Oxyrhynchos (2)

Ook in Oxyrhynchos las men Sallustius’ Oorlog tegen Jugurtha (Neues Museum, Berlijn)

In het vorige stukje vertelde ik iets over de werkzaamheden van Bernard Grenfell en Arthur Hunt aan het begin van de vorige eeuw in Oxyrhynchos. Ze slaagden erin vele tienduizenden papyri te bergen voordat ze unprovenanced op de zwarte markt zouden komen, waar ze geen wetenschappelijke waarde meer zouden hebben. In dit tweede blogje iets meer over wat de betekenis is van hun vondsten. Eerst het christelijke materiaal dat de belangstelling van de opgravers het meeste had, daarna de rest.

Christelijke teksten

Tot op heden zijn uit Oxyrhynchos vijftien fragmenten uitgegeven van het Evangelie van Mattheüs en veertien van het Evangelie van Johannes. De andere canonieke evangeliën, Marcus en Lukas, zijn met elk twee exemplaren vertegenwoordigd en dat is dus minder dan de tien exemplaren van de Herder van Hermas, een christelijke tekst die nooit tot de canon is gerekend maar in Oxyrhynchos dus goed was vertegenwoordigd. Hier hebben we een doorkijkje naar een pluriform christendom uit de periode voor er behoefte was aan orthodoxie.

(Tussen haakjes: een van de twee Marcus-fragmenten is de beruchte Eerste-eeuwse Marcus. U zult zich herinneren hoe Dirk Obbink een bevriende oudheidkundige manipuleerde om de prijs op te drijven.)

Lees verder “Oxyrhynchos (2)”

Oxyrhynchos (1)

Een bewoner van Oxyrhynchos, afgebeeld met schrijfgerei (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Nou blog ik afgelopen laatst over de Kopten en noem ik in dat stukje Oxyrhynchos, maar ik heb nog nooit over Oxyrhynchos geblogd! Tijd voor wat background repair.

Geschikte plek

Ik noemde al dat de Oxfordgeleerden Bernard Grenfell (1870-1926) en Arthur Hunt (1871-1934) er vanaf 1896 een soort noodopgraving deden. Ze wilden, voordat plunderaars het materiaal unprovenanced op de markt gooiden, papyri bergen. Unprovenanced papyri hebben immers geen wetenschappelijke waarde. Papyri zijn eenvoudig te vervalsen – ik schreef er elders meer over – en zulk materiaal kan dus vals zijn. De waarde ervan is even groot als die van een laboratoriumproef waarvan de opstelling niet is genoteerd.

Lees verder “Oxyrhynchos (1)”

Pytheas van Marseille, opnieuw

Das schwimmende Moor: dit kan heel wel het Metuonis van Pytheas zijn geweest.

Ik heb het op deze plek weleens gehad over Pytheas van Marseille, de Griekse ontdekkingsreiziger die rond 325 v.Chr. de Atlantische kusten verkende. Minimaal zeilde hij langs Iberië, westelijk Gallië en de Britse eilanden. Verder vermeldde hij een mysterieus land Thule, een ijszee en een eiland waar barnsteen vandaan kwam. Hij wist ook dat de getijden samenhingen met de maan. Fascinerende materie natuurlijk, en Pytheas’ boek moet een hit zijn geweest. Als de dichter Vergilius in zijn Georgica kan schrijven over “het uiterste Thule”, moet dat eiland in elk geval bij zijn Romeinse publiek bekend zijn geweest.

Wat zouden we graag meer over Pytheas’ avontuurlijke reis hebben geweten, maar zijn verslag is verloren gegaan. We moeten de expeditie dus reconstrueren aan de hand van informatie bij jongere auteurs. In totaal gaat het om negenendertig fragmenten, waarvan er zestien zijn te vinden in het aardrijkskundeboek van Strabon en acht in de encyclopedie van Plinius de Oudere.

Lees verder “Pytheas van Marseille, opnieuw”

Schrijffouten

Een kopiist aan het werk

Het is menselijkerwijs onmogelijk een tekst van enige lengte te kopiëren zonder een fout te maken. Dat geldt voor u en mij, en dat gold ook voor de professionele schrijvers uit de Middeleeuwen. Hun schrijffouten zijn onderzocht en filologen herkennen veel voorkomende soorten vergissing. Dat is handig. Als je namelijk een raar woord vindt in een manuscript dat je kunt herleiden tot een bekend type schrijffout, heb je enige zekerheid als je dat corrigeert. Of, zoals het in jargon heet, als je een conjectuur voorstelt. Als je daarentegen een raar woord ziet dat zich niet laat herleiden tot een gangbaar soort fout, moet je er rekening mee houden dat het echt een zeldzaam of misschien wel uniek woord is.

