Zeg Griekenland en mensen denken aan Athene en Sparta. De eerste associatie zal zelden Korinthe, Milete of Argos zijn, of Syracuse of Kyrene. Of Thebe. Terwijl die laatste stad heel belangrijk is geweest. Het misschien wel beste bewijs is dat de eigen sagen van Thebe niet alleen bewaard zijn, maar algemeen Grieks erfgoed zijn geworden. We kennen de verhalen over Dionysos, Oidipous, Antigone en de Zeven tegen Thebe bijvoorbeeld uit Atheense toneelstukken en afbeeldingen uit de hele Griekse wereld.
In de archaïsche tijd was Thebe dus een culturele trendsetter. De dichter Pindaros was een Thebaan en er waren filosofen. En Thebe was een machtige stad, die deelnam aan de kolonisatie en de omliggende steden organiseerde in de zogeheten Boiotische Bond.
De Korinthische Bond vergaderde vermoedelijk in de tempel van Poseidon op de istmus van Korinthe.
Zoals in het vorige stukje verteld, had koning Filippos II van Macedonië aan het Perinthos-incident de conclusie verbonden dat hij Perzië moest aanvallen, had hij zijn Griekse achtertuin op orde gebracht in de slag bij Chaironeia en was hij op weg naar Sparta toen hij vernam dat in het Perzische Rijk burgeroorlog was uitgebroken na de dood van Artaxerxes III Ochos. Filippos realiseerde zich dat het enige tijd zou duren voordat Artaxerxes IV Arses zijn macht zou hebben gevestigd, en begreep dat een grootschalige en afschrikwekkende strooptocht in Azië zelden zo eenvoudig was geweest. Het noopte hem echter ook om sneller dan voorzien een regeling te treffen voor de Griekse stadstaten.
Garnizoenen en diplomatie
Hij legerde garnizoenen in Thebe, dat gestraft moest worden voor de oorlogsverklaring, en in Korinthe, dat de toegang bewaakte tot de Peloponnesos. Kroonprins Alexander ging met de machtige hoveling Antipatros naar Athene. Die stad had de oorlog willen voortzetten maar kreeg een vredesaanbod dat het niet kon afslaan: de ambassadeurs eisten slechts dat de verslagen vijand zijn bondgenootschap ontbond. Aangezien de meeste bondgenoten zich toch al weinig aantrokken van Athene, was dit een geringe concessie. Zelfs de eilanden Lemnos en Samos, waarvan de Atheners de oorspronkelijke bewoners hadden verdreven om plaats te maken voor kolonisten, mochten Atheens blijven.
Het slagveld bij Chaironeia, waar Filippos II afrekende met de Grieken. Achteraan de Parnassos.
Alexander, die later de bijnaam De Grote zou krijgen, maakte zijn debuut in de geschiedenis in het najaar van 341 v.Chr.: zijn vader Filippos II benoemde hem tot regent over Macedonië terwijl de koning zelf ten strijde trok. Hoe de benoeming verliep, weten we niet, maar we mogen speculeren dat Alexander een zegelring kreeg overhandigd. Er zullen getuigen zijn geweest: misschien generaal Parmenion, na Filippos de machtigste man in Macedonië, en wellicht ook Antipatros, die bij eerdere gelegenheden regent was geweest. Hun aanwezigheid was belangrijk omdat ze zich daarmee committeerden aan de kroonprins. Als Filippos II iets zou overkomen, kon Alexander bij zijn troonsbestijging rekenen op de steun van twee machtige families.
Het Perinthos-incident
Zelf trok Filippos naar de Zee van Marmara, waar hij hoopte Perinthos in te nemen. Ik heb al eerder verteld dat het anders liep. De Perzische koning Artaxerxes III Ochos beschouwde de Macedonische aanval op de havenstad als inmenging in de Perzische vitale belangen en greep in. In het voorjaar van 340 v.Chr. stuurden de Perzen niet minder dan drie legers naar Europa. Zoiets was sinds de dagen van Xerxes niet meer gebeurd.
