De jongeling van Naïn

Jezus en de jongeling van Naïn (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb het punt tot vervelens toe gemaakt – op deze blog, in boeken, in lezingen en Joost mag weten waar niet meer – en ik maak het nog eens: tekstuitleg zonder kennis van de archeologie is net zo zinloos als archeologie zonder begrip van de oude teksten. En om het punt ten overvloede te illustreren, is hier, op de dag van Allerzielen, het verhaal van de jongeling van Naïn:

Jezus ging naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee. Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een vrouw die ook al weduwe was. Een groot aantal mensen vergezelde haar. Toen de heer haar zag, kreeg hij medelijden met haar en zei: “Weeklaag niet meer.”
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: “Jongeman, ik zeg je: sta op!”
De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder. Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: “Een groot profeet is onder ons opgestaan,” en: “God heeft zich over zijn volk ontfermd!”
Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.noot Lukas 7.11-17; NBV21.

Lees verder “De jongeling van Naïn”

Wie schreef de Brief van Jakobus?

Jakobus (met brief)

Ik ben in zoverre een gezegend mens dat ik, als ik voor deze dagelijkse blogjes advies nodig heb, kan terugvallen op een stuk of wat mensen. Er is een speciale dank-je-wel-pagina, die ik bij dezen eens onder uw aandacht breng. Ik vraag de daar genoemde mensen regelmatig advies. Vorige week blogde ik bijvoorbeeld over Jakobus de Rechtvaardige, de broer van Jezus, en dus was het onvermijdelijk dat ik moest ingaan op de vraag of Jakobus ook de auteur was van de aan hem toegeschreven Brief van Jakobus. Dat is een onderwerp waarover ik goede raad wil hebben.

Het onderwerp op zich is typisch zo’n kwestie die wetenschappers meer bezighoudt dan gelovigen. Als God de Bijbel senkrecht von oben heeft afgegeven, is het eigenlijk niet zo belangrijk of dat via de broer van Jezus, een naamgenoot of iemand anders is gegaan. Voor de gelovige zijn andere zaken belangrijker.

Lees verder “Wie schreef de Brief van Jakobus?”

Khalchayan

Portret uit Khalchayan (Nationaal Museum. Tasjkent)

Eerst even wat aardrijkskunde. Baktrië is de oude naam van het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan. De voornaamste stad is tegenwoordig Termez, waar de Vriendschapsbrug de twee landen verbindt. De rivier onder die brug heet Amurdar’ya maar is in Europa bekender onder de antieke naam Oxus, een gelatiniseerde versie van de Griekse vorm van het Sogdische Waxš, “wild”. Het is een vruchtbaar gebied, deels door irrigatie, deels door de aanvoer van water uit bergrivieren, en een daarvan is de Surkhandar’ya, die zich bij Termez met de Oxus verenigt. Het stroomdal is al even vruchtbaar.

Rond 135 v.Chr. vestigden zich hier de Yuehzi-nomaden, die afkomstig waren uit wat ik gemakshalve China zal noemen. Hun migratie is een van de vele voorbeelden van de quasi-eeuwige beweging van nomadische groepen van Manchurije naar het westen. In Baktrië woonden de nieuwkomers te midden van Sogdiërs, Saken en de afstammelingen van Perzische kolonisten en de Griekse huurlingen die Alexander de Grote hier had achtergelaten, met daartussen nog wat verdwaalde Indiërs. Een volgend, in Baktrië geformeerd leger trok later, in de eerste decennia van onze jaartelling, verder naar het zuiden en vestigde het Kushana-rijk in de Punjab.

Lees verder “Khalchayan”

Jakobus de Rechtvaardige

De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)

Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.

Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.noot Marcus 6.3.

Lees verder “Jakobus de Rechtvaardige”

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)

De veldtekens van III Augusta (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De legioenen uit de vroege Keizertijd gaan terug op eenheden uit de late Republiek. Ze zijn vrijwel allemaal geformeerd door Julius Caesar of Octavianus. Het Derde Legioen, dat later de bijnaam Augusta zou krijgen, is een uitzondering. Het is in 43 v.Chr. in het veld gestuurd door consul Gaius Vibius Pansa. De nummers één tot en met vier waren toen, in de laatste jaren van de Republiek, gereserveerd voor de legers van de consuls. Pansa nam dus een eerste en een derde legioen mee toen hij oprukte naar Modena op de Povlakte om te strijden tegen Marcus Antonius. Een tweede en een vierde legioenen gingen mee, gecommandeerd door consul Aulus  Hirtius. Ook in het gezelschap: Octavianus, met een privéleger.

Het drievoudige leger won. Beide consuls kwamen echter om het leven. Octavianus was nu ineens meester van een heel groot leger, marcheerde op Rome en eiste de macht. Zo simpel.

