W.H. Auden, Musée des Beaux Arts

Museum voor Schone Kunsten, Brussel

Er zijn weinig schilders waarvan ik meer houd dan van Pieter Bruegel, over wiens Landschap met de Val van Ikaros ik al eens blogde. Het is namelijk helemaal niet van Bruegel. In een ander blogje, een van mijn favorieten, beschreef ik hoe de Berlijnse schilder Robert Seidel Bruegels Jagers in de sneeuw gebruikte voor een schitterend nieuw schilderij.

De dichter W.H. Auden verwees naar twee of drie van Bruegels schilderijen in een van zijn beroemdste gedichten, Musée des beaux arts (1938). Het gaat om de Volkstelling in Betlehem, het Landschap met de Val van Ikaros en waarschijnlijk ook De kindermoord in Betlehem. Alle drie zijn te zien in de Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Omdat ik ook het gedicht mooi vind, wilde ik daar al jaren een kijkje gaan nemen, maar het kwam er nooit van. Tot vandaag dan.

Het was een fijn bezoek. Het lukt me nooit om in een schilderijenmuseum van meer dan drie doeken écht te genieten, en hier was het niet moeilijk te kiezen welke. Ze hangen bij elkaar in dezelfde zaal. Dus hierbij: het gedicht van Auden, met bijbehorende illustraties.

Lees verder “W.H. Auden, Musée des Beaux Arts”

Het ros Beiaard (4)

Het Ros Beiaard in 2022 (© Wikimedia Commons | Gebruiker Floris DC)

[Laatste van vier door Dieter Verhofstadt geschreven stukken over de legende van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen. Het eerste deel was hier.]

Tot slot moet ik, als muziekliefhebber, een lans breken voor het lied van het Ros Beiaard. Het zou dateren uit de zeventiende eeuw en oorspronkelijk het lied van de pijnders zijn geweest, de dragers van het paard. De melodie is – wat mij betreft – heel opwekkend en origineel, hoewel het een klassieke hymne is die zich bedient van basisakkoorden. Het ritme wisselt af tussen een vrolijke mars en een brugstuk met triolen.

Op die melodie is later een strijdlustige tekst geschreven. Wanneer en door wie is niet gekend maar gezien het taalgebruik en de thematiek is Prudens Van Duyse een mogelijkheid. In de eerste strofe wordt meteen de rivaliteit met buurstad Aalst in de verf gezet:

die van Aalst die zijn zo kwaad omdat hier ’t Ros Beiaard gaat.

Lees verder “Het ros Beiaard (4)”

Het ros Beiaard (2)

De Vier Heemskinderen, gevelsteen op de hoek van de Herengracht/Leidsegracht in Amsterdam

[Tweede van vier door Dieter Verhofstadt geschreven stukken over de legende van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen. Het eerste deel was hier.]

Van het verhaal bestaan sinds de dertiende eeuw diverse manuscripten met lichte variaties, ten gevolge van de mondelinge traditie waarin troubadours eigen elementen toevoegen.

Beiaard in vertaling

In 1508 komt een Nederlandse vertaling uit van de cyclus. In deze versie is Aymon niet erg opgetogen over de krijgsbuit die hem te beurt valt na trouw aan de zijde van Karel de Grote te hebben gevochten. Zelfs een huwelijk met Karels zuster Aye kan hem niet vermurwen. Hij zweert elk kind dat eruit voortkomt eigenhandig te doden. Als hij bij Aye na jaren klaagt over het kinderloos gebleven huwelijk, openbaart zij de vier zoons aan haar man. Aymon is in het bijzonder opgezet met de kloeke Reinout en schenkt hem het Ros Beiaard.

Lees verder “Het ros Beiaard (2)”

Het ros Beiaard (1)

De finale van de omgang van het Ros Beiaard op de Grote Markt in Dendermonde (©Lieve Gijsbrecht).

Op 29 mei 2022 ging in Dendermonde het Ros Beiaard uit, naar tienjaarlijkse gewoonte. Deze keer moest men zelfs twaalf jaar wachten, aangezien de voorbije twee jaar massale bijeenkomsten werden ontmoedigd of verboden. Een decennium van pauze is lang genoeg om levens gevoelig te zien veranderen, ontstaan of ophouden. Dat maakt elke ommegang voor de betrokkenen weer een emotionele, existentiële gebeurtenis, terwijl de traditionele elementen in de folklore de gelukkige deelnemers verbinden met de heimat.