Elite-soldaten uit Achaimenidisch Perzië in uitgaanstenue (Louvre, Parijs)
[Vierde van zes blogs over Achaimenidisch Perzië, dat tussen het midden van de zesde eeuw v.Chr. en 330 heel het Nabije Oosten verenigde. Het eerste deel is hier.]
Tijdens de regering van Artaxerxes I bereikte de agressie van de Atheners een hoogtepunt. Zij behandelden hun bondgenoten inmiddels als onderdanen, maar konden de andere Grieken alleen geloofwaardig beheersen als ze af en toe oorlog voerden tegen de Perzen. Nu en dan vielen ze daarom havens in het imperium aan. Artaxerxes I ging een stap verder dan Xerxes. De Perzen moesten de Yauna verdeeld houden – welnu, verdeeldheid viel te zaaien. Uit de kluizen van Persepolis betaalde de grote koning goud en zilver aan Sparta, een Griekse stadstaat die op voet van oorlog verkeerde met Athene. Toen ook de Griekse stad Thebe zich aansloot bij de coalitie, begrepen de Atheners dat ze hun hand overspeelden en in 449 zegden ze Artaxerxes toe niet te zullen interveniëren in zijn invloedssfeer.
Verdeel en heers
Hoewel de Griekse bronnen anders suggereren, was Perzië heer en meester van de wereld. Toen Athene zich niet aan de gemaakte afspraak hield en in 414 steun verleende aan een opstandeling in het Perzische rijk, Amorges, begon koning Darius II opnieuw subsidies te betalen aan de Spartanen, die daarop de Atheners versloegen, hun stad in 404 innamen en een einde maakten aan de anti-Perzische politiek.
De Perzen ontdekten echter al snel dat de westelijke barbaren onverbeterlijk waren: Athene mocht dan zijn verslagen, nu begon Sparta het imperium te bestoken. Eerst leverde het staatje huurlingen – Xenofon was een van hen – aan de Perzische rebel Cyrus, daarna deden de Spartanen openlijk een inval in Achaimenidisch Perzië. De grote koning zegde daarop steun toe aan de Atheners, en toen die groep Yauna weer te machtig werd, hevelde hij de subsidie weer over naar Sparta.
Veel afbeeldingen van heloten zijn er niet en dat zegt wel iets. Dit zijn Spartaanse krijgers uit de archaïsche periode uit het museum van Sparta.
In de Oudheid waren alle mensen ongelijk. In elke stadstaat was burgerschap een voorrecht; ambten waren meestal voorbehouden aan rijke mannen; niet iedereen mocht dienen in het leger; niet iedereen mocht land bezitten; en vrijwel elke samenleving kende minstens één klasse van mensen die niet zichzelf bezaten. Zij waren onvrij. Dat alle leden van een samenleving voor de wet gelijk zouden zijn, dezelfde rechten hadden en vrij zouden zijn, bestond eenvoudigweg niet.
Heloten
De Spartaanse samenleving was op deze regel geen uitzondering. Ook hier waren de mensen verdeeld in verschillende standen, rangen en klassen. En ook hier bestonden onvrije arbeiders: de heloten. Doorgaans waren dit boeren, maar er zijn ook bedienden, bewakers en stalknechten bekend. Volgens de traditie was helotage ontstaan toen de Spartanen het aangrenzende Messenië onderwierpen en de bewoners, een ander volk dus, hun vrijheid ontnamen.
Toen de Romeinen Karthago opnieuw stichtten, bedolven ze deze ruïnes van de in 146 v.Chr. verwoeste stad onder zand, om daarboven een tempelterras aan te leggen. Zo bleef Punisch Karthago dus bewaard.
In mijn vorige stukje over Een kennismaking met de oude wereld, het inmiddels zesmaal herdrukte eerstejaarshandboek van De Blois en Van der Spek, pikte ik op dat de Romeinen in het westen meteen provincies schiepen en in Griekenland en Afrika kozen voor een meer indirecte aanpak. Het keerpunt was het jaar 146 v.Chr., toen twee oorlogen tegelijk eindigden met de rücksichtslose annexatie van nieuwe provincies en de verwoesting van de steden. Ik schrijf vandaag 1200 woorden over drie alinea’s in het handboek. Alles even wat gedetailleerder, niet méér.
