Abbasiden en Turken

Modern beeld van Al-Khwarizmi in Khiva
Modern beeld van Al-Khwarizmi in Khiva

Zoals ik eerder aangaf, kan de geschiedenis van Centraal-Azië schematisch worden samengevat in “vier vegen”. De eerste daarvan is een noord-zuid-beweging: de migratie van de Indo-Europeanen waardoor de regio een eenheid werd. De tweede “veeg” is vanuit het zuidwesten naar het noordoosten en is de komst van de islam. Hiermee kwam de religieuze identiteit vast te liggen. De derde beweging was noordoost-zuidwest: de etnische grenzen werden getrokken toen de Mongolen kwamen. Tot slot was er een noordwest-zuidoost-veeg, toen de Russen het gebied in handen kregen en de staten werden gevormd. Ik heb in de eerdere stukjes (1, 2, 3, 4, 5) de eerste twee vegen geschetst en vandaag heb ik het over de islamitische tijd.

De islam was de dominante godsdienst in Iran, in Oezbekistan en in de oases in het zuiden van wat nu Turkmenistan heet. De Abbasidische kalief zond gouverneurs naar het gebied, die soms wat trouwer aan Bagdad waren, soms wat meer hun eigen koers voeren en uiteindelijk de heerser der gelovigen alleen nog in naam erkenden. Ondanks het afbrokkelende centrale gezag maakte het feit dat je overal terecht kon met Arabisch, de bloei van de wetenschappen en kunsten mogelijk.

Lees verder “Abbasiden en Turken” →

De joden van Afghanistan

Het lemma “Afghanistan” in de 2007-editie van de Encyclopaedia Judaica is op één zinnetje na identiek aan het artikel uit de editie van 1971. Dat is ook niet zo vreemd, want het oorspronkelijke stuk eindigde met een beschrijving van een vervolging die de omvang van de joodse gemeenschap al had gereduceerd tot driehonderd. Het enige dat de redacteur van het artikel in 2007 nog hoefde toe te voegen, was het zinnetje dat er in 2005 in Afghanistan nog één jood over was.

De Afghaanse joden hebben er niet lang geleefd. Het gaat om een groep die in 1839 in de Perzische heilige stad Mashhad de keuze kreeg tussen bekering tot de islam en emigratie, en koos voor het laatste. Ze vestigden zich in de grote Afghaanse steden, tot in 1933 ook daar vervolgingen begonnen. Toen hun in 1950 werd toegestaan te emigreren, verhuisden ze naar de staat Israël. En nu is er dus nog één over.

Lees verder “De joden van Afghanistan” →

Farhad en Shirin

Khusrau II de Overwinnaar (eigen collectie)

De Sassanidische koning Khusrau II de Overwinnaar (r.591-628) was een machtige heerser. Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf, veroverde hij vanuit Perzië grote delen van Anatolië en heel Syrië, Palestina en Egypte. Hij lijkt zijn overwinningen te hebben willen vieren met een reliëf in Behistun, waar Perzische vorsten al eerder hun successen hadden herdacht. Een deel van de rotswand is inderdaad klaargemaakt om te worden voorzien van een reliëf. Niet veel verderop zijn de funderingen te zien van een paleis dat Khusrau heeft laten bouwen.

De herinnering aan Khusraus bouwplannen is levend gebleven in de Iraanse volkscultuur. De dichter Nizami (1141-1209) heeft er een mooi verhaal over geschreven, dat is overgenomen, bewerkt en veranderd door generaties van rondreizende vertellers, die er op de dorpsmarkten een hele show van konden maken, aangepast aan de situatie ter plekke. Het verhaal is dus overgeleverd in verschillende varianten, waaronder een scenario uit een Turks poppentheater. Hieronder een variant die ik in 2004 hoorde in een Perzisch restaurant. Nizami’s verhaal is anders.

Lees verder “Farhad en Shirin” →

De keizers van het Byzantijnse Rijk

Het hof van het Byzantijnse Rijk (op een reliëf uit Istanbul).

