De boeken van Arrianus

Detail van de Alexandersarcofaag (Archeologisch Museum van Istanbul)

Ondanks zijn indrukwekkende loopbaan als Romeins bestuurder, vond Arrianus tijd om allerlei boeken te schrijven, die hij over het algemeen modelleerde op publicaties van de Atheense auteur Xenofon (ca.430-ca.354). Hieronder is een catalogus die de filosofische, topografische, historische en militaire belangstelling van Arrianus documenteert. Zijn voornaamste werk is een geschiedenis van Alexander de Grote, waarover hieronder meer.

Lees verder “De boeken van Arrianus”

Het leven van Arrianus

Een Romeinse priester uit de tijd van Arrianus (Glyptothek, München)

Als het gaat om Griekse geschiedschrijving, zijn de beste antieke auteurs niet de beroemde Herodotos en Thoukydides, maar die uit de Romeinse tijd. Met beste bedoel ik: wetenschappelijk. De klassieke geschiedschrijvers zijn moralisten, net als Romeinse auteurs als Tacitus. Hun publicaties verhouden zich tot de geschiedwetenschap zoals astrologie tot astronomie en alchimie tot chemie.

De Griekse historici uit de tweede een derde eeuw na Chr. zijn echter een ander paar mouwen. Ik heb al vaker geschreven dat Appianus als enige voldoet aan de voorwaarde voor wetenschappelijkheid: een fatsoenlijke visie op causaliteit. Als enige historicus uit de Oudheid is Appianus dus automatisch de beste. Op een gedeelde tweede plaats staan Cassius Dio en Arrianus. Geen historici, zeker niet, maar met meer waarheidsliefde dan een Thoukydides of een Tacitus. Kortom: tijd om eens over Arrianus te bloggen.

Lees verder “Het leven van Arrianus”

De slag aan de Granikos (3)

De vlakte achter de Granikos

[Dit is het laatste van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

De twee legers brachten de nacht dus tegenover elkaar door aan de Granikos. De Perzen hoopten de volgende dag de Macedoniërs te onderscheppen bij het oversteken van de stroom, maar die wachtten dat niet af. Omdat de Perzen niet mochten uitrukken vóór ze hadden geofferd aan de opkomende zon, zetten Alexander en zijn rechterhand Parmenion hun leger over in de laatste uren van de nacht.

De slag aan de Granikos

De aanval volgde bij dageraad, en de Perzen wisten dat er iets vreselijk mis was toen ze de aarde hoorden dreunen onder de voetstappen van de Macedonische falanx. Vanaf het begin waren ze in de verdediging. Door de snelheid waarmee de Macedoniërs oprukten, kon maar een deel van de Perzische cavalerie worden ingezet. Diodoros van Sicilië vertelt:

Lees verder “De slag aan de Granikos (3)”

De slag aan de Granikos (2)

De Granikos

[Dit is het tweede van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

Al onze bronnen vermelden dat het Macedonische en het Perzische leger laat op de middag contact maakten, maar de auteurs zijn het oneens over het vervolg. Arrianus en Ploutarchos vertellen dat Alexander en zijn rechterhand Parmenion kort met elkaar spraken over de te volgen tactiek. De oude generaal wees erop dat de hellingen van het riviertje te steil waren om snel te beklimmen. Als de Macedoniërs de rivier overstaken, zei hij, waren ze een makkelijke prooi voor de Perzen op de oostelijke oever. Het was beter de stroom over te steken onder dekking van de nacht. Alexander antwoordde dat hij zich zou schamen als dit beekje hem tegenhield terwijl hij zonder problemen de zee was overgestoken, en gaf daarop het bevel voor een aanval dwars door het dal.

Conflicterende bronnen

Tot zover Ploutarchos en Arrianus. Diodoros van Sicilië, de auteur over wie ik gisteren blogde, vertelt iets anders. Volgens hem staken de Macedoniërs de Granikos vlak voor dageraad over, precies zoals Parmenion volgens Arrianus en Ploutarchos had geadviseerd.

