Eise Eisinga (2)

Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker
Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker

[Tweede deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

Het punt om zijn aandacht op te richten kwam met het verschijnen van een boekje met een voorspelling van het einde der tijden, geïnspireerd op het Bijbelboek Openbaring. Mensen werden er heel bang van. Zulke voorspellingen waren er wel vaker geweest, maar deze keer maakte het veel meer indruk omdat het boekje zei zich te baseren op Newtons natuurwetten. De aarde zou geheel gesloopt worden op 8 mei 1774, want dan kwamen Mercurius, Venus, Mars en de reuzenplaneet Jupiter op één lijn te staan en zo zou de aarde uit haar baan om de zon worden getrokken.

Het bijgeloof en de onrust onder de mensen zette Eise aan tot het bouwen van zijn prachtige planetarium, waarmee hij tot op de seconde nauwkeurig de trajecten van alle zichtbare hemelobjecten liet zien. En dat niet voor een bepaalde afgebakende periode maar tot in de eeuwigheid. Zo wilde hij de mensheid geruststellen dat God, de grote klokkenbouwer, het heelal zo vernuftig had geschapen dat het oneindig zou blijven voortbestaan.

Lees verder “Eise Eisinga (2)”

Eise Eisinga (1)

Al eerder schreef Sandra Langereis prachtige biografieën over “dwarsdenkers” als de zestiende-eeuwse drukker Christoffel Plantijn en Erasmus. Mannen die hun eigen weg zochten in de woelige tijd waarin ze gezet waren, geen revolutionairen maar, inderdaad, “dwarsdenkers”.

Nu is er weer een prachtige biografie van haar hand over Eise Eisinga, de man die in het laatste kwart van de achttiende eeuw eigenhandig een planetarium bouwde in zijn woning, waarin ook zijn wolkammersbedrijf gevestigd was. En die, wat ik wellicht nog interessanter vind, een rol speelde in het denken over democratie in die late achttiende eeuw, en een rol speelde in de beweging van de patriotten. (En denk bij dit woord nu even niet aan Geert Wilders, maar aan een oprechte wens om alle mannen (!) invloed te geven op het bestuur van gemeente, provincie en land. Vrouwen kwamen pas veel later aan bod.)

Lees verder “Eise Eisinga (1)”

Een olifant genaamd Hans

Hans (Muséum d’histoire naturelle, Bourges)

Het leukste van het bezoek aan een ‘nieuwe’ stad is een kaart maken met het plaatselijk belang, dan de boekwinkels, de tweedehands boekwinkels en de musea. Dat levert altijd verrassingen  op. Zo waren wij laatst in Bourges, en wat een leuke stad is dat. In de eerste plaats natuurlijk de kathedraal die op elke kaart hoort te staan met de bovenaards mooie ramen.

Maar dan. Als je er op een dag bent dat alleen het stadspaleis van Jacques Coeur open is, en de rest dicht, dan ga je na dat bezoek naar het Muséum d’histoire naturelle. Het museum ligt op een moeilijk te vinden locatie in een buitenwijk. In eerste aanblik is het vooral educatief gericht, met een rez-de-chaussée-rondleiding door het menselijk lichaam. Op de eerste verdieping wordt de inrichting van het museum leuker met paleontologie, mineralogie, met verwijzing naar de negentiende-eeuwer Georges Cuvier, en de twintigste-eeuwer Gabriel Fouchier, die een dubbelfunctie had als én ‘monseigneur’, religieuze functionaris, in Bourges, én wetenschappelijk directeur van het museum. Deze functies beten elkaar niet in zijn persoon. Integendeel, zijn persoonlijke collecties kwamen in het museum terecht en hij had een belangrijke rol in het uitbreiden van de collectie. Hij werd tenslotte in dankbaarheid ook naamgever van het museum.

Lees verder “Een olifant genaamd Hans”

De Europese canon (31-35)

Twee toepassingen van het SI-stelsel (Broodhuis, Brussel)

Het alweer achtste blogje in de reeks over de Europese canon is gewijd aan de eerste helft van de negentiende eeuw: de contouren van onze eigen cultuur en eigen tijd worden zichtbaar.

