Archeoloog in Soedan (6)

Op de grens van de Nijlvallei (links) en de woestijn (rechts)
Op de grens van de Nijlvallei (links) en de woestijn (rechts)

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier.]

De mensen hier zijn echt geweldig aardig. Soedan is een islamitisch land met Sharia-wetgeving, en dat klinkt voor de gemiddelde westerling heel eng. De dagelijkse praktijk ervaar ik hier in elk geval anders. Uiteindelijk betekent het niet veel meer dan een beetje rekening houden met lokale gebruiken en dat je je niet te storend gedraagt. Gewoon, als een fatsoenlijke gast dus. Buitenlanders zijn vrij schaars in dit land, en al helemaal in de uithoek waar wij ons bevinden. Dit heeft tot gevolg dat de mensen hier buitengewoon goede gastheren (en dames) zijn, en dat maakt het ons alleen maar gemakkelijk.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (6)” →

Archeoloog in Soedan (5)

Een jaloersmakend mooie foto van de woestijn
Een jaloersmakend mooie foto van de woestijn

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, een van de medewerkers van Livius maar momenteel als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier; dit stukje schrijf hij op 26 december.]

Als in de 6e eeuw v Chr. Cambyses Egypte toevoegt aan het Achaemenidenrijk, stuurt hij ook gezanten naar Kush, met het gebruikelijke verzoek tot symbolische onderwerping in de vorm van een kluit aarde en een kruik water. De heerser van Kush stuurt echter een ongespannen boog mee terug met de mededeling: ‘zodra je in staat bent deze boog te spannen, dan ben je in staat Kush te onderwerpen’. In elk geval, dit is een van de legenden over Kush, die gelijk verwijst naar de vermaardheid van de boogschutters van Kush. De werkelijke situatie in Kush is grotendeels onbekend.

Nadat de Farao’s van de 25e dynastie uit Egypte worden verdreven door de Assyriërs, verdwijnt Kush eigenlijk een beetje uit het oog. Dit komt voor een groot deel door de chaotische situatie in Egypte, waar uiteindelijk het gebrek aan centraal gezag wordt gevuld door de Achaemeniden. Naast de legende over Cambyses zijn er nog tal van andere kleine of indirecte verwijzingen naar Kush. Zo zou farao Psametichos II Griekse huurlingen hebben ingezet in een strafexpeditie richting Kush, getuige de graffiti van Griekse huurlingen op de knieën van de collosale beelden van de Abu Simbel. En als Herodotus het enorme leger van Xerxes beschrijft, noemt hij ook Ethiopiërs, die voor de helft rood en de andere helft wit beschilderd zijn, en die lange bogen dragen en pijlen gebruiken met stenen punten. Herodotus’ Ethiopiërs zijn hoogstwaarschijnlijk krijgers uit Kush.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (5)” →

Archeoloog in Soedan (3)

Het opgravingshuis
Het opgravingshuis

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, een van de medewerkers van Livius maar momenteel als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier; dit keer – in een stukje geschreven op 16 december – vertelt hij over zijn aankomst op de opgraving en het project zelf.]

We zijn nu ongeveer een week op locatie. Het inrichten van het huis gebeurt gestaag. We hebben nu een paar uur per dag elektriciteit en kunnen ook ongeveer een keer per dag onze watervoorraad aanvullen. Dit water is afkomstig uit een waterhoudend gesteente (aquifer) op grofweg twintig meter diepte. Het komt kraakhelder maar warm uit de grond. Hoewel het waarschijnlijk veilig is om te drinken nemen we geen risico’s en filteren we het. De temperatuur is wel fijn bij het wassen! Het toilet is zojuist afgebouwd, maar de douches zijn nog in aanbouw. De omstandigheden zijn niet optimaal, maar dat hoort eigenlijk wel bij dit soort projecten. Het vervelendste is wel dat het moeilijk communiceren is met het thuisfront.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (3)” →

Archeoloog in Soedan (2)

Godenreliëf uit Napata (Neues Museum, Berlijn)
Godenreliëf uit Napata (Neues Museum, Berlijn)

[Vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, een van de medewerkers van Livius maar momenteel als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier; dit keer – in een stukje geschreven op 11 december – vertelt hij over zijn aankomst op de opgraving en het project zelf.]

