rijk is. Geboren in Beieren leefde hij in Engeland; geboren als jood werd hij christen, zelfs dominee. En zijn avonturen zijn spannender dan die van Indiana Jones. In 1845 waagde Wolff zijn leven om te achterhalen wat het lot van de twee Britse officieren was geweest. En niet alleen dat: hij was ook op zoek naar de tien verloren stammen van Israël, die ergens in het oosten zouden moeten wonen.

Anders dan de twee eerdere bezoekers aan Buchara, las Wolff zich in. Hij leerde de plaatselijke zeden en gewoonten, begreep hoe de Centraal-Aziatische diplomatie werkte en zorgde voor passende geschenken: horloges en een Arabische vertaling van Robinson Crusoë, een boek dat elke moslim moet hebben doen denken aan het verhaal  van Hayy ibn Yaqdhan van de twaalfde-eeuwse geleerde Ibn Tufail, en dus in goede aarde zou vallen. Hij had wél geloofsbrieven bij zich, niet alleen van koningin Victoria maar ook van Mohammad Sjah van Perzië; toen hij de citadel beklom, deed hij dat lopend; toen hij emir Nasrallah benaderde, wierp hij zich, zoals het hoorde, ter aarde en riep dat God groot was. En dat niet de voorgeschreven drie keer, maar dertig keer. De vorst vatte meteen sympathie op voor zijn gast, liet zijn orkest “God Save The Queen” spelen en stuurde ’s avonds een oosterse schone naar ’s dominees slaapkamer.

Lees verder “Wolff in Buchara”

Hoe kennen we de Romeinen? (2)

Germania Capta
Romeinse munt met een huilende Germaanse vrouw. De Romeinen hebben de Germanen verslagen, de mannen gedood en de vrouwen in rouw achtergelaten.

[Eergisteren begon de Romeinenweek. Wat dat is en waarom het leuk is, lazen de vaste lezers van deze kleine blog al eerder (hier) en zal ik niet herhalen. Liever schrijf ik deze week een reeks Romeinenstukjes voor mijn neef op Curaçao. Die heeft ooit een spreekbeurt over de Romeinen gehouden, dus hij weet al heel veel, maar ik voeg deze week wat Romeinse dingen toe.]

Ik vertelde gisteren dat we de Romeinen kenden door de teksten die ze op papyrus hebben geschreven. Sommige daarvan zijn gevonden in de Egyptische woestijn, andere zijn, omdat het zulke mooie literatuur was, door een lange reeks kopiisten overgeschreven. Er zijn echter nog veel meer Romeinse teksten over, namelijk op inscripties en op munten.

Lees verder “Hoe kennen we de Romeinen? (2)”

Eurodiffusie, denariusdiffusie

eurodiffusie

Ik moest afgelopen zaterdag in de avondwinkel wat boodschappen afrekenen, zocht naar wat kleingeld, legde het neer en zag een muntje dat ik nog nooit eerder had gezien. Er stond geen rij achter me, dus ik nam het op en vroeg de kassière of zij wist waar het vandaan kwam. Dat bleek Malta te zijn.

Het muntje zal hier wel zijn gekomen in de portemonnee van een toerist. Ik denk althans niet dat een Maltese visser het heeft achtergelaten op Sicilië en dat het geldstuk vervolgens met een reeks transacties naar Napels en Rome via Milaan en München naar Frankfurt en Brussel en uiteindelijk Amsterdam is gekomen. Het zijn twee manieren waarmee munten zich verspreiden: enerzijds met grote sprongen, als een toerist of een vrachtwagenchauffeur munten meeneemt, anderzijds geleidelijk, door een proces van duizenden en duizenden transacties. Het eerste proces verklaart waarom we munten uit verre landen vrij snel wel eens hebben gezien, het tweede proces verklaart waarom inmiddels ruim 80% van de munten in onze portemonnee afkomstig is uit het buitenland. Het plaatje hierboven is afkomstig van de website Eurodiffusie.nl.

Lees verder “Eurodiffusie, denariusdiffusie”

Een munt uit Kiev

Deze hanger fotografeerde ik op de Vikingexpositie in het Drents Museum in Assen, waarover ik al eerder blogde. Ik noemde toen ook de munt die in dit sieraad is opgenomen, want die is echt de moeite waard.

Het voorwerp is opgegraven in Väsby (ten noorden van Stockholm). Daar zal de drager wel hebben gewoond. De munt die erin is verwerkt, is echter afkomstig uit het Grootvorstendom Kiev, waar een elite van Zweedse Vikingen, de afstammelingen van Rurik, heerste over een gemengd Slavische en Iraanse bevolking. Een deel van de bevolking was christelijk; in 987 werd de religie staatsgodsdienst. Het rijk geldt als de voorganger van het latere Rusland.

Lees verder “Een munt uit Kiev”