Ik bedacht vorige week dat ik daar nog nooit systematisch over had geblogd, hoewel ik op deze blog soms attendeer op schrijffouten. Dus vandaag maak ik die omissie goed. Eerst maar eens de haplografie. Dat is het weglaten van informatie tussen twee dezelfde letters, bijvoorbeeld “banen” in plaats van “bananen”. Soms kan het ook gaan om een paar woorden, bijvoorbeeld als twee zinnen eindigen met hetzelfde woord.

Lees verder “Schrijffouten”

De zeven regels van Johann Jakob Wettstein

De Rode Hoed: de remonstrantse schuilkerk waar Wettstein in Amsterdam voorging

Hermeneutiek of hermeneuse is, met een woord van Friedrich Schleiermacher (1768-1834), de kunst om elkaar te begrijpen. En Schleiermacher kon het weten, want hij was degene die er een algemene kunde van maakte, toepasbaar op klassieke teksten, op de Bijbel, op juridische literatuur en alle andere teksten uit het verre verleden. Daarvan zijn we door een nare, brede kloof gescheiden. Teksten laten zich daarom nooit zomaar naïef lezen. Ze veronderstellen een ander wereldbeeld en komen daarom vaak vreemd op ons over.

Heen en weer

Schleiermachers hermeneutiek veronderstelt een heen-en-weer-gang tussen deel en geheel. Ik schreef er ooit dit over:

Een oudheidkundige treedt in dialoog met de teksten, om zo te komen tot begrip van de auteur. Daarbij neemt hij zijn eigen ideeën mee. Zo verwacht degene die begint te lezen in een bundel epigrammen van de Latijnse dichter Martialis, dat de gedichtjes zullen gaan over seks, al was het maar omdat geen uitgever dit op de achterflap onvermeld laat. Al heel snel krijgt de lezer echter door dat zich tussen de erotische poëzie ook allesbehalve erotische teksten bevinden, zoals het ontroerende grafschrift van Erotion. Met een beeld van Martialis’ dichtkunst als geheel, verbeterd door te kijken naar de individuele gedichten, sluit de lezer het boek. Hij heeft een van zijn eigen ideeën afgeleerd. Wanneer hij besluit Martialis opnieuw te lezen, heeft hij al een beter beeld van wat hij mag verwachten en stuit hij op nieuwe details die het al verfijnde beeld verder verfijnen. Dit proces van steeds verdere aanpassing wordt aangeduid als de “hermeneutische cyclus”.

Lees verder “De zeven regels van Johann Jakob Wettstein”

De wereldkaart van Ptolemaios

Ptolemaios’ Geografie (Gutenbergmuseum, Mainz)

Vorige week was ik in Mainz en we bezochten het Gutenbergmuseum. Als u het niet kent, moet u er zeker heen gaan. Nergens ter wereld zie je op één plek zoveel wiegedrukken (boeken gedrukt vóór 1500) bij elkaar. Leuke teksten ook, zoals de uitgave van het Corpus Iuris die een van Gutenbergs leerlingen vervaardigde (een ander exemplaar is in Zutphen), teksten van Erasmus en Luther (akkoord: post-1500), de Germania van Tacitus en natuurlijk bijbels, gedrukt door de uitvinder zelf.

Ook het bovenstaande boek is er: een uitgave van PtolemaiosGeografie, een fundamenteel werk. Onze reconstructie van de antieke topografie gaat er voor een belangrijk deel op terug. De landkaarten zijn beroemd. Hierboven ziet u één voorbeeld, maar er zijn in Ptolemaios’ Geografie diverse kaarten opgenomen.

Lees verder “De wereldkaart van Ptolemaios”

Vertalingen en vertalingen

Even een heel kort stukje. Antieke bronnen worden al sinds jaar en dag in het Nederlands vertaald. Classici hebben daarbij duidelijke vormen, ontstaan in de gymnasiale praktijk. Hun vertalingen waren bedoeld voor mensen die al veel van de antieke wereld wisten. Daarom legden en leggen vertalers vrij weinig uit.

