Een Kybele uit Afghanistan

Kybele (Nationaal Museum van Afghanistan, Kaboel)

Hé, dat is grappig: ik heb nog nooit geblogd over de bovenstaande schijf. Terwijl die heel beroemd is. Hij is gevonden in Ai Khanum in het noordoosten van Afghanistan. De stad is lang geïdentificeerd geweest als het antieke Alexandrië-aan-de-Oxus, totdat Kampyr Tepe een betere kandidaat bleek te zijn. Ai Khanum is ook vaak getypeerd als een Griekse stad, maar het is beter te spreken van een Baktrische stad met een hellenistisch bestuurlijk centrum. De bewoners konden er diverse rollen aannemen: nu eens Baktrisch, dan weer Grieks.

Met voorwerpen als de zilveren schijf hierboven en deze deze inscriptie is het echter wel logisch dat je denkt aan een Griekse stad. Dit edelsmeedwerk, vervaardigd in de tweede eeuw v.Chr., sluit aan bij tradities uit het verre westen. Hoewel…

Lees verder “Een Kybele uit Afghanistan”

Strijdwagen

Reconstructie van een Cypriotische strijdwagen

Het Allard Pierson-museum in Amsterdam wordt verbouwd en de laatste keren dat ik er was heb ik de bovenstaande strijdwagen niet gezien. Hoewel hij lijkt op een Assyrische strijdwagen, zoals we die kennen van reliëfs, stond hij op de afdeling Cyprus: een wagen uit wat ik gemakshalve de IJzertijd zal noemen. Ik mis hem wel een beetje want het was een leuk ding om kinderen uit te leggen dat de Oudheid anders was. Geen auto maar een wagen, geen benzine maar paardenkracht. Voor volwassenen kun je toevoegen dat de energie dus niet uit delfstoffen kwam maar uit voedsel en dat trekdieren met mensen concurreren om de schaarse voedingsmiddelen.

Strijdwagens waren vooral belangrijk in de Bronstijd. U kent de afbeeldingen uit Egypte wel, waarop de koning als boogschutter staat afgebeeld, zijn vijanden verdelgend. Eigenlijk is dat een beetje problematisch, want het is volstrekt onmogelijk om staand in zo’n gammel bakje en rijdend over een oneffen terrein aan te leggen en te mikken. Het idee van rijdende schutterij moet u dus maar vergeten. Het is mogelijk dat strijdwagens vooral werden ingezet om op andere legers in te rijden, dus voor een shock-and-awe-aanval. Tijdens de veldslag op de vlakte bij Kadesh (1274 v.Chr.) sloegen de Hittitische strijdwagens inderdaad een complete Egyptische divisie uiteen.

Lees verder “Strijdwagen”

“Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)

Een herder met een struisvogel, een haan en een schaap (Wadi Imla)
Een herder met een struisvogel, een haan en een schaap (Wadi Imla)

Als het gaat om antiek materiaal, heb je vandalen en vandalen. Je hebt er die ruïnes plunderen om de vondsten te gelde te maken en je hebt er die verlost willen zijn van erfgoed dat hun niet bevalt. De eerste categorie zal het zichzelf niet al te moeilijk maken en richt zich op plekken waarvandaan de oudheden snel kunnen worden afgevoerd; de tweede groep ziet er geen been in naar moeilijk bereikbare plaatsen te gaan om de boel kort en klein te slaan. Het berichtje, alweer een jaar of wat geleden, dat in Libië mensen diep de woestijn in waren getrokken om daar prehistorische kunst kapot te gaan maken, behoort tot die tweede categorie. Het is pure haat.

Wilde fauna

Terwijl het juist zo boeiend is dat de Sahara ooit een savanne is geweest waar mensen de rotswanden versierden met reliëfs en schilderingen. Er is in het zuiden van Libië van alles te zien: jagers, dansers, krijgers en zelfs zwemmers. Oké, de beroemde “Cave of the Swimmers” is in Egypte maar u snapt mijn punt.

Het is des te fascinerender als we zien hoe oud de woestijnkunst is. Dit is geen primitieve imitatie van Griekse of Romeinse kunst, zoals kunsthistorici aanvankelijk dachten, maar is eeuwen ouder. Dat werd alleen pas duidelijk toen het prehistorische klimaat een beetje werd begrepen, toen was gebleken dat dit gebied ooit een savanne, ja zelfs bos was geweest en toen kon worden beredeneerd welke dieren op welk moment over de savanne zwierven.

Lees verder ““Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)”

Dood paard

Paardenskelet uit Gonur Deppe
Skelet van een paard, Gonur Deppe

Misschien wel de grootste ontdekking van de geesteswetenschappen:

  • eerst ontdekking van de Indo-Europese taalfamilie,
  • vervolgens het proces van reconstructie van deze oertaal,
  • daarna het leggen van een verband met de archeologische resten van de Yamnaya-cultuur (Yamna-cultuur, kurgan-cultuur, putgrafcultuur…) die tussen 3600 en 2300 v.Chr. heeft bestaan in Oekraïne/Zuid-Rusland
  • tot slot de bevestiging daarvan door het DNA-onderzoek.

