Het museum van Oudenburg

Het Romeinse fort Oudenburg rond 325 na Chr.

In de jaren zeventig van de tweede eeuw na Chr. plunderden Chauken (*Hauhae ofwel “hooghemers”, zeg maar de bewoners van de wierden in Groningen) het Vlaamse kustgebied. Daar woonden de zogeheten Menapiërs: een oeroude naam die de Romeinen bleven gebruiken voor de bewoners van een gemeente die ze bestuurden vanuit Doornik. We zouden niets van de Chaukische plundertocht hebben geweten als de Romeinse generaal die tegenmaatregelen trof, Didius Julianus, in 193 niet een paar weken keizer zou zijn geweest, waardoor we beschikken over zijn biografie. Er waren al wat forten langs de Noordzee, maar nu maakten de Romeinen echt werk van de kustverdediging. In deze context moeten we het fort plaatsen van Oudenburg.

Een fort uit de vierde eeuw

Het plaatje hierboven toont hoe het er uitzag in de vierde eeuw: een zes meter hoge muur die inmiddels was opgetrokken uit steen, een brede gracht en torens waarop de soldaten geschut konden plaatsen. Binnen de muren waren een badhuis, een lazaret, een stafgebouw, werkplaatsen, voorraadschuren, een huis voor de commandant en de gebouwen waar de soldaten overnachtten. Er leefden ook vrouwen in het fort, maar hun status is onduidelijk.

Lees verder “Het museum van Oudenburg”

De Grote Volksverhuizingen

Kaartje van de Grote Volksverhuizingen (uit het behandelde handboek)

Laten we er niet omheen draaien: het landkaartje van de Grote Volksverhuizingen dat Luuk de Blois en Bert van der Spek hebben opgenomen in Een kennismaking met de oude wereld, het handboek waarover ik op donderdag blog, kan écht niet. Twee hoogleraren oude geschiedenis behoren te weten hoe misleidend het is op één kaart volksbewegingen te tonen die zich voltrokken over een periode van een eeuw of vier, ja die mogelijk niet eens hebben plaatsgevonden. Ik beschreef de problematiek al eerder. Dit is het topografische equivalent van de zaken waarvoor de grafiekpolitie waarschuwt.

Het kaartje is natuurlijks slechts één aspect van de beschrijving die De Blois en Van der Spek geven van de Grote Volksverhuizingen. Ik denk echter dat ze dit keer onhandig omgaan met het dilemma waarvoor handboekauteurs zich bij elke zin gesteld zien: een handboek moet enerzijds de wetenschappelijke consensus samenvatten, want dat is wat de studenten moeten weten, maar moet anderzijds algemene noties weergeven, want dat biedt de studenten een aanknopingspunt. De Blois en Van der Spek hebben dit keer gekozen voor alleen het laatste. Het was mijns inziens beter geweest als ze, zoals ze deden in het hoofdstuk over het hellenisme, de algemene noties wel weergaven maar meteen schreven waarom die niet meer klopten.

Lees verder “De Grote Volksverhuizingen”

Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (2)

Grafsteen van soldaat Marcus Julius uit V Alaudae (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik het vorige blogje beschreef ik de oprichting van het Vijfde Legioen Alaudae en zijn rol in Caesars campagnes in Gallië en de Tweede Burgeroorlog. Daarna streed voor Marcus Antonius en keizer Augustus. De soldaten waren actief in Italië, Macedonië, Syrië en Spanje voordat de eenheid werd overgeplaatst naar Belgica.

De Germaanse Oorlogen

In 12 v.Chr. stationeerde Augustus’ stiefzoon Drusus het Vijfde in Nijmegen of Xanten, waarvandaan het deelnam aan enkele veldtochten in het Overrijnse. De soldaten staken de Weser over en bereikten in 9 v.Chr. zelfs de Elbe. Mogelijk verbleven ze daarna enige tijd in Oberaden of Haltern, de Romeinse bases langs de Lippe.

