Mari in Mariemont

De expositie over Mari in het het Mariemontmuseum in Morlanwelz

Ik blogde zojuist over de Bronstijdstad Mari, waaraan het Musée Royal de Mariemont in het Belgische Morlanwelz momenteel een mooie expositie wijdt: Mari en Syrie. Renaissance d’une cité au 3e millénaire. Nu duurt de geschiedenis van de stad een eeuw of twaalf, van 2900 tot 1751 v.Chr. (lage middenchronologie), dus men heeft gekozen voor de tweede helft. Dat is de tijd van de šakkanakku’s die ik in het vorige stukje noemde: eerst waren zij gouverneurs van het Rijk van Akkad, later herstelden ze de onafhankelijkheid, nog wat later (ten tijde van Ur III) heersten ze als onafhankelijke koningen en tot slot verloren ze hun onafhankelijkheid aan de Babyloniërs. Dat is nog altijd een periode van een half millennium.

Als ik het goed heb gezien, kwamen alle voorwerpen in het Mariemontmuseum uit het Louvre in Parijs. Het waren er eigenlijk niet eens zo gek veel. Sterker, enkele stukken die ik zou hebben verwacht, zoals de parelmoeren inlegreliëfs waarvan het Louvre nogal wat heeft, vallen op door afwezigheid. Mari en Syrie is zo’n tentoonstelling waar het gaat om enkele goedgekozen objecten die tekstueel (Frans, Nederlands, Engels) of met geluid worden uitgelegd. Van de stukken uit de andere musea, zoals de watergodin in het Archeologisch Museum in Aleppo, waren foto’s met uitleg. Ik kan me voorstellen dat dit niet naar ieders smaak is; sommige mensen zijn minder tekstueel dan visueel ingesteld.

Lees verder “Mari in Mariemont” →

De Nikè van Samothrakè

Nikè van Samothrakè (Louvre, Parijs)

Ik heb het weleens uit een vliegtuig gezien, meermalen zelfs, maar ben nog nooit op Samothrakè geweest, het eilandje, een fractie groter dan Texel, in het noorden van de Egeïsche Zee tegenover Thracië, die hier dan ook Thracische Zee wordt genoemd. Wat ik ervan weet is (a) er was een cultus voor de Kabeiren; (b) de Alexandrijnse geleerde Aristarchos kwam er vandaan; (c) bovenstaand standbeeld is er gevonden.

Dat gebeurde in 1863 tijdens opgravingen in het heiligdom van de Kabeiren. Dat dateerde uit de archaïsche periode en is door koning Ptolemaios II Filadelfos en koningin Arsinoë II in de hellenistische tijd herbouwd. Achter het heiligdom was een theater, met achteraan een platform waarop een beeld stond van de overwinningsgodin Nikè. Ze keek uit over het heilige terrein en de Egeïsche Zee. Tegenwoordig staat ze in Parijs, bovenaan een trappenhuis in het Louvre. Je kijkt altijd omhoog naar de majestueus neerdalende godin. Ik ken geen standbeeld ter wereld dat effectiever is opgesteld.

Lees verder “De Nikè van Samothrakè” →

De misbruikte Oudheid

Gisteravond mocht ik in de Antwerpse boekhandel De Groene Waterman mijn boek Oudheidkunde is een wetenschap ten doop houden. Het was leuk, want ik zag enkele oude bekenden terug en ik ontmoette enkele nieuwe mensen (die ik soms al kende van deze blog). Robert Nouwen, de auteur van Ambiorix tegen Caesar, en ik verzorgden twee lezingen over de feitenvrije wijze waarop de politiek en de erfgoedsector omgaan met de Oudheid. In België is bijvoorbeeld eerder deze maand wat ophef om uitspraken van de rechtse politicus Filip De Winter, maar we mogen ook denken aan de Antwerpse burgemeester Bart De Wever en prietpraat over Caesar bij een project als Via Belgica.

Misinformatie en misbruik van het verleden zijn onder meer mogelijk doordat wetenschappers hun inzichten niet voldoende uitleggen en onvoldoende breed zijn geschoold. Robert sprak daarover als eerste. Zijn betoog was mooi doortimmerd en plaatste het onderwerp in de bredere wetenschappelijke discussie. Die tekst leest u hier. Mijn verhaal was meer vanuit mijn praktijk als blogger en Oudheid-uitlegger. Ik plaats het hieronder en de trouwe volgers van deze blog zullen veel van wat ik vertel, al kennen.

