Beiroet in 1816

Emir Assaf-moskee, Beiroet

Op weg naar India bezocht de reislustige Britse journalist James Buckingham (1786-1855) Libanon. Eenmaal in India richtte hij een krant op die zó goed was dat de Britse autoriteiten haar bekroonden met een publicatieverbod en Buckingham het land uit zetten. Terug in Engeland publiceerde hij Travels among the Arab Tribes Inhabiting the Countries East of Syria and Palestine (1825), waaruit de volgende beschrijving van Beiroet komt.

***

Beiroet heeft een onregelmatige vierkante vorm, aan drie kanten ommuurd naar het land maar open naar zee. De muren zijn perfect Turks qua stijl en uitvoering, maar zullen artillerievuur slechts kort weerstaan. De stad is niet meer dan een mijl in omtrek, maar er wordt gedacht dat er wel 7.000 tot 8.000 mensen wonen, waarvan ongeveer de helft christenen, behorend tot de verschillende sekten. De andere helft bestaat uit moslims.

Lees verder “Beiroet in 1816” →

Libanon, najaar 2024

De graffiti in Libanon kunnen nog een jaartje mee

Het zal de vaste lezers van deze blog niet zijn ontgaan dat ik de laatste tijd wat vertaalde reisverslagen over Libanon heb geplaatst. Die zullen het geweld daar niet ten einde brengen, maar ik hoop dat ik u kan tonen wat het is dat er momenteel wordt weggebombardeerd: een land met een eigen, historisch gegroeide, opvallend pluriforme cultuur. Die stukjes eindigen met een verzoek om te doneren. Niet iedereen kan geld missen, maar kennis delen kan altijd en reisverslagen zijn tenminste lichtvoetig.

De situatie nu

Vandaag toch even een stukje dat niet lichtvoetig is. Zoals u weet bestookt de Israëlische luchtmacht het sjiitische zuiden en de sjiitische wijken van Beiroet zo ongeveer elke dag. Honderdduizenden mensen zijn uitgeweken naar het noorden. Er is sprake van een miljoen mensen, van anderhalf miljoen mensen. Ik weet niet hoe ze dat tellen, maar al zou het de helft zijn: dit is onthutsend. In Libanon wonen vier miljoen Libanezen, anderhalf miljoen Syrische vluchtelingen en een kwart miljoen Palestijnse vluchtelingen. Zelfs als er “maar” een half miljoen displaced persons zijn, is dat een extreem probleem.

Lees verder “Libanon, najaar 2024” →

Beiroet in 1047

De boog in Beiroet op een munt van keizer Heliogabalus.

Ik blogde al eerder over de Perzische dichter en filosoof Nasir Khusrau (1004 – ca. 1080), die in 1047, op doorreis naar Mekka, door het huidige Libanon kwam. Van zijn zevenjarige reis door de Levant, Arabië en Egypte deed hij verslag in de Safarname, “het boek der reizen”. Het is een waardevolle bron voor de tijd vóór de Kruistochten. In Beiroet zag hij iets dat een Romeinse triomfboog zal zijn geweest. De foto hierboven is niet genomen in Beiroet maar in Palmyra en geeft een idee van het door Nasir Khusrau beschreven monument.

***

Een ereboog?

Van Byblos gingen we verder naar Beiroet. Hier zag ik een stenen boog die zo groot was dat de weg er doorheen liep; de hoogte van de boog wordt geschat op vijftig el (tweeëntwintig meter). De zijkanten van deze boog zijn gemaakt van witte steen en elk blok moet meer dan duizend man (vier-en-halve ton) wegen. Het hoofdstel is van baksteen en zo’n twintig el (negen meter) hoog.

Lees verder “Beiroet in 1047” →

Beiroet 1985

De sporen van de burgeroorlogen zijn langs de oude Groene Lijn in Beiroet nog steeds zichtbaar (hier en daar)

Het zal u niet zijn ontgaan dat Beiroet de afgelopen week is gebombardeerd en dat allerlei sji’itische doelen zijn getroffen. Ik ken de stad een beetje en heb Libanese vrienden. Ik volg het nieuws dus met belangstelling en bezorgdheid, al laten ze me weten dat zij en hun familieleden het goed maken.

