De gedichten van Homeros

Homeros (Museo Barracco, Rome)

Vandaag begint de Week van de Klassieken. Het woord “klassiek” is zo’n term waar iedereen een eigen betekenis aan geven kan. Voor sommigen is het een aanduiding voor iets dat hen inspireert, voor anderen duidt het op een maatstaf, voor weer anderen slaat het op Griekenland en Rome, en ook zijn er mensen die het associëren met een oorsprong. Het een sluit het ander niet uit en het is allemaal waar voor Homeros. Talloze auteurs hebben aansluiting gezocht bij de Griekse dichter; het ethos van de homerische helden heeft gegolden als maatstaf voor adeldom; en de dichter staat aan het begin van de Griekse literatuur.

Het afgezaagde grapje dat die Griekse literatuur begon op een hoogtepunt en dat het sindsdien alleen maar minder is geworden, is natuurlijk onzin. Er spreekt echter erkenning uit dat Homeros iets bijzonders heeft gemaakt. Alle reden om het, bij het begin van de Week van de Klassieken, eens over hem te hebben. Het komt dan goed uit dat ik in mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, deze week het korte achtste hoofdstuk kan behandelen, dat is gewijd aan de Griekse “dark ages” ofwel de Vroege IJzertijd ofwel de periode tussen 1200 en 800 v.Chr.

Lees verder “De gedichten van Homeros”

Stellingenoorlog bij Dyrrhachion

Een betere foto van Petra heb ik niet

Als ik u zeg dat het 15 april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar en Publius Servilius Isauricus het consulaat  bekleedden, en als ik dat omreken naar 8 maart 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij kan het u zelf het beste uitleggen, maar eerst recapituleer ik de situatie nog even. Caesar had twee keer (één, twee) geprobeerd zich meester te maken van Dyrrhachion, het huidige Durrës, waar zijn rivaal Pompeius materiaal en voedsel had opgeslagen. Beide keren had Pompeius hem de loef afgestoken. Caesar had zijn kamp ingericht halverwege Dyrrhachion en het kamp van Pompeius, wiens kamp aan zee lag en werd gedomineerd door de heuvel Petra, die u hierboven ziet.

Lees verder “Stellingenoorlog bij Dyrrhachion”

Gezocht: een oudheidkundemuseum

Uitleg van de kwadrantenmethode (Espace Gallo-Romain, Ath)

Twee weken geleden schreef ik over de relatie tussen regionale en nationale oudheidkundige musea. De aanleiding was de vondst van Merovingische munten in Twente, waar het Rijksmuseum Twenthe er opzichtig weinig belangstelling voor had. De munten zijn er nu tijdelijk te zien en dan gaan ze naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het is niet zo dat de Randstad iets uit Overijssel wegkaapt; de instellingen in Twente die er iets mee zouden kunnen doen, hebben ander beleid. De bruikleen kan gelukkig veel langer duren – het RMO is, zoals ik schreef, makkelijk met het uitlenen van stukken – maar Twente kan of wil niet.

Verdwijnende oudheidkundige collecties

Het doet me denken aan het museum in Groningen, dat ook een archeologische collectie bezit. Die wordt nauwelijks getoond. Het museum richt zich op moderne kunst en voor archeologie moet je naar Ezinge. Lastig als je geen rijbewijs hebt. Het Bonnefantenmuseum had ooit een archeologische collectie, maar ook Maastricht, de stad die ooit als slagzin had dat ze stond op haar Romeinse verleden, koos voor moderne kunst. Voor uitleg van de vroege geschiedenis van Maastricht moet je naar het Limburgs Museum in Venlo. In Leeuwarden is de archeologische collectie van het Fries Museum sinds de verhuizing gereduceerd tot een handvol mooie stukken. Het Dorestadmuseum lijkt voorgoed tijdelijk gesloten. De twee Nehalennia-altaren in het Zeeuws Museum hebben onvoldoende uitleg. Daarvoor moet je zijn in het RMO in Leiden.