Ik heb de woorden van de Duitse filosoof Georg Hegel al eens eerder geciteerd: de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk was

eine tausendjährige Reihe von fortwährenden Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosigkeit.

Andere negentiende- en twintigste-eeuwse auteurs hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Moderne auteurs over het onderwerp nemen deze opmerkingen vaak als uitgangspunt om aan te geven hoe sterk onze opvattingen sindsdien zijn veranderd.

Zo ook Hein van Dolen in zijn sympathieke Een kleine geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Hij begint met de constatering dat het onderwerp “verwaarloosd en ondergewaardeerd” is geweest, wijst erop dat dit beeld de afgelopen halve eeuw radicaal is gekanteld en neemt de lezer vervolgens mee door een geschiedenis van ruim elf eeuwen.

Lees verder “De keizers van het Byzantijnse Rijk” →

Kalligrafie

Kalligrafie in de grote moskee in Isfahan

Het Arabische alfabet mag dan niet al te gemakkelijk zijn, het is ideaal voor kalligrafie, waarvan verschillende stijlen bestaan. Eén vorm van kalligrafie staat bekend als “square kufic”. De foto hierboven toont hoe inscripties in deze kalligrafiestijl zijn aangebracht op een muur in de Vrijdagsmoskee van Isfahan. Als voorbeeld een regel uit de Koran (“Heer doe mij toenemen in kennis”):

De kleine streepjes boven en onder de letters zijn er alleen om de klinkers aan te geven. Ze vormen een elfde-eeuwse toevoeging aan het Arabische alfabet. Voordien werden ze niet genoteerd en konden deze letters ook worden geschreven in een vereenvoudigde vorm:

Lees verder “Kalligrafie” →

Het gouden Byzantijnse Rijk

Een met een watermolen aangedreven zaagmachine uit het Byzantijnse Rijk (reconstructie, Schloss Schallaburg)

“Eine tausendjährige Reihe von Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosheit”: zo typeerde de Duitse filosoof Georg Hegel de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Dat beeld bestaat in feite nog altijd – als er al een beeld is, want Byzantium is in de westerse wereld nog onbekender dan de wereld van de middeleeuwse islam. Het keizerrijk wordt in het onderwijs genegeerd, en in ons taalgebruik is “Byzantijns” synoniem met luxe, weelde, decadentie, corruptie en complexiteit.

Een voorbeeld van een klein jaar geleden: tijdens de republikeinse voorverkiezingen riep de Amerikaanse politicus Herman Cain op tot een drastische vereenvoudiging van de belastingen om een einde te maken aan het vigerende “Byzantine tax system”. Zou hij hebben geweten dat het Byzantijnse Rijk slechts twee belastingen kenden, een vaste heffing per hoofd en een variabele heffing per eenheid landbouwgrond? Cains eigen 9/9/9-plan was, vergeleken hiermee, nogal, eh, Byzantijns.

Lees verder “Het gouden Byzantijnse Rijk” →

Het Nibelungenlied vertaald

Tot voor kort was er geen Nederlandse vertaling van het Duitse Nibelungenlied, het middeleeuwse heldendicht waarover ik hiervoor al blogde en dat ik nu bekend veronderstel. De enige leverbare tekst was die van Jan de Vries uit de jaren vijftig, waarvan, als ik het wel heb, in het hele land maar één exemplaar uitleenbaar was (in de Koninklijke Bibliotheek).

Ik hield eerlijk gezegd wel van die vertaling. Het is immers de versie waarin ik het gedicht leerde kennen, zodat ze vertrouwd aanvoelt. Zelfs waar – of juist doordat – De Vries de in onze taal gebruikelijke woordvolgorde geweld aan deed, behield de tekst iets archaïsch en poëtisch.