Taalkundigen, historici, archeologen, DNA-onderzoekers: in de geesteswetenschappen bereik je vooral resultaat als je je niet beperkt tot kleine specialismen. De impact van de ontdekking is ondertussen immens: we zijn volken gaan definiëren aan de hand van taal, wat eigenlijk een heel rare innovatie is geweest, met vérstrekkende politieke gevolgen, zoals iedere Belg u kan uitleggen.

Op de achtergrond speelt dan nog een andere, even interessante kwestie: de verklaring waarom de Indo-Europese taalfamilie zich van Ierland tot India en van Spanje tot Siberië heeft kunnen verspreiden. Er zijn diverse factoren te noemen, zoals de genetische mutatie die een deel van het afweersysteem onklaar maakte, waardoor mensen met wat ik maar even “Indo-Europees DNA” zal noemen (u mag de benodigde slagen om de arm zelf invoegen) niet langer allergisch reageerden op melk van andere diersoorten. Normaal gesproken zou je ziek worden van koeien- of geitenmelk, maar Indo-Europeanen hebben daar minder last van en dat gaf ze in een koud klimaat een extra bron van voedingsstoffen. Een andere verklaring, mijns inziens belangrijker, is dat ze beschikten over paarden.

Lees verder “Dood paard”

De leeuwenjacht van Aššurbanipal

De leeuwenjacht van Aššurbanipal (detail; British Museum, Londen)

Vandaag het einde van mijn reeks over museumstukken die te maken hebben met de expositie over Nineveh in het Rijksmuseum van Oudheden. Volgende week nog iets over de val van de Assyrische hoofdstad en daarna wil ik op gezette tijden schrijven over andere Assyrische zaken, al weet ik momenteel nog niet wat. Maar vandaag de laatste aflevering uit deze museumstukkenreeks en dat moet dus wel een hoogtepunt zijn uit de oud-oosterse kunst: de leeuwenjacht van koning Aššurbanipal.

De reliëfs zijn zo rond 650 v.Chr. vervaardigd. U zult ervoor naar het British Museum moeten, want dit soort kunstvoorwerpen lenen musea niet gemakkelijk aan elkaar uit. Alles klopt aan de leeuwenjacht van koning Aššurbanipal. De leeuwen zijn perfect weergegeven, de anatomie van de en profil afgebeelde jagers is in orde. De reliëfs moeten ooit beschilderd zijn geweest maar ook zonder kleur zijn ze fenomenaal. Maar waarom werden ze eigenlijk gemaakt?

Lees verder “De leeuwenjacht van Aššurbanipal”

De weegschaal van Zeus

De “Zeus-krater” uit Enkomi (Cyprusmuseum, Nicosia)

Ik blogde gisteren over het Cyprusmuseum in Nicosia, waar onder meer de voorwerpen uit Enkomi zijn te zien, een Bronstijd-havenstad uit oostelijk Cyprus die door Mykeense kooplieden werd aangedaan. Ik wees erop dat in Enkomi aspecten van de vroegste Griekse cultuur kunnen zijn gedocumenteerd die later in het moederland wat ondergesneeuwd zouden zijn.

De vaas hierboven – perfect bewaard, zoals veel aardewerk in het Cyprusmuseum – is wat dat betreft intrigerend. Het voorwerp staat bekend als de “Zeus-krater” en kan worden gedateerd in de vroege veertiende eeuw. Aan de voor- en achterkant staan octopussen, een standaardmotief waar wij vandaag geen aandacht aan hoeven besteden. Het gaat om de strijdwagen die is afgebeeld onder een van de oren. Er staan twee mannen in, maar er is een derde persoon afgebeeld: onder het paard staat nog een krijger, die de strijd lijkt te willen aanbinden. Een vierde persoon, gekleed in een lang gewaad, staat helemaal rechts, vóór de wagen. Dat is de figuur waar het om gaat.

Lees verder “De weegschaal van Zeus”

De Trojaanse Oorlog (slot)

Model van een strijdwagen uit de Late Bronstijd, gevonden in Kamed el-Loz, Libanon (Nationaal Museum, Beiroet)
Als er een Trojaanse Oorlog is geweest, zijn er strijdwagens ingezet (Nationaal Museum, Beiroet)

[Het laatste stukje in mijn kerstserie over de Trojaanse Oorlog. De legendarische expeditie van een coalitie van Griekse krijgers die ergens in de dertiende eeuw v.Chr. de stad Troje innamen vormt een romantisch verhaal en het onderzoek brengt diverse subdisciplines samen: klassieke talen, oude geschiedenis, archeologie, hittitologie. Allemaal redenen om u dit kerstweekend te trakteren op een longread. Het eerste deel vindt u hier.]