Een tijdje geleden heb ik wat teksten over Libanon verzameld die ik hier in vertaling eens wilde aanbieden. Vandaag plaats ik dus maar eens een stukje uit Holidays in Hell (1988) van de onlangs overleden Amerikaanse journalist P.J. O’Rourke. Hij beschrijft het Beiroet van 1985, tijdens de Burgeroorlogen, met veel oog voor de absurditeit. En passant vermeldt hij dat de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, waar ooit de soennitische middenklasse woonde, is overgenomen door sji’itische krakers. Dat is het deel van de stad dat afgelopen week onder vuur heeft gelegen.

Lees verder “Beiroet 1985” →

Judea en zijn buren: politiek

Judea

Een tijdje geleden blogde ik over Judea – of beter, het gebied dat ooit geregeerd was geweest door koning Herodes. Dat bestond om te beginnen uit het eigenlijke Judea, dus de regio rond Jeruzalem, met in het zuiden Idumea en in het noorden Samaria. Deze drie delen vormden ongeveer de helft van het koninkrijk, en na Herodes’ dood (5/4 v.Chr.) kwamen ze in handen van Herodes Archelaos. Die regeerde er een jaar of tien als ethnarch, “volksleider”, waarna het gebied in Romeinse handen kwam. Terwijl Jeruzalem het belangrijkste centrum was van de joodse godsdienst, was het bestuurlijke centrum de stad Caesarea. Die stad had geen uitgesproken joods karakter. Ik kom daarop terug in het volgende blogje.

Het koninkrijk van Herodes was echter groter dan het gebied dat Archelaos erfde. In het oosten lag de Peraia, “overkant”, een smalle strook land aan de overzijde van de Jordaan en Dode Zee, en in het noorden lag Galilea. Zoals ik al eens vertelde, regeerde hier Herodes Antipas, met als hoofdsteden Sepforis en Tiberias – ook geen heel joodse steden. Tot slot lagen in het noordoosten de Golan en de Hauran, een weinig herbergzaam gebied ten zuiden van Damascus. Hier heerste Filippos, wiens residentie Panias was, gewijd aan de Griekse god Pan. Antipas en Filippos heersten elk over een kwart van de bezittingen van koning Herodes, en hun titel was tetrarch, “heerser over één vierde”.

Lees verder “Judea en zijn buren: politiek” →

Asmahan, geheim agent

Asmahan

Hoe Asmahan als geheim agent is gerekruteerd, en door wie, is niet helemaal duidelijk. Haar contactpersoon heette Napier, maar het is onbekend of die in dienst was van de Britse MI6 of het Franse BCRA. Vast staat dat ze eind mei 1941 spoorslags afreisde naar Jeruzalem, waar ze verbleef in het King David Hotel. De kranten in Caïro schreven over het onverwachte vertrek van de grote ster. Vervolgens reisde ze naar Transjordanië, stak de grens met Vichy-Syrië over en ontmoette daar haar ex Hassan al-Atrash.

Het staat vast dat ze hem ervan overtuigde dat hij partij moest kiezen voor de Britten en dat ze later terugkeerde met adviezen over de route die de Geallieerden in juni 1941 inderdaad volgden. Mogelijk om Asmahans reis geloofwaardig te laten lijken, hertrouwden de twee. De bruiloft werd groots gevierd, met allerlei internationale gasten – de geheime missie was hidden in plain sight. Een soort Gino Bartali.

Lees verder “Asmahan, geheim agent” →

Asmahan, prinses en zangeres

Asmahan

Vandaag is het tachtig jaar geleden dat de Arabische zangeres Asmahan overleed. Of werd vermoord. We zullen nooit weten of het een echt ongeluk was, of eerwraak, of een afrekening met een spionne. Maar daarover straks. Eerst: wie was Asmahan?

Asmahan was een artiestennaam. Ze heette eigenlijk Amal al-Atrash en kwam uit een familie van Syrische druzen. Niet zomaar een familie: de Al-Atrash-clan vormde feitelijk hoge adel en we kunnen haar beschouwen als prinses. Haar vader bekleedde dan ook een voorname bestuursfunctie in het Ottomaanse Rijk en Amal, geboren in 1912, groeide op in weelde. Maar ook in vooraanstaande families gaan weleens dingen verkeerd en Amals moeder zag zich in 1922 gedwongen haar man te verlaten. Het kwam niet alleen door een slecht huwelijk, maar ook doordat de Al-Atrash-clan een belangrijke rol speelde in het verzet tegen de Fransen, die na de Eerste Wereldoorlog Syrië als mandaatgebied hadden gekregen. De druzen streefden naar onafhankelijkheid, de Al-Atrash-clan kreeg het hard voor de kiezen en Amals moeder onttrok zich aan die stress.

