Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Vermogende Franken droegen mantelspelden als deze (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw na Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)”

Friezen en Franken (1)

tuuk_friezen

Het zal de trouwe lezers van deze kleine blog niet zijn ontgaan dat mijn belangstelling voor de Franken en het “Germaanse” deel van onze geschiedenis groeit. De reden is dat die nogal stiefmoederlijk wordt bedeeld nu er zo verschrikkelijk veel aandacht is voor de limes, de grens van het Romeinse Rijk langs de Rijn. Tegelijk is ons Germaanse verleden belangrijk: de Germanen gelden immers traditioneel – en niet zonder goede redenen – als onze voorouders. Dat maakt ze automatisch interessant.

Op zich is het echter wel logisch dat ze wat weinig aandacht krijgen: ze schreven nauwelijks. Er zijn geen bronnen waarin ze zelf melden wat ze dachten van de komst van de Romeinse legioenen. We weten niet hoe ze zich voelden bij handel en ruil, we kennen hun religie vooral uit latere, vijandige bronnen en we kennen hun literatuur alleen uit middeleeuwse teksten. Als het Romeinse staatsapparaat instort en de Franken de macht overnemen, zijn het christelijke auteurs die schrijven over de nieuwe, Germaanse heersers. Zelden of nooit horen we hen in hun eigen woorden.

Lees verder “Friezen en Franken (1)”

De kunst van de Franken

Frankische spangenhelm (© Burg Linn, Krefeld)
Spangenhelm, zoals gedragen door de Franken (© Burg Linn, Krefeld)

Ik toonde vorige week zondag vier kunstvoorwerpen die illustreerden dat de Lage Landen een economische en politieke krachtcentrale kunnen zijn. Nooit was dat duidelijker dan in de tijd na de desintegratie van het West-Romeinse Rijk, toen de Franken vanuit de huidige Benelux het land onderwierpen dat naar ze is vernoemd. In de Nederlandse geschiedeniscanon komen de Franken er (anders dan in België, Duitsland en Frankrijk) wat bekaaid vanaf. Toch zijn de Franken – en meer in het algemeen de cultuur van de zesde tot en met achtste eeuw – de moeite waard, zoals ik vandaag wil tonen.

Het heeft geen zin te ontkennen dat de Franken een krijgslustig volkje waren, dus ik begin met wat wapens. Wapens die er precies hetzelfde uitgezien zouden hebben als ze waren gedragen door hun buurvolken. Zo is de bovenstaande helm, die te zien is in Burg Linn in Krefeld, een betrekkelijk standaardmodel. Wel is ze erg mooi, zodat men wel aanneemt dat het gaat om een vorstengraf.

Lees verder “De kunst van de Franken”

De Franken

erve_eme
Het leven van de Franken is te beleven bij Erve Eme in Zutphen.

Even ten oosten van Zutphen ligt Erve Eme, een klein archeologisch park dat is gewijd aan de Frankische tijd. Momenteel bestaat het uit een gereconstrueerde boerderij met daar omheen een bijgebouw, een smidse, een zogeheten hutkom en verschillende ovens. U kunt er demonstraties bijwonen van diverse ambachten en leren schieten met pijl en boog. Voor de toekomst zijn er interessante uitbreidingsplannen, waarover ik nog wel eens zal schrijven, maar het project is ook zonder die uitbreidingen al interessant. De Frankische tijd is immers (a) het begin van onze eigen, Nederlandse geschiedenis en (b) zwaar onderbelicht.

Wat betreft het eerste: de Franken zijn, in een tijd waarin het kustgebied nagenoeg onbewoond was, ontstaan als een samenwerkingsverband van stammen uit wat nu Drenthe, Overijssel en Gelderland heet. Andere Frankische groepen woonden in Duitsland, maar de voornaamste groep woonde hier in de Lage Landen, trok in het derde kwart van de vierde eeuw naar Brabant, nam in de vijfde eeuw het noordwesten van het Romeinse Rijk over, en veroverde in de vroege zesde eeuw heel Gallië en voegde daar grote stukken van Germanië aan toe. De Nederlandse geschiedenis begint met de onderwerping van Frankrijk, dat u het maar weet.