Eerst maar even een samenvatting van wat we tot nu toe hebben bezien. In de eerste plaats: dé ontdekking van Heinrich Schliemann was de Egeïsche Bronstijdcultuur, ergens tussen 1600 en 1200 v.Chr. Deze mensen spraken Grieks, zoals we zagen door de ontcijfering van het Lineair-B. Verder hebben we gezien dat archeologen vaststelden dat er in Troje allerlei bewoningslagen zijn, waarvan er twee in aanmerking komen het Homerische Troje te zijn geweest:

  • het prachtige Troje VI, dat rond 1300 v.Chr. ten onder is gegaan door een aardbeving,
  • en Troje VIIa, dat door mensenhanden is verwoest rond 1190 v.Chr., op een moment waarop de Mykeense Grieken geen expeditie meer konden uitvoeren.

Dat is een behoorlijk probleem. Het Hittitische materiaal (1, 2, 3) leverde het inzicht op dat de op een steile heuvel gelegen stad ooit Wiluša en Taruwiša heeft geheten, geregeerd is geweest door een koning Alaksandus en de god Apalliunas heeft vereerd. Het leverde ook voldoende aanwijzingen op voor een Trojaanse Oorlog. Om precies te zijn: voor vier min of meer Trojaanse Oorlogen.

Lees verder “De Trojaanse Oorlog (slot)”

De Trojaanse Oorlog (3)

Mykeense dolk met fotograaf (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
Mykeense dolk, niet per se gebruikt tijdens de Trojaanse Oorlog, met fotograaf (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

[Dit kerstweekend blog ik over de Trojaanse Oorlog. De legendarische expeditie van een coalitie van Griekse krijgers die ergens in de dertiende eeuw v.Chr. de stad Troje innamen vormt een romantisch verhaal en het onderzoek brengt diverse subdisciplines samen: klassieke talen, oude geschiedenis, archeologie, hittitologie. Allemaal redenen om u dit kerstweekend te trakteren op een longread. Het eerste deel vindt u hier.]

Aan het begin van de twintigste eeuw ontdekte de Britse archeoloog Arthur Evans op Kreta het verband tussen het oude Nabije Oosten en Mykeens Griekenland. Het paleis van Knossos dat hij opgroef, leek in weinig op de Mykeense burchten, al was het ruwweg even oud. Het leek weer wél op de paleizen die waren gevonden in de Oriënt. Ook groef Evans kleitabletten op, het oosterse schrijfmateriaal bij uitstek.

Het bleek te gaan om twee soorten schrift, zakelijk aangeduid als Lineair-A en Lineair-B. Ik heb er al eens over geblogd. Aangezien er geen “twee-schriftige” teksten werden gevonden die in zowel zo’n lineair schrift als in een al ontcijferd schrift waren geschreven, bleven de nieuw ontdekte teksten onvertaalbaar. Het raadsel werd niet opgelost toen Carl Blegen, de man die (zoals we al zagen) in Troje had gegraven, in 1939 meer Lineair-B-inscripties vond, dit keer in Pylos op de Peloponnesos.

Lees verder “De Trojaanse Oorlog (3)”

Andronovo

Bijl met allerlei demonische wezens (Vroege Bronstijd; New York, Metropolitan Museum of Art)
Bijl met allerlei demonische wezens (Vroege Bronstijd; New York, Metropolitan Museum of Art)

Anderhalve maand geleden kondigde ik een reeks stukjes aan over de geschiedenis van Centraal-Azië, ingegeven door het feit dat ik binnenkort naar Oezbekistan zal gaan. Ik wilde die stukjes schrijven omdat ik de geschiedenis van het gebied onoverzichtelijk vind. Tot voor kort had ik eigenlijk maar twee of drie aanknopingspunten: de Perzische periode (die ten einde kwam met Alexander de Grote), en de Mongoolse heerschappij. En – vooruit – de Sovjetjaren.

Ik was die reeks niet vergeten, maar door gezondheidsproblemen kwam het er niet van. Grappig genoeg kreeg ik, net toen ik had besloten de reeks eens te gaan maken, het nieuws dat de vergunning rond was om Kara Tepe te bezoeken, een laat-antieke opgraving in het niemandsland tussen Oezbekistan en Afghanistan. Als dat geen voorteken is!

Lees verder “Andronovo”

Dood paard

Paardenskelet
Paardengraf (Andreasstift, Worms)

Het paardengraf dat u hierboven ziet, is te zien in het Andreasstift in Worms. Dat is historische grond: het is de plaats waar in het voorjaar van 1521 de beroemde Rijksdag plaatsvond waar Martin Luther zich verantwoordde tegenover keizer Karel V. (De hervormer heeft de beroemde woorden “Hier sta ik, ik kan niet anders” overigens nooit gesproken.) Tegenwoordig is er een archeologisch museum.

Paardengraf

En dit is dus het graf van een merrie. Er is een koolstofdatering die aangeeft dat het dier rond 580 ± 85 v.Chr. is overleden, wat wil zeggen dat er 65% kans is dat het gebeurde tussen 665 en 495 (en 95% dat het plaatsvond tussen 750 en 410). Veel interessanter dan de vraag wanneer het paard dood ging, is de vraag waarom. De schedel is namelijk ingeslagen.

Lees verder “Dood paard”