De meter

Periode: 1795

Alternatieven: Allgemeines Landrecht, Meridiaan van Parijs

Ik eindigde mijn voorvorige blogje met de Verlichting en mijn vorige blogje met de revoluties die Frankrijk en de rest van Europa ondersteboven kantelden. In de decennia rond 1800 werden allerlei verlichte denkbeelden geïntroduceerd. In Pruisen werd bijvoorbeeld het recht gesystematiseerd – het Allgemeines Landrecht, later gevolgd door soortgelijke codificaties elders in Europa.

Lees verder “De Europese canon (31-35)”

De Europese canon (26-30)

De Capitolijnse Musea

Het zevende blogje in de reeks over de Europese historische canon behandelt het tijdperk van de revoluties, zeg maar de achttiende eeuw.

Het museum

Periode: 1734

De Capitolijnse Musea in Rome gelden als het oudste museum ter wereld, al waren er natuurlijk altijd rijke mensen met mooie verzamelingen, die ze graag aan anderen toonden. De collectie op het Capitool, waar het Romeinse stadhuis staat, gaat terug tot 1471, toen paus Sixtus IV een paar bronzen beelden schonk aan de stad. Daar kwam sindsdien een enorme collectie standbeelden en inscripties bij.

Wat in 1734 nieuw was, was dat de stad het museum open stelde voor het publiek. Kunst was niet langer iets van de eigenaren, maar werd het gemeenschappelijk bezit van de mensheid. Het museum bestond ooit uit één vleugel naast het raadhuis, daar kwam al snel een tweede vleugel bij; in de twintigste eeuw annexeerde het museum een aangrenzend paleis en de laatste uitbreiding is een ondergrondse corridor onder het stadhuis. Het beroemdste stuk op het Capitool is de middeleeuwse wolvin.

Lees verder “De Europese canon (26-30)”

Hypothetische geschiedschrijving

Turgot, vertegenwoordiger van de hypothetische geschiedschrijving

Weinig denkers hebben zo’n grote invloed gehad op het wetenschappelijk denken als Isaac Newton. Zijn tijdgenoten waren danig onder de indruk van zijn methode, waardoor de wijsgeren van de achttiende eeuw, de Verlichtingsfilosofen, probeerden een vergelijkbare wetenschappelijkheid te betrachten bij hun analyse van het intrigerende verschijnsel mens.

Hypothetische geschiedschrijving

Ze beschouwden de Middeleeuwen als de tijd waarin was getoond hoe het niet moest. De mensen zouden onvrij zijn geweest, hun denken beheerst door autoriteiten en knellende dogma’s, met misère als gevolg. De Oudheid gold daarentegen als ideaal. Vrije burgers van vrije steden hadden toen de grondslagen gelegd van de beschaving en een welvarende staat. Deze bewondering betekende echter niet dat de Verlichters alles geloofden wat de classici, historici en antiquariërs beweerden. Vaak deelden ze de pyrronistische kritiek – een Voltaire publiceerde een Pyrrhonisme de l’histoire – en liever dan zich te verliezen in de details van de traditionele oudheidkunde, schiepen ze een alternatief: de hypothetische geschiedschrijving.

Lees verder “Hypothetische geschiedschrijving”

De tawl

Jaren, jaren, vele jaren geleden had ik contact met een Amerikaan die me vertelde te wonen in Harlingen, in het meest zuidelijke puntje van Texas. Hij had Nederlandse voorouders. Je denkt natuurlijk “o wat leuk, een Nederlandse stad aan de grens met Mexico”, want je hebt weleens gehoord van Holland in Michigan, maar dat blijkt dan een misverstand. Zijn voorouders waren in de tijd van de Amerikaanse Burgeroorlog uit Albany, ten noorden van New York, naar het zuiden getrokken. En niemand weet waarom Harlingen Harlingen heet. Het is in elk geval nooit overdonderend Fries of Nederlands geweest.