Lees verder “De slag aan de Granikos (2)”

De slag aan de Granikos (1)

De Granikos

Het was nieuws over de Oudheid, eind december, en dus overdreven of op een andere manier twijfelachtig. Het is immers oudheidkunde. En ja hoor. De archeologen die eind december bekend maakten dat ze de plek hadden gevonden waar Alexander de Grote zijn eerste overwinning op de Perzen had behaald, hadden niets te melden dat we niet al heel, heel lang wisten. Het riviertje, de Granikos van toen ofwel de huidige Biga, is allang geïdentificeerd, Alexanders route eveneens, net als de vlakte waar is gevochten.

We hadden, kortom, weer eens een gevalletje oudheidkundige desinformatie bij de hand: archeologen die, op het moment dat journalisten hun aandacht hadden bij kerstmis en niet kritisch waren, zaten te hengelen naar aandacht. Dat getuigt niet alleen van een abnormaal lage professionele standaard, maar is in dit geval bovendien gewoon ronduit dom. Er zijn namelijk nogal wat mensen die weleens een boek over Alexander hebben gelezen. Als je de kluit belazeren wil, doe het dan niet waar iedereen (behalve journalisten) het herkent. De archeologen schoten dus weer eens fijn in hun eigen voet.

Lees verder “De slag aan de Granikos (1)”

Het eerste regeringsjaar van Alexander

Demosthenes, die niet aan Alexander werd uitgeleverd (Glyptothek, München)

Ik heb de afgelopen maanden een paar keer geblogd over het eerste regeringsjaar van Alexander de Grote. Hij kwam aan de macht na de moord op zijn vader, Filippos II, en toonde vervolgens aan de bewoners van Thracië, Illyrië en Griekenland dat hij als generaal even snel en gewelddadig was. Misschien nog wel gevaarlijker: Alexander maakte Thebe vrijwel volledig met de grond gelijk, iets wat Filippos vermoedelijk nooit zo hebben gedaan.

Athene

Na de ondergang van Thebe leek het alsof de Grieken nooit aan opstand hadden gedacht. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Arrianus beschrijft de stemming in Athene:

Het volk kwam in vergadering bijeen en op voorstel van Demades werden tien Atheense burgers, van wie bekend was dat ze op zeer goede voet stonden met Alexander, gekozen en als gezanten naar hem toe gezonden om hem te laten weten – wel een beetje laat – dat het Atheense volk zich verheugde dat hij behouden uit het land van de Illyriërs en Triballiërs was teruggekeerd en dat hij de Thebanen had gestraft voor hun opstandigheid.noot Arrianus, Anabasis 1.10.3; vert. Simone Mooij.

Lees verder “Het eerste regeringsjaar van Alexander”

Alexander verwoest Thebe

De resten van de zuidelijke poort van Thebe, waardoor de Macedoniërs binnendrongen

In het vorige blogje vertelde ik dat de Griekse stadstaten in de zomer van 335 v.Chr. tegen Macedonië in opstand waren gekomen. De pas aangetreden koning Alexander greep bliksemsnel in en sloeg het beleg op voor Thebe. Op 12 september begon de bestorming. Onze beste bron, Arrianus, meldt Alexanders kolonel Perdikkas

niet wachtte op orders van Alexander om de strijd te beginnen, maar op eigen initiatief de palissade aanviel en doorbrak, en de voorposten van de Thebanen overviel. Toen Alexander dat zag, voerde hij ook de rest van het leger erheen, om te voorkomen dat de Thebanen de soldaten van Perdikkas zouden bedreigen. In die situatie werd Perdikkas zelf, terwijl hij met alle geweld probeerde door de tweede palissade heen te komen, getroffen en kwam hij ten val. In kritieke toestand werd hij weggedragen naar het kamp en ten gevolge van zijn verwonding bracht hij het er maar nauwelijks levend van af. De soldaten die met hem doorgebroken waren, dreven echter samen met Alexanders boogschutters de Thebanen op, in de holle weg die langs het heiligdom van Herakles loopt.noot Arrianus, Anabasis 1.8.1-3.

