Vesuvius 1872

Een van Sommers foto’s van de uitbarsting van de Vesuvius (1872; Städel Museum, Frankfurt)

In 1856 verhuisde de Duitse fotograaf Georg Sommer van Frankfurt naar Italië. Daar begon hij, tweeëntwintig jaar oud, een fotozaak, eerst in Rome maar al snel in Napels. De foto’s die hij maakte en verkocht, waren geliefde souvenirs. Het nieuwe medium was er natuurlijk perfect voor geschikt: je kon thuis tonen wat jij had gezien, en tegen een lagere prijs dan de gravures die een Piranesi een eeuw eerder had gemaakt.

De toeristische markt

Denk hier ook aan een bestseller als The Marble Faun (1860) van Nathaniel Hawthorne. Die roman was met foto’s geïllustreerd: een innoverende manier om literatuur én een reisbestemming te verkopen. Sommers foto’s uit Pompeii en Herculaneum waren voor menigeen een eerste kennismaking met hoe de Oudheid er echt uit had gezien, waarna schilders als Alma Tadema aan deze gefotografeerde informatie kleur en een verhalend element toevoegden. Fotografie hing, als nieuw medium, in de lucht.

Lees verder “Vesuvius 1872” →

Italië in de tweede eeuw v.Chr.

Niet Italië maar Sicilië en Tunesië voedden Rome en dus moesten er graanpakhuizen komen, zoals de Porticus Aemilia uit 174 v.Chr.

Het grootste drama in de aan grote drama’s bepaald niet arme geschiedenis van het Romeinse Rijk staat bekend als de Romeinse Revolutie: de val van de republiek en het ontstaan van het keizerrijk. Dat het proces ook destijds belangrijk werd gevonden, blijkt uit de opbouw van het geschiedwerk van Appianus. Na twaalf boeken waarin hij Romes oorlogen per regio behandelt, volgen vijf boeken over de diverse burgeroorlogen, gevolgd door vier boeken waarin onder Augustus de interne rust terugkeert. Tot slot drie boeken over de succesvolle campagnes van de keizertijd. Appianus bouwt zijn verhaal zo op dat duidelijk wordt dat Romes ergste vijand Rome was.

In het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik op donderdag vaak blog, Een kennismaking met de oude wereld, zijn we inmiddels aanbeland bij de oorzaak van deze problemen. Althans, zoals moderne historici die zien. In de Oudheid ontwaarde men een moreel probleem: de generaals waren alleen belust op aanzien en invloed, de soldaten waren hebzuchtig, niemand was voldoende integer. Alleen Appianus herkent dat de oorzaken niet in de individuen maar in de structuren moeten worden gezocht. Van alle geschiedschrijvers uit de Oudheid is Appianus de enige die je een historicus mag noemen in onze zin van het woord: met zijn causaliteitsbegrip was hij zijn tijd een eeuw of zestien, zeventien vooruit.

Lees verder “Italië in de tweede eeuw v.Chr.” →

De Lapis Satricanus

De Lapis Satricanus (Nationaal Museum, Rome)

De Lapis Satricanus is een steen met een inscriptie uit – u raadt het al – Satricum. Dat is de oude naam van het dorpje Borgo le Ferriere in Lazio. U kunt het kennen als de woonplaats van Maria Goretti, een in de jaren vijftig populaire heilige aan wier inmiddels ingetreden vergetelheid ik verder zal bijdragen door te bloggen over die inscriptie. Die is namelijk redelijk belangrijk.

Archaïsche teksten

De achtergrond is deze: over het archaïsche Italië hebben we vooral archeologische informatie. Het is daardoor voldoende duidelijk dat er een oriëntaliserende fase is geweest waarin een elite ontstond, en het is eveneens duidelijk dat de diverse Italische stammen en stadstaten voortdurend dingen van elkaar overnamen. Dat is al heel wat. Daarnaast zijn er geschreven bronnen, zoals Titus Livius en Dionysios van Halikarnassos, die informatie geven over het politieke leven in Rome. Deze bronnen zijn echter substantieel jonger. We zouden teksten uit de archaïsche periode willen hebben waarmee we de betrouwbaarheid van de Romeinse historiografische traditie kunnen evalueren.

