Het Colosseum (6): populaire gladiatoren

Muziek zoals ook in het Colosseum uitgevoerd moet zijn (Villa Dar Buc Ammera)

[Dit is het voorvoorlaatste van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

De meeste Romeinen waren dol op gladiatorengevechten. Velen gingen geheel op in deze demonstraties van mannelijkheid, kracht en onverschrokkenheid, zoals de Romeinse geschiedschrijver Tacitus aangeeft:

Hoeveel zijn er nog, die thuis over iets anders kunnen spreken? En waarover hoor je jonge mannen praten als je hun schoollokalen binnenloopt?noot Tacitus, Dialoog over de welsprekendheid 29.3.

Mannelijkheid, kracht en onverschrokkenheid: het waren de eigenschappen waarvan de Romeinen vonden dat zij er in royale mate over beschikten en er hun imperium aan dankten. Het bijwonen van gladiatorenshows gold als een manier om aan de dood te wennen, wat tijdens een veldslag van pas kwam. Weliswaar kwam ten tijde van keizer Tiberius de expansie van het rijk tot stilstand, maar de ideologie bleef bestaan. Konden de Romeinen hun stoerheid niet etaleren aan het front, dan konden ze hun onverschrokkenheid tonen door de dood in de arena gade te slaan.

Lees verder “Het Colosseum (6): populaire gladiatoren”

Het Colosseum (3): jachtpartijen

Jachtscène zoals ze ook in het Colosseum te zien waren (Archeologisch Museum, Mérida)

[Dit is het derde van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Ook toen keizer Titus het Colosseum voor de tweede keer inwijdde, was het gebouw niet af. Volgens de zogeheten Kroniek van het jaar 354 werd het amfitheater tijdens de regeringsperiode van Titus’ broer en opvolger Domitianus “voltooid tot aan de schilden in de nok”. Deze schilden bevonden zich bovenaan de buitenwand.

Lees verder “Het Colosseum (3): jachtpartijen”

VIII Augusta aan de Rijn

Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)

Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.

Het Zwarte Woud

In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.

Lees verder “VIII Augusta aan de Rijn”

Leven in het oude Rome

Maquette van een Romeinse flat uit Ostia (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Wie Rome heeft bezocht – en ik denk dat heel veel lezers van deze blog er wel eens zijn geweest – heeft gestaan bij de steile trap naar de Santa Maria in Aracoeli, bovenop het Capitool. Aan de voet ervan is de bakstenen ruïne te zien een oud Romeins flatgebouw. Drie verdiepingen steken boven de grond uit, twee liggen onder het straatniveau. Wat overigens veel zegt over de overstromingen van de rivier de Tiber voordat deze eind negentiende eeuw werd gekanaliseerd. Op de onderste verdieping van het oude gebouw waren vrijwel zeker winkeltjes gevestigd, daarboven waren woonhuizen en op de zolder woonden sloebers in kamers zonder ramen.

In onze tijd zou de gemeente overbevolkte flats zonder aansluiting op de riolering en met raamloze bovenverdiepingen onbewoonbaar verklaren, maar in de Oudheid golden ze als redelijk onderkomen voor de stedelijke bevolking. Vitruvius, de auteur van een Handboek bouwkunde, was enthousiast:

Lees verder “Leven in het oude Rome”

XII Fulminata aan de Eufraat

Het regenwonder, waarbij XII Fulminata werd gered, op de Zuil van Marcus Aurelius in Rome

Ik vertelde in het vorige stukje hoe XII Fulminata was onteerd in de Armeense oorlog. Het werd, zoals ik zei, nog erger.

Joodse Oorlog

In oktober 66 na Chr. had de gouverneur van Judea, Gessius Florus, militaire steun nodig om de controle over het in opstand gekomen Jeruzalem terug te winnen. Het Twaalfde (ondersteund door onderafdelingen van IIII Scythica en VI Ferrata) kwam, zag en keerde terug: de commandant had vastgesteld dat zijn strijdmacht niet sterk genoeg was. Dat was tot daar aan toe. Op de terugweg werd het legioen echter door de Joodse leider Eleazar, de zoon van Simon, verslagen. Aan de vernedering werd nog de schande toegevoegd: het legioen verloor zijn adelaarsstandaard.

Lees verder “XII Fulminata aan de Eufraat”

Het belang van de Oudheid(kunde)

Een I.D.O.H.Z.O.-tje toont het belang van de Oudheid niet

Wat is het belang van de Oudheid, van de oudheidkunde? Iemand vroeg me onlangs om het nog eens uit te leggen. Een nieuwe vraag is het niet. Toen het Gronings Archeologisch Instituut in 2017 een jubileum vierde, was een van de thema’s “Archeologie, voor wie doen we het ook alweer?” (Ik was een van de sprekers.) In 2019 hield David Fontijn een toespraak over dezelfde vraag. Ik heb het zelf uitgelegd in mijn laatste boek (blz.48-49). Het is opvallend dat de vraag, welbeschouwd eerstejaarsstof, terug blijft keren.

Antwoord 1: De Oudheid is leuk

Eerst het makkelijkste antwoord: inhoudelijk. Oudheidkundigen kunnen dingen vertellen over hoe het vroeger was. Dat is leuk. Ik houd me al veertig jaar met de Oudheid bezig en zie nog elke dag iets verrassends. Dat is waarom musea en parken als Archeon tienduizenden bezoekers hebben en publieksprijzen winnen. Zo simpel.