Het einde van Karthago
Tot dan toe had Rome in Afrika Massinissa gebruikt om Karthago in toom te houden, maar vanaf de Numidisch-Karthaagse Oorlog (151-150 v.Chr.) was de Numidische koning te machtig. Het leek een kwestie van tijd voordat hij Karthago zou toevoegen aan zijn rijk, dat zich al uitstrekte tot Lepcis Magna in Tripolitana. Omdat het versterken van het gehate Karthago tegen Massinissa geen optie was, besloten de Romeinen een provincie te stichten in het huidige Tunesië. De hoofdstad zou Utica zijn.
Voor wat samen hoort en wat niet, volgen ze dus het oordeel van hun bron. Daar ligt een reëel probleem, want het is denkbaar dat als Thoukydides langer had geleefd, hij alle drie oorlogen had beschreven. Er is namelijk een aanwijzing dat hij Athenes herstel nog heeft herkend, aangezien hij het ergens heeft over de onvermijdelijkheid waarmee dingen zich ongeveer herhalen zoals ze al zijn gebeurd. De discussie over de interpretatie daarvan is hopeloos complex en hangt samen met die over zijn sterfjaar.
Het graf van Alkias van Fokis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
In de reeks over het handboek waarover ik regelmatig blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, kom ik aan bij de reeks conflicten die samen bekendstaan als de Peloponnesische Oorlog. Ik heb er al vaker over geschreven. Mijn samenvatting zal kort zijn. Over een half uur diep ik het uit.
De Archidamische Oorlog (431-421)
Athene en Sparta waren al eerder ten strijde getrokken, van 460 tot 445. Dat was geëindigd met een verdrag dat bekendstaat als de Dertigjarige Vrede. Die begon echter al na een decennium te rafelen, toen de Atheners zich in de invloedssfeer van Korinthe mengden. Eén conflict betrof de stad Poteidaia, een ander de relatie tot Korfu. Ik blogde erover. Sparta koos uiteindelijk partij voor Korinthe en eiste dat Athene zijn bondgenootschap ontbond. Athene weigerde en de oorlog kwam.
De Archidamische Oorlog duurde van 431 tot 421 v.Chr. Sparta slaagde er niet in zijn oorlogsdoelen te bereiken en we kunnen dus zeggen dat Athene, dat zijn imperium niet hoefde ontbinden, de oorlog won. Vrede was het echter niet.
De corona is voorbij, we maken weer reisplannen en je zou naar Griekenland kunnen gaan. Dan land je vermoedelijk in Athene en zul je daar ook je eerste hotel wel boeken. Eerlijk is eerlijk, Athene is in de zomer geen aangename plek. De hitte blijft er hangen en er is geen verfrissende zeebries, zoals in Thessaloniki. Toch is het geen straf om in Athene te verblijven.
De stadswal van Babylon, die Herodotos nooit heeft gezien.
[Vijfde van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]
Herodotos beweert dat hij de hele bekende wereld heeft bezocht. Onder zijn informanten heeft hij priesters uit Griekenland, Egypte en Babylon; Libiërs, Karthagers, Cyprioten, Egyptenaren, Grieken, Italianen, Perzen, Feniciërs en Skythen. Iedereen lijkt te hebben willen meewerken.
Fake nieuws?
Interviews lijken Herodotos’ belangrijkste bron te zijn geweest. Als een goed journalist presenteert hij zijn publiek verschillende versies van dezelfde gebeurtenis. Zo biedt hij in 8.37 niet alleen een Grieks verslag van de Perzische aanval op de Griekse tempel in Delfi, met daarin opgenomen de opportune verschijning van twee bovennatuurlijke helpers die de Perzische aanval pareerden, maar hij is er zelfs in geslaagd een Perzische informant van deze goddelijke interventie te vinden.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.