Lees verder “Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (2)”

De Chauken (2)

Masker uit Middelstum (Museum Wierdenland, Ezinge)

[Tweede deel van een artikel over de Chauken. Het eerste is hier.]

De eerste terpen en wierden zijn ontstaan in de vijfde eeuw v.Chr. Ze werden sindsdien steeds verder verhoogd en vergroot. Stond er aanvankelijk één boerderij, later konden er diverse huizen staan (zoals in Ezinge) of zelfs hele dorpen (bijvoorbeeld Feddersen Wierde). De vergroting was deels doordat de bewoners actief klei neerlegden, maar ook doordat allerlei soorten afval en mest bleven liggen. Dat verklaart waarom terpenaarde zou vruchtbaar is en men in de negentiende en vroege twintigste eeuw de kunstmatige woonheuvels ging afgraven.

Chauken en Romeinen

De eerste keer dat de Chauken in de geschiedenis opduiken, is als de Romeinse generaal Drusus ze onderwerpt. Volgens Cassius Dio, wiens verslag dateert uit de derde eeuw na Chr., gebeurde dit in 12 v.Chr.; Drusus’ tijdgenoot Titus Livius plaatst het een jaar later, maar dit deel van zijn geschiedwerk is alleen over in uittrekselvorm en niet per se betrouwbaar. Enkele jaren later, in 5 na Chr., dwong Drusus’ broer, generaal Tiberius (de latere keizer), de Chauken tot het betalen van een schatting. Velleius Paterculus was ooggetuige:

Lees verder “De Chauken (2)”

De Chauken (1)

Greep van een mes in de vorm van een wagenmenner (Eenum; Gronings Museum, Groningen)

Ik heb weleens vaker geblogd (één, twee) over de beschrijving die de Romeinse auteur Plinius de Oudere gaf van de mensen die woonden op de kunstmatige heuvels langs de Waddenzee. De terpen of wierden verbaasden hem. Hoorde het gebied, onderworpen aan eb en vloed, nu bij het land of bij de zee? Wat waren dat van mensen, die de vrijheid zo lief hadden dat ze zich hadden teruggetrokken in armzalige boerderijen op die heuvels? Waren ze nu niet feitelijk, zo impliceerde hij, de gevangenen van een onbewoonbaar gebied?

Dat viel wel mee. Archeologen hebben het beeld van een armzalig en meelijwekkend volk sterk genuanceerd. Er was zelfs ruimte voor een vorm van politiek leven, gegeven het feit dat er in het noordelijke kustlandschap minimaal vier stamverbanden zijn aan te wijzen. Meestal houden we het erop dat twee groepen Friezen woonden aan weerszijden van de Vlie, dus in het huidige Noord-Holland en Fryslân. Wat oostelijker zouden dan twee groepen Chauken hebben gewoond, gescheiden door de Dollard, in wat nu Groningen en Ostfriesland is. Deze reconstructie is, zoals alle reconstructies van de antieke topografie, minder zeker dan men wel aanneemt, maar we zullen het ermee doen. Ik ga het hebben over de Groningse Chauken.

Lees verder “De Chauken (1)”

De wierde van Adorp

Adorp

Ik mopper weleens over de hypes waarmee archeologen vissen naar fondsen. Over het badhuis in Heerlen dat, door een heel specifieke definitie van “gebouw” te hanteren, het oudste gebouw van Nederland zou zijn. Over de wijze waarop het vele junk nieuws over de limes ons zicht belet op verdieping. Of over de Cuijkse affaire. Het valt inmiddels op als een archeoloog niet overdrijft. Dus ging ik, toen ik dit artikel had gelezen, op de koffie bij de mensen die momenteel aan het werk zijn in Adorp, halverwege Groningen en Winsum.

