Antinoös

Fragment van een beeld van Antinoös (archeologisch museum van Vaison)
Fragment van een beeld van Antinoös (archeologisch museum van Vaison)

In het Franse department Vaucluse ligt het aardige stadje Vaison-la-Romaine. Vaison (in de Romeinse tijd Vasio Vocontiorum geheten) nam in de periode tussen ca. 100 voor Christus en 400 na Christus sterk in omvang toe, tot uiteindelijk zo’n 70 hectare tot het stadsgebied gerekend kon worden. De bloeitijd ligt zo ongeveer tussen het bewind van Claudius en dat van Hadrianus in: van deze keizers zijn overigens manshoge standbeelden in Vaison gevonden. Van de historicus Pompeius Trogus, tijdgenoot van Augustus, weten we vrijwel zeker dat hij in Vasio geboren is, maar Vasio heeft ook goede papieren als zijnde de geboorteplaats van Tacitus. Een andere vondst uit Vaison, een kopie van de beroemde Diadoumenos van Polykleitos, is in het British Museum terecht gekomen.

De zichtbare resten van Romeins Vasio beslaan twee opgravingsgebieden: la Villasse (een licht hellend stuk grond tegen de rivier de Ouvèze aan), en Puymin, iets hoger gelegen op een heuvelachtig terrein. Vanaf 1907 tot 1955 wijdde de lokale kanunnik Joseph Sautel zijn leven aan het uitvoeren van opgravingen, die Vasio deels blootlegden.

Lees verder “Antinoös”

Joodse oorlogen

Kyrene, de resten van de tempel van Hekate. De opstandige joden hebben dit heiligdom vernietigd. We weten niet waarom uitgerekend deze tempel het moest ontgelden.

Ik heb de afgelopen dagen geschreven over de alomtegenwoordigheid van geweld in de oude wereld en de reacties daarop vanuit het joodse geloof. Een interessante vraag is of zulke ideeën opstanden veroorzaken (U merkt dat ik alweer denk aan de reeks over methodologie die ik momenteel voorbereid.) In de meeste gevallen kan een oudheidkundige zulke causaliteitsvragen, door het overstelpende gebrek aan data, niet beantwoorden, maar dankzij de Dode Zee-rollen zijn we inmiddels in een iets andere positie gekomen.

Voor de aard van de problematiek verwijs ik nog maar eens naar dit stuk: je moet eerst kunnen vaststellen of een religie een in al haar verschijningsvormen aanwezige essentie bezit en daarna moet je een antwoord geven op de vraag of zulke essenties gedrag kunnen veroorzaken. Dankzij de Dode Zee-rollen kunnen we op de eerste vraag “nee” zeggen, waarna de tweede vraag irrelevant is. Het jodendom was zó divers dat er, afgezien van het belang van het offer voor de god die in Jeruzalem een tempel had, geen gedeelde kern valt aan te wijzen. Messianisme en Eindtijdverwachtingen, ze zijn simpelweg niet aan te wijzen bij álle groepen. Dat wil echter niet zeggen dat er helemaal geen verband is.

Lees verder “Joodse oorlogen”

Geweld in Judea (slot)

Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.
Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.

In het laatste stukje van deze reeks – al heb ik morgen een “nabrander” – nog een woord over de wijze waarop de in de voorgaande stukjes (1, 2, 3, 4) beschreven geweld-gerelateerde ideeën binnen het jodendom bleven bestaan. Dat wil zeggen: in de tweede eeuw, nadat de christenen waren begonnen een eigen weg te gaan. Een probleem is hierbij dat de bronnen schaars zijn. Er is geen Josephus voor de oorlogen ten tijde van de keizers Trajanus en Hadrianus. Mijn achtste stelling is:

8. De verzetsideologie bleef bestaan in de tweede eeuw

Binnen het jodendom, voor zover we dat kunnen reconstrueren, lijken allerlei messiaanse ideeën te zijn blijven bestaan. Die hadden inmiddels vaak een anti-Romeinse inslag. Over Eindtijdideeën horen we weinig, maar dat kan komen door de bronnenschaarste.

Lees verder “Geweld in Judea (slot)”

NWA: Antisemitisme

Isis (gevonden in Valkenburg ZH; foto Rijksmuseum van Oudheden)
Even een neutraal plaatje van Isis (gevonden in Valkenburg ZH; foto Rijksmuseum van Oudheden) omdat ik geen zin heb antisemitisch illustratiemateriaal te recyclen.

