Gummarus van Lier

De kerk van Sint-Gummarus in Lier

In de categorie “middeleeuwse personages waarvan vrijwel geen mens ooit heeft gehoord” presenteer ik vandaag Gummarus van Lier. Wereldberoemd in het Belgische stadje, en daarbuiten volkomen vergeten. We weten dan ook vrijwel niets over de beste kerel, behalve dan dat hij vermoedelijk in 714 is overleden. Vermoedelijk.

Heiligenleven

Volgens een veel later geschreven heiligenleven leefde hij als kluizenaar op een eilandje in het riviertje de Nete, waar hij een kapelletje heeft gebouwd. Daarmee is hij feitelijk de stichter van het middeleeuwse stadje, dat ook de mystica Beatrijs van Nazareth (1200-1268) onder zijn kinderen telt. Niet geheel onwaarschijnlijk is dat Gummarus stamde uit een adellijke Frankische familie en enige tijd diende aan het Merovingische hof in Metz, waar hij werkte voor de Karolingische hofmeier Pippijn van Herstal (de echtgenoot van de Plectrudis over wie ik al eens blogde).

Lees verder “Gummarus van Lier”

Kosmas en Damianos

Kosmas en Damianos (Martinikerk, Groningen)

In nogal wat kerken in de provincie Groningen zijn fresco’s te bewonderen uit de Late Middeleeuwen. Veel daarvan zijn in de loop van de tijd helaas verloren gegaan, maar er zijn er gelukkig ook veel overgeleverd, mede dankzij overschildering met kalk na de Reformatie en de zorgvuldige restauratie in de afgelopen decennia. Eén zo’n schildering is die van de heiligen Kosmas en Damianos, in de Martinikerk in de stad Groningen. Via het internet zocht ik deze broers op, en kwam gelijk in een heel erg interessant verhaal terecht, zeker waar het de parafernalia betreft die vaak met de broers werden afgebeeld.

Rijk Groningen

De anonieme kunstenaar heeft de schildering aan het eind van de vijftiende eeuw op de gewelven van deze kerk aangebracht, toen Groningen één van de rijkste steden van de lage landen was, mede dankzij het zogenaamde “stapelrecht”, waardoor de stad nogal wat inkomsten genereerde uit het recht om alle handel uit bijvoorbeeld het Oostzeegebied via de stad te laten verlopen. Het meest zichtbare symbool van die rijkdom is de zesennegentig meter hoge Martinitoren, waarvan de bouw ook op driekwart van die vijftiende eeuw begon.

Lees verder “Kosmas en Damianos”

Tweeënzeventig uur Spanje (3)

San Clemente, Segovia

In mijn voorvorige blogje vertelde ik dat ik naar Spanje was gegaan voor het Hay Festival in Segovia, en in het vorige blogje beschreef ik het vraaggesprek. De dag erna, afgelopen zaterdag, ben ik naar Madrid gegaan, omdat ik dolgraag het Museo de América wilde bezoeken, dat vlakbij het busstation Moncloa is. Mijn bus ging niet al te vroeg, dus ik had tijd om langs enkele romaanse kerkjes in Segovia te lopen, die allemaal de narthex bleken te hebben aan de zijkant in de plaats van de voorkant.

De bus naar Madrid zat behoorlijk vol met Duitse pelgrims die op weg waren naar Santiago de Compostela, wat me nogal verbaasde, omdat het heiligdom de andere kant op was. Even verbazingwekkend was de jonge vrouw naast me in de bus, die tekeningen zat te maken op een tablet en bij aankomst een compleet stripverhaal had vervaardigd.

Lees verder “Tweeënzeventig uur Spanje (3)”

Het Ware Kruis (2)

Herakleios verslaat de Perzische koning Khusrau II (Louvre, Parijs)

[Tweede en laatste blogje over de geschiedenis van het Ware Kruis in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

In het jaar 602 brak een enorme oorlog uit tussen het Byzantijnse Rijk en het rijk van de Sassanidische Perzen. Het kruisfragment in Jeruzalem, dat blijkbaar niet groter was dan het kistje waarin het paste, werd in 614 meegenomen toen de legers van de Sasanidische koning Khusrau II de Overwinnaar, aangevoerd door generaal Shahrbaraz, Jeruzalem bezetten. De vele nestoriaanse christenen in het Perzische Rijk, met hun nadruk op het menselijke aspect van Christus’ bestaan, zullen het hebben gewaardeerd. Veertien jaar en enkele nederlagen later, moesten de Perzen het teruggeven aan de Byzantijnse keizer Herakleios.

De nieuwe plaatsing van het reliek in Jeruzalem op 14 september 628 is sindsdien herdacht als het feest van Kruisverheffing. De teruggave van het kruisfragment is een historisch feit, maar ook hier ging de legendevorming ermee aan de haal: omdat het toch wat gênant was dat men het Ware Kruis ooit kwijt was geweest, bedacht men dat het feest herdacht dat het kruisfragment voor het eerst tentoon was gesteld na de inwijding van de door Constantijn ingewijde basiliek.

Lees verder “Het Ware Kruis (2)”

Cairns en brochs en Skara Brae (2)

Cairn Whiteford Hill, Orkney

[Tweede en laatste blogje van het verslag dat Arnold den Teuling van zijn reis door Schotland. Het eerste was hier.]