Lees verder “Het Nibelungenlied vertaald” →

De Nibelungen

Hagen en Gunter, gedoemde Nibelungen (Alte Nationalgalerie, Berlijn)

Waar mijn fascinatie voor de Nibelungen vandaan komt, weet ik eigenlijk niet. Ik sluit niet uit dat het iets te maken heeft met het lezen van Suske en Wiske en de Ringelingenschat, waarmee weliswaar is bewezen dat kennis van stripklassieken een mens ten voordeel strekt, maar nog niet is verklaard waarom het duistere middeleeuwse heldendicht me ook later is blijven boeien. Ik ben omgereisd om de Nibelungenmusea in Xanten en Worms te bezoeken (het tweede is beter dan het eerste), hoop volgend jaar eindelijk de reis van de Bourgonden naar Wenen te maken, en heb de nieuwe vertaling van Jaap van Vredendaal meteen aangeschaft nadat ik er (gisteren pas) van had vernomen. En gelezen natuurlijk.

Alles is dubbel in het Nibelungenlied. Het bestaat bijvoorbeeld uit twee delen: het verhaal van Siegfrieds dood en het verhaal van de wraak die zijn echtgenote Kriemhilde voltrekt. Er zijn ook twee lagen: enerzijds een oude kern die zich afspeelt in de tijd van de Grote Volksverhuizingen en echo’s bevat van gebeurtenissen in het Merovingenrijk, anderzijds de tot ons gekomen bewerking, die tussen 1190 en 1205 moet zijn vervaardigd. Er zijn ook twee tradities: de IJslandse Völsungensaga en het Duitse Nibelungenlied, dat weer is overgeleverd in twee versies, met een verschillende beoordeling van Hagen en Kriemhilde.

Lees verder “De Nibelungen” →

Katharen

Queribus, een van de kastelen van de Katharen

Ik weet weinig van katharen, wat voor een historicus opmerkelijk is, want de pausen en de koningen van Frankrijk was veel gelegen aan de onderdrukking van deze andersgelovigen. Door de oorlog tegen de katharen konden het Franse staatsapparaat en de pauselijke claim op het oppergezag worden  uitgebouwd. Een belangrijk onderwerp dus, en ik heb veel geleerd van het boek van Michel Gybels, Ketterijen in middeleeuws Europa.

Een eerste punt is natuurlijk de vraag wat katharen zijn. Gybels maakt vanaf het begin duidelijk dat er niet één kathaarse kerk was, maar dat er verschillende vormen van andersdenkendheid waren. Hij onderscheidt bijvoorbeeld gematigde en absolute dualisten. De laatste groep meende dat het kwaad een eeuwige, universele kracht was, terwijl de eerste groep meende dat het tijdelijk was. (Met andere woorden: heeft God de Duivel geschapen?) Gybels behandelt ook proto-kathaarse stromingen, en zo toont hij aan dat we in feite moeten spreken van katharismes, meervoud.

Lees verder “Katharen” →

De madrasa volgens George Makdisi

Een (gesloten) madrasa in Jeruzalem

Wetenschappelijke rationaliteit is een van de kernwaarden van de westerse samenleving. De continuïteit ervan zou moeten worden gegarandeerd door onze universiteiten, die deze waarde doorgeven van de ene naar de andere generatie. Die duurzaamheid onderscheidt een waarde van een willekeurige opvatting.

Hoe oud is de universiteit? Nog geen dertig jaar geleden luidde het antwoord dat ze dateert uit de twaalfde eeuw. Historici wezen dan bijvoorbeeld op het ontstaan van de Sorbonne in Parijs en de rechtsschool van Bologna. Dit antwoord zou heel goed juist kunnen zijn, want er is geen aspect van de Europese cultuur dat in deze tijd niet radicaal van karakter veranderde. Men spreekt daarom vaak van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw of de Proto-Renaissance, waarin de ideeën werden geboren die in de vijftiende eeuw (artistiek) doorbraken in de Italiaanse Renaissance.

Lees verder “De madrasa volgens George Makdisi” →