Lees verder “Alexander verwoest Thebe”

Alexander de Grote op de Balkan

Het Balkangebergte, niet ver van waar Alexander de Grote de bergen overstak.

Wie zich bezighoudt met de geschiedenis van het oude Griekenland, focust al snel op Athene, waar de meeste bronnen vandaan komen, en op de stadstaten waarmee Athene in de klassieke tijd het meest te maken had: Sparta, Korinthe, Thebe, en in mindere mate ook Milete, Syracuse en Kyrene. Je zou haast over het hoofd zien hoe belangrijk de contacten waren met het noordelijk deel van het Egeïsche Zee-gebied. In het noordwesten lag Macedonië, in het noordoosten woonden de Thraciërs. De halve geschiedenis van het klassieke Athene draait om het beheer van Amfipolis, op de grens van de twee gebieden, waar het scheepshout vandaan kwam.

Goud

Het zuidoosten van het Balkanschiereiland had echter meer te bieden. Wie nu in het Drents Museum gaat kijken naar de expositie over Dacië, ziet het vele goud. Er waren ook goudaders in het huidige Bulgarije, terwijl de bewoners van Amfipolis ook al wisten waar het edelmetaal vandaan moesten halen.

Lees verder “Alexander de Grote op de Balkan”

Hoe Alexander de Grote koning werd (2)

Tempe, waar Alexander de Grote zijn eerste overwinning boekte

In het vorige stukje gaf ik aan dat er allerlei geruchten gingen over de moord op koning Filippos II van Macedonië. Niet iedereen was overtuigd door de officiële lezing dat twee broers van Alexandros van Lynkestis achter de moord zaten. Zo benadrukt filosoof Aristoteles, die goed geïnformeerd was over het Macedonische hof, in zijn Politika dat Pausanias had gehandeld uit persoonlijke motieven.

Erkenning door het leger

Een extra loyaliteitsbetuiging van de Macedoniërs moest de legitimiteit van de heerschappij van Alexander de Grote benadrukken. Daarom belegde Antipatros na de begrafenis een legervergadering, waarbij de manschappen Alexander erkenden als koning. Deze bijeenkomst zou bepalend zijn voor Alexanders verdere carrière. De acclamatie door de manschappen gaf hem wat hij nodig had, maar schiep ook verplichtingen. Hij dankte zijn positie aan de manschappen en zou bijvoorbeeld nooit een veldslag kunnen aangaan als zijn soldaten het daar niet mee eens waren. Hij kon ze niet zomaar bevelen geven maar zou ze ook moeten overtuigen, bijvoorbeeld door te delen in de gevaren. De enige acceptabele stijl van leidinggeven was een theatrale: Alexander moest zich presenteren als een homerische held die de mannen voor ging in de strijd. Dit vormt de kern van de mythe van de jonge wereldveroveraar.

Lees verder “Hoe Alexander de Grote koning werd (2)”

XII Fulminata aan de Eufraat

Het regenwonder, waarbij XII Fulminata werd gered, op de Zuil van Marcus Aurelius in Rome

Ik vertelde in het vorige stukje hoe XII Fulminata was onteerd in de Armeense oorlog. Het werd, zoals ik zei, nog erger.

Joodse Oorlog

In oktober 66 na Chr. had de gouverneur van Judea, Gessius Florus, militaire steun nodig om de controle over het in opstand gekomen Jeruzalem terug te winnen. Het Twaalfde (ondersteund door onderafdelingen van IIII Scythica en VI Ferrata) kwam, zag en keerde terug: de commandant had vastgesteld dat zijn strijdmacht niet sterk genoeg was. Dat was tot daar aan toe. Op de terugweg werd het legioen echter door de Joodse leider Eleazar, de zoon van Simon, verslagen. Aan de vernedering werd nog de schande toegevoegd: het legioen verloor zijn adelaarsstandaard.

Lees verder “XII Fulminata aan de Eufraat”