Lees verder “De misbruikte Oudheid” →

Het graf van Filippos II?

Het veronderstelde graf van Filippos II in Vergina

Het zal niet vaak zijn gebeurd dat een oudheidkundige een staatsbegrafenis kreeg, maar in 1992 gebeurde het in de Hagia Sofia in Thessaloniki. De eer viel te beurt aan de Griekse archeoloog Manolis Andronikos, die in 1977 in Vergina, de oude Macedonische hoofdstad Aigai, in een grote grafheuvel drie koninklijke graven had ontdekt. Aanvankelijk was hij terughoudend over de identiteit van de overledenen, maar toen hij in 1984 zijn eindrapport publiceerde, was hij er zeker van: de fenomenale Tombe II was de laatste rustplaats van koning Filippos II (r.359-336 v.Chr.) en zijn laatste echtgenote, Kleopatra, terwijl de iets jongere en iets minder fenomenale Tombe III het graf was van diens kleinzoon, de op twaalfjarige leeftijd vermoorde Alexandros IV (323-310). (De tussenliggende generatie, Alexander de Grote, is bijgezet geweest in Alexandrië.)

Andronikos gaf zijn land iets geweldigs. De graven in Vergina zijn werelderfgoed. Eigenlijk alleen maar vergelijkbaar met Schliemanns ontdekking van Bronstijd-Griekenland. De “zon van Vergina” die op de deksel van de gouden askist stond, was al snel een modern Grieks nationaal symbool. De vraag is alleen: klopt de interpretatie? Zijn de begravenen in Tombe II niet eerder Alexanders zwakbegaafde halfbroer Arridaios (r.323-317) en diens echtgenote Eurydike? En helaas: in 1991 flakkerde de Macedonische Kwestie, waarover ik onlangs blogde, ook weer op. Daarmee verwerd de discussie over de menselijke resten uit Tombe II tot een nationalistische discussie over wat feitelijk een soort relikwieën waren.

Lees verder “Het graf van Filippos II?” →

De Oudheid in kleur

Ik vertelde al eerder dat in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren een expositie is over kleur op antieke standbeelden. Dat die bont waren, is geen nieuw inzicht. Veel musea hebben wel ergens een fleurig gereconstrueerd gipsafgietsel staan, dat minimaal de kleuren toont – zij het zonder de glans die een beschilderd beeld van marmer heeft. Gips absorbeert verf, marmer doet dat anders.

Onze witte beelden

Evengoed is het een leuk onderwerp voor een expositie, want in onze contreien zijn we de afgelopen eeuwen wel enigszins geconditioneerd door de witte beelden die Europese kunstenaars hebben gemaakt. Ik heb er zelf mee geworsteld. Er is wel geopperd dat die meer recente beelden het idee hebben versterkt dat de mensen die aan het begin van onze jaartelling leefden rond de Middellandse Zee, eveneens niet al te gekleurd zijn geweest. Dat lijkt me plausibel, al weet ik niet goed hoe je het kunt bewijzen. Misschien zijn er brieven bekend van achttiende-eeuwse historiserende schilders die een gekleurd model afwijzen omdat de Grieken en Romeinen een lichte huid zouden hebben gehad. Ik weet het niet.

Lees verder “De Oudheid in kleur” →

De Vorst van Oss (in Oss)

Het zwaard van de Vorst van Oss

De beruchte uitspraak van staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra dat hij niet wist wat hij had aan musea vol lokaal opgegraven potten en pannen, had betrekking op museum Jan Cunen in Oss. Ik moest onwillekeurig aan al die misplaatste minachting denken toen ik dat museum onlangs bezocht. Er is momenteel namelijk een geslaagde expositie over de Vorst van Oss, over wie ik al eerder blogde. Het is nieuws dat de Vorst nu in Oss is, want de inhoud van zijn graf ligt normaliter niet in Oss maar in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Het RMO buiten Leiden

De Osse expositie is om twee redenen interessant. In de eerste plaats natuurlijk om het onderwerp: een rijk graf uit de Vroege IJzertijd. Gevonden in 1933 en herontdekt in 1997 is dit een juweeltje van de Nederlandse archeologie. En in de tweede plaats omdat dit een van de eerste is uit een reeks exposities waarbij voorwerpen uit het Leidse museum gaan naar de plaats van herkomst.

