De desintegratie van het West-Romeinse Rijk

Keizer Marcianus (Bode-Museum, Berlijn)

De datum van 15 maart markeert twee beroemde politieke moorden: in 44 v.Chr. doorstaken Romeinse senatoren Julius Caesar en in 493 na Chr. wist Theodorik zijn rivaal Odoaker doormidden te hakken. De eerste gebeurtenis is bekender dan de tweede, en dat is welbeschouwd curieus. De uitschakeling van Caesar verlegde de loop van de geschiedenis niet. De in Spanje en Syrië voortslepende Tweede Burgeroorlog ging naadloos over in de volgende reeks conflicten. Het einde van Odoaker nam daarentegen een bron van onenigheid weg, waarna niets een periode van betrekkelijke voorspoed in de weg stond. Misschien was het niet meer dan een Sint-Michielszomer van de Romeinse cultuur, maar toch.

De verwaarloosde Late Oudheid

Aan de voorafgaande periode van onrust, zeg maar de vijfde eeuw, wijdt Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek precies vier bladzijden. Aan de even onrustige eeuw tussen de Gracchen en de zeeslag bij Aktion besteden ze vierentwintig bladzijden. Het illustreert de nadruk die de handboekauteurs leggen op de eerste eeuw v.Chr., een periode die beter is gedocumenteerd dan de vijfde eeuw na Chr. Met die nadruk gaan ze niet wezenlijk anders te werk dan bij hun behandeling van het klassieke Griekenland: veel aandacht voor conflicten waarover bronnen zijn, verwaarlozing van belangrijke oorlogen.

Lees verder “De desintegratie van het West-Romeinse Rijk”

Romulus Augustulus

Romulus Augustulus (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Twitter, dat was ooit leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de vier draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele in 2021 en 2022 postte over de Late Oudheid. Hier is de derde, over de laatste Romeinse keizer, Romulus, voor u vertaald in het Nederlands. Het origineel is hier.

***

1. Volgende week, maar dan in 476 na Chr., zette Odoaker, de commandant van het Romeinse veldleger in Italië, de onbeduidende kind-keizer Romulus (Augustulus, “het keizertje”) af. Deze gebeurtenis wordt wel beschouwd als “de val van het [westelijke] Romeinse rijk”.

Lees verder “Romulus Augustulus”

De niet zo grote volksverhuizingen

De niet zo grote volksverhuizingen

Het landkaartje hierboven circuleert in allerlei varianten op het internet. Het is ook te vinden in allerlei boeken. Steeds opnieuw een akelig grote hoeveelheid pijlen, die allemaal staan voor een akelig grote hoeveelheid barbarenstammen die West-Europa bedreigen. Dat beeld is de akelige erfenis van het akelige negentiende-eeuwse idee, alleen nog verdedigd door de Leidse historicus Rutte, dat het West-Romeinse Rijk ten onder zou zijn gegaan ten gevolge van de Grote Volksverhuizingen.

Niemand gelooft dat nog. Daarvoor hebben serieuze historici, van Pirenne tot Meier, voldoende serieus onderzoek naar gedaan. Maar dit kaartje van de Grote Volksverhuizingen blijft maar terugkomen. Het heeft nu eenmaal het voordeel van de eenvoud. Het klopt echter voor geen meter. Voor geen centimeter zelfs.

Lees verder “De niet zo grote volksverhuizingen”

De regering van Romulus Augustulus

Toen Romulus Augustulus in 476 werd afgezet, was Julius Nepos nog steeds de officiële keizer van het West-Romeinse Rijk (Bodemuseum, Berlijn)

[De Excerpta Valesiana zijn twee korte historiografische teksten. De eerste gaat over Constantijn de Grote en de tweede over Italië in de late vijfde en vroege zesde eeuw. Hierin is ook een overzicht van de regering van de laatste West-Romeinse keizer: een jongen die eigenlijk de trotse naam Romulus droeg maar de bijnaam Augustulus kreeg, “het keizertje”. Hoe onbeduidend Romulus Augustulus was, blijkt uit het feit dat hij niet werd vermoord maar afgezet.]

