Provinciale herindelingen

Africa (Musée des beaux-arts, Lyon)

Dit wordt een saai blogje. Ik schrijf het vooral voor mezelf, omdat ik even wat dingen op een rijtje wil hebben. Dus u moet het maar niet lezen, tenzij provinciale herindelingen uw hobby zijn.

Maar het zit dus zo. Als u in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. naar de Maghreb had gekeken, dan lag in het oosten, waar nu Tunesië ligt, het gebied waarover de stad Karthago de scepter zwaaide. Reisde u naar het westen, dan arriveerde u in Numidië, en dat bestond uit het gebied van twee groepen: in het oosten de Massyliërs en in het westen de Masaeisyliërs. De koning van de Numidische volken is op dat moment Massinissa; hij resideerde in Cirta, het huidige Constantine. Nog wat verder naar het westen, zeg maar in wat wij Marokko noemen, leefden de Mauri.

Lees verder “Provinciale herindelingen”

Bulla Regia

Huis van de Jacht (Bulla Regia)

Een van de interessantste plekken om in Tunesië te bezoeken is de antieke stad Bulla Regia. Ze is makkelijk te bereiken, want ze ligt aan de grote weg van Tunis naar Algerije. En die weg ligt niet zonder reden waar ze ligt, aangezien ze de vallei volgt van de rivier de Medjerda. Dit gebied is opvallend vruchtbaar en wie de rivier stroomopwaarts volgt, komt aan op de al even vruchtbare Hautes Plaines van Algerije. Zeg maar Numidië. Langs de Medjerda ontstonden al vroeg grote nederzettingen, die het geheel in de Romeinse tijd een stedelijk aanzicht gaven. De bewoners voerden hun oogsten over de rivier af naar de stad aan de monding: Utica.

Huis van Baäl

Dolmens, misschien wel drieduizend jaar oud, documenteren de eerste menselijke aanwezigheid in Bulla Regia, maar het werd pas echt wat toen de handelsroute opbloeide. Dat is zo rond 300 v.Chr. onder Karthaagse auspiciën gebeurd; er zijn aanwijzingen voor Karthaagse begrafenissen en een tempel voor de godin die de Karthagers Tanit noemden. De Numidiërs noemden haar Tinnit en onderzoekers weten niet of de Karthagers een Numidische godin overnamen of dat de Numidiërs een Karthaags-Fenicische godin begonnen te vereren. Dat ook Baäl vereerd is geweest, blijkt uit de naam: BBʿL staat voor “huis van Baäl”.

Lees verder “Bulla Regia”

De zeven vrije kunsten

Middeleeuwse weergave van de zeven vrije kunsten rond Vrouwe Filosofie

Ik heb de afgelopen tijd regelmatig geblogd over de opkomst van het christendom. Het is een misverstand dat de gelovigen afwijzend stonden tegenover de antieke cultuur. Zeker, de heidense goden waren alomtegenwoordig, maar de heidenen namen die ook niet al te serieus. Ik heb al weleens verteld over euhemerisme, over allegorese en over de herinterpretatie van Palaifatos: manieren om de verhalen over de oude goden een nieuwe betekenis te geven. Het christendom kon succes hebben door dit zelfde mechanisme: oude gebruiken, zoals het meenemen van gewijd water uit een heilige bron, kregen een nieuwe, christelijke betekenis.

Jeruzalem en Athene

Het aloude onderwijssysteem bleef bestaan. Een mooi voorbeeld is Augustinus, die welsprekendheid had gedoceerd en als bisschop nog altijd een populair spreker was. Toen ik onlangs in Bulla Regia was, realiseerde ik me ineens hoe populair: hij sprak daar niet in een kerk, maar in het theater. Wat ik maar zeggen wil: het christelijke publiek had niet zo heel andere verwachtingen dan het heidense publiek, en een traditionele opleiding was nog altijd relevant.