Lees verder “Gezocht: een oudheidkundemuseum”

Neplatijn

Inscriptie ter ere van Gaius Duillius (Capitolijnse musea, Rome)

De Eerste Punische Oorlog was de langste en (volgens historicus Polybios) grootste oorlog uit de oude geschiedenis. Zonder onderbreking duurde het conflict van 264 tot 241 v.Chr., een lengte die te verklaren is door het feit dat de Romeinen op land superieur waren en de Karthagers op het water. Een landmacht tegen een zeemacht: dat moet wel een ingewikkeld conflict zijn. Door gebruik te maken van enterbruggen slaagden de Romeinen er echter in de strijd op zee zó te veranderen dat ze leek op een landslag en konden ze de gevechten naar hun hand te zetten.

De Romeinse historicus Titus Livius schreef over de zeeslag bij Mylae, die plaatsvond in het jaar dat wij 260 v.Chr. noemen:

Consul Gaius Duillius vocht met succes tegen de Karthaagse vloot en vierde als eerste Romeinse veldheer een triomf na een overwinning ter zee. Om deze reden werd hem ook een blijvend eerbewijs toegekend: wanneer hij terugkeerde van een maaltijd werd hij voorafgegaan door een fakkeldrager en begeleid door fluitspel. (Periochae 17.2)

Lees verder “Neplatijn”

Domitianus en de Openbaring van Johannes

Domitianus (Musée Grand Curtius, Luik)

In zijn beroemde roman De kellner en de levenden laat Simon Vestdijk twaalf mensen aanwezig zijn bij iets dat verdraaid veel lijkt op het Laatste Oordeel. Het geestige is dat de verhoudingen zijn omgekeerd: de mensen moeten oordelen over de schepper. Het boek, dat ik u aanraad, wemelt van de verwijzingen naar de Openbaring van Johannes, het laatste boek van het Nieuwe Testament. Vestdijk is maar één van de vele auteurs die aan die tekst inspiratie ontleenden.

De Openbaring van Johannes heeft niet alleen gediend als inspiratie. Er gaat invloed van uit. De door Johannes van Patmos beschreven ideeën over een rampzalig einde der tijden hebben eeuwenlang structuur gegeven aan ons denken. Zonder de urgentie van de klimaatproblematiek te willen ontkennen: de wijze waarop ze wordt gepresenteerd, als een eindtijd die met het juiste gedrag valt te overleven, is gevormd door de Openbaring van Johannes.

Lees verder “Domitianus en de Openbaring van Johannes”

Pompeius bij Dyrrhachion

Pompeius (Louvre, Parijs)

Als ik u zeg dat het 9 april was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 4 maart 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En ook vandaag is hij niet de enige over wie we het moeten hebben. We  moeten het ook hebben over zijn rivaal, Gnaeus Pompeius Magnus, die de troepen commandeerde die de Senaat had geworven in de oostelijke provincies in de maanden waarin Julius Caesar de Iberische provincies onder de voet liep.

Pompeius

Lange tijd had Pompeius gegolden als Romes beste generaal. Hij had gevochten in de Eerste Burgeroorlog, waarin Sulla het had opgenomen tegen de Volksvergadering. Vervolgens had hij gestreden in Spanje en een rol gespeeld bij het onderdrukken van de opstand van Spartacus. Hij had een piratenoorlog beëindigd, was door het Nabije Oosten getrokken, had het Seleukidische Rijk geliquideerd en had Jeruzalem ingenomen. Boven alles was hij een constitutionele vernieuwer, die had bedacht dat je provincies kon besturen via vertegenwoordigers en dan zelf in Rome kon blijven, die het imperium maius verzon en die het idee had van een consul zonder collega. Hij legde zo de institutionele grondslag voor het keizerrijk van Augustus.

Lees verder “Pompeius bij Dyrrhachion”

Oud-oosterse maatschappelijke verhoudingen

Twee Assyrische paleisbedienden (Tell Ahmar; Louvre, Parijs)

Tijd om het te hebben over de maatschappelijke verhoudingen in het oude Nabije Oosten. In de eerste plaats slavernij. Je hoeft niet heel Bijbelvast te zijn om de verhalen te kennen over de vreselijke slavenarbeid van de Hebreeën in Egypte en de deportatie van de Joden naar Babylonië. Onvrije arbeid was destijds doodnormaal. De vrijheid van de een was mogelijk door de onvrijheid van de ander, zo simpel. In de oud-oosterse samenlevingen bestond dus een onderscheid tussen degenen die eigen baas waren en degenen die andermans bezit waren.