De wierde

Het is al langer bekend dat daar in de Oudheid een belangrijke wierde heeft gelegen, vlakbij een kreek die wel in verband zal hebben gestaan met de Hunze. Nu daar een fietspad wordt aangelegd, wordt er onderzoek gedaan en de opgravers stonden versteld over hun vondsten. Het waren er meer dan verwacht, veel meer zelfs, en ze dateerden allemaal uit de tijd van de eerste eeuw v.Chr. tot eind tweede eeuw na Chr.

Lees verder “De wierde van Adorp”

Wat stelt dat voorwerp voor?

Typemachine

Het is een bekend grapje: als iets kwaakt als eend, loopt als een eend en eruitziet als een eend, zal het wel een eend zijn. Dat heet gezond verstand. Maar kijk eens naar hierboven. Het ziet eruit als een typemachine, dus zal het wel een typema-… nou nee. Het is een plaquette van Nubische scarabee uit het museum in Khartoum, gevonden in Wad Ban Naga. Het plaatje is afkomstig uit een Frans boek waarvan ik de titelgegevens niet heb.

Nu ratelt dit ding niet als een typemachine en gaat er ook geen lade heen en weer zoals in een typemachine, dus de overeenkomst is niet zo groot als bij opgemelde eend, maar de vraag is hopelijk voldoende duidelijk: wanneer is iets eigenlijk hetzelfde? Het oeuvre van Von Däniken, die beweerde dat de goden kosmonauten waren geweest, biedt voldoende voorbeelden: als een antiek reliëf lijkt op een astronaut, dan stelt het bij Von Däniken ook een astronaut voor. Van deze redenatiewijze zijn meer voorbeelden en daarvoor hoef je niet te kijken bij pseudowetenschappers.

Lees verder “Wat stelt dat voorwerp voor?”

Gannascus

Zo zou Gannascus eruit gezien kunnen hebben.

Zeerover Gannascus maakte rond 46 n. Chr. het Kanaal en de Noordzee onveilig. Van oorsprong was hij een Cananefaat, een volk dat leefde in het gebied dat we nu kennen als het westen van Nederland. Ooit diende hij in de hulptroepen van het Romeinse leger, maar hij deserteerde en sloot zich aan bij de Chauken, een Germaans volk aan de Waddenzee.

Lees verder “Gannascus”

Oud Groningen

De terp van Ezinge, even ten noorden van Groningen, zoals nagebouwd in Archeon.

Ik blogde zondag en maandag over de Romeinse visie op de bewoners van de Lage Landen. Misschien is het aardig af te ronden met een voorbeeld: de beschrijving van de bewoners van de terpen of wierden langs de Waddenzee. Die heetten in de Oudheid “Chauken“, een woord dat lijkt te zijn afgeleid van *Hauhōz, waarin het element “hoog” herkenbaar is. Hooghemers dus, mensen die woonden op kunstmatige hoogten.

Het volgende ooggetuigenverslag is van Plinius de Oudere, die het land in 47 na Chr. heeft gezien. Het leek hem maar een armzalig gebied en dat was het, vergeleken met zijn van alle gemakken voorziene basis in Xanten, natuurlijk ook. Desondanks waren de Chauken eigenlijk vrij welvarend. Plinius, die niet aan land lijkt te zijn gekomen, kon niet weten dat ze eieren raapten en joegen op vogels en robben. Hij zag niet dat de kwelders dienden als weiden, waar runderen en schapen graasden en waar zelfs, achter lage dijkjes, akkerbouw mogelijk was. Ook al was de bodem zilt, het was mogelijk er gerst, vlas en duivenbonen te verbouwen. De Friezen en Chauken exporteerden kaas, zout, wol, leer en schapen, en vormden tevens een schakel bij de doorvoer van slaven, pelzen en barnsteen. Plinius zag het niet. Hij was gefascineerd door de rand van de aarde – zee of land? – en de tegenstelling tot de Romeinse wereld.

Lees verder “Oud Groningen”