Lees verder “Het belang van de Oudheid(kunde)”

XIII Gemina (2)

Grafsteen van een soldaat van XIII Germina (Nationaal Museum, Ljubljana)

Keizer Domitianus (r.81-96) plaatste XIII Gemina, waarover ik zojuist blogde, in 89 over naar de nieuw gestichte basis Vindobona, het huidige Wenen. De Daciërs waren in 86 het Romeinse Rijk binnengevallen en hadden de legioenen verslagen die het Beneden-Donau-gebied hadden moeten verdedigen. In 88 was een groot Romeins leger Dacië binnengevallen, waar generaal Tettius Julianus de Dacische koning Decebalus had verslagen. Het Dertiende was een van de negen betrokken legioenen geweest. Helaas had de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus, het uiteindelijke succes verhinderd. De overplaatsing naar Wenen was een manier om niet alleen Dacië maar ook het Rijnland in de gaten te houden.

En de Boven-Donau. Want ook daar was de situatie gespannen. In 92-93 nam het Dertiende deel aan Domitianus’ oorlog tegen de Sueben en Sarmaten. Het is in deze context dat we de operatie moeten plaatsen van Velius Rufus, die met een groot leger trok door het gebied benoorden de Donau, van Roemenië naar Tsjechië.

Lees verder “XIII Gemina (2)”

De tempel van Isis in Rome

Maquette van de tempel van Isis in Rome (Koninklijke Musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De sterke verhalen over de Isiscultus, die ik in mijn vorige stukje noemde, bewijzen dat de godin niet onomstreden was. Althans aanvankelijk. Dat veranderde toen Vespasianus eind 69 na Chr. na een burgeroorlog het keizerschip bemachtigde. Men vertelde dat hij in Alexandrië met steun van de Egyptische goden een lamme had doen lopen en een blinde had doen zien. Bovendien was zijn zoon Domitianus tijdens de laatste gevechten van het burgerconflict aan de dood ontsnapt door zich aan te sluiten bij een groep Isisvereerders. U las er hier meer over.

Eerst bevorderde Vespasianus de cultus in Rome en na een grote stadsbrand in 80 herbouwde Domitianus haar tempel grootser dan ooit. Vanaf toen behoorden Isis en Serapis tot de populairste goden in Rome. Afgaande op dateerbare inscripties van niet-magistraten, waren de Egyptische goden geliefder dan de Romeinse Jupiter, Juno en Minerva. Ook keizer Hadrianus sympathiseerde met de cultus, maar de grootste vereerder zou Septimius Severus zijn, die zijn portret liet modelleren op dat van Serapis. Van de keizers Commodus en Caracalla is bekend dat ze verkleed als Anubis deelnamen aan de processies.

Lees verder “De tempel van Isis in Rome”

De Colossus van Nero

Hier stond ooit de sokkel van de Colossus van Nero

In het dal tussen Velia, Palatijn, Caelius en Oppius lag de vijver waaromheen keizer Nero in 64 na Chr. het Gouden Huis had gebouwd. Keizer Vespasianus doorbrak de door zijn voorganger gecreëerde architectonische eenheid door op de plaats van het meer – dus middenin het paleis – het Colosseum te bouwen. Dit was niet de enige ingreep. Vespasianus’ opvolgers Titus, Domitianus en Trajanus vervingen andere delen van Nero’s paleis door openbare gebouwen, zoals een badhuis en winkelgalerijen. Tenslotte gelastte Hadrianus de bouw van de tempel van Venus en Roma op de plaats die ooit ruimte had moeten bieden aan een enorm standbeeld van keizer Nero.

De colossus van Nero

Het bekendste voorbeeld van zo’n reusachtig beeld was de Kolossos van Rhodos: een dertig meter hoog beeld van de Zon, een van de zeven wereldwonderen. Nero, die dweepte met alles wat Grieks was, liet op de Velia een even groot standbeeld oprichten, gemaakt van verguld brons en voorzien van zijn eigen gelaatstrekken. Ik vertelde gisteren al dat beeldhouwer Zenodoros er een jaar of tien aan werkte en de Colossus in 75 voltooide. Het beeld was toen voorzien van het hoofd van Vespasianus’ beoogde opvolger, Titus.

Lees verder “De Colossus van Nero”

Nero’s Gouden Huis (2)

Mozaïek uit het Gouden Huis (Antiquarium del Palatino, Rome)

Ik beschreef in mijn vorige stukje de bouw van het Gouden Huis van keizer Nero. Hier is het landkaartje nog even. De hoofdingang lag op de Velia: de helling ten oosten van het Forum Romanum, waar later de beroemde ereboog van Titus is opgericht. Nero liet ook het Klooster van de Vestaalse Maagden herbouwen en een straat naar zijn paleis aanleggen, aan weerszijden voorzien van galerijen. Wie de straat uit liep, bereikte op de heuveltop een rechthoekig plein, het vestibulum, met daarop de Colossus. Die moet dus hebben gestaan in de buurt van de Titusboog, vrijwel zeker op plek van de huidige kerk van Santa Francesca Romana. De kerktoren geeft een idee van de hoogte van het enorme standbeeld.

Op de top van de Velia begon een zijstraat naar de verblijven op de Palatijn, maar wie rechtdoor liep, bereikte het dal tussen Velia, Caelius en Oppius. Hier lag de vierkante, door colonnades omgeven vijver en begon het parkachtige deel van het Gouden Huis. Ten zuidoosten van de vijver stond het podium waarop de tempel van de vergoddelijkte Claudius moest verrijzen. (De aanleg werd na de brand onderbroken om de bouwvakkers in te zetten bij de wederopbouw van de stad.) Daar liet Nero een waterpartij aanleggen, waarvan de resten nog te zien zijn aan de Via Claudia.

Lees verder “Nero’s Gouden Huis (2)”