Deze dagen blog ik wat rond de vragen van de Nationale Wetenschapsagenda en vandaag wil ik het hebben over twee verwante kwesties:

  • Waar komt het antisemitisme in Europa steeds vandaan?
  • Kan een bestudering van antieke bronnen nieuw licht werpen op het ontstaan van antisemitisme?

Dit is lastige materie en ik kan er alleen een persoonlijke mening over geven. En dan begin ik met een observatie op het snijvlak van antropologie en filosofie: mensen zijn voortdurend de wereld aan het interpreteren en scheppen voortdurend categorieën. Alleen kloppen die nooit en dat roept ergernis op. (Een recent voorbeeld is de intense haat die de draagsters van een boerkini de afgelopen zomer ten deel viel. Als je de wereld verdeelt in vrije westerse vrouwen en onderdrukte moslima’s, is een boerkini-draagster een nachtmerrie, want ze past niet in een van die twee hokjes.) Ik vermoed dat een soortgelijk mechanisme de diepste oorzaak is van het antisemitisme: in een cultuur als de onze, die onderscheid maakt tussen iemands nationaliteit en iemands religie, past het niet dat joden zowel een volk als een religie zijn.

Lees verder “NWA: Antisemitisme”

Supermacht Benelux

Onvoltooid portret van Vitellius (Archeologisch Museum van Plovdiv)
Onvoltooid portret van Vitellius (Archeologisch Museum van Plovdiv)

Als er één gebied ter wereld is waar het goed wonen is, is het Noordwest-Europa. De delta’s van de Rijn, Maas en Schelde ontsluiten een achterland dat zich uitstrekt tot diep in Frankrijk en tot voorbij Duitsland. Langs de corridor van Rijn en Rhône kan bovendien handel worden gedreven met het Middellandse Zee-gebied. De zeehavens, die West-Europa verbinden met de oceanen, zijn al eeuwenlang economische krachtcentrales: Rotterdam en Antwerpen, Brugge en Dordrecht, Tiel en Dorestad.

Voeg toe: de agrarische weelde van de lössgronden langs de Maas, de mineralen van de Ardennen en de winsten uit de stedelijke nijverheid. Dan weet je dat er voor welvaart altijd een basis zal zijn in de Lage landen. Als er dan ook nog goede soldaten zijn, zoals in de zeventiende eeuw, staat zelfs weinig een machtsontplooiing in de weg. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was echter niet de eerste die deze mogelijkheden uitbuitte.

Lees verder “Supermacht Benelux”

De Chamaven (2)

De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.
De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.

Zoals Tacitus aangeeft, werd het land van de Chamaven – gisteren schreef ik erover dat het benoorden de Rijn moet hebben gelegen, waarschijnlijk in de Achterhoek – gecontroleerd door het Romeinse leger. Het lijkt erop dat de autochtone bevolking niet uitsluitend uit herders bestond, want de opgegraven boerderijen bewijzen dat de boeren oer wonnen en ijzer bewerkten. (Tot eind negentiende eeuw was de Oude IJssel beroemd om zijn ijzerwinning.) Het lijkt erop dat de Germaanse boeren hun kennis van de ijzerbewerking hebben opgedaan bij de Romeinen, die ook hun grootste klanten zullen zijn geweest.

Door de ijzernijverheid bloeide het oostelijk deel van Nederland, vooral in de derde eeuw na Christus. Dit is opmerkelijk, aangezien elders in onze contreien de derde eeuw een crisistijd was. De welvaart van oostelijk Nederland kwam ten einde toen het Romeinse bestuur in het Rijnland aan het begin van de vijfde eeuw ten einde liep en de vraag naar ijzer afnam.

Lees verder “De Chamaven (2)”

De Chamaven (1)

De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.
De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.

Nu ik regelmatig in Zutphen werk – op het moment dat dit stukje geautomatiseerd online gaat worstel ik om een trein te halen – raak ik ook geïnteresseerd in het verleden van Gelderland. Over Erve Eme schreef ik al, het belangrijke Living History-park dat een van de weinige plekken is dat ons eigen, Frankische verleden documenteert. Als vanzelf raakte ik ook geïnteresseerd in het verdere verleden, toen de Chamaven in dit gedeelte van Nederland woonden. Ze zijn weinig meer dan een naam.

Zoals alle Germaanse stammen zijn de Chamaven vooral bekend uit Griekse en Romeinse bronnen. De eerste auteur die over hen schrijft, is de Romeinse historicus Tacitus, die hun land van herkomst ergens ten noorden van de Beneden-Rijn situeert.

Lees verder “De Chamaven (1)”

Limes en scepsis (4)

De Saalburg is de moeder van alle reconstructies van de limes.