Lees verder “Asmahan, prinses en zangeres” →

VIII Augusta op de Balkan

Grafsteen van Gaius Valerius Valens van VIII Augusta (Archeologisch Museum, Korinthe)

Met het Zevende, het Negende en het Tiende Legioen behoorde het Achtste tot de oudste eenheden in het leger van het Romeinse keizerrijk. Het viertal bestond al – we weten niet hoe lang – toen Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië. Hij vermeldt het Achtste in zijn verslag van de strijd tegen de Nerviërs en bij de belegering van Gergovia. Het is niet ondenkbaar dat het legioen tijdens deze oorlog op sterkte is gebracht door Gallische strijders in de gelederen op te nemen, want een inscriptie vermeldt ene Gaius Cabilenus “uit Gallië”.

Aan het begin van de Tweede Burgeroorlog, waarin Caesar het opnam tegen de Senaat, kwam het Achtste in actie bij Corfinium en Brindisi (49), waarna het enige tijd in Apulië was gestationeerd. In het voorjaar van 48 diende het bij Dyrrhachion en leed het zware verliezen. Daarom streed hij bij Farsalos samen met het Negende als één eenheid en werden de soldaten, na de overwinning, teruggestuurd naar Italië om daar te worden gedemobiliseerd. Ze kregen land in Campanië. Hoewel veel veteranen zich moeten hebben teruggetrokken op het platteland, wordt het Achtste opnieuw vermeld tijdens als Caesars Afrikaanse campagne. In 45 v.Chr. kregen deze soldaten – die misschien nog niet waren gedemobiliseerd of opnieuw hadden bijgetekend – land in Casilinum.

Lees verder “VIII Augusta op de Balkan” →

Afscheid van Beiroet

Kim Philby woonde op de vijfde verdieping in dit huis aan de Kantari Street, Beiroet

Mijn laatste dag in Beiroet begon met een vroeg ontbijt met journalist Michael Young, die ik weleens eerder heb gesproken. Eén van de dingen die ik wilde weten was waar Kim Philby, de roemruchte spion, nu had gewoond voordat hij zich in januari 1963 uit de voeten maakte naar de Sovjet-Unie. Ik had afgelopen dinsdag al gezocht naar het huis, waarvan ik wist dat het bestond, en bleek er recht voor te hebben gestaan zonder het te herkennen.

Young en ik hadden het verder over de dingen die je zoal kunt verwachten: “the situation”, de conclusie dat het Libanese systeem sinds 2020 definitief kapot was, dat het land zichzelf zonder regering nog enigszins draaiend hield, dat Hezbollah de staat de facto had overgenomen, dat het er al met al niet goed voorstond, maar dat de gevarieerdheid van de bevolking een nog steeds bestaande troef was.

Ik denk dat wereld zich – daar kan zelfs de conservatiefste conservatief het mee eens zijn – snel zal moeten aanpassen en dat het grootste gevaar voor iedere samenleving de nostalgie is naar een overzichtelijker verleden dat nooit heeft bestaan. In Libanon zijn er federalisten, die denken dat het opsplitsen van het land een manier is om de luiken dicht te doen, maar Young meende dat dat niet zou lukken.

Lees verder “Afscheid van Beiroet” →

Op bezoek in Libanon (2): Achrafieh

Graffiti in Achrafieh

Ik zag, geloof ik, ontzettend vooruit naar een dag als deze: zonder afspraken of andere verplichtingen, zwervend door een deel van Beiroet dat ik niet goed ken. De oude stad bestaat, grosso modo, uit twee heuvels, waarvan de westelijke traditioneel soennitisch is en de oostelijke traditioneel christelijk. In het oosten is daar – om welbekende redenen – begin twintigste eeuw een Armeense voorstad bij gekomen en de afgelopen zestig, vijftig jaar groeiden in het zuiden Palestijnse vluchtelingenkampen – feitelijk stadswijken – en een sji’itische voorstad. Ik logeer doorgaans op de westelijke heuvel en wilde nu de oostelijke eens zien.

Niet dat ik hier nooit kom. Ik wist al dat ik bij café Mathaf kon ontbijten. De naam betekent zoiets als “museumcafé”, want het is recht tegenover het Nationaal Museum, dat ik dit jaar maar eens oversla. Ik was de eerste gast; men was de ramen nog aan het lappen terwijl ik mijn espressootje wegtikte, lekker lezend in de zon.

Lees verder “Op bezoek in Libanon (2): Achrafieh” →