De rand van de oude wereld: Al-‘Ula

De omgeving van Al-‘Ula

Zoals u wellicht weet, proberen de Arabische oliestaten zich aan te passen aan een wereld waarin de petroleumdollars niet langer als vanzelf binnenstromen. Men investeert in groene technologieën, zet in op scholing, ontwikkelt filmstudio’s en haalt toeristen binnen. Saoedi-Arabië heeft het noordwesten, dat grenst aan Jordanië en de Rode Zee, aangewezen als ontwikkelingszone. Daar strekt de Al-‘Ula-oase zich uit over een lengte van ongeveer veertig kilometer. Althans, dat heb ik gelezen; ik ben nog nooit in Saoedi-Arabië geweest. In elk geval is het gebied weliswaar droog, maar zijn er flashfloods; wie dammen, qanats (ondergrondse waterleidingen) en cisternen bouwt, kan het water goed beheren en boomgaarden aanleggen. Denk aan palmbomen.

Dedan / Lihyan

Binnen de oase zijn diverse nederzettingen, die zich in de Vroege IJzertijd ontwikkelden tot het vroege koninkrijkje Dedan. De voornaamste nederzetting is geïdentificeerd bij Al-Khuraybah. Het is hetzelfde proces als waarmee in het noorden Edom, Moab, Ammon, Juda en Israël ontstonden. Hoewel onze informatie beperkt is, zijn diverse monumenten geïdentificeerd, zoals de tempel voor Dhu Ghaybah, de god van het water en de landbouw. De inscripties zijn geschreven in een alfabet en een taal die we Dedanitisch noemen. De Arabische taal arriveerde pas later.

Lees verder “De rand van de oude wereld: Al-‘Ula”

Palmyra in de Late Oudheid

Het vaandelheiligdom in het laatantieke kamp in Palmyra

Keizer Aurelianus liet in Palmyra een garnizoen achter: het Eerste Legioen van de Illyriërs, dat hij pas onlangs had gerekruteerd in het gebied langs de Donau. Als niet-oosters, Latijnsprekend element zonder lokale banden kon de keizer vertrouwen op deze eenheid. Een kamp ten westen van de stad zou als basis dienen en we weten dat dit legioen aan het begin van de vijfde eeuw nog altijd het garnizoen van de oase vormde.

In het laatste decennium van de derde eeuw reorganiseerden de Romeinen hun oostgrens. Er kwamen nieuwe wegen en nieuwe forten. In wezen bestond het oude verdedigingssysteem uit een aaneengesloten linie van versterkingen langs de grens, maar deze vorm van defensie had een risico: als een vijand eenmaal door deze linie wist te breken, zoals de Sassanidische koning Shapur had gedaan, kon hij gemakkelijk honderden kilometers ver het binnenland in trekken. De nieuwe verdedigingsstructuur was een netwerk van forten, wat we diepteverdediging noemen. De Arabische sector wordt wel Strata Diocletiana genoemd, naar de keizer die verantwoordelijk was voor de reorganisatie, Diocletianus (r.284-305). Er was laatst het een en ander om te doen.

Lees verder “Palmyra in de Late Oudheid”

De bloeitijd van Palmyra

Athena/Allat (Museum van Palmyra)

In de lente van 130 na Chr. brachten de Romeinse keizer Hadrianus en zijn echtgenote Sabina een bezoek aan Palmyra. Het was inmiddels een behoorlijke stad geworden. In het oosten lag de tempel van Baäl, in het westen lag een monumentaal stadscentrum. Daarvandaan liep een brede weg naar het zuiden, langs een oude tempel van de oorlogsgodin Allat naar een hellenistische woonwijk.

Nog indrukwekkender dan deze weg was de “Colonnaded Street”, van oost naar west. Aan deze straat lagen een Senaatsgebouw, een marktplein (agora) en de tempel van Nabu. De Colonnaded Street was elf meter breed en werd geflankeerd door portieken van zeven meter diep. Op de kruising met de zuidelijke weg stond de Tetrapylon: vier torens, bestaand uit elk vier zuilen van roze graniet uit Egypte, met beelden erop. De Colonnaded Street zou nog worden verlengd naar het oosten, tot aan de tempel van Baäl, waar de Palmyrenen, tegen de tijd van het bezoek van de keizer, een monumentale toegang aan het bouwen waren. In de tijd van Hadrianus stopte de monumentale hoofdstraat van Palmyra echter vlak voor het Senaatsgebouw.

Lees verder “De bloeitijd van Palmyra”

Romeins Palmyra

Een van de triades van Palmyra: Aglibol, Baäl-Šamem en Malekbel (meer; Louvre, Parijs).

In het vorige blogje zagen we dat Tadmor/Palmyra een belangrijke oase was tussen de Eufraat in het oosten en Damascus in het westen. Met de desintegratie van het Seleukidische Rijk, rond pakweg 140 v.Chr., begon de handelsroute door de woestijn aan belang te winnen.