[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is, in het tweede wees ik op de punten waar de limes kwetsbaar is en in het derde vertelde ik iets over het eerste van drie niveaus waarmee ik de communicatie zó zou willen aanpakken dat we scepsis vermijden.]

Het tweede niveau

Zo komen we bij het tweede niveau, waar we het wetenschappelijk proces uitleggen. Soms gebeurt dit al, zoals wanneer wordt uitgelegd wat dendrochronologie is. Tegelijk kan er meer en ik hoop dat u me toestaat dat ik verwijs naar eigen werk: in het tijdschrift dat ik redigeer, Ancient History Magazine, hebben we een vaste rubriek “How do they know?” waarin we wat dieper ingaan op de methoden. Wat is, om eens iets te noemen, een koolstofdatering en wat is een reservoireffect? De lezers reageren daar heel positief op en ik zie geen reden waarom we aan de limes deze verdieping niet eveneens zouden aanbieden.

Om een voorbeeld te geven: bij het Corbulo-kanaal wordt verteld dat Tacitus schrijft dat het is gegraven in het jaar 47 terwijl de dendro-dateringen suggereren dat het later is gebeurd. Leg maar uit waarom je uit één en dezelfde tekst de door de auteur genoemde datum niet gelooft maar de rest van zijn informatie – dat Corbulo gouverneur was, dat soldaten het kanaal groeven – kritiekloos overneemt. Op deze wijze toon je mensen iets van het oudheidkundig ambacht en maak je duidelijk dat de oudheidkundige disciplines wetenschappen zijn en dat een vakopleiding belangrijk is. Ik denk dat de Nijmeegse aquaductenkwestie vermeden had kunnen worden als het publiek duidelijker geïnformeerd was geweest over de aard van de oudheidkundige bewijsvoering – dat het bewijs voor de aanwezigheid van een aquaduct niet was gebaseerd op aanwezige data maar op vergelijking.

Lees verder “Limes en scepsis (4)”

Limes en scepsis (3)

De fundamenten van een toren bij de poort van het limes-fort te Aardenburg
De fundamenten van een toren bij de poort van het limes-fort te Aardenburg

[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is en in het tweede wees ik op de punten waar de limes kwetsbaar is.]

Een informatie-overaanbod

Terwijl er steeds meer hoogopgeleiden komen, mensen die scherpe kritiek kunnen formuleren én de wegen kennen om het de wetenschap moeilijk te maken, is de limes een betrekkelijk nieuw project, met enkele hierboven beschreven kwetsbaarheden. Gelukkig zijn we niet de enigen die te maken hebben met wetenschapsscepsis en is er, vanuit de wetenschapscommunicatie en -journalistiek, verkend hoe we daarmee moeten omgaan. In feite is de vraag “waarom geloven mensen niet zomaar wat de wetenschap zegt?” de prikkel geweest voor de professionalisering van de diverse vormen van voorlichting.

Lees verder “Limes en scepsis (3)”

Limes en scepsis (2)

De citadel van Velkiko Tarnovo (Bulgarije)
Even nep als de limes-reconstructies: de citadel van Veliko Tarnovo (Bulgarije)

[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is.]

Gerechtvaardigde argwaan

De limes is een betrekkelijk jong project. Een kwart eeuw geleden hadden nog maar weinig mensen ervan gehoord. Het woord viel ergens in de erfgoedwetgeving, dus helemáál onbekend was hij niet, maar er was een Commissie Van Oostrom voor nodig om de limes te doen inburgeren: de Romeinse Rijksgrens is een van de vijftig “vensters” op het verleden in de canon van de Nederlandse geschiedenis.

Ik geloof niet dat de limes op dit moment diepgevoelde weerzin oproept, maar het project is kwetsbaar voor al dan niet terechte kritiek. Ik wil nu enkele kwetsbaarheden noemen en de eerste daarvan is dat de oudheidkunde als geheel kwetsbaar is geworden. Er zijn teveel idiote dingen gebeurd: de claims van de Israëlische archeologen die inmiddels zó vaak het gelijk van de Bijbel opgroeven dat zelfs de Evangelische Omroep niet meer gelooft dat archeologie een serieus te nemen vak is, de hypes rond Amfipolis en het graf van Nefretite, de “special pleading” om Hannibal over een bepaalde Alpenpas te krijgen, de grote papyrologische schandalen van de laatste jaren (het Evangelie van de Vrouw van Jezus, de leugens over de Sapfo-papyri, de vernietiging van een kartonnage om een evangeliesnipper te bemachtigen).

Lees verder “Limes en scepsis (2)”