***

Tijdens de regering van [de Oost-Romeinse] keizer Zeno in Constantinopel kwam de patriciër Nepos naar de haven van de stad Rome en zette [de daar verblijvende West-Romeinse keizer] Glycerius af, die werd benoemd tot bisschop. Nepos zelf werd in Rome erkend als keizer en trok snel verder naar Ravenna.

Lees verder “De regering van Romulus Augustulus”

De gesel Gods (7)

Het graf van Theodorik in Ravenna.

[Laatste deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik behandelde de slag op de Catalaunische Velden, waarin Aetius de Hunnen versloeg.]

Een jaar later, in 452, probeerde Attila Italië binnen te vallen, maar zijn leger was al niet meer zo groot en hij keerde terug. Deze expeditie lijkt bedoeld te zijn geweest om het prestige van de Hunnen op te vijzelen en de coalitie bij elkaar te houden. Niet veel later overleed hij, naar verluidt tijdens zijn huwelijksnacht met een prinses die Hildico heette. (Ze is een van de historische personages achter de Kriemhild van het Nibelungenlied.) De Hunse federatie spatte uit elkaar en al in 454 liepen de Ostrogoten, die tot dan toe Attila hadden gediend, over naar Rome. Later zouden ze onder leiding van koning Theodorik trekken naar Italië.

Zo eindigde de slag op de Catalaunische Velden in een Romeinse zege, zij het mede behaald door legers van Germaanse afkomst. Hoe noodzakelijk was de West-Romeinse overheid eigenlijk nog? Voor de rijksverdediging en de rechtspraak had ze weinig betekenis meer en het gezag van de keizers reikte niet ver. Dat bleek in 455.

Lees verder “De gesel Gods (7)”

De gesel Gods (4)

Bourgondische gesp (Musée d’Archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

[In dit vierde deel van deze zevendelige reeks over Attila de Hun maakt hij dan eindelijk zijn opwachting. Het eerste deel was hier. Ik behandelde de geleidelijke desintegratie van het West-Romeinse Rijk tot 444.]

Dat de afstammelingen van de Germaanse migranten die zich in Gallië hadden gevestigd, merendeels loyaal waren, bleek in 451, toen ze mede in het krijt traden om de Romeinse wereld te verdedigen tegen de Hunnen. De kern van deze stammenfederatie was door Oekraïne en Roemenië naar het westen getrokken, had aanvallen uitgevoerd op het Oost-Romeinse Rijk en had zich gevestigd in het gebied dat eeuwen later, toen de Magyaren dezelfde route aflegden, werd vernoemd naar hun vijfde-eeuwse voorgangers: Hunnenland ofwel Hongarije.

Door isotooponderzoek is bevestigd hoe fluïde deze etnische groep was. Daar waren al aanwijzingen voor, zoals een anekdote van de Byzantijnse auteur Priscus over een bewoner van een stad aan de Donau die erkend werd als Hunse krijger, maar nu zijn er dus ook laboratoriumresultaten die bevestigen dat mensen met een akkerbouwersvoedingspatroon hun sedentaire bestaan inruilden voor een leven als nomadische ruiter, en vice versa. Het is hoe het eeuwenlang is gegaan op de Centraal-Euraziatische steppe.

Lees verder “De gesel Gods (4)”

De gesel Gods (3)

Frankische ruiter op een mantelspeld (Archeologisch park, Xanten)

[Derde deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik was gekomen tot de plundering van Rome door Alariks Visigoten, die plaatsvond in 410.]

Orosius had, zoals gezegd, een goede reden om de schade van de plundering van Rome in 410 te presenteren als minimaal. Onmiddellijk na de plundering van de stad hadden traditionele Romeinen beweerd dat deze ramp was veroorzaakt doordat de eredienst voor de oude goden was verwaarloosd. Om die kritiek te pareren, schreef Orosius dus zijn Wereldgeschiedenis tegen de heidenen, waarin hij beargumenteerde dat de rampen die de Romeinen sinds de opkomst van het christendom hadden getroffen, wel meevielen en dat vroeger alles slechter was geweest.