Lees verder “De zeven vrije kunsten”

Het teken van Tanit

Het “teken van Tanit (Bulla Regia)

Vorige week was ik in Bulla Regia, een van de mooiste opgravingen in Romeins Afrika. De rijke mensen bouwden er, zoals ik laatst al vertelde, hun huizen grotendeels ondergronds: koel in de zomer, warm in de winter. Bij het restaurantje zagen we bovenstaand kapiteel, dat daar bij mijn vorige bezoek nog niet stond en afkomstig schijnt te zijn uit de Apollotempel. Het is bijzonder, want tussen de twee ionische krullen (“voluten”) links en rechts staat het zogeheten Teken van Tanit. Je vindt het overal waar de Karthagers zijn geweest en op alle voorwerpen, gemaakt van alle materialen: op de schouders van amforen, op medaillons, in het plaveisel van een huis, op een stèle. Ik had het echter nog nooit gezien op een kapiteel.

Maar wat was dit van teken? We weten het weer eens niet, hoewel er al sinds de negentiende eeuw over wordt gepubliceerd. De naam is in elk geval modern. Ze is gemunt door de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell, in het in 1920 verschenen vierde deel van zijn Histoire ancienne de l’Afrique du Nord. Hij noteerde dat het signe de Tanit altijd bestaat uit drie elementen: onderaan een driehoek, daarboven een (incomplete) cirkel, en daartussen een horizontale balk. Al met al lijkt het wat op een persoon in een lange rok met de armen uitgestrekt.

Lees verder “Het teken van Tanit”

Toerist in Tunesië

Olijfoogst in Romeins Tunesië (Bardomuseum, Tunis)

De vaste lezers van deze blog zal het wellicht zijn opgevallen: ik ben momenteel voor mijn werk in Tunesië. En omdat ik onverwacht wat tijd over heb, trakteer ik u op wat foto’s uit dat mooie land.

Het Bardomuseum

Het Bardomuseum in Tunis is het voornaamste museum van Tunesië. Het heeft een heel mooie collectie Romeinse mozaïeken. Hierboven heeft u een voorbeeld: een olijfoogst. Ik schreef al eerder over een mooi mozaïek dat Vergilius voorstelt, over de reis van Afrodite en een goudschat.

Lees verder “Toerist in Tunesië”

Het einde van Juba I

Juba I (Louvre, Parijs)

Als ik schrijf dat het 5 mei was, als ik toevoeg dat het was tijdens het derde consulaat van Gaius Julius Caesar, dat hij deelde met Marcus Aemilius Lepidus, en als ik deze datum omreken naar 7 maart 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuw blogje, gewijd aan de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden heeft gedaan. Voor het antwoord moeten we even een paar stappen terug.

Zoals we eind november zagen, bestond noordelijk Afrika uit de Romeinse provincie Africa, en lag ten westen daarvan het Numidische koninkrijk van Juba I, met Zama en Cirta als hoofdsteden. In het noordwesten van het huidige Algerije lag het rijk van zijn neef Masinissa II; in Marokko heersten Bochus en Bogud. Laatstgenoemden woonden te ver om een rol te spelen in de Tweede Romeinse Burgeroorlog, maar waren aangevallen door Gnaeus Pompeius Junior. Nadat die was verslagen, waren Bochus en Bogud naar het oosten opgerukt. Dat was belangrijk, want terwijl koning Juba hulp bood aan Metellus Scipio in zijn strijd tegen Caesar, moest hij ook denken aan wat thuis gebeurde. Na de slag bij Thapsus was Juba op de vlucht. In zijn gezelschap was Marcus Petreius, die bij Ilerda in Catalonië nog tegen Caesar had gestreden.

Lees verder “Het einde van Juba I”

Faits divers (8)

Bou Karnin, de heilige berg van de Karthagers

In de reeks faits divers deze keer: een boekpresentatie en meer Tunesië.