Degenen die oosterse teksten moeten ontsluiten, moeten veel meer uitleggen over de oude wereld. Dat levert interessante boeken op, zoals we zien in de zevenentwintigste aflevering in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”.

 

Sapfo: de retractie die je wist dat zou komen

Sappho (Capitolijnse Musea, Rome)

Uitgeverij Brill heeft een retractie (een officiële terugtrekking van een wetenschappelijke publicatie) gedaan van een door Dirk Obbink geschreven hoofdstuk in een boek over Sapfo, namelijk Bierl & Lardinois, The Newest Sappho (2016).

Ik heb op deze plaats al eens aangegeven waarom retractie onvermijdelijk was. De eigenlijke vraag is waarom we er zo lang op hebben moeten wachten. De tekst van de retractie suggereert dat “in the years following the first publication of this book, serious doubts have been raised about the provenance”. Dit is misleidend. Die twijfels waren er meteen na de ontdekking begin 2014. In onze eigen Nederlandse Volkskrant maakte Lardinois, dus een van de editors van het nu ingetrokken hoofdstuk, duidelijk geen geloof te hechten aan Obbinks eerdere claim dat de provenance was gedocumenteerd. Dat de twijfel pas na publicatie van het boek zou zijn opgekomen, is simpelweg onwaar.

Lees verder “Sapfo: de retractie die je wist dat zou komen”

Duidelijkheid over Sapfo?

Enkele teruggegeven papyri (©Egypt Independent)

Er is nieuws over de in januari 2014 opgedoken fragmenten van Sapfo. De Amerikaanse familie Green, die gedwongen is een enorme collectie illegale oudheden terug te geven aan de landen van herkomst, heeft inmiddels ruim 5000 stukken teruggestuurd naar Egypte. Dit volgt op de teruggave van gestolen Mesopotamische voorwerpen aan Irak. U leest hier meer over de Egyptische retourzending en foto’s zijn daar.

Sapfo

Voor wie geïnteresseerd is in de Sapfo-papyri, een van de interessantste ontdekkingen uit het afgelopen decennium, is dit groot nieuws. Wat we momenteel denken te weten is:

  • Een tussenhandelaar heeft enkele fragmenten, behorend tot één rol, verkocht aan de Green-collectie.
  • Deze behield enkele delen en droeg andere delen (met daarop de meeste poëzie) over aan iemand anders (hierna: Anonymus 1).
  • Die liet ze door Oxford-geleerde Obbink onderzoeken.
  • Deze ontdekte dat het ging om Sapfo.
  • Wetenschappelijke publicaties dreven de veilingprijs op.

Het is zeker dat de fragmenten die bij de Greens waren, nu naar Egypte gaan. Daar komen ze in het Koptisch Museum in Cairo, waar ze onderzocht kunnen worden.

Lees verder “Duidelijkheid over Sapfo?”

Skaras of Arar? (2)

Scaliger (Museum Martena, Franeker)

Ik schreef gisteren dat Polybios en Livius zo nu en dan woordelijk overeenstemmen en dat in zulke passages de afwijkingen interessant zijn. Mijn voorbeeld was Polybios Wereldgeschiedenis 3.49.6, waar sprake is van een rivier Skaras of misschien Skarôs, terwijl Livius het in Geschiedenis sinds de stichting van de stad 21.31.4 heeft over de Arar.

Op het eerste gezicht heeft die laatste rivier goede papieren. Het is namelijk de naam van de Saône, die bij de samenvloeiing met de Rhône een lang schiereiland vormt. Op die plaats lag de Keltische nederzetting Lugdunum, het huidige Lyon. Het is dus niet zo vreemd dat de eerste die zich over deze kwestie boog, de Italiaanse humanist Niccolò Perotti (1429-1480), de tekst van Polybios gewoon aanpaste: hij vertaalde Skaras met Arar.

Een eeuw later opperde de Zwitserse geleerde Josias Simmler (1530-1576) dat Polybios Araros moest hebben geschreven. Zo’n hypothese, waarbij een geleerde een anders onbegrijpelijke tekst een beetje aanpast om er iets begrijpelijks van te maken, staat bekend als een “emendatie”.

Lees verder “Skaras of Arar? (2)”