Massinissa

Soumaa d’el Khroub

Ik zal niet zeggen dat afgelopen donderdag een dag van teleurstellingen was, want we hebben een prima dag gehad. Maar na een dag in Annaba en een dag in Madauros en Khemissa kon het alleen wat minder zijn. Hierboven het graf dat bekendstaat als Soumaa d’El Khroub. De laatste twee woorden zijn de naam van een stadje ten zuiden van Constantine en het eerste is een woord dat zowel graanspijker als kluizenaarscel kan betekenen. Daar lijkt het gebouw wel een beetje op maar ik wil nog eens uitzoeken of deze woordkeuze niet kan zijn ingegeven doordat zo’n mausoleum heel wel in de Oudheid aangeduid kan zijn geweest als een sema, “graf”. Hoe dat ook zij, dit is een van de koninklijke mausolea in Algerije die op de lijst van Werelderfgoed staan. Het is dus ook uw erfgoed.

Wie ligt er begraven? De Algerijnen weten het zeker: hier ligt Massinissa, de Numidische vorst die een bondgenoot was van Rome en die na de Tweede Punische Oorlog, waarin de Romeinen de Karthagers versloegen, eindeloos doorging met aanvallen op het grondgebied van de verslagen stad. Hij annexeerde zelfs Sabratha, Oea (het huidige Tripoli) en Lepcis Magna. in het huidige Libië. Uiteindelijk sloeg Karthago terug, voerde daarmee oorlog zonder toestemming van de Romeinse Senaat. Dat was de aanleiding van de Derde Punische Oorlog. Massinissa overleed in 148 v.Chr. en Tunesiërs weten zeker dat hij begraven ligt bij hun stad Dougga.

Lees verder “Massinissa”

De val van Karthago (4)

Slingersteen, opgegraven in de verwoestingslaag van Karthago (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

[Omdat ik een paar dagen naar Libanon ben – ik heb een heel zwaar leven – plaats ik vandaag, na eerdere reeksen over de Eerste en de Tweede Punische Oorlog, vier stukken over de ondergang van Karthago. Het eerste deel was hier.]

Het ging Scipio vooral om Byrsa, het sterke bolwerk van de stad waarheen de meeste inwoners hun toevlucht hadden gezocht. Er liepen vanaf de Markt drie toegangswegen naar toe, aan weerskanten begrensd door huizen van zes verdiepingen. Van hieraf werden de Romeinen beschoten, maar ze veroverden de eerste huizen, vanwaar ze de bewoners van de belendende percelen konden aanvallen.

Toen ze die eenmaal in bezit hadden, legden ze balken en planken als bruggen over de nauwe doorgangen en liepen er zo overheen. Dit leidde tot een gevecht op de daken, terwijl het samentreffen zich ook wel in de stegen afspeelde. Overal was gekreun, gekrijs en geschreeuw te horen en de dood nam vele vormen aan. Sommigen werden neergestoken of levend van het dak afgegooid, anderen kwamen terecht in de punten van speren, steekwapens of zwaarden.

Tot de komst van Scipio in Byrsa durfde niemand de huizen in brand te steken, vanwege de mensen op de daken. Maar hij liet daarop de drie stegen tegelijk in brand steken, zij het met de opdracht bij elke brand de weg voor anderen vrij te houden zodat het leger gemakkelijk kon oprukken of zich terugtrekken.

Lees verder “De val van Karthago (4)”

De val van Karthago (3)

De havens van Karthago

[Omdat ik een paar dagen naar Libanon ben – ik heb een heel zwaar leven – plaats ik vandaag, na eerdere reeksen over de Eerste en de Tweede Punische Oorlog, vier stukken over de ondergang van Karthago. Het eerste deel was hier.]

Intussen bouwden de Romeinen een kamp dat zich uitstrekte over de gehele landengte ten westen van de stad. Hiermee werd Karthago definitief afgesneden van het platteland. Nu waren er nog altijd Karthaagse kapiteins die probeerden met graanschepen de haven binnen te varen, en daarom gelastte Scipio de aanleg van een dam voor de havenmonding.