Hoewel de tijd deze visie heeft weersproken, had Orosius het in zijn analyse van de plundering van Rome wel ruwweg bij het rechte eind. Alarik wilde land en om die boodschap over het voetlicht te krijgen hoefde hij geen apocalyps te ontketenen. Rome herstelde van de klap en toen de Visigoten in Aquitanië eenmaal hun land hadden gekregen, werden ze trouwe bondgenoten van Rome. Hetzelfde gold voor andere stammen: de Sueben kregen Galicië, in het noorden richtten de Franken verschillende koninkrijkjes in, de Bourgondiërs vestigden zich aan de Midden-Rijn, en aan het land van de Vandalen herinnert nog altijd de naam [V]Andalusië. Met uitzondering van de laatsten, die onrustig bleven, stelden deze stammen zich in deze regel loyaal op en archeologisch gezien zijn er niet zulke grote verschillen tussen een autochtone Romeinse edelman in Gallië en een Visigotische krijger.

Lees verder “De gesel Gods (3)”

De gesel Gods (1)

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Omstreeks 500 zag de politieke landkaart van Europa er totaal, maar dan ook totaal anders uit dan een eeuw daarvoor. Het Griekssprekende deel van het Romeinse Rijk was intact gebleven, maar in het Latijnsprekende westen bestond het imperium niet langer. Rome was nog altijd een aanzienlijke stad, maar geen schaduw van de metropool die het ooit was geweest. Elders was het niet anders: de steden waren kleiner geworden. Italië werd bestuurd door de Ostrogoten; de Visigoten hadden zich gevestigd in Aquitanië en Spanje; in Gallië hadden de Franken hun macht vanaf de Rijn uitgebreid tot aan de Loire.

Over de oorzaak van het verdwijnen van het Romeinse staatsapparaat in West-Europa wordt al sinds de Oudheid gediscussieerd, maar één ding is zeker: heersers van Germaanse afkomst namen de macht over. De eigenlijke vraag is wat er was veranderd waardoor het mogelijk werd dat kleine groepen krijgers en vluchtelingen een einde konden maken aan de machtigste staat die de wereld ooit had aanschouwd.

Lees verder “De gesel Gods (1)”

De vijfde eeuw (slot)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

In 468 besloot de Oost-Romeinse keizer Leo om van het Westen te redden wat er te redden viel. Hij verbond zich met Ricimer en beloofde Geiserik en diens Vandalen te vernietigen. Zoals we al zagen, vernietigde in plaats daarvan Geiserik het leger van Leo. Ricimer werd verlost van zijn problemen toen hij in 472 overleed – een maand nadat hij zijn laatste stromankeizer had vermoord. De uiteindelijke “val van Rome” kwam daarna niet meer door complexe omstandigheden en voltrok zich ook niet in slow motion. Geiserik is de man die in enkele dagen het noodlot voltrok. Op het slagveld. Hij was de man met de hamer.

Het West-Romeinse Rijk heeft niet het excuus dat het deze mogelijkheid niet zag aankomen. Sterker nog: men heeft er sinds de slag bij Adrianopel actief aan meegewerkt. De eeuw-lange accommodatiepolitiek van Theodosius, Stilicho en Aetius heeft rampzalig uitgepakt.
Lees verder “De vijfde eeuw (slot)”

De vijfde eeuw (7)

Zegelring van Childerik (replica; Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

Na de dood van Honorius in 423 werd in het Westen Ioannes de nieuwe keizer, maar deze werd niet erkend in het Oosten. Daar wilde men de zesjarige Valentinianus III op de troon plaatsen, een neef van de Oost-Romeinse keizer Theodosius II.

Een kleine burgeroorlog tussen Oost en West was het gevolg. De Oosterse commandant Aspar versloeg Ioannes, die werd gedood. Drie dagen later trok een leger Hunnen onder leiding van de West-Romeinse generaal Aetius Italië binnen en viel daar de Oost-Romeinse troepen aan. Na verschillende onbesliste gevechten kwam Galla Placidia, de moeder en regentes van Valentinianus III, tot een schikking met Aetius, die werd benoemd tot opperbevelhebber van Gallië en zijn Hunnen naar huis stuurde.

Lees verder “De vijfde eeuw (7)”