De Grift

Beurtvaartstraat, Apeldoorn

Toen Wim Kan – voor jonge lezers: een Nederlandse cabaretier uit de jaren zeventig – eens in Apeldoorn moest optreden, liep hij daar burgemeester Dijckmeester tegen het lijf. Dat zal wel niet helemaal toevallig zijn geweest, want niets was destijds erger voor een Nederlandse gezagsdrager dan niet het doelwit te zijn van een grap van Wim Kan. Een verstandig politicus regisseerde zo’n ontmoeting dus, al zullen we dat uit de aard der zaak nooit zeker weten.

Hoe dat ook zij, de twee mannen raakten aan de praat en Kan, die in een van zijn liedjes de stad bezong waar hij optrad, informeerde voor dat liedje aan welke rivier Apeldoorn eigenlijk lag. De cabaretier zal iets hebben gezegd als “Arnhem ligt aan de Rijn, Zwolle ligt aan de IJssel, maar Apeldoorn, waaraan ligt Apeldoorn? Er is niemand die het weet.” Dijckmeester schijnt te hebben geantwoord “Aan mij ligt het niet.”

Lees verder “De Grift”

Vergeten woord: echo-epidemie

De Belvedere-Apollo (Vaticaanse Musea, Rome) heeft met een echo-epidemie alleen te maken dat de boogschutter-god geacht werd epidemieën te veroorzaken, maar dit leek me een leuker plaatje dan een afbeelding van een middeleeuwse pestlijder.

Een nieuwsbericht dat ik, ondanks mijn voornemen niet teveel over het corona-virus te lezen, toch heb gelezen: volgens Harvard-onderzoekers is

een lockdown van enkele maanden niet genoeg om de coronapandemie in te dammen. Zolang er geen vaccin is, komen er “vervolgpieken”, die zonder maatregelen groter kunnen worden dan de huidige uitbraak.

Virussen en bacteriën verdwijnen als mensen afweer hebben, maar het schijnt dat de immuniteit die we voor het corona-virus opbouwen niet permanent is, zodat de ziekte kan terugkeren. En anders zullen kinderen die na de huidige uitbraak geboren worden geen weerstand hebben en het virus een gelegenheid geven om terug te keren.

Lees verder “Vergeten woord: echo-epidemie”

Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Resten van het Byzantijnse Rijk in Athene: een huisje op de Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantium, een onbegrepen wereldrijk”

Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris

De Hagia Sofia in Nicosia

Het zag er nu niet goed uit voor Paulus Tagaris. In Constantinopel zou zeker uitkomen dat hij geen lid was van de keizerlijke familie. Naar de patriarchen van Jeruzalem of Antiochië kon hij ook niet. Of hij Alexandrië of een terugkeer naar Perzië heeft overwogen is niet bekend. In elk geval vluchtte hij naar de vijfde patriarchenstad: Rome, waarheen de paus net vanuit Avignon was teruggekeerd. In Italië waren Byzantijnse geestelijken welkom, zeker nu er in Constantinopel een stroming was die in de zogenaamde Filioque-discussie, een van de meest heikele kwesties in die tijd, verzoening met de paus nastreefde.

Omdat Paulus om voor de hand liggende redenen niet door Constantinopel wilde reizen, trok hij door het gebied van de Mongoolse Gulden Horde – zeg maar Oekraïne – en Hongarije, bereikte Rome en gaf zich weer uit voor de patriarch van Jeruzalem, die was gekomen om te overleggen over de Filioque-kwestie. Wat de paus natuurlijk het liefste hoorde was dat zijn dwalende medebroeder in Christus zich bekeerde tot de ware christelijke leer – en dat deed Paulus dus. De paus, die een mogelijkheid zag zijn macht te vergroten, erkende hem in 1379/1380 als patriarch van Constantinopel, dit keer voor de Latijnse kerk. Dit was een officiële positie, al resideerde deze patriarch niet in Constantinopel maar in Chalkis op Euboia. Paulus stond nu aan het hoofd van alle rooms-katholieken op de Balkan en in Azië.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris”

Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris

Tyrus, de resten van de kerk waar Paulus tot bisschop werd gewijd

Om een of andere duistere reden heeft Jan van Aken, die toch zo’n beetje alle schelmen van de Middeleeuwen heeft beschreven, zich nog niet gewaagd aan Paulus Tagaris, de grootste bluffer uit de Byzantijnse geschiedenis. We hebben het over de tweede helft van de veertiende eeuw, toen het Byzantijnse Rijk vanuit het oosten door de Ottomaanse Turken en vanuit het noordwesten door de Serviërs in de tang werd genomen. Alsof dit nog niet genoeg was, trok van 1346 tot 1353 de Zwarte Dood door Europa, die Constantinopel hard trof. De samenleving wankelde en dat bood aan een avonturier alle ruimte.

Het eerste wat we horen van Paulus is dat hij zich, na een mislukt huwelijk en een verblijf als monnik in Palestina, aandiende in Constantinopel met in zijn bezit een icoon met geneeskrachtige eigenschappen, waar hij goed geld mee wist te verdienen. De patriarch durfde aanvankelijk niet tegen hem op te treden omdat Paulus lid was van de vooraanstaande Tagaris-familie, maar uiteindelijk overspeelde hij zijn hand en werd hij teruggestuurd naar Palestina.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris”

De veertig kerken van Berat

Kerk van de Drie-eenheid, Berat

Schreef ik in mijn vorige stukje dat er veertig kerken stonden op de citadel van Berat? Ja, dat schreef ik. Hierboven ziet u de grootste van die kerken, gewijd aan de Drie-eenheid. Welbeschouwd is de kerkenrijkdom van Berat echter wat vreemd. Weliswaar ligt er een compleet dorp binnen de muren van de citadel, maar veertig kerken is nogal veel om de spirituele behoeften te lenigen van zelfs het meest religieuze dorp. Er is dus iets anders aan de hand.

Het grappige is nu dat behalve Berat ook Butrint, Voskopoja en Peč (in Kosovo) een stuk of veertig kerken hebben. Begrijp ik het goed, dan is de grootste daarvan steeds gewijd aan de Drie-eenheid, volgen er achtendertig steeds kleinere kerken, en is de allerkleinste kerk gewijd aan Shen Mihili ofwel de aartsengel Michaël.

Lees verder “De veertig kerken van Berat”

Kwakgeschiedenis: Luther

Een tijdje geleden fietste ik van Zwolle naar Deventer. Ik was nog niet lang onderweg toen ik een gebouw zag dat ik nooit eerder had gezien maar uit duizenden herkende: Windesheim, een van de centra van de Moderne Devotie.  Dat dit een kerkelijke vernieuwingsbeweging uit de Late Middeleeuwen is geweest, reken ik tot de algemene ontwikkeling. Je hoeft in elk geval geen professioneel historicus te zijn om ervan te weten. Ik hoorde er bijvoorbeeld zelf van toen ik op de lagere school zat. De Moderne Devotie maakt nu geen deel meer uit van de canon, maar in ons geschiedenisboekje stonden Geert Groote en de Broeders des Gemenen Levens keurig vermeld.

Je hoeft ook geen doctor in de geschiedwetenschap te zijn om te weten dat in diezelfde Late Middeleeuwen Johannes Hus en John Wyclif twee belangrijke vernieuwers waren van het Europese christendom. Dat was op dat moment inderdaad toe aan vernieuwing: al rond 1300 hekelde Dante de rijkdommen van de kerk, daarop volgden eerst het verblijf van de pausen in Avignon en vervolgens het Westers Schisma, waarin er zowel in Rome als in Avignon een paus was. Het Concilie van Pisa (1409) moest daaraan een einde maken maar het eindresultaat was dat er vervolgens drie pausen waren.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Luther”

Manuscript met drakendoder

Middeleeuws Ovidius-manuscript (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Scherp als uw ogen zijn en paraat als uw kennis van de Latijnse poëzie is, had u het bovenstaande natuurlijk terstond geïdentificeerd als de regels 27 tot en met 58 uit het derde boek (zie het cijfer bovenaan) van de Metamorfosen van Ovidius. Dat is het begin van een heel mooi verhaal dat ik hieronder aan u zal geven in de vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema. Het manuscript is afkomstig uit de Vaticaanse Bibliotheek.