We maken nu een flinke sprong terug in de tijd, naar het Late Neolithicum, d.w.z. het midden van het vierde millennium v.Chr., met talloze voorbeelden van cairns, grafmonumenten bestaande uit keien, maar met een of meer grafkamers. Deze kennen we ook uit Bretagne en het Zweedse eiland Gotland, en ze zullen ongetwijfeld op meer plaatsen te vinden zijn. Ze dateren uit dezelfde periode als de hunebedden op het Noord-Europese vasteland. Uit dezelfde tijd dateren stone circles, die ouder zijn dan Stonehenge en Avebury, en ook in rijen opgestelde stenen die ouder zijn dan de alignements van Carnac in Bretagne.

Skara Brae

Maar het meest spectaculair is toch onmiskenbaar het neolithische dorp Skara Brae op de westkust van het Mainland van Orkney. Het is om onbekende redenen vrijwel intact verlaten, nadat het drie of vier eeuwen bewoond was geweest. Zelfs de aardewerk potten stonden nog in hun rekken toen het halverwege de negentiende eeuw werd ontdekt. Door een storm was het zandduin erbovenop weggeblazen, en een deel van het dorp is ook in zee gespoeld.

Lees verder “Cairns en brochs en Skara Brae (2)”

De Dresdener Codex

De watervloed: een alligator (linksboven in het rechtse plaatje) spuugt het water uit.

In december 2012 was ik in Beiroet. De wereld zou immers vergaan – dat stond in de Maya-kalender – en Libanon leek ons wel een toffe plek om dat mee te maken. Een enorme regenbui was het ergste dat ons overkwam.

Die paniek om die Maya-voorspelling was voor een deel gebaseerd op een dertiende-eeuws manuscript dat momenteel in Dresden wordt bewaard in de Sächsische Landes-, Staats- und Universitätsbibliothek. Op negenendertig uitklapbare, dubbelzijdig beschreven bladzijden staan een rituele kalender, berekeningen met betrekking tot de planeet Venus, het een en ander over maans- en zonsverduisteringen, beschrijvingen van ceremoniën, afbeeldingen van goden en andere bovennatuurlijke wezens, en verder nog het een en ander over de regengod Chaac. Het boek is in 1740 verworven door Friedrich August II. Van heinde en verre trok de Codex Dresdensis bezoekers, zoals in 1791 Alexander von Humboldt, die later in Midden-Amerika probeerde meer te ontdekken over de Precolumbiaanse wereld en in 1810 enkele bladzijden publiceerde uit het handschrift in Dresden.

Lees verder “De Dresdener Codex”

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Lees verder “De Maghreb in de Middeleeuwen”

Seven manieren van heiliger minne

Van seven manieren van heiliger minne (© Wikimedia Commons | Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

Ik heb een hoogst geschoold universitair medewerker ooit in ernst horen beweren dat “mystiek” etymologisch verwant zou zijn met “mistig”. Uitleg van het mystieke genre is derhalve, voor ik verder blog over de bijdrage van Beatrijs van Nazareth, vermoedelijk zinvol.

Wat is mystiek?

Eerst de term: “mystiek” komt van het Griekse mystikos, dat “verborgen” of “geheim” betekent. Mystici streven naar de versmelting van hun ziel met het goddelijke, het ultieme transcendente. Ze beschrijven deze unio mystica ook wel als de terugkeer van de ziel tot zijn essentie. Deze eenwording gaat gepaard met gevoelens van extase, diep geluk, absolute zingeving en absolute zekerheid.

Lees verder “Seven manieren van heiliger minne”

Beatrijs van Nazareth

Toegangspoort van de Abdij van Nazareth, Lier

Een blogje over de middeleeuwse mystica Beatrijs van Nazareth (ca.1200-1268), waarom ook niet? Ze wordt in één adem genoemd met Hadewijch en Jan van Ruusbroec, en de huidige abdij Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth in Brecht (België) is een rechtstreekse voortzetting van de Beatrijs’ eigen, gelijknamige abdij, die in 1236 was gesticht door haar vader.

Biografie

Van Beatrijs van Nazareth is slechts één geschrift overgeleverd, het mystieke traktaat Van seven manieren van heiliger minne. Ze hield tussen 1217 en 1235 ook een in het Middelnederlands geschreven dagboek bij, dat sindsdien weliswaar verloren is gegaan, maar door een anonieme monnik – men fluistert dat het de dertiende-eeuwse geleerde Willem van Affligem is geweest – in het Latijn is vertaald en herordend tot een driedelig heiligenleven, de Vita Beatricis ofwel het Leven van Beatrijs.

Lees verder “Beatrijs van Nazareth”

De snelle arabisering van de Maghreb

Maghrebijnse munt, vroege achtste eeuw (Raqqada, Kairouan)

[Laatste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Er is een wonderlijk verschil tussen landen als Syrië en Egypte enerzijds en de Maghreb anderzijds: in de oostelijke landen bleef, toen de Arabieren kwamen, de laat-Romeinse bevolking nog lange tijd herkenbaar, terwijl ze in de Maghreb snel verdween. Anders geformuleerd: in de Levant (en ook op het Iberische Schiereiland, trouwens) waren nog eeuwenlang niet-Arabisch sprekende, joodse of christelijke groepen aanwezig, maar in de Maghreb was dat fors minder. Waarom?

Steden en nomaden

Het kan samenhangen met de inbedding van de steden in het grotere economische systeem. In het Nabije Oosten waren de steden oeroud en was de hele sociaal-economische wereld gebaseerd op steden. In Tunesië, Algerije en Marokko waren de Fenicische en Numidische steden weliswaar ontstaan vóór de Romeinen, maar pas groot gemaakt toen de Romeinen begonnen met de systematische kolonisatie van de Hautes Plaines. Ze waren veel minder dominant en met de demografische neergang van de Late Oudheid verschoof het economisch zwaartepunt naar de nomadische Berbers.

Lees verder “De snelle arabisering van de Maghreb”