Middeleeuws Dordrecht

Wie het boek De oudste stad van Holland van mediëvist Henk ’t Jong ter hand neemt, ziet in één oogopslag waarom het onderstaande stukje geen recensie is. Ik sta namelijk vrij prominent op de achterflap omdat ik vrij enthousiast heb geschreven over het vorige boek van ’t Jong, De dageraad van Holland. Maar ook als ik niet positief vooringenomen zou zijn over zijn nieuwste geesteskind, ook als ik Henk niet persoonlijk zou kennen, ook als Henk niet een vaste bezoeker was van deze blog, zou ik nu een mooi stuk schrijven. De oudste stad van Holland is namelijk opnieuw een aanrader.

Die oudste stad is Dordrecht. En laat ik meteen het voornaamste enige minpunt noemen aan ’t Jongs boek: de auteur is er nogal op gebeten dat de burgemeester van Geertruidenberg het in 2011 heeft bestaan te beweren dat niet Dordt maar D’n Bèrrig de oudste stad van Holland zou zijn. Ik begrijp dat er een patat-en-frietse twist tussen de twee gemeentes bestaat, en ik weet dat het ’t Jong echt dwars zit, maar disputen over de schaduw van een ezel zijn oninteressant. En dan ga ik nu de loftrompet steken.

Lees verder “Middeleeuws Dordrecht”

Herenhul

Herenhul

Even ten zuiden van Apeldoorn, achter Ugchelen, ligt het Herenhul: een niet al te grote open plek in het bos, op een oostelijke uitloper van de Veluwe (de “Hoge Bank”), vlakbij de Asselse Heide, waar in de Middeleeuwen klapperstenen werden gedolven om ijzer uit te winnen. Het was ook niet ver van de weg van Holland naar de IJsselvallei, die min of meer parallel loopt aan de huidige A1. De autosnelweg loopt rakelings langs het Herenhul en blokkeert vanuit Apeldoorn bezien de toegang; je rijdt er het makkelijkste heen vanuit Beekbergen en moet een stukje wandelen. Het is hier.

Omdat het niet heel bereikbaar is, was ik er nog nooit geweest en ik zou er ook nooit heen zijn gegaan als Sander Hurenkamp er niet over had geschreven in zijn Canon van Apeldoorn. Er is weinig te zien en de grote kei die er nu staat is er later geplaatst, maar dit was de plek waar de graaf van Gelre recht kwam spreken. Later was dat de taak van de hertog van Gelre, nog later van de vertegenwoordiger van de Habsburgse vorsten en tot slot van rechters van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het laatste vonnis schijnt te dateren uit 1620. De vonnissen werden hier ook voltrokken: de Hoge Bank was ook een galgenberg.

Lees verder “Herenhul”

De Grift

Beurtvaartstraat, Apeldoorn

Toen Wim Kan – voor jonge lezers: een Nederlandse cabaretier uit de jaren zeventig – eens in Apeldoorn moest optreden, liep hij daar burgemeester Dijckmeester tegen het lijf. Dat zal wel niet helemaal toevallig zijn geweest, want niets was destijds erger voor een Nederlandse gezagsdrager dan niet het doelwit te zijn van een grap van Wim Kan. Een verstandig politicus regisseerde zo’n ontmoeting dus, al zullen we dat uit de aard der zaak nooit zeker weten.

Hoe dat ook zij, de twee mannen raakten aan de praat en Kan, die in een van zijn liedjes de stad bezong waar hij optrad, informeerde voor dat liedje aan welke rivier Apeldoorn eigenlijk lag. De cabaretier zal iets hebben gezegd als “Arnhem ligt aan de Rijn, Zwolle ligt aan de IJssel, maar Apeldoorn, waaraan ligt Apeldoorn? Er is niemand die het weet.” Dijckmeester schijnt te hebben geantwoord “Aan mij ligt het niet.”