Het verhaal? Jupiter (zoals de Romeinen Zeus noemen) heeft van het strand bij de Phoenicische stad Tyrus – ik blogde er al eens over – het meisje Europa ontvoerd. Haar broer Cadmus gaat haar zoeken. Diens naam is overigens Semitisch: qedem betekent zoiets als “oosterling”. Hij belandt met wat vrienden in Griekenland en wil daar een stad gaan stichten. Hieronder leest u wat er toen gebeurde. Daarna, nog verder naar onder, nog een enkel woord over de slang in de boom.

Lees verder “Manuscript met drakendoder”

Timoer Lenk

Timoer Lenk
Timoer Lenk

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie plaatste de eerste postcommunistische leiders voor een probleem: waar laat je al die standbeelden die waren opgericht voor Lenin? De Hongaren legden een park aan waar zo’n tweehonderd van die beelden bij elkaar stonden. In de DDR verstopte Potsdam het monument achter wat bomen en verpatste Merseburg zijn beeld, zodat het nu staat in het Oost-Groningse Tjuchem. En in Oezbekistan zorgde de vorige week overleden president Islam Karimov ervoor dat de leninistische persoonsverheerlijking werd ingeruild voor de cultus van Timoer Lenk. Het was een poging een nieuw focus te geven aan een staat die zijn ideologische veren kwijt was geraakt en een nieuwe identiteit zocht.

De middeleeuwse veroveraar Timoer is in Nederland niet zo bekend, dus eerst even een korte introductie. Rond 1220 had de Mongoolse leider Djengis Khan Centraal-Azië onderworpen en de oorspronkelijke bevolking uitgemoord. Het lege land werd overgenomen door Mongools- en Turkssprekende nomaden die, toen het Mongoolse rijk na een kleine eeuw uiteenviel, nieuwe rijken vormden met nieuwe leiders. Een daarvan was Timoer Lenk (1336-1405), die een dynastie stichtte die nog een eeuw zou regeren, tot het land werd overgenomen door weer een nieuwe stam, waarover straks meer.

Lees verder “Timoer Lenk”

De eerste Oezbeken

Shahkrisabz
Shahrisabz

In mijn reeks (1, 2, 3, 4, 5, 6) over de geschiedenis van Centraal-Azië vertelde ik gisteren hoe de Mongolen in de dertiende eeuw de etnische kaart opnieuw tekenden. De oude, Iraanse volken trokken zich terug in Perzië en Tajikistan, terwijl het gebied dat wij kennen als Turkmenistan, Oezbekistan en Kazachstan werd overgenomen door de Mongolen en de Turkse volken. Dit was, om het beeld te herhalen dat ik al tot vervelens toe heb gebruikt, de derde van de vier “grote vegen” waartoe ik de geschiedenis van Centraal-Azië probeer te reduceren.

De menselijke prijs van de Mongoolse veroveringen was immens, maar er was één positief gevolg: van Boedapest tot Burma en van Beijing tot Bagdad vormde Eurazië een eenheid, waardoor de handel kon opbloeien. Marco Polo is maar één voorbeeld van een reiziger in dit gebied. Een minder voor de hand liggend voorbeeld is de pestbacil, die in de veertiende eeuw van Tibet naar de Krim kon reizen en daarvandaan zijn verwoestende werk kon doen in West-Europa.

Lees verder “De eerste Oezbeken”