Wahibre-em-achet en andere Grieken

De sarcofaag van Wahibre-em-achet hierboven, waarover ik al eens heb geschreven, heeft de vorm van een mummie. Op de deksel staan de godinnen Isis en Nefthys, de overledene was gemummificeerd en op zijn laatste reis kreeg hij gezelschap van shabti’s, kleine beeldjes van bedienden. De naam van de overledene, een officier in het Egyptische leger, betekent “horizon van Wahibre” en verwijst naar farao Wahibre Psamtek, zodat we de overledene kunnen dateren tijdens of kort na diens regering (664-610 v.Chr.).

Wahibre-em-achet moet de vorst persoonlijk hebben gekend: zijn graf is rijk genoeg om te concluderen dat hij een heel hoge rang heeft bekleed in het leger. Dit was een man uit de top-elite van Egypte en als de inscriptie op de sarcofaag niet de namen van zijn ouders zou hebben vermeld, Alexikles en Zenodota, zou niets ons hebben doen vermoeden dat Wahibre-em-achet afkomstig was uit een Griekse familie.

Lees verder “Wahibre-em-achet en andere Grieken”

Beeldredactie

Lionel Royer, Vercingetorix werpt zijn wapens neer aan de voeten van Caesar (1899)

De rust in de stiltecoupé werd vrijdagmiddag wreed doorbroken door een bulderende lach. Enkele passagiers keken verstoord naar de onverlaat die de gewijde rust had verstoord. Dat was ik. Ik had op het station het NRC Handelsblad gekocht en had net de recensie herlezen die ik een paar weken geleden had ingediend: “Een nieuwe vertaling van Julius Caesar. Plaats maar begin april, dan is het de Week van de Klassieken”.

De vorig jaar verschenen vertaling van het oeuvre van Caesar in de Landmark-reeks benadert de volmaaktheid. In mijn recensie noem ik diverse punten, maar het komt erop neer dat de redactie gewoon goed heeft nagedacht: wat heeft, in dit digitale tijdperk, een lezer nog nodig in een boek? Ik heb dat hier vaak genoeg uitgelegd: het boek verliest op alle punten van het internet, tenzij de auteur systeem in de informatie kan aanbrengen. Op het wereldwijde web staat alle informatie immers rijp en groen door elkaar. (Ik weet het, lieve lezer: er zijn ook boeken voor mensen die houden van het boek als boek, maar ik schreef mijn stuk voor de Boekenbijlage en niet voor de Lifestyle-rubriek.)

Lees verder “Beeldredactie”

Limesmoeheid (2)

Het skelet van een Germaan die zo onverstandig was al te dicht bij Fort Aardenburg te komen.

Ik wees er in mijn vorige stukje op dat het project om de limes te maken tot werelderfgoed een omslag vormt in ons denken over de Romeinse tijd in Nederland. Ik behoor tot degenen die de voordelen zien, maar dat betekent niet dat ik blind ben voor de tekortkomingen. Ik noemde het ontbreken van een tweede lijn, waardoor het project onnodig kwetsbaar is voor de onvermijdelijke scepsis. Helaas zijn er meer problemen.

Die hebben te maken met het eenvoudige gegeven dat de limessamenwerking eigenlijk nogal raar is. Het behoort te gaan om de grens van het Romeinse Rijk, maar twee van de  belangrijkste militaire locaties in Nederland zijn buitengesloten: Velsen en Aardenburg. Dat komt omdat ze liggen in Noord-Holland en Zeeland, terwijl de limes-samenwerking in handen is van Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Daarmee is één ding duidelijk: niet het belang van een adequaat gepresenteerd verleden staat centraal maar iets wat ik, bij gebrek aan beter woord, zal aanduiden als “bestuurlijk gemak”. In dit enorme project, waarin allerlei belangen samenkomen, weegt dus niet het zwaarst dat het publiek belang heeft bij goede informatie.

Lees verder “Limesmoeheid (2)”

Interweekum

Een Grieks motief in een Romeinse context in een oosterse stad: Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen, op een mooi mozaïek uit Jerash (Altes Museum, Berlijn).

Meneer Van Dale Wacht Op Antwoord. Ajax Voetbalt Goed. Herman Broods Fan Club Is Ondergang Nabij. Ons Buurmeisje Anne Frank Gaat Koekjes Maken. Hoe belachelijker een ezelsbruggetje klinkt, hoe beter mensen het onthouden. Als dit ook opgaat voor andere dingen dan ezelsbruggetjes, dan zal de belachelijkheid van “interweekum” ervoor zorgen dat dit ridicule woord – ik was erbij toen het op woensdag 17 mei werd verzonnen in de tuin van het Rijksmuseum van Oudheden – én lange tijd meegaat, én ingeburgerd raakt en én komt te staan voor het belangrijkste oudheidkundige evenement van het universum en wijde omtrek.