Lees verder “III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)”

De familie van Jezus

Nazaret

Vorige week schreef ik dat het een feit was dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had, en ik had moeten zien aankomen dat mensen zouden vragen hoe ik dat wist. Nou, gewoon: dat staat in de Bijbel. De evangelist Marcus vermeldt ze

Toen de sabbat was aangebroken, gaf Jezus onderricht in de synagoge [van Nazaret], en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: “Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?”noot Marcus 6.2-3; NBV21.

Lees verder “De familie van Jezus”

Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia

De Basilica Julia

Een blogje over Rome, waarom ook niet, ik schrijf er tenslotte nooit over. We gaan naar het Forum Romanum, naar de Basilica Julia: in de keizertijd de plaats waar het hooggerechtshof samenkwam. Eerder stond hier het huis van Publius Cornelius Scipio, de generaal die de Tweede Punische Oorlog had beëindigd door Iberië te veroveren en daarna bij Zama de Karthaagse generaal Hannibal te verslaan. Scipio’s dochter Cornelia was in 175 getrouwd met Tiberius Sempronius Gracchus, de voornaamste senator (princeps) uit het tweede kwart van de tweede eeuw v.Chr., rijk geworden met de pacificatie van wat wij Castilië zouden noemen. Hun kinderen waren de revolutionaire volkstribunen Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Volgens de geschiedschrijver Titus Livius kocht Sempronius Senior, toen hij in 169 censor was, het huis van zijn schoonvader:

Tiberius Sempronius Gracchus kocht van het hem van staatswege toegewezen fonds het huis op van Publius Cornelius Scipio Africanus. Dat stond achter de Oude Winkelgalerij, vlakbij het beeld van Vortumnus, bij de  slagerijen en de winkels. Sempronius liet daar de basilica bouwen die later Sempronia werd genoemd. noot Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 44.16.10-11.

Lees verder “Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia”

Glanum: kleinood in de Alpilles

Glanum

Tussen het bij toeristen zeer populaire Saint-Rémy-de-Provence en de kleine, maar indrukwekkende bergketen van de Alpilles, ligt één van de belangrijkste opgravingen van Frankrijk: Glanum. Waar je in steden als Arles, Orange en Nîmes verspreid over het hedendaagse stedelijk grondgebied grootse bouwwerken vindt als (amfi)theaters, tempels, triomfbogen necropolen of villa’s, en nabij Nîmes ook nog eens het imposante aquaduct van de Pont du Gard, is Glanum echt een nederzetting waar moderne bebouwing nauwelijks een rol speelt.

Eerder kwam in deze Franse serie al Alba-la-Romaine voorbij, en later zal Vaison-la-Romaine volgen. Alba is bescheiden qua omvang, en Vaison biedt – naast een prachtig maar zwaar gerestaureerd theater – ook een opgravingsterrein dat (in tweeën gesplitst) beslist het bezoeken waard is: vergeet daarbij vooral ook niet het mooie museum met een aantal meer dan levensgrote beelden van Hadrianus, Sabina en Claudius en een marmeren torso van (vermoedelijk) Antinoös.

Lees verder “Glanum: kleinood in de Alpilles”

Cairns en brochs en Skara Brae (1)

Ierse mantelspeld, ca 800 (National Museum of Scotland, Edinburgh)

Mijn rondreis door Schotland had als verste doel het blootgekomen neolithische dorp Skara Brae op Orkney’s Mainland, het grootste van de eilandengroep Orkney-eilanden. De nog noordelijker gelegen Shetland-eilanden en de Outer Hebrides vielen buiten het reisplan. In grote lijnen was het plan langs de oostkust naar het noorden via Edinburgh, en terug langs de westkust met het eiland Skye en Glasgow, en dan weer terug naar de veerboot in Newcastle-upon-Tyne.

Historische resten uit de Middeleeuwen en later bestaan veelal uit de ruïnes van burchten, vervallen na  politieke verwikkelingen en verandering van de eindeloze oorlogvoering, en van abdijen en kerken, die na de reformatie geheel of gedeeltelijk zijn gesloopt. Geholpen door het lidmaatschap van de Scottish Historical Society heb ik er in mijn zevenweekse rondreis talloze van bezocht. De reis ging natuurlijk ook door een overweldigend landschap.

Lees verder “Cairns en brochs en Skara Brae (1)”

De onbekende god

Altaar voor een onbekende god (Antiquarium van het Palatijn, Rome)

We zullen vermoedelijk nooit weten wie Gaius Sestius Calvinius was, behalve dat hij in Rome het bovenstaande altaar oprichtte. Het is gevonden op de plek die bekendstaat als Velabrum, dat wil zeggen de doorgang tussen Palatijn en Capitool die het Forum Romanum verbond met het Forum Boarium, de veemarkt. De tekst, die bekendstaat als EDCS-17200112, is eenvoudig:

Sei deo sei deivae sac(rum)
C(aius) Sextius C(ai) f(ilius) Calvinus pr(aetor)
de senatinoot Je zou senatus hebben verwacht. sententia
restituit

Lees verder “De onbekende god”