We hebben nu een paar dagen reizen achter de rug. Vanaf Khartoum zijn we als konvooi van drie Landrovers de Nijl overgestoken naar Omdurman. Na de chaos die Omdurman heet,  zijn we dwars door de Libische woestijn overgestoken richting Kareima. Gelukkig is dat hele stuk nu geasfalteerd, wat de reis prima te doen maakte. Zeven jaar geleden was het niets dan woestijn en daardoor een stuk vervelender. We hadden vertraging opgelopen door enige administratieve rompslomp, zodat we wisten dat we niet voor zonsondergang Kawa zouden bereiken.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (2)” →

Woestijnvader

ascese

Eerst even dit: ik ken de vertaler van Athanasius’ Antonius. Onsterfelijke icoon van de monnik, de Nijmeegse classicus Vincent Hunink, persoonlijk en heb met veel plezier met hem samengewerkt bij zijn vertaling van Velleius Paterculus’ Romeinse geschiedenis. Het boekje waarover ik nu schrijf drukte hij me in de hand toen ik hem laatst even bezocht op zijn werk. Hartelijk als hij is, gaf hij me ook nog Tacitus’ Historiën mee en de tekst van een oude toespraak. Ik sta dus bij hem in het krijt, en u moet me maar vertrouwen dat het niet om die reden is dat ik schrijf dat dit een leuk boekje is.

Athanasius van Alexandrië (295-373) is een van de invloedrijkste denkers uit het christendom, en dat kwam vooral door zijn stellingname in een destijds actuele discussie over de vraag of Christus wezensgelijk was aan God de Vader of wezensgelijkend. (Voor de context van die discussie verwijs ik naar dit en dat stukje.) Terwijl de hele christelijke wereld koos voor wezensgelijkendheid, hamerde Athanasius als enige op het eerste, wat ertoe leidde dat vier keizers hem vijf keer in ballingschap stuurden, voor in totaal zeventien jaar. “Athanasius tegen de wereld” werd de gevleugelde uitdrukking om aan te geven dat iemand onverzettelijk zijn waarheid bleef verdedigen – in Athanasius’ geval uiteindelijk met succes, al kwam het tegen een hoge prijs. Wat het voor iemand uit Alexandrië, hét intellectuele centrum van de Griekse wereld, betekende te worden verbannen naar een uithoek als Trier is niet overgeleverd.

Lees verder “Woestijnvader” →

Ploegende dromedaris

Ploegende dromedaris (Museum van Bani Walid)

Omdat ik in mijn museumstukkenreeks al wat aandacht besteedde aan de geplunderde musea van Syrië, is het zinvol ook even te kijken in Libië. Laat je niets wijsmaken: het is ook daar een klerezooi. Zeker, het mooie museum in Tripoli is vrijwel onbeschadigd, maar wat moet een mens daar zien? Mooie standbeelden en mozaïeken, fraai aardewerk: ze hebben het er allemaal. Het is echter niet uniek. Het zou triest zijn geweest als het was geplunderd, zeker, maar soortgelijk materiaal is ook elders te vinden.

Dat ligt anders met het kleine museum van Bani Walid, dat is gewijd aan de vondsten van de Limes Tripolitanus. Dit is een van de bijzonderste projecten uit de Oudheid. Deze sector uit het Romeinse grensgebied, bestaande uit halfwoestijn, lag open voor nomadische aanvallen en viel alleen te verdedigen door de oases te bezetten en te beletten dat de nomaden water konden vinden. Een oase is echter te klein om een garnizoen te voeden, en daarom veranderden de Romeinen het door wadi’s doorsneden, droge landschap door middel van kanaaltjes, dammetjes en cisternen in een vruchtbaar gebied. Hoe succesvol men was, blijkt wel uit het feit dat er in de forten badhuizen stonden, met warmwaterbaden die moesten worden gestookt en die dus houtteelt veronderstellen.

Lees verder “Ploegende dromedaris” →

Historische films

alexander
Een blonde Alexander in de film van Oliver Stone

Geschiedenis en speelfilms, het blijft ongelukkig huwelijk. Toen Oliver Stone het leven van Alexander de Grote verfilmde, nodigde hij een classicus uit Oxford uit als adviseur. Stonden daar ineens Sumerische beelden in een Macedonisch boudoir, slechts twee millennia uit hun context. Werden aloude sprookjes over harems afgestoft. Zag je de Vuurtoren van Alexandrië, die nog niet gebouwd was. Klopte er niets van de reconstructie van de slag bij Gaugamela. Zagen we achterhaalde reconstructies van antieke slangenculten. Gebruikte men in de Alexandrijnse bibliotheek Romeinse cijfers. Werden alle oriëntalistische clichés afgestoft.