Dat was maar één manier om de toenmalige maatschappij onder te verdelen. De maatschappelijke verhoudingen waren zo complex als je bij vijfentwintig eeuwen geschiedenis mag verwachten. Rijkdom was een ander onderscheid, net als iemands plaats in de economie: boer, soldaat, ambachtsman. Voor ons niet zo goed te begrijpen is de positie binnen of buiten de twee grote organisaties, d.w.z. paleis en tempel. Tempelpersoneel en hovelingen kregen voor hun diensten betaald door de redistributie van de opbrengsten van het land. Dat maakte hen opvallend geprivilegieerd.

Lees verder “Oud-oosterse maatschappelijke verhoudingen”

Uitnodiging: De vergeten oorlog

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, heb ik de corona-impasse van afgelopen jaar benut om twee boeken te schrijven. Het ene heet Hannibal in de Alpen en legt uit waarom we zo weinig weten kunnen over ’s mans veelbesproken tocht naar Italië. Het gaat ook over wetenschappers die denken dat bronkritiek niet zo nodig is. Dit boek verscheen in januari.

Rome versus Karthago

Het andere boek heet De vergeten oorlog en verschijnt volgende week. Ik hoop dat de titel, die inderdaad rijp is voor het Meldpunt Clichéoverlast, u niet afschrikt, want het verhaal van de Eerste Punische Oorlog is interessant genoeg. Twee totaal verschillende mogendheden, de zeemacht Karthago en de landmacht Rome, stonden tegenover elkaar. De inzet: Sicilië.

Lees verder “Uitnodiging: De vergeten oorlog”

Domitianus (40): Verzonnen informatie

Nerva (Getty-villa, Malibu)

De voorname senator Nerva volgde Domitianus in september 96 op. Een van zijn eerste maatregelen was het aanpassen van de gehate Fiscus Judaicus. In het volgende jaar – Tacitus was toen een van de consuls – wees de nieuwe vorst Trajanus aan als opvolger. Deze verbleef in de nog altijd zichtbare gouverneurswoning in Keulen toen hij begin 98 vernam dat Nerva was overleden en dat hij zodoende de macht had. Naar verluidt nam hij zijn zwaard, gaf het aan een van zijn lijfwachten, en zei dat die het vóór hem moest gebruiken zolang hij een goede keizer was, en tegen hem als hij een slechte keizer werd.

Nerva en Trajanus zetten Domitianus’ bouwbeleid voort. De pleinen die nu Forum van Nerva en Forum van Trajanus heten, zijn in feite ontworpen voor de vermoorde keizer. De expositie in Leiden, de catalogus en het PALMA-boek leggen het duidelijk uit. Trajanus inspecteerde de Rijngrens en voerde tegen de Daciërs en de Parthen de oorlogen die Domitianus had voorbereid. De voornaamste protegés van de vermoorde vorst, zoals Plinius de Jongere, zagen een pauze in hun carrière maar konden die na enige tijd weer voortzetten.

Lees verder “Domitianus (40): Verzonnen informatie”

De Tirannendoders

De Tirannendoders (Museo archeologico nazionale, Napels)

De bovenstaande beeldengroep, de Tirannendoders, was ooit te zien in de Baden van Caracalla in Rome. Tegenwoordig staan de beelden in het archeologisch museum van Napels. Het gaat om een Romeinse kopie van wat al een kopie was van een beeldengroep uit Athene. Beeldhouwer Antenor vervaardigde de oorspronkelijke beeldengroep aan het einde van de zesde eeuw v.Chr. Deze beelden stelden Harmodios en Aristogeiton voor, twee mannen die in 514 de tyran (alleenheerser) Hipparchos hadden vermoord. Het was een van de eerste monumenten van de nog jonge democratie.

Twee beeldengroepen

Toen brak de oorlog uit met Perzië. Koning Xerxes nam Athene eind september 480 v.Chr. in. Na de winter plunderde zijn generaal Mardonios de stad. Tot de beelden die op transport naar het oosten gingen, behoorde dat van Penelope (waarover ik al eens blogde) en de beeldengroep van de Tirannendoders. Anderhalve eeuw later troffen de manschappen van Alexander de Grote de groep aan in Sousa. Weer een generatie later stuurde Seleukos I Nikator het monument terug naar de rechtmatige eigenaren. (Dat u niet denkt dat de restitutie van museumstukken een moderne uitvinding is.)

Lees verder “De Tirannendoders”