Nochtans is de legende niet voorbehouden, noch ontstaan aan de monding van Dender en Schelde. Het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen op zijn rug stammen immers uit de verhalencyclus die we aanduiden als Chansons de geste – vrij vertaald heldendichten –  een mondelinge traditie die bloeide in de twaalfde en dertiende eeuw. Ze vertellen over de regeerperiode van Karel de Grote, soms met feitelijke achtergrond maar hoofdzakelijk opgebouwd uit verzonnen personages en mythische elementen verbonden met lokale legenden. Het bekendste dergelijke heldendicht is het Roelantslied. De in het Oudfrans geschreven chansons de geste vormen de cyclus van de Frankische roman die bestond naast de Arthurlegenden en de klassieke romans zoals de legende van Troje. In de Frankische roman vinden we Karel de Grote zowel terug als geliefde koning en held, zoals in het Roelandslied, als in de gedaante van onbetrouwbare tiran en antiheld, zoals bij de Vier Heemskinderen. Een hypothese is dat Karel een personificatie is van de historische sterke koning én van zijn zwakkere opvolgers.

Lees verder “Het ros Beiaard (1)”

De mysteriën van Mithras

Reconstructie van een tempel voor Mithras (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

Ik vertelde gisteren over de expositie Le Mystère Mithra in het Musée royal de Mariemont in Morlanwelz. Daarin behandelde ik het astrologische aspect van de tauroktonie-reliëfs. Daarnaast vatte ik de mythologie samen, zoals moderne onderzoekers die reconstrueren. Ik gaf verder aan dat de vereerders van Mithras zich vermoedelijk niet zoveel hebben bekreund om een doctrine. Ook een consistente verklaring van de kosmos is niet wat ze gezocht zullen hebben. Wat was die Mithrasreligie nu eigenlijk?

Mysteriecultus?

Het boekje Het Mithras-mysterie, dat toelichting geeft op de tentoonstelling, stelt de vraag waarom godsdiensthistorici het überhaupt een mysteriecultus noemen. Goede vraag. De term is gemunt door christelijke schrijvers uit de Romeinse tijd. Ze plaatsten daarmee andere culten – Demeter, Kybele, Isis, de grote goden van Samothrakè, Jupiter Dolichenus – in één hokje. Het is dus een externe. polemische term.

Lees verder “De mysteriën van Mithras”

Mithras: mysterie en mythe

Mithras doodt de stier (Nationaal Museum, Boedapest)

Ooit kreeg ik mail van iemand die een boek wilde schrijven over Mithras. Als hij had aangetoond dat het christendom slechts een derivaat was, zo schreef hij, had hij wraak genomen op de paters die zijn jeugd hadden verziekt.

Tja.

Als je een rekening met het christendom wil vereffenen, prima. Er valt beslist een boom over op te zetten. Maar als je dat doet, laat dan het verleden erbuiten. Wie dat benut om in het heden een punt te scoren, misbruikt het.

Dit heb ik destijds maar niet geschreven. Ik vermoedde een trauma. In plaats daarvan heb ik literatuurverwijzingen gegeven, inclusief een verwijzing naar de website van Roger Pearse. Die maakt korte metten met het misverstand dat het christendom op een of andere manier leentjebuur heeft gespeeld bij de verering van Mithras.

Zou ik de mail vandaag moeten beantwoorden, ik zou verwijzen naar de expositie in het Musée royal de Mariemont in Morlanwelz. Voor Nederlanders: dit schitterende museum, gelegen in een al even schitterend park vol zeldzame bomen, toont de fenomenale collectie van multimiljonair Raoul Waroqué, die haar in 1917 naliet aan de Belgische staat. Het dorpje Morlanwelz vindt u halverwege Bergen en Charleroi.

Lees verder “Mithras: mysterie en mythe”

Romeinse wegen

Een boek waaraan je zelf hebt meegewerkt, dat kun je natuurlijk niet recenseren. Als je iets positiefs zegt, sta je onder verdenking een bevriende schrijver een handje te willen helpen; als je iets negatiefs zegt, heb je de auteur een rotstreek geleverd door niet tijdig te waarschuwen. Dat weerhoudt me er niet van uw aandacht te vragen voor een net verschenen boek van Robert Nouwen, die alles weet over het Romeinse erfgoed in Haspengouw, dus zeg maar de omgeving van Tongeren. Zijn nieuwste boek heet De Romeinse heerbaan. De oudste weg door de Lage Landen.