Een deel van de problemen was te wijten aan de incompetentie van de ingehuurde specialist, die evident niet op de hoogte was van de laatste stand van het onderzoek. Een ander probleem is dat hij niet bij alle fasen van de ontwikkeling aanwezig is geweest, en daardoor sommige fouten pas ontdekte toen het te laat was.

Lees verder “Historische films” →

De Limes Tripolitanus: de Late Oudheid

De versterkte boerderij van Qasr Banat, een van de vele boerderijen langs de Limes Tripolitanus.

[Dit is het vijfde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De ambitie van keizer Septimius Severus was een krachtige, op zorgvuldig watermanagement gebaseerde grenscultuur, waarin kolonisten voedsel produceerden voor de garnizoenen. In het Zeskeizerjaar 238 bleek het ongelijk van critici als Cassius Dio. Het Derde Derde Augusta, dat de verkeerde pretendent had gesteund, werd ontbonden en de Tripolitaners kwamen er alleen voor te staan. Maar de kolonisten trokken niet weg van de akkers die ze hadden ontgonnen en organiseerden zelfbewust de verdediging van hun eigen land.

Op grote schaal versterkten ze hun huizen, die ze aanduidden als centenaria. Er zijn er ongeveer tweeduizend bekend, herkenbaar aan wat plompe, uit regelmatige stenen gebouwde muren, rechthoekige plattegronden en signaaltorens waarmee ze in contact stonden met andere versterkte boerderijen. Voorbeelden zijn Gheriat esh-Shergia, Qasr Banat en Suq al-Awty. Mochten de Garamanten het land naderen, dan konden de bewoners rekenen op steun van hun buren en van milities in de drie grensforten.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: de Late Oudheid” →

De Limes Tripolitanus: de Bu Njem-ostraca

Het vertrek waar de Bu Njem-ostraca zijn gevonden, belangrijke documentatie langs de Limes Tripolitanus.

[Dit is het vierde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De opgraving van Bu Njem – of Gholaia, zoals het destijds heette – is een van de meest spectaculaire van Libië: half bedekt door het woestijnzand ligt daar een goed bewaard Romeins fort, dat ooit onderdak bood aan een cohort van het Derde Legioen Augusta en een eenheid bereden hulptroepen. Tot de vondsten behoren onder meer 146 op ostraca geschreven rapporten uit de jaren 253-259. Ze bieden een doorkijkje naar het dagelijks leven van de soldaten en maken duidelijk dat, hoe ingrijpend de ‘crisis van de derde eeuw’ elders wellicht ook geweest moge zijn, het er in elk geval in deze grenssector geordend aan toeging.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: de Bu Njem-ostraca” →

De Limes Tripolitanus: watermanagement

Septimius Severus, bouwheer van de Limes Tripolitanus (Cyprusmuseum, Nicosia)

[Dit is het derde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De hierboven beschreven vicieuze cirkel werd doorbroken door keizer Septimius Severus, die uit Tripolitana afkomstig was. In 201 maakte hij een begin met de uitvoering van een goed-doordacht strategisch plan, waarin alles draaide om de beheersing van de oases en wadi’s. Geen nomade zou naar het noorden kunnen komen als hij geen water kon vinden, en daarom werden de oases van Ghadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem voorzien van forten.

Dit klinkt eenvoudiger dan het is. Er was immers te weinig neerslag om de op zich vruchtbare aarde langs de woestijnrand om te zetten in akkerbouwgrond. Maar als het ecosysteem de oplossing niet toestond, lijkt Severus te hebben gedacht, dan moest het ecosysteem maar veranderen. En dus investeerde hij in de waterhuishouding van de wadi’s, waar voortaan geen druppel verloren mocht gaan. Hoewel geen enkele antieke auteur ’s keizers blauwdruk noemt, zijn er zulke grote kapitalen mee gemoeid geweest, dat het besluit alleen op het hoogste niveau kan zijn genomen. Wie anders dan de keizer kon de import van Siciliaans eikenhout financieren om sluisdeuren te maken?

Lees verder “De Limes Tripolitanus: watermanagement” →