Lees verder “De Vorst van Oss (in Oss)” →

Narbo Via

Museum Narbo Via, Narbonne

Het gebouw van het nieuwe museum Narbo Via in Narbonne is sensationeel. Het is ontworpen door Foster + Partners, een zeer gerenommeerd architectenbureau. Toen het museum klaar was, kon het helaas vanwege de coronapandemie zijn deuren niet voor het publiek openen. Vanaf mei 2021 kon het museum bezoekers ontvangen, in december werd het gebouw officieel geopend.

Geen straat

Bij Narbo Via gaat het niet om een Romeinse straat, zoals de naam doet vermoeden. Als antieke straatnaam zou het sowieso voor Romeinen niet te begrijpen zijn, aangezien straten meestal werden vernoemd naar degene die de ze had laten aanleggen, zoals de Via Domitia naar Gnaeus Domitius Ahenobarbus. Soms werd het eindpunt van de straat aangegeven, zoals de Via Tiburtina, die naar Tivoli (Tibur) leidt. En in dat geval zien we een bijvoeglijk naamwoord afgeleid van de naam van de stad. Het zou dus de Via Narbonensis moeten zijn, maar die zou dan in Narbonne moeten eindigen. In de ontwikkelingsfase heette het museum MuRéNA, “le Musée Régional de la Narbonne Antique”. Ik moet toegeven, dat Narbo Via toch iets pakkender is. Narbonne ligt aan de Via Domitia, wat bij de naamgeving ook een rol zal hebben gespeeld.

Lees verder “Narbo Via” →

De krijgers van Riace: verdronken schoonheid

De krijgers van Riace (©Wikimedia Commons | Gebruiker Sailko)

Wie de film Call me by your name (2017) gezien heeft zal het herkennen: soms komt er ineens iets letterlijk boven water waarvan de schoonheid zo intens is dat je haast niet durft te geloven dat het eeuwenlang letterlijk en figuurlijk verdronken was.

Opgedoken schoonheid

De duiker, die in augustus 1972 in de buurt van het Zuid-Italiaanse Riace ineens op nauwelijks tien meter diepte een onderarm uit het zeezand zag steken zal zich een ongeluk geschrokken zijn: een drenkeling! Maar het lichaamsdeel bleek erg gaaf, en hij kreeg al gauw in de gaten dat het hier niet om een lijk ging. Enkele dagen later werden de twee beelden met behulp van een luchtballon naar het zeeoppervlak gebracht: de aldus opgedoken bronzen beelden kregen al snel de naam bronzi van Riace.

Lees verder “De krijgers van Riace: verdronken schoonheid” →

Naxos, museaal juweeltje in wording

Cycladenidool (Archeologisch Museum, Naxos)

In mei 2023 verjaarde een Griekse vriend van me, en hij wilde dat feestje vieren op Naxos. Dit grootste eiland van de Cycladengroep bezocht ik voor het eerst in 1975, toen het er nog rustig was.

Een kleine vijftig jaar later is het helaas een echt toeristenoord geworden, met een heuse promenade en tourist traps in de hoofdstad, vakantiedorpen langs de overigens prachtige zandstranden in het westen, quads (vierwielers met motor) scheurend over de wegen…niet meer mijn ding. Af en toe verblijf ik een nacht in de hoofdplaats Chora, ‘in between ferries’ (als overstap naar de Kleine Cycladen, waaronder het nog idyllische Donoussa).

Lees verder “Naxos, museaal juweeltje in wording” →

Antieke kleuren in Tongeren

Skythische boogschutter (Glyptothek, München); het rechter beeld is vanaf vandaag te zien in Tongeren.

Ik had vandaag eigenlijk naar Tongeren gewild, maar tussen droom en daad zet NS bussen in, dus dat kwam er niet zo van. Vandaag begint in het Gallo-Romeins Museum echter een expositie over de kleuren van antieke beelden. Ik houd voldoende van dat museum om er minstens tweemaal per jaar naartoe te gaan, dus ze zullen me wel vergeven dat ik begin met een klein puntje van kritiek. Het betreft de aankondiging:

Je kent ze vast wel, de witmarmeren beelden uit de klassieke oudheid. Maar wist je dat de oude Grieken en Romeinen ze kleurrijk beschilderden? En dat van kop tot teen. In deze fascinerende expo ervaar je hoe hun beeldhouwwerken er écht uitzagen.

Lees verder “Antieke kleuren in Tongeren” →