Via Vipsania

Die oudste weg is die van de Romeinse havensteden aan het Kanaal via Kassel, Velzeke, Asse, Tienen, Tongeren, Maastricht, Heerlen en Jülich naar Keulen. Je moet je een Romeinse weg niet voorstellen als alleen maar een al dan niet geplaveide straat. Het is een brede corridor door het landschap, met aan weerszijden de uitgestrekte landgoederen van grootgrondbezitters. Daar tussenin waren kleine en middelgrote boerderijen, dorpjes, stations om paarden te wisselen, herbergen en wat dies meer zij. En ook: compleet nieuwe steden op plaatsen waar voordien weinig mensen woonden. Het was dus niet alleen een weg, maar een complete streep romanisering dwars door iets dat aanvankelijk valt te typeren als een IJzertijdlandschap.

Lees verder “Romeinse wegen”

Achilleus en de Schildpad (in Gent)

Gent, Sint-Veerleplein

Achilleus en de Schildpad: een van de bekendste grapjes uit de oude wereld. En heel gepast voor dierendag natuurlijk. De Griekse filosoof Parmenides had het probleem neergegooid: als het zijnde is en als het niet-zijnde niet is, hoe komt het dan dat we bijvoorbeeld dingen zien groeien? Het zijnde neemt dan meer ruimte in beslag en dat betekent dat er minder is van het niet-zijnde. Maar dat is er sowieso niet.

De oplossing ligt in de atoomtheorie, maar tot je die oplossing kent zul je het denkbaar vinden dat de werkelijkheid, zoals we die zien en ervaren, een illusie is. Parmenides’ opvolger Zenon bedacht enkele paradoxen om dat te bewijzen, zoals die van Achilleus en de schildpad. U kent hem wel: als de snelvoetige renner de schildpad honderd meter voorsprong geeft, kan hij het dier nooit inhalen. Als Achilleus honderd meter verder is, is de schildpad tien meter verder, en als Achilleus die tien meter heeft afgelegd, is de schildpad weer een meter verder.

Lees verder “Achilleus en de Schildpad (in Gent)”

Het Gents Universiteitsmuseum

Er zijn musea die hun deuren konden openen onder gunstiger omstandigheden dan het Gents Universiteitsmuseum. Het ontvangt zijn bezoekers namelijk sinds afgelopen oktober, het begin van de tweede coronagolf. Je gunt de instelling een gelukkiger debuut, want het is een droom van een museum.

Het uitleggen van wetenschap is óók een wetenschap. Het is bijvoorbeeld bekend dat een voorlichter niet volstaan mag met populariseren. Immers, juist degenen die belangstelling ontwikkelen, raken gefrustreerd als ze slechts wat conclusies toegeworpen krijgen en niet kunnen ontdekken hoe we weten wat we weten.

Lees verder “Het Gents Universiteitsmuseum”

Egypte in Antwerpen: de Levende Zon der Belgen

De Egyptische tempel in de dierentuin van Antwerpen

Een kleine maand geleden was ik in Antwerpen, waar ik al jaren de dierentuin eens wilde bezoeken. Verschillende gebouwen zijn, zoals een park van een ruime eeuw oud betaamt, gebouwd in historische stijl. De ingang van het reptielenhuis/aquarium lijkt op een Romeins tempeltje, er is een café in Louis XVI-stijl en ik zag een okapi komen uit een gebouw in Moorse stijl. Het leukst is echter de Egyptische tempel die Charles Servais in 1856 ontwierp en die u hierboven ziet.

Zoals alle Nachleben is ook in Antwerpen de inspiratie oppervlakkig en niet  wezenlijk. Ze beperkt zich tot een façade. Het eigenlijke gebouw is niet uit Egyptische steen opgetrokken en heeft zelfs de structuur van een Romeinse basilica. Dat maakt natuurlijk niet uit: het oog wil ook wat en het oogt uitstekend. De ontwerper van de schilderingen, de oriëntalist L. Delguer, baseerde zich dan ook op tekeningen van de Duitse egyptoloog Richard Lepsius.

Lees verder “Egypte in Antwerpen: de Levende Zon der Belgen”