Oudheidkunde is een wetenschap

Het is een algemeen erkende waarheid dat op een planeet met een eindig oppervlak, een eindig aantal inwoners en een eindig aantal blogs, er slechts één blog kan zijn met de leukste volgers. Het is een even algemeen erkende waarheid dat dit de Mainzer Beobachter is. Een derde algemeen erkende waarheid is dat dit niet berust op toeval. Deze blog heeft immers de interessantste medeauteurs, die de volgers inspireren tot de interessantste reacties.

Ja, die reacties. Ik heb er de afgelopen twaalf jaar veel van geleerd. Niet alleen heeft u, altijd vriendelijk, mijn stommiteiten gecorrigeerd, maar u heeft me hier – en nog vaker via de mail – laten zien waar de feitelijke vragen zitten. Me mede daarop baserend publiceer ik volgende maand Oudheidkunde is een wetenschap, over de innovatie in de oudheidkundige disciplines.

Lees verder “Faits divers (8)”

Romeins Tunesië en Algerije

Een tragediedichter en een acteur uit een komedie (Hadrumetum; Musée archéologique de Sousse)

Als ik thuis kom van een buitenlandse reis heb ik altijd wat tijd nodig om mezelf te herwinnen. Je doet inkopen, je draait de was, je ruimt je reisgidsen op, je probeert de achterstallige mail te beantwoorden. Aangezien ik uit Tunesië ben teruggekeerd in een land met extra gezondheidsmaatregelen is het allemaal wat moeizamer dit keer, maar evengoed zijn er verloren halve uurtjes waarin ik de foto’s kon ordenen die ik in Tunesië heb genomen. Ze documenteren de Romeinse provincies Africa Proconsularis en Numidia.

Een klein deel ervan heb ik online geplaatst. Daar was ik al eerder mee begonnen, dus als u mijn website kent, ziet u op de pagina’s over Karthago en Utica weinig nieuws. Uit Algerije plaatste ik al foto’s online uit Cirta, uit Hippo Regius, uit Icosium, uit Iol Caesarea, uit Lambaesis, uit Médracen, uit Madauros, uit het Mausolée royal de Maurétanie, uit Sitifis, van de Soumaa d’El-Khroub, uit Thubursicum Numidarum, uit Tiddis, uit Tipasa en uit het fenomenale Thamugadi.

En nu dus ook Tunesië: Bulla Regia, Hadrumetum, Mactaris, Sufetula, Thugga, Thysdrus, Thuburbo Maius en Uthina. Verder de Fenicische kolonie Kerkouane. Samenvattend: je leert het wel waarderen, een dag zonder puntgaaf bewaarde mozaïeken.

Lees verder “Romeins Tunesië en Algerije”

Slavernij

Halsband van een slavin (Musée national du Bardo, Tunis)

De slavernij uit de oude wereld lijdt als onderzoeksthema een beetje onder de slavernij uit het recentere verleden. Daarmee bedoel ik dat de plantage-slavernij uit de zuidelijke Verenigde Staten en het Caraïbische gebied helpen bepalen hoe wij kijken naar antieke onvrije arbeid. Zoiets is natuurlijk onvermijdelijk: onze belangstelling voor het verleden is nu eenmaal een afgeleide van wat we ervaren in het heden. Soms is dat verhelderend, soms is het juist misleidend.

Eén belangrijk verschil is dat het product dat de negentiende-eeuwse (en hedendaagse) slaven produceerden, was bedoeld voor een kapitalistische, door innovatie gedreven wereldmarkt. Ze was er zelfs een gevolg van. De spinmachine viel aan te drijven met een stoommachine – anders gezegd: het spinnen werd gemechaniseerd – maar dat ging beter met katoen dan met wol, zodat de vraag naar het eerste product steeg. Aangezien katoen niet mechanisch viel te oogsten maar van de bomen moest worden gehaald door mensenhanden, bloeide de plantageslavernij op. Zo’n integratie van de diverse wereldmarkten bestond in de Oudheid niet. De voortgaande innovatie van de negentiende eeuw, die slavernij uiteindelijk inefficiënt maakte, was er in de oude wereld evenmin.

Lees verder “Slavernij”