Lees verder “De Franken”

Abbasiden en Turken

Modern beeld van Al-Khwarizmi in Khiva
Modern beeld van Al-Khwarizmi in Khiva

Zoals ik eerder aangaf, kan de geschiedenis van Centraal-Azië schematisch worden samengevat in “vier vegen”. De eerste daarvan is een noord-zuid-beweging: de migratie van de Indo-Europeanen waardoor de regio een eenheid werd. De tweede “veeg” is vanuit het zuidwesten naar het noordoosten en is de komst van de islam. Hiermee kwam de religieuze identiteit vast te liggen. De derde beweging was noordoost-zuidwest: de etnische grenzen werden getrokken toen de Mongolen kwamen. Tot slot was er een noordwest-zuidoost-veeg, toen de Russen het gebied in handen kregen en de staten werden gevormd. Ik heb in de eerdere stukjes (1, 2, 3, 4, 5) de eerste twee vegen geschetst en vandaag heb ik het over de islamitische tijd.

De islam was de dominante godsdienst in Iran, in Oezbekistan en in de oases in het zuiden van wat nu Turkmenistan heet. De Abbasidische kalief zond gouverneurs naar het gebied, die soms wat trouwer aan Bagdad waren, soms wat meer hun eigen koers voeren en uiteindelijk de heerser der gelovigen alleen nog in naam erkenden. Ondanks het afbrokkelende centrale gezag maakte het feit dat je overal terecht kon met Arabisch, de bloei van de wetenschappen en kunsten mogelijk.

Lees verder “Abbasiden en Turken”

Islamitisch Centraal-Azië

De moskee van Damghan
De moskee van Damghan

In mijn onregelmatig vervolgde reeks over Centraal-Azië vandaag de tweede van de “vier grote vegen” waarmee ik de geschiedenis vereenvoudig om er vat op te krijgen. De eerste veeg was, zoals de vaste lezers van deze kleine blog zich wellicht herinneren, de integratie van het gebied toen de Indo-Europees-sprekende volken vanuit het noorden kwamen. Daarna was er een periode waarin van alles gebeurde, zonder dat het karakter van het gebied er werkelijk door veranderde. Daarover schreef ik laatst.

De tweede veeg is de komst van de islam: een beweging vanuit het zuidwesten naar het noordoosten, vanaf het Arabische Schiereiland door Centraal-Azië richting China. De religieuze grenzen werden getrokken. De derde en vierde veeg zijn – ik kondig het volledigheidshalve even aan – de komst van de Mongolen vanuit het noordoosten, waarmee de etnische grenzen werden getrokken, en de komst van de Russen uit het noordwesten, waardoor de huidige staten kwamen te ontstaan. Daarover later. Nu: de komst van de islam.

Lees verder “Islamitisch Centraal-Azië”

Langs de Zijderoute (2)

De Zijderoute van Teheran richting Mashhad, niet ver van Ahuan

Ik blogde al eerder over het Iraanse deel van de Zijderoute en vertelde toen dat het een zandloperachtige corridor was tussen Teheran, waarvandaan diverse wegen naar het westen lopen, en Mashhad, waar de wegen naar China en India beginnen. De kaliefen van de Umayyadische dynastie (r.661-750) begrepen het strategische belang en zorgden ervoor dat deze weg in islamitische handen zou blijven, wat betekende dat er geld werd besteed aan versterkte nederzettingen. Uit deze tijd dateert de moskee van Damghan, die ik al noemde.