Het interweekum is de werktitel van enkele thema-avonden in opgemeld museum, maar als ik het u zo aankondig, haalt u uw schouders op. Het gaat om de achtergrond, namelijk dat we in Nederland en Vlaanderen ieder jaar de oude wereld in het zonnetje zetten met twee evenementen, beide in het voorjaar: de Week van de Klassieken en de Romeinenweek. Het is de organisatie van het laatste evenement, RomeinenNU (waar ik bestuurslid ben), al tijden een doorn in het oog dat die twee zo weinig samenwerken. Met elkaar samen kunnen we immers een evenement maken dat er écht toe doet. Met elkaar samen kunnen we de klassieken laten terugkeren naar de plaats waar ze behoren: middenin de wereld, als onderdeel van het maatschappelijk debat.

Lees verder “Interweekum”

Week van de klassieken

Euripides (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Vandaag begint de Week van de Klassieken, waarin verschillende organisaties u enthousiast willen maken voor de Grieks-Romeinse Oudheid en haar nawerking in de Europese cultuur. Omdat ik in Iran ben, heb ik daarmee weinig van doen, maar ik wil het ook niet ongemerkt voorbij laten gaan. Ik heb er namelijk wel wat gedachtes bij.

De eerste daarvan is of een “week van” nog wel een geschikt middel is om het publiek te bereiken. De vorm had zin in de tijd vóór het internet, toen de nieuwscyclus werd bepaald door de gedrukte pers en voorbij was als het drukwerk oud papier vormde; in deze internettijd is informatie echter voortdurend beschikbaar en ligt het aanbieden van “weken van” eigenlijk niet meer zo voor de hand.

Er zijn bovendien zoveel “weken van” en “maanden van” dat ze niet meer opvallen. Als ze dat toch doen, willen ze nog wel eens opvallen in negatieve zin. Zo las ik een tijdje geleden dat er een “denker des vaderlands” was. Ik meende in eerste instantie dat het een initiatief was van De Speld, maar toen ik ontdekte dat het was bedacht door de Maand van de Filosofie, was mijn belangstelling voorgoed weg. Een ander voorbeeld: wat ooit de Week van de Geschiedenis was, is inmiddels een Maand van de Geschiedenis, en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dat te lang is om voldoende niveau te handhaven. Het laatste programma wekte op mij althans de indruk dat iedereen welkom was, waardoor minder geslaagde activiteiten afbreuk konden doen aan het geboden niveau.

Lees verder “Week van de klassieken”

Klassieken & communicatie (2)

Detail van de “Parthenon Marbles”

[Dit is het tweede van vijf stukjes over het belang van een uitgedachte communicatiestrategie voor de oudheidkundige disciplines. In het eerste deel wees ik erop dát deze ontbreekt.]

Voor ik inga op de genegeerde ontwikkelingen, wil ik wijzen op wat wél goed gaat. In de eerste plaats: er zijn classici als Vincent Hunink, die antieke teksten vertalen voor een breed publiek. Er zijn historici als Gé de Vries, die met Pogrom in Alexandrië een standaard heeft gezet. Er zijn steeds meer infrastructurele projecten waarbij de archeologische vondsten een plaats hebben, zoals het drive-in-museum dat Hazenberg Archeologie heeft ontworpen voor de gemeente Woerden. En ik wil Piet Gerbrandy noemen, die met Het feest van Saturnus een van de mooiste boeken schreef die ik ken. Het kán dus, maar als er een goed boek kan bestaan over de Romeinse literatuur, valt des te meer op dat er geen boek bestaat over de Romeinse geschiedenis of de Griekse literatuur.

Lees verder “Klassieken & communicatie (2)”

Reclame voor de Klassieken

Breestraat 113, Leiden

Tijdens de Week van de Klassieken 2012 verzorgde ik een lezing in het Rijksmuseum van Oudheden. In de trein naar Leiden las ik het nieuws dat een afbeelding was gevonden van een topless gladiatrix. Mijn ergernis over deze trivialiteit nam nog toe toen ik even later in de Breestraat de gedenksteen zag voor J.J. Scaliger, de geleerde die de aanstoot heeft gegeven tot de secularisering van het Europese wereldbeeld.

Dit illustreert het verschil tussen wat oudheidkunde lijkt en wat ze is. Als ze in het nieuws komt, is het altijd met beuzelarijen: de vloek van de farao, krijgszuchtige Spartanen of Mozes op de berg. En gladiatoren dus, al dan niet topless. Terwijl oudheidkundigen aan de wieg hebben gestaan van de Verlichting, schrijft de pers als over een vakgebied zonder belang.

Lees verder “Reclame voor de Klassieken”