Weer wat erfgoed minder: de synagoge van Vianen

De voormalige synagoge van Vianen (© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Vianen is niet een van de grote plaatsen van joods Nederland, maar het heeft een synagoge gehad die in de loop van de negentiende eeuw door enkele tientallen gelovigen werd bezocht. Een klein gebedshuis in de mediene, joods Nederland buiten Amsterdam. De gemeente werd echter kleiner en kleiner en in 1920 werd ze opgeheven.

Het achttiende-eeuwse gebouw kwam in handen van een protestants kerkgenootschap dat het rijksmonument behandelde zoals je een rijksmonument behandelt: men liet de oorspronkelijke elementen netjes intact, zoals het houten tongewelf, de vloer, een vrouwengalerij op twee Toscaanse zuiltjes en een wasgelegenheid op de binnenplaats. Het was niet heel spectaculair – het is allemaal niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Folkingestraat-synagoge in Groningen – maar juist dat maakte het bijzonder.

En ja, dat schrijf ik in de verleden tijd. Het interieur is er niet langer.

Lees verder “Weer wat erfgoed minder: de synagoge van Vianen”

Utrecht CS

Utrecht CS (Madurodam, Den Haag)
Utrecht CS (Madurodam, Den Haag)

De hel, dat is de spoorverbinding tussen Amsterdam en Utrecht. Toen er zes treinen per uur gingen rijden, leek het even te verbeteren, maar het blijft desondanks gierend druk in die trein, of je vanuit Amsterdam nu vanaf Zuid of vanaf CS vertrekt. Een zitplaats vind je eigenlijk nooit, de stiltecoupé is een oorlogszone en je bent helemaal aan de goden overgeleverd als je ook nog een fiets moet meenemen. Wat regelmatig gewoon noodzakelijk is, bijvoorbeeld als ik bij mijn uitgever moet zijn.

Ik ben weleens om zes uur opgestaan om naar Utrecht te fietsen omdat ik anders domweg daar niet op tijd kon zijn. Nu zal ik heus geen zout leggen op elke openbaarvervoerslak, geef ik ook weleens complimenten als een conducteur een pluim verdient en kan ik zo nu en dan best reizen zonder zitplaats, maar het moet me toch van het hart dat het openbaar vervoer faalt als je alleen op je bestemming kunt komen door voor dag en dauw veertig kilometer te gaan fietsen. Dan is er de facto geen openbaar vervoer.

Anyhow.

Lees verder “Utrecht CS”

Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Vermogende Franken droegen mantelspelden als deze (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw na Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)”

Friezen en Franken (1)

tuuk_friezen

Het zal de trouwe lezers van deze kleine blog niet zijn ontgaan dat mijn belangstelling voor de Franken en het “Germaanse” deel van onze geschiedenis groeit. De reden is dat die nogal stiefmoederlijk wordt bedeeld nu er zo verschrikkelijk veel aandacht is voor de limes, de grens van het Romeinse Rijk langs de Rijn. Tegelijk is ons Germaanse verleden belangrijk: de Germanen gelden immers traditioneel – en niet zonder goede redenen – als onze voorouders. Dat maakt ze automatisch interessant.

Op zich is het echter wel logisch dat ze wat weinig aandacht krijgen: ze schreven nauwelijks. Er zijn geen bronnen waarin ze zelf melden wat ze dachten van de komst van de Romeinse legioenen. We weten niet hoe ze zich voelden bij handel en ruil, we kennen hun religie vooral uit latere, vijandige bronnen en we kennen hun literatuur alleen uit middeleeuwse teksten. Als het Romeinse staatsapparaat instort en de Franken de macht overnemen, zijn het christelijke auteurs die schrijven over de nieuwe, Germaanse heersers. Zelden of nooit horen we hen in hun eigen woorden.

Lees verder “Friezen en Franken (1)”

Amsterdamsestraatweg

amsterdamsestraatweg

Ik had gisteren twee leuke afspraken in Utrecht en omdat het redelijk weer was, besloot ik op de fiets te gaan. Ook met tegenwind is dat een fijne rit langs de Amstel, Angstel en Vecht. Tot slot is er, vanaf Maarsen, de kaarsrechte weg naar het centrum van Utrecht. Het heet daar de Amsterdamsestraatweg en ik vind het een van de fijnste plekken in Nederland. En elke keer vraag ik me weer af waarom.

Ik kan een paar dingen noemen. Eén daarvan is – heel simpel – dat het iets grootstedelijks heeft. Een lange straat, vrij druk en met allerlei soorten winkeltjes, waar volgens mij minstens honderd nationaliteiten zijn vertegenwoordigd. De wijk lééft gewoon. In het verlengde hiervan: het is er een beetje rommelig. Ik bedoel niet dat het er vies is of zo, maar er is geen architect die een masterplan heeft opgesteld om de ziel eruit te projectontwikkelen. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met de Amsterdamse Kinkerstraat, die honderden meters lang wordt geflankeerd door een geestloze portico en dito nieuwbouw. De Amsterdamsestraatweg is daarentegen een buurt met een eigen karakter, een wijk met een smoel.