De oostelijke gebieden dienden echter ook om lastige opposanten naartoe te sturen, en die waren er volop. Het standaardbeeld is dat de islam in de eerste eeuw van zijn bestaan worstelde met de vraag wie de leider moest zijn, wat ertoe leidde dat er enerzijds soennieten waren die het gezag van de Umayyadische kalief in Damascus erkenden en dat er anderzijds sjiieten waren die meenden dat het familiehoofd van de afstammelingen van de profeet, de imam, het oppergezag bezat. Dat is althans het top-down-verhaal.

Lees verder “Langs de Zijderoute (2)”

Hamlet de Deen

Runen-inscriptie: gedenksteen voor koning Sigtrygg

Eergisteren bezochten we de oude Vikingstad die in Duitsland Haithabu en in Denemarken Hedeby wordt genoemd. Ik adviseer de eerste naam te gebruiken, omdat de Deense /d/ onuitspreekbaar is.

Stad op de istmus

Het gaat om een grote, vroegmiddeleeuwse stad, omgeven door een ringwal (kijk maar), gelegen op de Deense istmus. Dat is de plek waar de afstand tussen de Oostzee en Noordzee het kortst is. De bewoners van Haithabu gebruikten ossenkarren om schepen van de ene naar de andere zee te slepen. Hier ligt ook de enorme muur die het zuiden van Jutland moest beschermen tegen de Saksen in noordelijk Duitsland, de Danevirke. Haithabu lag dus strategisch.

Enkele Vikinghuizen zijn herbouwd en er is een erg mooi, zeker te bezoeken, rustig museum, waar onder andere de oude technieken worden uitgelegd en wordt getoond tot waar handel werd gedreven: Byzantium in het verre oosten en in het westen Dorestad en de Frankische gebieden. Karel de Grote kon een muntstelsel invoeren dankzij het zilver dat hij via de Vikinghandelaren verwierf uit het Abbasidische kalifaat van Bagdad. Helemaal in het verre westen waren de Engelse steden de handelspartners van Haithabu.

Lees verder “Hamlet de Deen”

Karel de Grote

charlemagne
Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.

Het is natuurlijk best leuk de machtigste man in West-Europa te zijn, maar je wil natuurlijk ook iets nalaten, zodat mensen zich jou herinneren. Karel de Grote koos voor een onderwijshervorming. Die staat bekend als de Karolingische Renaissance. Rond 795 dicteerde hij de circulaire die bekend is komen staan als De brief over het cultiveren der letteren. Wie de tekst wil nalezen, kan terecht in de reeks middeleeuwse bronnen die bekendstaat als Monumenta Germaniae Historica, en wel in het eerste deel met Capitularia Regum Francorum. Daarin is het nummer 29.

Het is tekst met twee stemmen. Enerzijds zien we hoe de klerken zich inspanden om het mooi te formuleren, anderzijds horen we de spreektaalwoorden van de grote koning, die de zorg voor het onderwijs legt bij de bisdommen en abdijen. Hier is een deel van de tekst:

Lees verder “Karel de Grote”

De keizers van het Byzantijnse Rijk

Het hof van het Byzantijnse Rijk (op een reliëf uit Istanbul).

Ik heb de woorden van de Duitse filosoof Georg Hegel al eens eerder geciteerd: de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk was

eine tausendjährige Reihe von fortwährenden Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosigkeit.

Andere negentiende- en twintigste-eeuwse auteurs hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Moderne auteurs over het onderwerp nemen deze opmerkingen vaak als uitgangspunt om aan te geven hoe sterk onze opvattingen sindsdien zijn veranderd.

Zo ook Hein van Dolen in zijn sympathieke Een kleine geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Hij begint met de constatering dat het onderwerp “verwaarloosd en ondergewaardeerd” is geweest, wijst erop dat dit beeld de afgelopen halve eeuw radicaal is gekanteld en neemt de lezer vervolgens mee door een geschiedenis van ruim elf eeuwen.

Lees verder “De keizers van het Byzantijnse Rijk”