Romeins Jeruzalem

Laat-Romeins Jeruzalem op een mozaïek uit Madaba

[Dit is het tweede van drie blogjes over wat een toerist kan bekijken in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

Vroeg-Romeins Jeruzalem

Waren de archeologische resten van Jeruzalem tot nu toe nogal schaars, dat verandert in de Romeinse tijd. Vazalkoning Herodes de Grote, aan de macht gekomen in 40 v.Chr. en overleden rond 5 v.Chr., heeft enorme bouwwerken laten construeren. In het westen was de Toren van David zijn residentie en later zou dit het paleis zijn van de Romeinse gouverneur. Het ooit door de Perzen gebouwde fort werd verbouwd en is bekend geworden als de Burcht Antonia. Dit is de huidige Umariyya-school. Ga erheen en geniet van het mooiste uitzicht op de Rotskoepel dat je kunt krijgen.

Herodes liet in 20 v.Chr. de tempel uit de Perzische tijd slopen en zette er een nieuwe voor in de plaats. Daartoe moest het tempelterras worden uitgebreid; de muren zijn nog altijd zichtbaar en de Klaagmuur is daarvan natuurlijk het bekendste deel. De Al-Aqsa-moskee staat op de plek van de oude vergaderzaal van het Sanhedrin, voltooid in 30 na Chr., en de Rotskoepel staat ongeveer op de plek van Herodes’ tempel – maar mogelijk net niet helemaal. Opgraven is niet mogelijk maar de waterreservoirs in het tempelplein zijn bekend en het is denkbaar dat de tempel iets zuidoostelijker heeft gelegen. Er is goede uitleg in het Davidson-centrum.

Lees verder “Romeins Jeruzalem”

Het oudste Jeruzalem

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: dit is vrijwel zeker niet het paleis van koning Salomo, maar dat roeptoeteren archeologen wel de wereld in.

Ik heb in drie voorafgaande blogjes de IJzertijd van de oude koninkrijken Israël en Juda beschreven, de Romeinse provincie Palaestina en het middeleeuwse gebied. De stad Jeruzalem heb ik al enkele keren genoemd. Vandaag drie korte stukjes over alleen het religieuze centrum van drie wereldgodsdiensten. Een stad met, zoals u al vermoedde, een eigen karakter dat nu eens religieus en dan weer toeristisch is. Ik zou er graag eens drie weken toeven en dan systematisch alles bekijken, want ik heb het gevoel dat ik de stad onvoldoende ken. Misschien handig om vooraf te weten: de Oude Stad, omgeven door de stadsmuur van sultan Suleyman de Prachtlievende, bestaat uit vier delen:

  • de Moslimwijk in het noordoosten,
  • de Christelijke Wijk in het noordwesten,
  • de Armeense Wijk in het zuidwesten
  • de Joodse Wijk in het zuidoosten.

In het oosten is de Tempelberg, met de Klaagmuur en de twee islamitische heiligdommen, en in het westen is de Citadel, die ook wel Toren van David heet.

Lees verder “Het oudste Jeruzalem”

De genezing van een blinde (2)

Blinde bedelaar (Museumpark Orientalis)

Het zojuist geciteerde verhaal van de blinde in Jericho bevat een aantal opmerkelijke details. Om te beginnen is er het simpele feit dat Marcus de blinde identificeert. In de vier evangeliën zijn degenen die door Jezus worden genezen zonder uitzondering anoniem, met twee uitzonderingen: Lazarus, van wie je je kunt afvragen of het gaat om een genezing, en Bartimeüs zoon van Timeüs.

Overigens is “Bartimeüs” gewoon Aramees voor “zoon van Timeüs”. (Vergelijk de eveneens Aramees-Griekse naam Bartolemeüs, “zoon van Ptolemaios”.) Misschien verklaart deze dubbele informatie waarom Matteüs het aantal blinden verdubbelt, al kunnen daar ook andere en meer plausibelere verklaringen voor bestaan.

Lees verder “De genezing van een blinde (2)”

Het beleg van Jeruzalem (1)

Jeruzalem tijdens de Joodse Opstand

[Tiende deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 na Chr. Het eerste deel was hier.]

Ik heb eerder beschreven dat de Romeinen, verdeeld door een burgeroorlog, aarzelden of ze het opstandige Jeruzalem moesten aanvallen. Toen Vespasianus eenmaal de macht in handen had, was er niets dat de belegering belette. In die stad waren fanatiekelingen aan de macht gekomen, en hun moreel was in de loop van 69 verbeterd. Het Romeinse imperium leek, met verschillende mannen die streden om de troon, immers op instorten te staan. Ook de tempel van de Romeinse oppergod Jupiter was afgebrand: een beter teken dat God de Joden zou steunen, was er niet.

Vol vertrouwen in de toekomst gingen de boeren in het najaar van 69 weer aan het werk, zoals blijkt uit een in het Hebreeuws gestelde akte waarin de verkoop is vastgelegd van een stuk bouwland “op 14 chesjvan van het vierde jaar van de verlossing van Israël” (18 oktober 69). De bij deze transactie betrokken partijen hielden geen rekening met oorlog. Bovendien was de nieuwe Romeinse generaal onervaren. Titus’ enige verdienste was dat zijn vader op hem kon rekenen, maar er gingen geruchten dat hij minder was geïnteresseerd in de oorlog dan in de charmes van de Joodse koningin Berenike, de zus van Agrippa II, een Joodse leider met de wat grandioze titel “koning” en wat bezittingen in het noorden.

Lees verder “Het beleg van Jeruzalem (1)”