Lees verder “De Lapis Satricanus” →

Archaïsch Italië en het vroegste Rome

Oriëntaliserende kunst uit Italië: edelsmeedwerk uit de Bernardini-tombe bij Palestrina (Villa Giulia, Rome)

Ergens rond 300 v.Chr., nadat het in de slag bij Sentinum de macht van zijn Italische rivalen had gebroken, maakte Rome zijn opwachting in de geschiedenis. Een middelgrote hellenistische staat. In de loop van de derde eeuw bevocht Rome zich echter een plek onder de grootmachten. Eerst versloeg het koning Pyrrhos, vervolgens brak het de macht van Karthago, daarna verenigde het Italië in een slecht gedocumenteerde strijd tegen binnenvallende Galliërs, weer later viel het de Balkan binnen en veroverde het Andalusië. Dat laatste in de Tweede Punische Oorlog ofwel de oorlog tegen Hannibal.

Daarvóór, in de vijfde en vierde eeuw, was Rome een van de vele Italische stadstaten. En dáárvoor, in de zesde eeuw, regeerden koningen. Daar weten we heel weinig van, al staat vast dat de Karthagers rond 500 v.Chr. Romes gezag over enkele Latijnse havensteden erkenden. Maar wat daaraan voorafgaat, is even legendarisch als pakweg de heerschappij van Theseus over Athene. Wat doe je daarmee, als je De Blois of Van der Spek heet en Een kennismaking met de oude wereld schrijft?

Lees verder “Archaïsch Italië en het vroegste Rome” →

De joden van Rome

Deel van een joodse sarcofaag met theatermaskers, die in een andere context zouden zijn uitgelegd als verwijzing naar de cultus van Dionysos. Deze god werd door menigeen echter aangezien voor de god der joden. (Nationaal museum, Rome)

De Nederlandse wet definieert universiteiten als instellingen die informatie overdragen aan de samenleving. Er staat niet dat ze informatie mogen verkopen of overdragen aan een commerciële uitgever. Omdat dat te vaak de praktijk is, ben ik altijd blij als een academicus zijn inzichten gewoon deelt. Zoals Leonard Rutgers in zijn uitstekende boek Israël aan de Tiber. Rutgers bestudeert de joodse catacomben in Rome en stelde bijvoorbeeld vast dat die ouder zijn dan eerdere onderzoekers vermoedden.

Zoals gezegd: een uitstekend boek. Goed opgebouwd, vlot verteld, functioneel geïllustreerd. Een handvol persoonlijke anekdotes, maar niet teveel. Geen pseudogeleerde verwijzingen naar ontoegankelijke hyperspecialistische literatuur. Wel een heldere rode draad: dat de joden in Rome volledig geïntegreerd waren in de stedelijke samenleving.

Lees verder “De joden van Rome” →

De Etna

De Etna

De Etna, waarom geen stukje over de Etna? Ik herinner me de eerste keer dat ik de Siciliaanse vulkaan zag, vanuit het vliegtuig op weg naar Catania. Wat een kolos! Ik maakte meteen bovenstaande foto.

De berg is 3329 meter hoog en omdat ’ie aan zee ligt, is dat ook de topografische prominentie, dat wil zeggen hoe hoog een top uitsteekt boven de omgeving. Het is daarmee de op twee na opvallendste berg van Europa. Ik lees overigens ook 3340 meter. Hoewel ik tot veel bereid ben om u de alleractueelste inzichten te verschaffen, ben ik het niet gaan nameten.

Lees verder “De Etna” →

Herculaneum en Pompeii in Assen

Silenos en Pan (Parco archeologico, Herculaneum)

Als ik zeg dat ik bovenstaand reliëf mooi vind, wat is er dan mooi? Bedoel ik het kunstwerk zelf of de afgebeelde mannen? Of bedoel ik dat het knap is gemaakt? En nog iets. Als we van mensen constateren dat ze mooi zijn, is dat dat een objectief gegeven, is dat dan pure subjectiviteit of is dat iets daar tussenin? Gegeven het feit dat mensen die er goed uitzien makkelijker een baan vinden, betere evaluaties krijgen en meer geld verdienen, is de vraag “Wat is schoonheid?” niet onbelangrijk.