Een mislukte plundering

Een eeuw later, in 41, was de stad welvarend genoeg om de Romeinse aandacht te trekken. De Grieks-Romeinse historicus Appianus schrijft:

Marcus Antonius stuurde een eenheid cavalerie naar Palmyra, dat niet ver van de Eufraat ligt, om de stad te plunderen. De aanleiding was een onbeduidende beschuldiging dat de inwoners, omdat ze zich op de grens tussen de Romeinen en de Parthen bevonden, vermeden hadden partij te kiezen. (Als kooplieden brengen ze de producten van India en Arabië vanuit Perzië en verkopen die op Romeins grondgebied.) In feite was het echter Antonius’ bedoeling zijn ruiters te verrijken. De Palmyrenen waren echter gewaarschuwd en brachten hun bezittingen naar de rivier, stelden zich op de oever op en bereidden zich erop voor iedereen neer te schieten die hen zou aanvallen. De Palmyrenen zijn namelijk ervaren boogschutters. De cavalerie vond dus niets in de stad, draaide zich om en keerde terug, met lege handen en zonder een vijand te hebben ontmoet.noot Appianus, Burgeroorlogen 5.9.

Lees verder “Romeins Palmyra”

M05 | Het decreet van Antiochos IV Epifanes

Altaar voor de Hemelse Zeus uit Byblos (Louvre, Parijs)

[Vijfde blogje in een zestiendelige reeks rond Chanoeka; het begon hier.]

Na de gebeurtenissen uit het vorige blogje was het te laat om het steeds onrustiger Judea te pacificeren. De lagere klassen, die opdraaiden voor de belastingverhogingen, wantrouwden de elite. In Jeruzalem was het al gekomen tot straatgevechten. De volkswoede had een religieuze component, want de rijke, geassimileerde Joden hielden zich niet aan de Wet. Of beter: ze hielden zich niet aan de Wet zoals deze door menigeen werd uitgelegd. De onrust leidde tot repressie en die leidde weer tot meer geweld, maar onze bronnen zijn zo verward dat we oorzaak en gevolg niet langer kunnen onderscheiden.

Wél is duidelijk dat Antiochos IV Epifanes in december 167 v.Chr. een decreet uitvaardigde dat menigeen uitlegde als aanval op de Joodse godsdienst. Onze bronnen spreken elkaar echter tegen, zodat onduidelijkheid bestaat over belangrijke vragen. Wie formuleerde het decreet? Was het de koning, de hogepriester of een andere hoge functionaris? En wat stond er nu eigenlijk in?

Lees verder “M05 | Het decreet van Antiochos IV Epifanes”

Hatra

De buitenmuur rond de stad en de binnenmuur rond het heiligdom van Hatra

De naam “Hatra” is Aramees en betekent waarschijnlijk zoiets als “omheining”. Het moet verwijzen naar de muur (temenos) rond de tempel van de zonnegod Šamaš. De Hatrenen zelf noemden de stad Beit Elaha, “huis van god”. Er is geen bewijs voor bewoning van de plaats vóór de Parthische tijd (c.140 v.Chr. – c. 225 na Chr.), al kunnen verscheidene beelden uit de daaraan voorafgaande eeuw dateren, toen het gebied behoorde tot het Seleukidische Rijk.

Gelegen tussen enerzijds de vruchtbare vlakten van Assyrië in het oosten en de vallei van de Eufraat in het westen, was Hatra een belangrijk handelscentrum, vergelijkbaar met Palmyra. Handel was destijds vaak gecentreerd rond heiligdommen – denk aan de Wierookroute over het Arabische Schiereiland – en ook de tempel van Šamaš zal zo hebben gefunctioneerd. Hatra had hierdoor contacten met de hele wereld. Het verbaast niet dat er allerlei mensen woonden: afstammelingen van de oude Assyriërs en Babyloniërs, Arameeërs uit Syrië, Griekse en Macedonische veteranen, Iraniërs, en dit alles onder een Arabische dynastie. Hatra geldt daarom als de eerste Arabische stadstaat, maar je mag de vraag stellen wat daarmee is bedoeld.

Lees verder “Hatra”

Drie goden uit Palmyra

Drie goden uit Palmyra (Louvre, Parijs)

Turkse troepen en hun bondgenoten in Noord-Syrië staan voor El Bab, de Koerden zijn begonnen aan de tweede fase van hun offensief naar Raqqa en in Mosul staan de Iraakse regeringstroepen aan de grenzen van het centrum van de oostelijke stadshelft. (Dat laatste is een andere manier om te zeggen dat ze de stadsmuren van het antieke Nineve in zicht hebben.) Kortom, de zogenaamde Islamitische Staat kraakt onder het geweld van zijn vijanden – en dus moet de aandacht worden afgeleid. Een wanhopige aanval op Palmyra dus.

Opnieuw loopt het werelderfgoed gevaar maar het bovenstaande reliëf uit de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. zal men niet kapot maken. Het is namelijk een van de topstukken van het Louvre in Parijs, waar men meldt dat het van links naar rechts de maangod Aglibol, de hemelgod Baäl-Šamem en de zonnegod Malekbel voorstelt.

Lees verder “Drie goden uit Palmyra”

In Petra

Reliëfs van Sabinos Alexandros
Reliëfs van Sabinos Alexandros

Over de in de rotsen uitgehouwen stad Petra, waar ik momenteel ben, valt verschrikkelijk veel te vertellen en dat ga ik dus mooi niet doen, want ik zit hier veel te fijn met een biertje op mijn hotelkamer. Maar over de foto hierbij valt wel iets te zeggen.

Deze reliëfs bevinden zich in de anderhalve kilometer lange kloof die naar Petra leidt. Het gat bovenaan is niet belangrijk, al proberen vrouwen er steentjes in te gooien. Als dat lukt, zullen ze een mooie man vinden. (Gek genoeg gingen ze ermee door, hoewel ik er toch was.) Het gaat me om de vier vensters onderaan, die ons iets vertellen over de voorchristelijke en voor-islamitische religie in het Midden-Oosten.

Lees verder “In Petra”