De Karthaagse tegenzet bestond uit het graven van een nieuw kanaal tussen de handelshaven en de zee – het is nog steeds te zien – en de bouw van vijftig oorlogsbodems. De bedoeling was dat ze hiermee de Romeinse genietroepen zouden aanvallen, maar doordat ze eerst in het zicht van de onthutste legionairs een proefvaart maakten, was het verrassingseffect verdwenen en drie dagen later vernietigde de Romeinse vloot de vijftig nieuwe schepen. De Karthagers hadden nu geen enkele hoop meer te verhinderen dat de blokkade zou worden voltooid. Vroeg of laat zou de stad vallen. Hasdrubal, die inmiddels de macht volledig in handen had gekregen, gelastte daarom dat alleen soldaten nog te eten mochten krijgen.

Lees verder “De val van Karthago (3)”

De val van Karthago (2)

Karthaags borstpantser uit Ksour es-Saf (Musée national du Bardo, Tunis)

[Omdat ik een paar dagen naar Libanon ben – ik heb een heel zwaar leven – plaats ik vandaag, na eerdere reeksen over de Eerste en de Tweede Punische Oorlog, vier stukken over de ondergang van Karthago. Het eerste deel was hier.]

De eerste stap van de Karthagers was de vrijlating van alle slaven en het terugroepen van Hasdrubal, die zich loyaal opstelde tegenover de regering die zich zo kort geleden nog van hem had gedistantieerd. Hij beloofde de Romeinen op het platteland te zullen aanvallen. Tegelijkertijd werd de bevolking verdeeld in ploegen die bij toerbeurt werkten in haastig ingerichte smidsen om wapens te maken.

De consuls, die mogelijk hoopten dat hun tegenstanders na enkele dagen zouden inzien dat verzet zinloos was, brachten hun troepen pas na enige tijd naar de landengte ten westen van Karthago, waar tegenwoordig de luchthaven van Tunis ligt. De legionairs verwachtten dat de stad niet zou worden verdedigd, en waren verbijsterd toen hun eerste aanval werd afgeslagen. Toen dit nogmaals gebeurde en Hasdrubal arriveerde, besloten ze hun kampen te versterken, wat nog niet zo eenvoudig was in het houtarme gebied, temeer daar de Karthaagse generaal de houthakkers, waterdragers en andere soldaten buiten het kamp voortdurend aanviel. Voor de bouw van katapulten en blijden lijkt nooit genoeg hout te zijn gevonden. Appianus vermeldt de toestellen althans niet.

Lees verder “De val van Karthago (2)”

De val van Karthago (1)

De carrière van een Romeinse soldaat (tweede eeuw v.Chr.): afscheid, naar het front en uiteindelijk een muzikaal omlijste promotie tot officier. (Louvre, Parijs)

Bij de onderwerping van alle volken, stammen en koningen worden de Romeinen gedreven door één, eeuwenoud motief: een diepgeworteld verlangen naar macht en rijkdom. Daarom ontketenden ze eerst een oorlog tegen koning Filippos V van Macedonië […], en toen Antiochos III hem hulp kwam bieden, lieten ze hem, heel gehaaid, eerst Azië om hem, toen ze Filippos’ macht hadden gebroken, te beroven van al het land aan deze zijde van het Taurusgebergte en tienduizend talenten.

Aldus de Romeinse historicus Sallustius, die voorgeeft hier een brief van een buitenlandse vorst te citeren. Ook al is het een Romeinse historicus die deze woorden in de mond van een buitenlandse koning legde, ze geven aardig weer hoe onderworpen volken aankeken tegen de Romeinen: onbetrouwbare veroveraars, gedreven door een nietsontziende geldzucht. Ook een meer positieve bron als de Joodse auteur van 1 Makkabeeën ziet inhaligheid als typisch Romeins:

Lees verder “De val van Karthago (1)”