Lees verder “Amsterdamsestraatweg”

Willibrordus

Reliekschrijn van Willibrordus (Catharinakathedraal, Utrecht)

In het jaar 384 overleed in Maastricht bisschop Servatius, die tot kort daarvoor had geresideerd in Tongeren. Veel meer weten we eigenlijk niet over de man, wiens leven vooral bekend is uit latere legenden. Toch is zeker dat er christelijke gemeenschappen waren in de twee genoemde Romeinse steden. Uit Nijmegen is er nog een haarspeld met een Christusmonogram, die erop wijst dat er ook aan de Waal christenen leefden. Dat was zo’n beetje al het bewijs voor de aanwezigheid van het christendom in de Lage Landen in de Romeinse tijd.

De val van Rome

Een generatie na de dood van Servatius viel het Romeinse rijksbestuur in onze contreien weg. De macht kwam in handen van de laatste garnizoenscommandanten, die stonden aan het hoofd van plaatselijk gerekruteerde legertjes. Nu was de plaatselijke bevolking aan het begin van de vijfde eeuw niet meer wat ze voordien was geweest: in 355 waren groepen Frankische immigranten vanuit het huidige Drenthe, Gelderland en Overijssel het Romeinse Rijk binnengetrokken, waar generaal Julianus hun land in het huidige Brabant had toegewezen en had geëist dat ze zouden dienen in de legers. Toen het Romeinse staatsapparaat rond 410 dus wegviel – de onlangs gevonden munten uit het Limburgse Echt werpen enig licht op deze gebeurtenis – kwam de macht in handen van mannen met Frankische (over)grootouders. Als de nieuwe heersers christelijk zijn geweest, zal het geloof niet heel diep hebben gezeten.

Lees verder “Willibrordus”

Weinigzeggende cijfers

amsterdam_wallen

Onlangs blogde ik weer eens over prostitutie. Ik vergeleek de activiteit met een waterbed: als ze op één plaats verdwijnt, gaat ze naar een andere. De vraag is immers constant en sekswerk kan makkelijk andere vormen aannemen. De sekswerker die vandaag in een club werkt, ontvangt haar klant morgen thuis. Wie in april in Nederland is, kan in mei werken in Duitsland. Iemand kan van de vergunde sector overstappen naar de illegaliteit.

Ook de grens van sekswerk is fluïde. De vrouw die steeds als ze omgang heeft gehad met haar vriend een cadeautje krijgt – u herkent misschien de situatie uit Cees Nootebooms Rituelen – is volgens de een een prostituee, terwijl anderen het ongeneeslijk romantisch vinden.

Lees verder “Weinigzeggende cijfers”

Kontinuität des Irrtums

amsterdam_wallen

Bloggen is een vrij zinloze aangelegenheid. Al zou ik de beste blogger van Nederland zijn, het verkeer in Amsterdam blijft stapelgek (ondanks 1, 2, 3, 4, 5, 6), kwakhistorici blijven gelezen worden (ondanks 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31), in de stiltecoupé wordt het nooit stil (ondanks 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7) en de Ramones komen ook al niet opnieuw bij elkaar (ondanks 1, 2, 3, 4, 5). Kortom: mijn stukjes halen niks uit.

Dit heeft als voordeel dat het niemand opvalt wanneer ik als blogger mijn argumenten zo nu en dan herhaal, en dat komt goed uit, want ook de politiek staat nogal eens op de auto-repeat. Zo las ik onlangs dat burgemeester Piet Bruinooge van Alkmaar er trots op is dat de prostitutiezone in zijn stad is verkleind. Ik citeer:

Lees verder “Kontinuität des Irrtums”

Filemon en Baukis

Adam Elsheimer, Filemon en Baukis

“Filemon en Baucis” is een club in Utrecht waar, zo lezen we, iemand van Marokkaanse afkomst niet welkom was. Dat is wel heel ironisch. Philemon en Baucis – voor de spelling van de eigennamen, zie helemaal beneden – zijn namelijk de hoofdpersonen in een antieke sage over twee stervensarme mensen die als enigen in hun stadje de wetten der gastvrijheid respecteren. Dat je de deur krijgt gewezen in een naar uitgerekend dit tweetal genoemde club, is onverdraaglijk ironisch.

Hieronder de sage, zoals verteld door de Romeinse dichter Ovidius (Metamorfosen 8.626-724) in de prachtvertaling van Marietje d’Hane-Scheltema.

Lees verder “Filemon en Baukis”

De sluiting van het Zandpad

amsterdam_wallen
Ceci n’est pas un Zandpad, maar u begrijpt ongeveer waar het stukje hieronder over zal gaan.

Enige tijd geleden interviewde ik mw. Alexandra van Dijk, die een bureau heeft opgericht om overheidsinstellingen en andere belanghebbenden te informeren over prostitutie (meer). Het onderwerp is inmiddels weer in het nieuws doordat de Eerste Kamer slechts gedeeltelijk akkoord ging met de nieuwe Prostitutiewet en doordat in Utrecht de ramen zijn gesloten. Alle reden voor een vervolginterview.

Wat is er nu eigenlijk aan de hand in Utrecht?

Het Zandpad en de Hardebollenstraat zijn de enige twee zones in Utrecht waar raamprostitutie mag plaatsvinden. Het gaat om zo’n 162 werkruimten, die in diverse “shifts” worden gebruikt. De ramen kunnen uitsluitend worden gehuurd van een exploitant, die ook de eigenaar is van de boot of het pand en die elke drie jaar zijn vergunning moet verlengen. Wie in Utrecht in de raamprostitutie wil werken, moet de ruimte voor minimaal vier aaneengesloten weken huren bij zo’n exploitant.

Lees verder “De sluiting van het Zandpad”