Wat heet mooi?

De expositie “Sterven in Schoonheid” in het Drents Museum stelt zulke vragen centraal. Voor de Griekse en Romeinse denkers, zo lezen we, was schoonheid geen kwestie van subjectieve smaak, elck wat wils. De schoonheid van een voorwerp was een afspiegeling van iets groters en echters, en het was belangrijk.

Voor de klassieke filosoof Plato zit schoonheid bijvoorbeeld niet alleen in de dingen die je kunt zien of ervaren, maar ook in wat je doet. Zo kunnen wetten “mooi” zijn, en mensen die geen oog hebben voor schoonheid zouden automatisch ook onrechtvaardig zijn. Sterker nog, het kijken naar iets aantrekkelijks als kunst zou ervoor zorgen dat je ook mooiere gedachten denkt en mooier spreekt.

Lees verder “Herculaneum en Pompeii in Assen” →

F3 | Fakhr-ad-Din in Italië

Fakhr-ad-Din

[Derde blogje in een vijfdelige reeks over Fakhr-ad-Din Ma’n (1572-1635), de Druzische krijgsheer die een tijd woonde in Italië en de Levant zou hebben kunnen moderniseren. Het eerste blogje was hier.]

Fakhr-ad-Din in Florence

Een van onze voornaamste bronnen is het Leven van Fakhr-ad-Din van een geleerde dichter genaamd Achmad al-Khalidi van Safed. Hij baseert zich voor de gebeurtenissen in Toscane op een ooggetuigenverslag dat door de emir lijkt te zijn geautoriseerd. Khalidi vermeldt de hierboven genoemde ergernissen, en meer. Een Druzische krijgsheer ging te paard, niet opgesloten in een rijdende kist. De koets die de Toscaanse hovelingen hadden voorgereden, bleef dus ongebruikt.

Het Druzische gezelschap woonde aanvankelijk in de Palazzo Vecchio in Florence. Het paleis zal hun zijn bevallen. Weinig inkijk, wel een besloten binnenplaats. Fakhr-ad-Din zou het later in Beiroet laten nabouwen op een plek achterin de huidige Jardin de Pardon.

Lees verder “F3 | Fakhr-ad-Din in Italië” →

Rijk in Pompeii: Terentius Neo

Terentius Neo uit Pompeii (Museo archeologico nazionale, Napels)

Dit is meneer Terentius Neo. Hij was bakker en leefde rond het jaar 30 na Chr. Hoe zijn echtgenote heet, we weten het niet. Wat we wel weten, is dat ze zich op deze in Pompeii gevonden wandschildering presenteren als voorname mensen. Zij houdt een schrijfstift en een schrijftablet vast, hij een papyrusrol. Ze behoren tot de upper ten die kan lezen en schrijven. Letterlijk: onderzoekers hebben het percentage geletterden in Romeins Italië weleens op tien geschat.

Terentius draagt ook een witte toga. Statussymbool. Niet iedereen kan immers de bleker betalen. De nette baard bewijst dat hij niet zichzelf schoor maar dat hij zich kappersbezoek kon permitteren. De lichte huidskleur van zijn echtgenote toont dat ze binnenshuis kon blijven en niet op het land hoefde werken. Ze was niet van de straat. Opnieuw: letterlijk.

Lees verder “Rijk in Pompeii: Terentius Neo” →

Versterkingen voor Caesar

Romeinse soldaten (Musée et théâtres romains, Lyon)

Als ik zeg dat het 11 december was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de tweede keer) en Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 27 oktober 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Zoals u in de voorafgaande stukken hebt gezien, was hij beland in de Alexandrijnse Oorlog, een conflict tussen de Egyptische koningin Kleopatra VII en haar broer Ptolemaios XIII. In de voorafgaande weken waren hun adviseurs geëxecuteerd of vermoord, terwijl patriottische Egyptenaren het door Caesar bezette koninklijke paleis in Alexandrië naderden. Omdat een van de leden van de koninklijke familie, Arsinoë IV, zich bij hen had gevoegd, kon de Egyptische generaal Ganymedes voluit in de aanval gaan, want de continuïteit  van de dynastie was gegarandeerd.

Lees verder “Versterkingen voor Caesar” →