Lees verder “De Grift”

Vergeten woord: echo-epidemie

De Belvedere-Apollo (Vaticaanse Musea, Rome) heeft met een echo-epidemie alleen te maken dat de boogschutter-god geacht werd epidemieën te veroorzaken, maar dit leek me een leuker plaatje dan een afbeelding van een middeleeuwse pestlijder.

Een nieuwsbericht dat ik, ondanks mijn voornemen niet teveel over het corona-virus te lezen, toch heb gelezen: volgens Harvard-onderzoekers is

een lockdown van enkele maanden niet genoeg om de coronapandemie in te dammen. Zolang er geen vaccin is, komen er “vervolgpieken”, die zonder maatregelen groter kunnen worden dan de huidige uitbraak.

Virussen en bacteriën verdwijnen als mensen afweer hebben, maar het schijnt dat de immuniteit die we voor het corona-virus opbouwen niet permanent is, zodat de ziekte kan terugkeren. En anders zullen kinderen die na de huidige uitbraak geboren worden geen weerstand hebben en het virus een gelegenheid geven om terug te keren.

Lees verder “Vergeten woord: echo-epidemie”

Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Resten van het Byzantijnse Rijk in Athene: een huisje op de Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantium, een onbegrepen wereldrijk”

Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris

De Hagia Sofia in Nicosia

Het zag er nu niet goed uit voor Paulus Tagaris. In Constantinopel zou zeker uitkomen dat hij geen lid was van de keizerlijke familie. Naar de patriarchen van Jeruzalem of Antiochië kon hij ook niet. Of hij Alexandrië of een terugkeer naar Perzië heeft overwogen is niet bekend. In elk geval vluchtte hij naar de vijfde patriarchenstad: Rome, waarheen de paus net vanuit Avignon was teruggekeerd. In Italië waren Byzantijnse geestelijken welkom, zeker nu er in Constantinopel een stroming was die in de zogenaamde Filioque-discussie, een van de meest heikele kwesties in die tijd, verzoening met de paus nastreefde.

Omdat Paulus om voor de hand liggende redenen niet door Constantinopel wilde reizen, trok hij door het gebied van de Mongoolse Gulden Horde – zeg maar Oekraïne – en Hongarije, bereikte Rome en gaf zich weer uit voor de patriarch van Jeruzalem, die was gekomen om te overleggen over de Filioque-kwestie. Wat de paus natuurlijk het liefste hoorde was dat zijn dwalende medebroeder in Christus zich bekeerde tot de ware christelijke leer – en dat deed Paulus dus. De paus, die een mogelijkheid zag zijn macht te vergroten, erkende hem in 1379/1380 als patriarch van Constantinopel, dit keer voor de Latijnse kerk. Dit was een officiële positie, al resideerde deze patriarch niet in Constantinopel maar in Chalkis op Euboia. Paulus stond nu aan het hoofd van alle rooms-katholieken op de Balkan en in Azië.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris”

Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris

Tyrus, de resten van de kerk waar Paulus tot bisschop werd gewijd

Om een of andere duistere reden heeft Jan van Aken, die toch zo’n beetje alle schelmen van de Middeleeuwen heeft beschreven, zich nog niet gewaagd aan Paulus Tagaris, de grootste bluffer uit de Byzantijnse geschiedenis. We hebben het over de tweede helft van de veertiende eeuw, toen het Byzantijnse Rijk vanuit het oosten door de Ottomaanse Turken en vanuit het noordwesten door de Serviërs in de tang werd genomen. Alsof dit nog niet genoeg was, trok van 1346 tot 1353 de Zwarte Dood door Europa, die Constantinopel hard trof. De samenleving wankelde en dat bood aan een avonturier alle ruimte.