Mijn correspondent wist te vertellen dat ergens in Albany, het voormalige Fort Oranje, een plek was die naar zijn familie was genoemd. Ook wist hij met welk schip zijn voorouders naar Nederland waren gekomen en wist hij dat ze daarvoor in Amsterdam hadden gewoond. Ik kon in het gemeentearchief voor hem zijn stamboom met een paar generaties verlengen en terugvoeren naar het dorp in Overijssel waaraan zijn familie blijkbaar de naam dankte. En toen ik dat allemaal had uitgezocht, werd het vreemd stil. Hij wilde zijn familie kennen, maar een vriendschappelijke contact met een Nederlander was blijkbaar niet zijn doel. Ik had graag meer over Texas van hem gehoord.

Lees verder “De tawl”

De familie As-Sadr

De familie As-Sadr: links Musa, rechts Moqtada

In het zuiden van Nederland en in België staan kruisbeelden op de plattelandskruisingen. Ga je naar steden als Maastricht, Luik of Antwerpen, dan zijn er Mariabeelden. Het landschap is gekerstend. Het Midden-Oosten is niet anders. Waar christenen wonen, zie je afbeeldingen van de heiligen, en waar moslims wonen, zie je de afbeeldingen van inspirerende geestelijken. De grens tussen heiligen, geestelijken en politiek leiders is overigens vloeiend.

In Libanon zie je bijvoorbeeld vaak het portret van Musa as-Sadr, die in de jaren zeventig de sji’itische bevolkingsgroep organiseerde. Dat was nodig. Het bestel werd beheerst door soennieten en christenen, terwijl de sji’ieten in het zuiden van het land klem zaten tussen Israël en de Palestijnen, die in Libanon bases hadden. Israël en de Palestijnen beschoten elkaar, de sji’ieten zaten er tussenin en Musa as-Sadr overtuigde ze ervan niet te zwelgen in zelfmedelijden. Later meer over hem. Nu eerst zijn familie.

Lees verder “De familie As-Sadr”

Middeleeuws Jeruzalem

Rotskoepel, Jeruzalem

[Dit is het laatste van drie blogjes over wat een toerist kan bekijken in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

Middeleeuwen

Met de Middeleeuwen kom ik buiten mijn specialisme, maar ik wil toch nog wat dingen noemen. Uit deze tijd zijn immers ook allerlei bouwwerken en monumenten bekend die je als toerist niet wil missen.

Aan het kerkje van het graf van Maria, even buiten de stad, heb ik speciale herinneringen. We wandelden er met een groepje geen werkelijk overdreven religieuze mensen binnen, maar iedereen werd tegelijk stil en bleef luisteren naar de monnik die er aan het zingen was. Maria is hier vanzelfsprekend niet begraven geweest. Hier is echter wel het graf van koningin Melisende, een van de machtigste vrouwen uit het Koninkrijk Jeruzalem.

Lees verder “Middeleeuws Jeruzalem”

Roofkunst

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat ik hem ken – dat zijn hart ligt bij de Griekse collectie, maar ook over Nederland in de Romeinse tijd weet hij van de hoed en de rand. Bij de expositie over Karthago in 2014 vertelde hij enthousiast over de ontdekking van de aloude stad door Jean-Emile Humbert (1771-1839), een Nederlandse ingenieur die voor de bey van Tunis de stadsmuur verbeterde, enkele forten bouwde, de zoetwatervoorziening regelde en de haven bij Karthago aanlegde. Hoewel Tunis in de negentiende eeuw vooral een Franse stad werd, bevolkt door Italiaanse migranten, is de blauwdruk getekend door een Nederlander.

Jean-Emile Humbert

Of beter: een Hollander. Humbert is geboren in Den Haag, voelde zich na de val van de Oranjes niet thuis in de Bataafse Republiek, trad in dienst van de bey en keerde pas na de Restauratie terug naar het nieuwe koninkrijk Nederland. Daar deed hij zijn vondsten over aan Caspar Reuvens, zodat ze nog altijd in het Rijksmuseum van Oudheden zijn. Hier vindt u een wel heel summiere pagina over museumstuk H1; de H staat voor de naam van de ontdekker. Het was een van de eerste Punische voorwerpen in een West-Europees museum. Humbert identificeerde ook de voornaamste plaatsen in Karthago, zoals de havens, het waterreservoir en de Byrsa. Fascinerend figuur dus, die vroege archeoloog, en daarom een van de personages in Halbertsma’s debuutroman Roofkunst.

[Hierna komen enkele spoilers]

Lees verder “Roofkunst”