Het eerste wat we horen van Paulus is dat hij zich, na een mislukt huwelijk en een verblijf als monnik in Palestina, aandiende in Constantinopel met in zijn bezit een icoon met geneeskrachtige eigenschappen, waar hij goed geld mee wist te verdienen. De patriarch durfde aanvankelijk niet tegen hem op te treden omdat Paulus lid was van de vooraanstaande Tagaris-familie, maar uiteindelijk overspeelde hij zijn hand en werd hij teruggestuurd naar Palestina.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris”

De veertig kerken van Berat

Kerk van de Drie-eenheid, Berat

Schreef ik in mijn vorige stukje dat er veertig kerken stonden op de citadel van Berat? Ja, dat schreef ik. Hierboven ziet u de grootste van die kerken, gewijd aan de Drie-eenheid. Welbeschouwd is de kerkenrijkdom van Berat echter wat vreemd. Weliswaar ligt er een compleet dorp binnen de muren van de citadel, maar veertig kerken is nogal veel om de spirituele behoeften te lenigen van zelfs het meest religieuze dorp. Er is dus iets anders aan de hand.

Het grappige is nu dat behalve Berat ook Butrint, Voskopoja en Peč (in Kosovo) een stuk of veertig kerken hebben. Begrijp ik het goed, dan is de grootste daarvan steeds gewijd aan de Drie-eenheid, volgen er achtendertig steeds kleinere kerken, en is de allerkleinste kerk gewijd aan Shen Mihili ofwel de aartsengel Michaël.

Lees verder “De veertig kerken van Berat”

Manuscript met drakendoder

Middeleeuws Ovidius-manuscript (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Scherp als uw ogen zijn en paraat als uw kennis van de Latijnse poëzie is, had u het bovenstaande natuurlijk terstond geïdentificeerd als de regels 27 tot en met 58 uit het derde boek (zie het cijfer bovenaan) van de Metamorfosen van Ovidius. Dat is het begin van een heel mooi verhaal dat ik hieronder aan u zal geven in de vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema. Het manuscript is afkomstig uit de Vaticaanse Bibliotheek.

Het verhaal? Jupiter (zoals de Romeinen Zeus noemen) heeft van het strand bij de Phoenicische stad Tyrus – ik blogde er al eens over – het meisje Europa ontvoerd. Haar broer Cadmus gaat haar zoeken. Diens naam is overigens Semitisch: qedem betekent zoiets als “oosterling”. Hij belandt met wat vrienden in Griekenland en wil daar een stad gaan stichten. Hieronder leest u wat er toen gebeurde. Daarna, nog verder naar onder, nog een enkel woord over de slang in de boom.

Lees verder “Manuscript met drakendoder”

Timoer Lenk

Timoer Lenk
Timoer Lenk

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie plaatste de eerste postcommunistische leiders voor een probleem: waar laat je al die standbeelden die waren opgericht voor Lenin? De Hongaren legden een park aan waar zo’n tweehonderd van die beelden bij elkaar stonden. In de DDR verstopte Potsdam het monument achter wat bomen en verpatste Merseburg zijn beeld, zodat het nu staat in het Oost-Groningse Tjuchem. En in Oezbekistan zorgde de vorige week overleden president Islam Karimov ervoor dat de leninistische persoonsverheerlijking werd ingeruild voor de cultus van Timoer Lenk. Het was een poging een nieuw focus te geven aan een staat die zijn ideologische veren kwijt was geraakt en een nieuwe identiteit zocht.

De middeleeuwse veroveraar Timoer is in Nederland niet zo bekend, dus eerst even een korte introductie. Rond 1220 had de Mongoolse leider Djengis Khan Centraal-Azië onderworpen en de oorspronkelijke bevolking uitgemoord. Het lege land werd overgenomen door Mongools- en Turkssprekende nomaden die, toen het Mongoolse rijk na een kleine eeuw uiteenviel, nieuwe rijken vormden met nieuwe leiders. Een daarvan was Timoer Lenk (1336-1405), die een dynastie stichtte die nog een eeuw zou regeren, tot het land werd overgenomen door weer een nieuwe stam, waarover straks meer.

Lees verder “Timoer Lenk”